Plenair Duthler bij behandeling Implementatie Opvang- en Procedurerichtlijn



Verslag van de vergadering van 7 juli 2015 (2014/2015 nr. 38)

Status: gerectificeerd

Aanvang: 14.41 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Duthler (VVD):

Mevrouw de voorzitter. Allereerst mijn hartelijke gelukwensen voor de collega's Van Weerdenburg en Stienen. Ik wens hen vooral heel veel succes en wijsheid toe in deze Kamer van reflectie.

Vandaag behandelen we een implementatiewetsvoorstel van twee Europese richtlijnen die in 2013 door het Europees Parlement en de Raad zijn vastgesteld, waaraan een paar jaren van onderhandeling voorafgingen. De wereld is in de afgelopen jaren behoorlijk veranderd. Het begon met de Arabische lente, die veelbelovend leek maar op een teleurstelling is uitgelopen. In de meeste Arabische landen is de revolutie omgeslagen in conflict of autoritair bestuur. We hebben te maken gekregen met politieke, sociale en economische instabiliteit in het Midden-Oosten en Noord-Afrika. Als gevolg van deze instabiliteit en de opkomst van IS zijn grote ongecontroleerde vluchtelingenstromen op gang gekomen. Iedere dag lezen we in de krant of op onze smartphone over bootjes met vluchtelingen en vluchtelingen die verdrinken in de Middellandse Zee, over groepen vluchtelingen die vrachtwagens bij Calais en Hoek van Holland onveilig maken of die de Kanaaltunnel binnendringen. In Europa worden de binnengrenzen weer opgetrokken. De VVD-fractie maakt zich grote zorgen over de sociale en politieke stabiliteit die hierdoor aangetast dreigen te worden. Volgens onze nationale veiligheidsstrategie gaat het hier om vitale belangen en behoeft dit onderwerp alleen al om die reden extra aandacht. Ten tijde van het tot stand komen van de Europese richtlijnen deed zich deze problematiek in deze omvang nog niet voor. Dat wil niet zeggen dat we de onderhavige implementatiewet niet op zijn eigen merites moeten beoordelen, maar de geschetste context is door de VVD-fractie daarbij wel uitdrukkelijk in ogenschouw genomen.

Een Europese richtlijn is een opdracht aan nationale lidstaten om de richtlijn te implementeren in nationale wetgeving. In dit geval voor 12 juli van dit jaar. Als dit wetsvoorstel wordt aangenomen vandaag — en dat is zeer waarschijnlijk — dan is de regering keurig op tijd. De VVD-fractie is van mening dat het migratievraagstuk op zijn minst een Europees vraagstuk is, dat verdergaat dan deze Procedure- en Opvangrichtlijn. De Europese Migratieagenda, die recent door de Europese Commissie is voorgesteld, zou antwoord moeten bieden op dat Europese migratievraagstuk.

De regering heeft aangegeven positief tegenover de Europese Migratieagenda te staan. Deze gaat uit van versterkte inzet op grensbewaking en ontwikkeling van asielbeleid in combinatie met capaciteitsopbouw en samenwerking met derde landen. Een belangrijk deel van de maatregelen die de Europese Migratieagenda voorstelt, is gericht op "het beperken van de instroom door het nemen van onmiddellijke maatregelen, en het volgen van een geïntegreerde aanpak waarbij instrumenten van zowel intern als extern beleid worden gecombineerd."

Kan de regering hier nog wat meer over zeggen dan deze vooral ambtelijk geformuleerde zinsnede? Deze klinkt veelbelovend, maar zegt nog zo weinig. Om welke onmiddellijke maatregelen gaat het? En om welke instrumenten van zowel intern als extern beleid?

Meer fascinerend zijn de volgende opmerkingen van de regering, namelijk dat de Commissie voornemens is om nadere richtsnoeren uit te werken om de normen voor asielprocedures te verbeteren en dat het kabinet deze richtsnoeren ziet als een geschikte manier om het gebruik van de huidige procedures te optimaliseren en nader te harmoniseren, gelet op de aanzienlijke verschillen die nog altijd tussen lidstaten bestaan bij de toepassing van die procedures. Maar de herziene Opvangrichtlijn en de Procedurerichtlijn waren toch juist bedoeld om die procedures te optimaliseren en te harmoniseren? Waar zitten die verschillen tussen de lidstaten dan in? En waar staat Nederland?

