Plenair De Lange bij behandeling Wet maatschappelijke ondersteuning 2015



Verslag van de vergadering van 7 juli 2014 (2013/2014 nr. 37)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 20.45 uur


De heer De Lange (OSF):

Mevrouw de voorzitter. Wij spreken vandaag over de Wet maatschappelijke ondersteuning, een wetsvoorstel dat deel uitmaakt van een hele reeks van verwante wetsvoorstellen die veel gemeen hebben. Wat ze delen, is de manier waarop de regering de voorstellen meent te moeten rechtvaardigen. Wat ze eveneens delen, is wat kennelijk de voornaamste drijfveer achter de voorstellen is, namelijk de vermeende noodzaak tot bezuinigen. Op beide uitgangspunten valt zeer veel af te dingen. Dat heb ik uiteraard gedaan bij de vorige voorstellen en dat zal ik vandaag opnieuw doen.

Vandaag hebben we opnieuw een debat over een wetsvoorstel waarvoor in de Tweede Kamer met de bekende plooibare oppositiepartijen een schimmig akkoord gesloten is. Ongetwijfeld zal dat daar gesloten akkoord naadloos door de respectievelijke Eerste Kamerfracties gesteund worden. Zoals de ervaring leert, zal dat gebeuren onder het uitgebreid benadrukken van hun eigen onafhankelijke afwegingen. Bij alle voorstellen waarvoor de "constructieve oppositie" tot nu toe ingehuurd is, is het zo gegaan. Voorstellen waarvoor deze partijen niet gestrikt konden worden, zijn zelfs niet eens ingediend bij de Tweede Kamer. Een experimenteel fysicus weet dan genoeg. Ook het debat van vandaag is een schijnvertoning die eigenlijk geen debat mag heten. Dat de positie van de Eerste Kamer door dit opportunistische gedrag ondermijnd wordt, is evident. Niettemin acht ik het mijn taak de overwegingen van mijn fractie nadrukkelijk voor het voetlicht te brengen, al is het maar voor de Handelingen.

De voornaamste drijfveer achter dit wetsvoorstel is bezuinigen. Daar is het kabinet ook niet geheimzinnig over. Maar waar wil men op bezuinigen? Zoals het een kabinet voor beter gesitueerden betaamt, worden de mensen die het nauwelijks nodig hebben bij voorkeur gespaard via een hypotheekrenteaftrek die voor bestaande gevallen onaangetast blijft en de belastingbetaler jaarlijks meer dan 10 miljard — ik herhaal: 10 miljard — euro kost, om van de ergernis veroorzaakt door het gênante beloningsbeleid bij staatsbank ABN-AMRO maar niet te spreken. Inderdaad, op het bestrijden van dit soort excessen kan veel meer bespaard worden dan op allerlei regelingen voor juist die mensen die het in onze samenleving toch al niet breed hebben of erger, mensen die zichzelf nauwelijks staande kunnen houden in het huidige gure neoliberale, neosocialistische klimaat. De door dit kabinet gemaakte keuzes roepen bij grote groepen burgers verbijstering en weerzin op. Naar wat voor samenleving zijn we op weg?

Bezuinigen zonder visie is bovendien een doodlopende weg. Het monetair beleid in Europa is een ramp voor grote delen van de Europese bevolking, met name de jeugd en met name in Zuid-Europa. Het is geen toeval dat Europa economisch ver achterblijft bij de rest van de wereld, al wordt die "inconvenient truth" door dit kabinet bij voorkeur onder het tapijt geschoffeld. Met een Europese Centrale Bank die zijn mandaat voortdurend oprekt en een allang verloren wanhoopsoffensief tegen de crisis voert, is "dansen op de vulkaan" het motto van dit kabinet en van het huidige Europa. Maar de aanpak van deze regering is in elk geval duidelijk. Immers, hoewel nauwelijks onderbouwd, moet er strikt bezuinigd worden en is decentralisatie het toverwoord dat dit moet bewerkstelligen. Maar los van de vraag of niet de groepen met de minste weerstand het meest getroffen worden, werkt dit recept ook? Mij dunkt dat zich daar aanzienlijke problemen voordoen. Ik kom daar nog op terug.

