Plenair De Boer bij behandeling Wet veiligheidsonderzoeken



Verslag van de vergadering van 14 april 2015 (2014/2015 nr. 28)

Status: ongecorrigeerd

Aanvang: 10.58 uur

Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.


Mevrouw De Boer (GroenLinks):

Voorzitter. Al luisterend naar de heer De Graaf kom ik tot de conclusie dat mijn bijdrage heel erg aansluit bij de zijne, maar laten we er maar van uitgaan dat herhaling de kracht van de boodschap is.

De fractie van Groen Links is geen principieel tegenstander van het doorberekenen van kosten van door de overheid geleverde diensten aan burgers en bedrijven. Bij dit wetsvoorstel hebben wij echter de nodige bedenkingen, die door de beantwoording van onze schriftelijke vragen allerminst zijn weggenomen. Waar eerder twee doelstellingen van het wetsvoorstel werden benoemd, namelijk het genereren van inkomsten voor de overheid en het terugdringen van het aantal veiligheidsonderzoeken, maakt de minister in de memorie van antwoord duidelijk dat het primaire doel van het wetsvoorstel is de beperking van de inzet van publieke middelen.

Dit roept de nodige vragen op. In de eerste plaats: hoeveel wordt er met dit wetsvoorstel precies bezuinigd op de publieke middelen? De opbrengst van de doorberekening aan de private sector kan 9 miljoen zijn, las ik. De doorberekening aan andere overheden laat ik buiten beschouwing, omdat dit immers niet gezien kan worden als beperking van de inzet van publieke middelen. Onduidelijk is echter hoeveel de uitvoering van de wet gaat kosten, en wat derhalve de netto-opbrengst is.

Ook onduidelijk blijft waarom nu juist is gekozen voor het doorbelasten van deze kosten. Als het doel is de inzet van publieke middelen te beperken zou het voor de hand liggen om te beginnen met een overzicht van alle kosten van de overheid die in beginsel zouden kunnen worden doorberekend, en daarop dan een inhoudelijke toets en een kosten-batenanalyse los te laten. Waarom is een dergelijke analyse niet gemaakt? Althans, wij kennen die niet. En waarom is toch juist voor deze doorberekening gekozen? Waarom worden de kosten voor veiligheidsonderzoeken wel doorberekend, en die voor bijvoorbeeld de politie-inzet bij evenementen, voetbalwedstrijden en ontruimingen niet? Welke overheidsdiensten lenen zich voor doorberekening, en welke niet? Iedereen zal het erover eens zijn dat kosten van diensten die vooral geleverd worden in het belang van burgers of bedrijven doorberekend mogen worden. Maar hoe zit dat bij kosten die in het algemeen belang of mede in het algemeen belang worden gemaakt? En maakt het uit of een burger of bedrijf verplicht is de dienst af te nemen, of dat vrijwillig doet? Is de minister het met ons eens dat hoe meer algemeen belang er is, hoe minder legitiem het is om kosten door te berekenen en dat het minder voor de hand ligt om kosten door te berekenen als de overheid afname van de dienst verplicht stelt? Als wij beide criteria toepassen op de veiligheidsonderzoeken, lijkt doorberekening niet direct aangewezen. De veiligheidsonderzoeken worden toch vooral uitgevoerd ten behoeve van de nationale veiligheid en een groter algemeen belang is nauwelijks denkbaar. Daarnaast is het veelal verplicht een veiligheidsonderzoek te laten uitvoeren. Ik nodig de minister dan ook graag nogmaals uit om uit te leggen op basis van welke criteria ervoor is gekozen om juist de kosten voor veiligheidsonderzoeken door te berekenen.

Ik kom bij het secundaire doel van het voorstel: het beperken van het aantal veiligheidsonderzoeken. Formulering van dit doel impliceert dat er nu naar het oordeel van de minister te veel onderzoeken worden gedaan. Is dat zo? Zo ja, waarop baseert hij zich dan? En zo nee, waarom wordt dan toch als doelstelling geformuleerd dat het aantal onderzoeken hiermee teruggedrongen kan worden? Een andere vraag is of het opwerpen van een financiële drempel wel het juiste middel is om het aantal veiligheidsonderzoeken te beperken nu het de ministers zijn die de functies aanwijzen waarvoor een veiligheidsonderzoek noodzakelijk is. Logischerwijs beperk je het aantal onderzoeken dan door als minister minder functies aan te wijzen. Wij hebben begrepen dat dit ook gaat gebeuren via de aangescherpte Leidraad aanwijzing vertrouwensfuncties. Niet duidelijk is waarom daarnaast dan nog een financiële drempel opgeworpen moet worden. En hoe kan doorbelasting überhaupt leiden tot minder onderzoeken als het aanvragen van een onderzoek voor de aangewezen functies verplicht is?

Als ik het wetgevingsdossier lees, krijg ik het idee dat er een heel specifiek probleem aan de basis ligt van dit wetsvoorstel, namelijk het grote aantal veiligheidsonderzoeken dat wordt aangevraagd ten behoeve van de poolvorming in de civiele luchtvaart en de kosten daarvan. Ik krijg de indruk dat de minister dit heel specifieke probleem probeert aan te pakken met een heel generieke maatregel. Naar het oordeel van mijn fractie krijg je dan grote problemen met de motivering van de maatregel. Die problemen zijn er in dit geval ook.

Ik kom tot mijn conclusie. Met dit voorstel om de kosten van veiligheidsonderzoeken door te berekenen, presenteert de minister een voorstel dat slecht gemotiveerd is en waarvan de effectiviteit twijfelachtig is. Ik nodig de minister graag uit om met voorstellen te komen op de niveaus waarop dat wel doeltreffend kan zijn. Enerzijds voorstellen voor een algemeen kader met criteria voor de doorberekening van door de overheid gemaakte kosten voor diensten — op basis waarvan vervolgens doorberekeningsvoorstellen kunnen worden gedaan — en anderzijds specifieke voorstellen om het aanvragen van een overdosis veiligheidsonderzoeken ten behoeve van de poolvorming in de civiele luchtvaart tegen te gaan. Want wij zijn het erover eens dat dit laatste een probleem oplevert, niet alleen omdat die veiligheidsonderzoeken geld kosten, maar ook omdat met onnodig veel onderzoeken de privacy van onnodig veel mensen wordt geschonden. Wij zijn er echter niet van overtuigd dat een financiële drempel dat probleem gaat oplossen.

Wij zien de beantwoording door de minister met belangstelling tegemoet.