De regering geeft verder aan dat de Commissie voorstelt een brede discussie te starten over de toekomst van het Gemeenschappelijk Europees Asielstelsel en dat het kabinet deze discussie beschouwt als een goede gelegenheid om de duurzaamheid en bestendigheid van asielprocedures in Europa nader te evalueren. Eerlijk gezegd had mijn fractie wel wat meer ambitie verwacht van de regering. Is de regering bereid om het voortouw te nemen in de discussie in Europees verband en zo nodig maatregelen voor te stellen om vluchtelingen bijvoorbeeld veel meer in de regio op te vangen en de politieke vluchtelingen die naar Europa komen daadwerkelijk en zo goed mogelijk op te vangen? Die maatregelen zullen niet alleen moeten worden gezocht in de bestaande asielprocedures en het bestaande asielstelsel, maar zullen ook daarbuiten liggen.

Mevrouw Strik (GroenLinks):

Mevrouw Duthler spoort de regering aan om meer te doen, zodat er meer vluchtelingen worden opgevangen in de regio, als ik het goed begrijp. Is het haar bekend dat de overgrote meerderheid al in de regio wordt opgevangen en dat daar inmiddels juist zoveel problemen zijn, omdat zij met zovelen zijn? We hebben het dan over 95% van het aantal vluchtelingen wereldwijd.

Mevrouw Duthler (VVD):

Ik zei al dat er grote groepen ongecontroleerde vluchtelingenstromen op gang zijn gekomen. Dat weten we allemaal. Er zijn 50 miljoen mensen on the run, zoals dat heet, waarvan 1 miljoen alleen al in vluchtelingenkampen in Libië, die worden gerund door mensensmokkelaars. Het is een probleem van ongekende omvang, waarvan we weten dat we dat niet allemaal in Europa kunnen opvangen. Wat we ook weten, is dat die enorme groepen vluchtelingen leiden tot instabiliteit in economisch, sociaal en politiek opzicht. We moeten onze ogen daar niet voor sluiten. Daar moet wat aan gedaan worden. Ik nodig de regering uit om daarop een visie te ontwikkelen.

Mevrouw Strik (GroenLinks):

U vroeg of de regering ervoor wil zorgen dat er meer mensen in de regio worden opgevangen. U zegt dat zij nu allemaal naar Europa komen, maar mijn vraag is of u weet dat er slechts een heel klein percentage naar Europa reist en dat bijna iedereen al in die regio bivakkeert.

Mevrouw Duthler (VVD):

Dat heel kleine percentage is voor Europa nog steeds heel veel. Ik wil die vraag echter graag neerleggen bij de staatssecretaris. Misschien kan hij daar ook wat over zeggen, want hij is degene die echt inzicht heeft in de cijfers.

Mevrouw Strik (GroenLinks):

Mag ik dan nog een laatste vraag stellen?

De voorzitter:

Ja, een laatste vraag.

Mevrouw Strik (GroenLinks):

Bent u bekend met de problematiek van de opvang in de regio op dit moment? Weet u dat er aanhoudende grote voedseltekorten zijn, dat er gebrek is aan onderwijs, infrastructuur en eigenlijk aan alles?

Mevrouw Duthler (VVD):

Wat is uw vraag? Dit is gewoon een stelling.

Mevrouw Strik (GroenLinks):

Bent u daarmee bekend? Hoe verhoudt dit zich tot uw oproep dat er eigenlijk alleen nog maar vluchtelingen in die regio moeten worden opgevangen?

De voorzitter:

Ik verzoek u beiden om via de voorzitter te spreken.