Ten slotte als onderdeel van mijn inleiding, nog het volgende. In 2011 heeft de Eerste Kamer voor het eerst in haar geschiedenis, een parlementaire onderzoekscommissie geïnstalleerd om de problematiek van privatisering en verzelfstandiging van overheidsbeleid onder ogen te zien. Op 30 oktober 2012 werd het rapport "Verbinding verbroken?" aan de Eerste Kamer aangeboden en met algemene stemmen aangenomen. In het rapport wordt een aantal gecompliceerde casus in detail bestudeerd. Het rapport eindigt met diverse aanbevelingen, en presenteert een protocol om met name van de procesmatige kant van de bestudeerde casus te leren om in de toekomst gemaakte fouten te vermijden en verbeteringen te bewerkstelligen. De wetsvoorstellen over decentralisatie kampen in zeer veel opzichten met dezelfde problemen als de privatiseringen uit het verleden, zeker als het gaat om procesmatige aspecten. Wat zijn de lessons learned? Dat is precies waar het wringt, omdat we vooral kunnen concluderen dat de decentralisatievoorstellen uitstekende voorbeelden zijn van lessons not learned. Daarover straks meer.

Alle woordvoerders die zich door de vele honderden pagina's tekst behorende bij de diverse wetsvoorstellen hebben geworsteld — vandaag is geen uitzondering — hebben kennis kunnen nemen van breedsprakige inleidingen waarin voortdurend gesproken wordt over eigen kracht, eigen verantwoordelijkheid, zelfredzaamheid, zelfhulp, controle over het eigen leven en meer van dat soort mooie woorden. Ongetwijfeld zijn dit de pennenvruchten van dezelfde tekstschrijver die zijn mantra herhaalt met de intellectueel weinig stimulerende en even ineffectieve eentonigheid van een Tibetaanse gebedsmolen.

De hoeveelheid papier waarmee dit voorstel gepaard gaat, is op zichzelf al strijdig met de regelmatig geuite bewering dat het voorstel tot minder complexiteit en tot minder regeldruk zou leiden. Zo worden de gemeenten opgezadeld met het aanleggen van allerlei dossiers over allerhande mensen. De fraudegevoeligheid en de risico's voor schending van privacy zijn groot, zoals door diverse organisaties die weten waar ze over praten, betoogd wordt. Dat de regering dit allemaal anders ziet, verbaast niet, maar overtuigt evenmin. Doordat diverse wetten verwante terreinen bestrijken en bijbehorende uitvoeringsaspecten dikwijls nog niet geregeld zijn, is het voor de Eerste Kamer vrijwel ondoenlijk haar controlerende functie uit te oefenen. Mijn fractie vindt dat een democratisch tekort. Dat bij de gecompliceerde wetten waar we over spreken het gevaar van cumulatie levensgroot op de loer ligt, daarvoor hoef je echt geen doemdenker te zijn. Anderzijds lost een welles-nietes discussie ook niets op.

Wil een enorme decentralisatieoperatie een gerede kans op succes hebben, dan dient aan een reeks van voorwaarden te worden voldaan. De benodigde financiële middelen dienen beschikbaar te zijn, en doorgaans zijn de kosten van belangrijke beleidswijzigingen eerder hoger dan lager, zeker gedurende de overgangsfase. Gemeenten dienen de benodigde kennis in huis te hebben en hebben in het algemeen tijd nodig om die expertise op te bouwen. De bewering dat het beleid dichter bij de burger gebracht wordt, zou zich moeten uiten in verbeterde democratische controle. Meer macht voor de zorgverzekeraar lijkt volstrekt niet in lijn met dit uitgangspunt. Doordat de relevante verschillen tussen gemeenten levensgroot zijn, is de kans aanzienlijk dat vergelijkbare casus zeer verschillend beoordeeld en behandeld gaan worden. Rechtsongelijkheid lijkt een groot risico. Privacy-issues vormen naar de mening van bijna alle deskundigen een levensgroot probleem. De lijst van problemen is lang, erg lang.

