Plenair Schaper bij behandeling Goedkeuring Associatieovereenkomst Moldavië, Georgië en Oekraïne



Verslag van de vergadering van 30 juni 2015 (2014/2015 nr. 37)

Status: gerectificeerd

Aanvang: 15.09 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Schaper (D66):

Voorzitter. U sprak over een maidenspeech. Ongeveer 34 jaar geleden hield ik ook een maidenspeech als parlementariër toen ik werd verkozen in de Tweede Kamer. De kiezer heeft vervolgens bij de volgende verkiezingen bruut een einde gemaakt aan mijn parlementaire loopbaan. U zult begrijpen dat het voor mij ook daarom van bijzonder belang is en een bijzondere betekenis heeft dat ik hier vandaag sta en zo nog enigszins vervolg kan geven aan mijn eerder in de kiem gesmoorde politieke ambities.

Wij bespreken vandaag de al of niet goedkeuring van de associatieovereenkomsten tussen de EU en Oekraïne, Moldavië en Georgië. Ik zal mij in mijn opmerkingen ter zake vooral richten op het akkoord met Oekraïne. De binnenlandse ontwikkelingen in dat land sinds de onafhankelijkheid 23 jaar geleden geven een weinig positief beeld: grote politieke instabiliteit, economische stagnatie en grootschalige corruptie en zelfverrijking van een kleine elite.

De minister schrijft in zijn notitie over het Europees nabuuurschapsbeleid dat ondanks de aanhoudende destabilisatie van Oost-Oekraïne goede vooruitgang is geboekt met de uitvoering van de hervormingsagenda. Er is echter ook een aantal terreinen waarop de vooruitgang vooralsnog te traag verloopt. Er zijn ingrijpende additionele hervormingen nodig op terreinen als justitie, douane en verbetering van het ondernemings- en investeringsklimaat. Hoe ziet de minister dit laatste? Is deze vertraging een gevolg van het feit dat het om een zeer brede hervormingsagenda gaat en de regering nu eenmaal moeilijk alles tegelijk kan doen of is er nog steeds sprake van weerstand binnen de Oekraïense overheid op die gebieden? Hoe denkt de regering dat de EU en de lidstaten ertoe kunnen bijdragen dat de vertraging op deze gebieden kan worden overwonnen?

Economisch en financieel is Oekraïne in grote moeilijkheden. Om een volledige ineenstorting van de Oekraïense economie te voorkomen, is aanzienlijke westerse financiële steun en technische assistentie nodig. Daarnaast is rust aan het militaire front noodzakelijk. Het weer oplaaien van de gevechten in Oost-Oekraïne, gevolgd door moeizame en energieverslindende politieke onderhandelingen die alle aandacht van Kiev zullen opeisen, zou een ernstige sta-in-de-weg vormen voor uitvoering van de hervormingsagenda. Daarom is het van essentieel belang dat het Minsk II-akkoord wordt nageleefd. Sinds de ondertekening van het akkoord op 11 februari jongsleden zijn in Oekraïne de militaire gevechten afgenomen. Er bevinden zich nog steeds Russische militairen in Oost-Oekraïne en er vinden weliswaar voortdurend schendingen plaats van de overeenkomst — door beide partijen, naar het oordeel van de OVSE Monitoring Mission — maar niet in die mate dat geconcludeerd moet worden dat ook dit akkoord ten dode is opgeschreven, zoals het Minsk I-akkoord.

Eerste prioriteiten zouden nu moeten zijn de stabilisatie van de wapenstilstand, de terugtrekking van zware wapens, de uitwisseling van krijgsgevangenen en een begin van waarneming en toezicht op de grens met Rusland. Ziet de minister dit ook zo? Doelstelling blijft daarbij de volledige uitvoering van het Minsk II-akkoord. Het is een goede zaak dat de EU de opheffing van de sancties expliciet daaraan heeft verbonden.

Hoe beziet de minister in dit verband overigens recente uitlatingen van leiders van de separatisten die er op zouden wijzen dat zij niet langer aansluiting bij Rusland zoeken, maar er de voorkeur aan geven dat de zogenaamde volksrepublieken in Donetsk en Luhansk deel uit blijven maken van een confederaal Oekraïne met een zwak centraal gezag? Dat zou de positie van de machthebbers in die twee zogenaamde volksrepublieken een stuk makkelijker maken dan in het geval zij weer onderdeel zouden worden van Rusland.