Mevrouw Duthler (VVD):

Ik zie de vraag van mevrouw Strik vooral als een stelling. Ik heb via de voorzitter aan de staatssecretaris gevraagd om met cijfers te komen. De problematiek is enorm, zowel in de regio's als in Europa. Dat weten we. De VVD-fractie zegt dat we onze ogen daar niet voor moeten sluiten.

De voorzitter:

Gaat u verder, mevrouw Duthler.

Mevrouw Duthler (VVD):

Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Gelet op de omvang en aard van de vluchtelingenstromen en de consequenties daarvan voor de sociale en politieke stabiliteit in Europa en Nederland is de VVD-fractie van mening dat de bestaande procedures om de echte politieke asielzoekers uit deze stromen te filteren moeten worden aangepast. Het onderhavige wetsvoorstel is vooral een verfijning van de bestaande procedures. Is de regering bereid om de procedures te beoordelen op hun geschiktheid? Is de regering bereid om deze zo nodig te herzien en zich in Europa hiervoor hard te maken?

Dan heb ik nog een paar inhoudelijke vragen over het wetsvoorstel zelf. Verschillende fracties hebben vragen gesteld over het volledige en ex nunc-onderzoek naar zowel de feitelijke als de juridische gronden van het asielverzoek door de rechter. De staatssecretaris heeft in zijn memorie van antwoord onder meer aangegeven dat om de rechtbanken te faciliteren de motivering van de geloofwaardigheidsbeoordeling is versterkt. We hebben het dan over de zogeheten integrale geloofwaardigheidsbeoordeling. Andere fracties spraken daar al over. De staatssecretaris verwacht dat deze de noodzaak bij de rechtbank zal wegnemen om zelfstandig onderzoek te doen naar de geloofwaardigheid. Waarop baseert de staatssecretaris deze verwachting? Als de rechter toch een zelfstandig onderzoek meent te moeten doen, wat betekent dit dan voor de doorlooptijd van procedures en de kosten voor de rechtspraak?

De Raad voor de rechtspraak heeft aangegeven dat de totale effecten van de Procedurerichtlijn in 2015 6 miljoen euro bedragen en in 2016 12 miljoen euro. De rechtspraak kan deze kosten niet zelf opvangen. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft aangegeven dat de extra werklast van de Procedurerichtlijn ongeveer 4 miljoen euro zal bedragen per jaar. Zij verwacht namelijk vaker dan voorheen zittingen te moeten beleggen. Heeft zij daarbij rekening gehouden met de mogelijkheid van zelfstandig onderzoek naar de geloofwaardigheidsbeoordeling? Op welke instroom van asielzoekers zijn deze verwachtingen gebaseerd? Zijn deze getallen nog steeds realistisch? Het COA heeft te maken met een sterke toename van asielzoekers die het opvangt. Ook Duitsland heeft te maken met een exponentiële groei van de instroom van asielzoekers. Dit zijn slechts enkele voorbeelden.

De regering heeft aangegeven dat voor de extra kosten als gevolg van medisch onderzoek in 2017 een passende oplossing getroffen zal worden. De financiële middelen van de rechtspraak staan de laatste jaren al zo onder druk. Hoe voorkomt de regering dat deze niet verder onder druk komen te staan?

De VVD-fractie staat niet onwelwillend tegenover het wetsvoorstel. Wel verwacht zij van de regering meer ambitie op het bij dit wetsvoorstel horende en achterliggende vraagstuk waarvoor Europa en Nederland zich gesteld zien, namelijk de opvang van de ongecontroleerde vluchtelingenstromen die op gang zijn gekomen waarvan het einde nog lang niet in zicht is. De leden van de VVD-fractie zullen met veel belangstelling kennisnemen van de voornemens die de regering op dit vlak heeft en die verdergaan dan de regering schetste in haar memorie van antwoord van 22 juni jongstleden.

Ik zag collega Schrijver opstaan en dacht dat hij naar de interruptiemicrofoon liep, maar dat is niet het geval.

De voorzitter:

Dat houd ik in de gaten. Dank u wel, mevrouw Duthler.

Ik geef het woord aan mevrouw Wezel.