Haastige spoed die zelden goed is, ook nu niet, en bezuinigingsdrift verhouden zich erg slecht tot de zojuist genoemde en toch voor de hand liggende randvoorwaarden. Dat deze zorgen maatschappelijk steeds breder worden gedeeld, is dan ook een veeg teken. En helaas is mislukking van ingezet beleid weliswaar prestigeverlies voor de beleidsmakers, maar betekent onuitsprekelijke ellende voor een grote groep buitengewoon kwetsbare mensen. Moeten de risico's die dit kabinet kennelijk bereid is te nemen, afgewenteld worden op juist deze groep? Het moge duidelijk zijn hoe mijn fractie deze retorische vraag beantwoordt. Verbinding verbroken? Inderdaad, dit beleid is helaas losgezongen van de broodnodige brede maatschappelijke discussie en steun. In plaats van het gebruikelijke "too little too late" is dit een afschrikwekkend voorbeeld van "too much too soon".

Met alle schriftelijke voorbereiding is het niet zinvol om allerlei zaken overhoop te halen die al zeer uitgebreid besproken zijn en waarover standpunten onwrikbaar vastliggen. Ik beperk me daarom tot een aantal zwaarwegende punten die naar mijn mening om speciale aandacht vragen. Niet omdat ik wijzigingen in het beleid verwacht, maar wel omdat deze zaken niet onbesproken mogen blijven.

Men kan met recht stellen dat vrijwilligers de ruggengraat van de Nederlandse samenleving vormen. Als hun inspanningen gekapitaliseerd zouden worden, dragen zij op jaarbasis ongeveer 10 miljard euro bij aan het functioneren van diezelfde samenleving. Mantelzorgers, van wie in dit wetsvoorstel uitgebreid sprake is, maken een belangrijk deel uit van dit grote leger van vrijwilligers. Mijn fractie kan zich niet aan de indruk onttrekken dat de mantelzorgers gezien worden als de stoplap voor het bezuinigingsbeleid. Ze worden weliswaar verbaal met waardering overladen, maar het is aan de gemeenten om te bezien of en hoe die waardering een wat concretere vorm kan krijgen. Het laat zich raden hoe financieel noodlijdende gemeenten daarmee zullen omgaan. Wel doet de regering een suggestie: misschien kan een gemeente de mantelzorger wel gratis parkeren aanbieden, of tegen gereduceerd tarief, voor het huis van degene aan wie hij mantelzorg verleent. Wat een droefenis en wat een miskenning van de cruciale rol die zeer veel vrijwilligers in onze samenleving spelen. Mantelzorgers doen doorgaans zonder gedoe gewoon hun werk en willen helemaal niet in de schijnwerpers staan. Als beloning mogen ze opgenomen worden in een bureaucratisch gemeentelijk register, met alle privacyrisico's van dien, om te zien of ze hun "gebruikelijke"taken wel vervullen. Hoe verzin je het.

Zwaarwegend zijn de enorme veranderingen bij de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten. Het huidige voorstel betekent kortweg dat een eens toegekend recht wordt omgezet in een voorziening. Op eenmaal verworven rechten kan niet tot het einde der dagen een beroep worden gedaan. Echter, bij een principiële onteigening van eigendomsrechten horen een perfecte motivering en een overgangsregeling die mensen in staat stelt adequaat op de nieuwe situatie in te spelen. Dit argument krijgt nog meer gewicht als het een groep kwetsbare mensen betreft. Aan deze normale eisen wordt niet voldaan, of in elk geval volstrekt onvoldoende. Daarnaast wordt de nieuwe voorziening niet uitsluitend geregeld in het wetsvoorstel, maar deels ook in een nader te bespreken, maar tot dusver onbekende, Zorgverzekeringswet. De vrees voor afbakeningsproblemen ligt voor de hand, zoals de Raad van State ook heeft aangegeven. Door het ontbreken van relevante gegevens kan de Eerste Kamer zich onmogelijk een verantwoord oordeel vormen over de sociale en totale problematiek. Dit ondermijnt de controlerende rol van de Eerste Kamer in ernstige mate en is een belangrijk argument tegen dit wetsvoorstel.