Het optreden van de EU ten aanzien van de buurlanden was lange tijd, en naar mijn indruk nog steeds enigszins, getekend door een zekere hoogmoed. De wijze waarop wij onze samenlevingen politiek en economisch hebben ingericht was de mal, het model, en de voormalige communistische landen moesten daar zo snel ingeperst worden. Mijn fractie juicht het daarom toe dat de regering zich bij de herziening van het nabuurschapsbeleid richt op een meer gelijkwaardige verhouding tussen de EU en de oostelijke naburen. Zou de minister willen ingaan op de vraag hoe een dergelijke meer gelijkwaardige verhouding gestalte zal krijgen bij de uitvoering van de associatieakkoorden?

De regering benadrukt ook het belang van samenwerking op veiligheidsgebied. Dit is politiek een gevoelige zaak, aangezien Moskou betoogt dat dit een opstapje is voor lidmaatschap van de NAVO. Zou de minister willen ingaan op wat de concreto prioriteiten zijn bij de samenwerking op het gebied van veiligheid, op basis van de afspraken ter zake in de associatieakkoorden? Eén concrete activiteit van de EU op dit gebied is de Advisory Mission for Civilian Security Sector Reform in Oekraïne. Hoe groot is die missie van de Europese Unie eigenlijk en wat zijn de eerste resultaten?

De Maidan-revolutie van vorig jaar was primair een daad van protest tegen de grote politieke en economische problemen die de binnenlandse ontwikkelingen in Oekraïne sinds de onafhankelijkheid hebben gekenmerkt. Tegelijkertijd had de machtswisseling in Kiev al direct ook een buitenlandse politieke dimensie, omdat de aanleiding voor de revolutie — het is al eerder genoemd vandaag — het onder druk van Moskou genomen besluit was van de toenmalige president Janoekovitsj om het associatieakkoord met de EU niet te ondertekenen. Bij de keuze tussen Rusland en de EU die president Poetin Oekraïne daarmee opdrong, bleek de aantrekkingskracht, zeg maar de soft power, van de EU uiteindelijk sterker dan de machtspolitiek en de hard power van het Kremlin. Bij de nationale verkiezingen in oktober vorig jaar kregen de pro-Europese partijen de steun van 60% van de kiezers, onder wie ook etnisch Russische of Russischtalige Oekraïners. Daarmee heeft Poetin deze ronde in de strijd om de plaats van Oekraïne in de wereld verloren. De Krim is door Rusland geannexeerd en in Oost-Oekraïne kan ieder moment het conflict oplaaien, maar de hoofdprijs is hem ontgaan. Kiev en de rest van Oekraïne koersen richting Brussel en Washington, niet richting Moskou.

Wat heeft Poetin tot deze escalatie gebracht? Had hij niet tien jaar eerder verklaard: "Als Oekraïne lid wil worden van de EU, en de EU zou Oekraïne als lid aannemen, dan zou Rusland, denk ik, dit verwelkomen want wij hebben een bijzondere verhouding met Oekraïne." Dat leidt natuurlijk tot de vraag waarom de ondertekening door Oekraïne van een associatieakkoord met de EU, een veel minder vergaande stap dan lidmaatschap, dan leidde tot de ernstigste crisis in de verhouding van Rusland met het Westen sinds het einde van de Koude Oorlog. In formele zin beroept Rusland zich op het recht, dat het zichzelf via een besluit van de Doema heeft toegekend, tot militair ingrijpen ter bescherming van etnisch Russische en Russischtalige minderheden in andere landen. De noodzaak tot bescherming van de Russische minderheden was echter, simpel gezegd, een verzinsel. Al snel bleek dat er onder de etnisch Russische en Russischtalige Oekraïners veel minder steun was dan verwacht voor het Russische militaire ingrijpen in hun land. Zo zijn in grote steden als Charkov en Odessa, waar de bevolking in grote meerderheid Russischtalig is, de pogingen van Moskou mislukt om onrust en opstandjes op gang te brengen, als eventuele opstap naar een interventie zoals die in Donetsk en Loehansk. Daarmee is de legitimiteit van het Russische optreden ook in de termen die Moskou daarvoor zelf gebruikt, steeds duidelijker afwezig. Een breed gedragen verlangen bij de etnische Russen en Russischtaligen in Oekraïne naar bescherming vanuit Moskou is niet gebleken.

Een werkelijke reden voor het Russische militaire optreden is ongetwijfeld dat het voor de buitenlandse politiek van Poetin essentieel is dat Oekraïne toetreedt tot de Euraziatische Economische Unie, die de Russische overheersende invloed in de post-sovjet buurlanden zeker moet stellen en die zo ook een opstap vormt voor herstel van de positie van Rusland als grootmacht op het wereldtoneel. Naar mijn indruk is de belangrijkste reden voor woede van Poetin over de machtswisseling in Kiev toch de mogelijke consequenties voor zijn eigen regime, de bedreiging die een succesvolle, door een volksopstand afgedwongen koerswending naar het Westen in Oekraïne betekent voor de zittende macht in Rusland zelf. De heer Knapen heeft ook opmerkingen in die richting gemaakt.

