Plenair De Lange bij behandeling Verzamelwet pensioenen 2014



Verslag van de vergadering van 2 december 2014 (2014/2015 nr. 10)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 15.59 uur


De heer De Lange (OSF):

Voorzitter. Ook ik heb de antwoorden van de staatssecretaris op de diverse vragen gehoord. Evenals de heer Elzinga heb ook ik niets nieuws geleerd. Dat is betreurenswaardig, omdat zoals ik aangegeven heb, deze Kamer als medewetgever en als controleur van de regering haar controlerende taak moet kunnen uitoefenen en die controlerende taak uitoefenen is alleen maar mogelijk als op gestelde vragen en zeker op herhaald gestelde vragen volledige en duidelijke antwoorden komen. Die zijn naar mijn stellige overtuiging niet gekomen. Ik heb een bepaalde categorie mensen aan de orde gesteld, namelijk mensen die al een paar jaar arbeidsongeschikt zijn en die een inkomen van meer dan een ton hadden en de inkomensval die voor die categorie mensen dreigt in het nabestaandenpensioen als zo iemand op 1 januari 2015 in plaats van op 31 december 2014 overlijdt.

De staatssecretaris zag kans om categorisch te beweren dat het probleem dat ik aan de orde stelde, niet bestond. Dat is dan zo, denk je, of dat is niet zo. Vervolgens, echter, treedt de heer Hoekstra op, die precies dezelfde vraag stelt en zegt dat het wellicht de moeite waard is om uit te zoeken hoe het echt zit met deze categorie. Dat is een heel terechte vraag van de heer Hoekstra, die ik uiteraard ondersteun. Hij krijgt als antwoord dat het probleem onderzocht zal worden, twee minuten nadat de staatssecretaris tegen mij heeft gezegd dat er geen probleem bestaat. Kan de staatssecretaris mij uitleggen wat ik daarmee moet? Het is mij een volstrekt raadsel.

Laat me samenvatten. Ik vind de hele gang van zaken bij dit wetsvoorstel buitengewoon teleurstellend. Ik vind dat dit gewoon niet kan in een democratisch lichaam als de Eerste Kamer. Ik vind het ook een heel treurige aangelegenheid, waar nog een hartig woordje verder over gesproken dient te worden.

De voorzitter:

Dank u wel.

Is de staatssecretaris in de gelegenheid om direct te antwoorden? Ik zie dat dit het geval is.