Het wetsvoorstel bevat voorts een curieuze inconsistentie. Graag betoogt de regering dat de diverse wetten in het sociale domein de besluitvorming dichter bij de burger brengen. Tegelijkertijd beseft de regering dat veel kleine gemeenten helemaal niet de schaalgrootte en de noodzakelijke expertise bezitten om de op hun bord gedumpte taken goed te kunnen uitvoeren. Geen nood, vindt dit kabinet, want om tot een soort verevening te komen moeten gemeenten allerlei vormen van samenwerking gaan zoeken, regionaal of anderszins. Daarmee wordt het kind met het badwater weggegooid. Democratische controle door een normaal gemeenteraadslid op processen die zich voltrekken achter de ondoorzichtige schermen van regionale samenwerking is een totale illusie. Het democratische gehalte van de besluitvorming zal dus naar verwachting alleen maar achteruitgaan.

Een nauw verwant en zeker zo zorgelijk punt is dat gemeenten samenwerking moeten zoeken met zorgverzekeraars. De regering dringt aan op snelle actie. Daarbij wordt volledig voorbijgegaan aan het feit dat de gemeenten een heel nieuw terrein moeten betreden, waar beslissingen genomen moeten worden met zeer grote en langdurige repercussies voor de gemeentelijke financiën. De commerciële zorgverzekeraars beginnen aan dit cruciale proces met een enorme kennisvoorsprong. Van een systeem van checks-and-balances, dat toch een absolute voorwaarde voor een verantwoord afwegingsproces is, is totaal geen sprake, ten detrimente van de burger en de belastingbetaler. Vooral kleine gemeenten zullen de "hulp" die de zorgverzekeraars bereid zijn te bieden tijdens dit gevoelige proces, duur moeten bekopen. Het wordt dan ook de hoogste tijd dat de macht van private, commerciële zorgverzekeraars, die zich bovendien steeds meer controle toe-eigenen over de medisch-inhoudelijke kant van de gezondheidszorg, aan banden wordt gelegd in plaats van nog verder vergroot. Je hoeft geen begenadigd voorspeller te zijn om te zien dat een parlementaire enquête over de al te bevoorrechte rol van zorgverzekeraars in onze samenleving niet ver weg kan zijn.

Een laatste punt dat ik expliciet aan de orde wil stellen is het feit dat er een hele reeks van wetten in werking gaat treden die stuk voor stuk van de gemeenten een zeer zware inspanning zullen vragen. Dat kleine gemeenten het in de praktijk nog veel lastiger zullen krijgen dan grote, is evident. Bij de rapporten en afwegingen die zich bezig houden met de gevolgen van deze reeks wetsvoorstellen, wordt zelden of nooit geanalyseerd wat juist de cumulatie van veel wetten gaat betekenen, zowel voor de gemeenten als voor de cliënten. Dat is begrijpelijk, want de voorstellen worden aan de volksvertegenwoordiging volgens het aloude salamiprincipe aangeboden, en de gecompliceerde uitvoeringsproblematiek wordt doorgaans verschoven naar de toekomst en ondergebracht in speciale regelingen. Een overzicht van cumulatie-effecten ontbreekt dus volkomen. De hele gang van zaken doet helaas sterk denken aan een vlucht naar voren om de verkeerde redenen. Regeren is nog altijd vooruitzien, en dat doe je niet door de struisvogel als je voorbeeld te nemen. Voorspeld kan worden dat allerlei cumulatieve effecten van de wetgeving, zoals overigens zonder de steun van mijn fractie aangenomen in 2014, de politieke en maatschappelijke discussie nog jarenlang gaan domineren. Tel uit je winst.

Samenvattend, dit wetsvoorstel draagt niet bij aan een samenleving waarin de lasten op een evenwichtige manier gedeeld worden. Dit wetsvoorstel is ingegeven door verkeerde motieven, en is bovendien ondoordacht, overhaast en onuitvoerbaar. Dit wetsvoorstel legt nog meer macht bij private commerciële zorgverzekeraars. Dit wetsvoorstel draagt bij aan nog meer werkloosheid, juist in die sectoren die voor onze samenleving essentieel zijn. Dit wetsvoorstel dient om al deze redenen verworpen te worden. Niettemin wacht ik de antwoorden van de regering met belangstelling af.