De minister schrijft in zijn brief over Rusland van 13 mei jongstleden: "Omwentelingen waarbij de oproep om meer democratie leidde tot de afzetting van autocratische machthebbers, zoals die plaatsvonden in Georgië, Kirgizië, Oekraïne en Moldavië, worden door Moskou gepercipieerd als bedreiging van de stabiliteit in de gehele regio, maar vooral voor de stabiliteit in Rusland zelf." Voor de stabiliteit in Rusland zelf, ik deel die analyse. Het gaat bij de Oekraïne-crisis ook om het overleven van Poetins regime.

In dat opzicht is interessant dat recente opiniepeilingen in Rusland aangeven dat de houding ten opzichte van de Europese Unie en de Verenigde Staten in negatieve zin is gekanteld van een meerderheid positief tot een grote meerderheid negatief. Tegelijkertijd geven de opiniepeilingen echter aan dat nog steeds 40% van de Russische bevolking voorstander is van samenwerking met het Westen en 36% voorstander van het zich afwenden van het Westen. Daarmee lijkt er dus toch nog steeds, ondanks de huidige crisis, een basis te zijn voor een eventuele verbetering van de relatie met Rusland, op basis van grotere samenwerking. Voor de korte termijn zal echter het beleid moeten zijn een combinatie van dialoog en druk die de minister ook als richtlijn hanteert, zolang Rusland hoofdverantwoordelijk blijft voor de destabilisatie in Oost-Oekraïne.

Samenvattend kan mijn fractie goedkeuring van de associatieakkoorden ondersteunen op zowel principiële als praktische gronden. Ook de landen op het grondgebied van de voormalige Sovjet-Unie hebben recht op volledige onafhankelijkheid, zelfbeschikking en territoriale integriteit. Dat zijn grondbeginselen van het internationale recht. Deze akkoorden ondersteunen hen daarin.

Daarnaast gaat het ook om ons directe eigenbelang. Zoals de ramp met de MH17 heeft aangetoond, kunnen wij er niet van uitgaan dat de ontwikkelingen in Oost-Europa ons niet direct zullen raken. Onze eigen veiligheid en welvaart zijn gediend met stabiliteit en economische groei door middel van integratie in de Europese interne markt en met samenwerking en politieke associatie van de Oost-Europese landen met de Europese Unie, op basis van kernwaarden als democratie, rechtsstaat en mensenrechten.

De voorzitter:

Dank u wel, mijnheer Schaper. Ook u verzoek ik om nog even te blijven staan.

Mijn hartelijke gelukwensen met uw maidenspeech. Evenals de heer Knapen hebt u geschiedenis gestudeerd en hebt u een rijke schat aan ervaring op het gebied van internationale betrekkingen. Na uw studie werkte u als wetenschappelijk medewerker aan de Universiteit Leiden en bij het Nederlands Genootschap voor Internationale Zaken. In 1980 maakte u de overstap naar het ministerie van Buitenlandse Zaken, waar u een indrukwekkende loopbaan zou doorlopen. Eerst maakte u echter een korte uitstap naar het Binnenhof. U refereerde daar zelf al aan. U was van september 1981 tot september 1982 lid van de Tweede Kamer. Hier was u buitenlandwoordvoerder voor de D66-fractie.

Na uw terugkeer bij Buitenlandse Zaken was u achtereenvolgens afdelingshoofd, plaatsvervangend directeur Atlantische Samenwerking en Veiligheidszaken, directeur Europese Zaken, plaatsvervangend hoofd van de Permanente Vertegenwoordigingen bij de VN in New York en bij de NAVO in Brussel, directeur Veiligheidsbeleid en plaatsvervangend directeur Politieke Zaken. Tussen 2005 en 2013 was u Permanent Vertegenwoordiger bij de NAVO in Brussel en later bij de Verenigde Naties in New York. Vanaf september 2013 was u speciaal gezant van de minister van Buitenlandse Zaken voor de Nederlandse kandidatuur voor de Veiligheidsraad en Mensenrechtencommissie.

Sinds 1 september 2014 bekleedt u aan de Universiteit Leiden de Pieter Kooijmans leerstoel voor vrede, recht en veiligheid. Kooijmans was iemand die de unieke combinatie bezat van bevlogenheid, kennis van zaken en een goed oog voor resultaat. Hij zal ongetwijfeld een inspiratiebron voor u vormen, ook voor uw werk in de Eerste Kamer. Met uw brede maatschappelijke, diplomatieke en politieke ervaring zult u een interessante verdere bijdrage aan het werk van de Kamer leveren. Wij wensen u daarmee veel succes. Ik schors de vergadering om de collegae de gelegenheid te geven u geluk te wensen met uw maidenspeech.