Plenair Lintmeijer bij voortzetting behandeling Publieke mediadienst



Verslag van de vergadering van 1 maart 2016 (2015/2016 nr. 21)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 12.20 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Lintmeijer i (GroenLinks):

Voorzitter. In mijn eerste termijn heb ik namens de fractie van GroenLinks een aantal hoofdpunten benoemd, die voor ons zwaar wegen bij ons oordeel over de Mediawet. De reactie daarop van de staatssecretaris, heb ik toen gezegd, zal bepalend zijn voor ons uiteindelijke oordeel. In deze tweede termijn bekijken wij of de antwoorden van de staatssecretaris, waarvoor overigens dank, ver genoeg in onze richting komen.

Ik begin op lokaal en regionaal niveau. Onze fractie heeft haar zorgen geuit over het steeds meer ontbreken van onafhankelijke media die de lokale politiek kritisch kunnen volgen. Veel lokale omroepen leiden een marginaal bestaan, kranten en dagbladen zien hun lezersbestand afkalven. Vanuit de stelselverantwoordelijkheid van het Rijk voor de gehele publieke omroep hebben wij de staatssecretaris gevraagd initiatieven te nemen om tot een beter draagvlak voor de lokale omroep te komen. Ik dank de staatssecretaris voor zijn toezegging in het debat van 2 februari om ons nog in deze regeerperiode op de hoogte te brengen van de uitslag van het onderzoek van het Commissariaat voor de Media naar de bekostiging van de lokale omroep. We zijn natuurlijk niet alleen benieuwd naar de uitkomsten, maar vooral ook naar de reactie van het kabinet daarop. De inzet van mijn fractie is dat we het financiële draagvlak voor de lokale omroep verstevigen en dat we initiatieven voor samenwerking in sterke streekomroepen steunen.

Veel fracties hebben hun zorgen geuit over de financiële situatie bij de regionale omroepen nu de RPO-vorming vertraagt en het kabinet toch de bezuinigingen van 17 miljoen in 2017 wil realiseren. Mijn fractie vroeg en vraagt een ruimhartige bijdrage van de staatssecretaris aan de frictiekosten. De formulering in de brief van 12 februari om eventuele frictiekosten op te vangen binnen wat redelijkerwijs mogelijk is, vindt mijn fractie wel erg voorzichtig. Wij zouden liever spreken van wat redelijkerwijs noodzakelijk is. Daarbij sluiten we ook meer aan bij de mondelinge toezegging in het debat, waar de staatssecretaris nog sprak van het opvangen van de frictiekosten. Graag een reactie hierop.

In mijn bijdrage heeft mijn fractie ook gewezen op de redactionele onafhankelijkheid van de regionale redacties. Wij willen graag een toezegging dat in het wetsvoorstel dat later dit jaar komt over de regionale omroepen de redactionele onafhankelijkheid van de redacties geregeld wordt, bijvoorbeeld door het wettelijk vastleggen van het instellen van een redactiestatuut. Op dit punt heeft mijn fractie nog geen helder standpunt van de staatssecretaris gehoord.

GroenLinks heeft een scherp punt gemaakt van de governance. Het is in onze optiek immers bij uitstek een taak van de Eerste Kamer om erop toe te zien dat er voldoende afstand is tussen politiek en media, zoals de Grondwet en het EVRM dat ook bedoelen. Nu de NPO gaat sturen in plaats van coördineren en stevige inhoudelijke kaders kan stellen, zijn extra stappen nodig om de politiek op afstand te zetten. Het langjarige patroon van politiek ogende benoemingen bij voorheen de NOS en nu de NPO willen doorbreken om elke schijn te vermijden.

De staatssecretaris heeft inmiddels toegezegd zich niet meer te bemoeien met de benoemingen van de raad van bestuur van de NPO en een brede verkenning te willen doen naar het benoemingenbeleid bij NOS, NTR, NPO, RPO en Commissariaat voor de Media; wat een hoop afkortingen. Het eerste is een goede stap. Het tweede vinden wij prima. Maar zo’n verkenning kan natuurlijk nog alle kanten opgaan. Wij waarderen het dat de staatsecretaris aangeeft dat zijn streven ook gericht is op openheid en transparantie bij alle benoemingen bij toezichthouders en bestuurders in deze instellingen. Dat is heel mooi. Maar wij willen die extra stappen nu zetten. Laat ik het maar duidelijk zeggen: voor de benoemingen in zowel de raad van bestuur als in de raad van toezicht bij de NPO en de RPO willen wij nu boter bij de vis. Als de NPO gaat sturen in plaats van coördineren moet de politiek op zo groot mogelijke afstand staan.

Ik heb beloofd in deze tweede termijn ook inhoudelijk op het hoe terug te komen. Mijn fractie wil een bindende voordracht van een onafhankelijke benoemingscommissie, die niet door de minister of staatssecretaris wordt ingesteld, maar door de organisaties zelf. Die benoemingscommissie moet aan de slag gaan op basis van vastgestelde profielen, die niet worden voorgekookt op het ministerie. Daarbij willen wij ook een rol voor het door ons voorgestelde klantenpanel, dat het bestuur van de NPO van advies kan dienen over de manier waarop de samenleving gerepresenteerd wordt in het publieke bestel. Dat breed samengestelde panel, dat de samenleving in al zijn veelzijdigheid kan representeren, een soort maatschappelijke adviesraad, willen wij in het leven roepen om ook in de praktijk de diversiteit van het publieke bestel te borgen.

In onze eerste termijn heeft mijn fractie nadrukkelijk stilgestaan bij het belang van diversiteit binnen de NPO in haar kaderstellende rol als ook binnen de organisatie zelf. Zo'n adviesraad kan daar een belangrijke rol in vervullen. Een rol bij het benoemen van toezichthouders en bestuurders is daar wat ons betreft een belangrijk, maar niet uitsluitend onderdeel van. De antwoorden van de staatssecretaris op deze onderdelen vinden wij tot nog toe niet voldoende. We zien graag betekenisvolle stappen in onze richting.

Veel is gezegd en gesproken over de duiding van artikel 2.88, en de checks-and-balances tussen NPO en omroepen. Mijn fractie wil helderheid hierover, geregeld in de wet, in navolging van wat de fractie van de ChristenUnie hierover zei. De NPO stelt kaders op, de omroepen zijn autonoom in de redactionele uitwerking daarvan. Als de wet helder is, kan Hilversum zelf de werkwijze invullen, maar dan moeten onze eigen wettelijke kaders geen ruimte laten voor misverstanden. Enige dubbelzinnigheid is helaas ontstaan doordat na het debat in de Tweede Kamer steeds net andere interpretaties op tafel kwamen. Daar willen wij van af. Wij willen graag van de staatssecretaris weten hoe hij gaat zorgen voor duidelijkheid in de wet en hoe hij de dubbelzinnigheden zal voorkomen.

Tot slot. Een van de fundamenten van de nieuwe wet is dat het bestel meer open gaat voor initiatieven van externe producenten. Dat juichen wij toe als die openstelling leidt tot een nog diverser en veelkleuriger aanbod van kwaliteitsprogramma's. In het debat hebben wij onze zorgen geuit dat, gezien de schaalvergroting in het bredere medialandschap, grote, vaak internationale spelers, gemakkelijk het aanbod gaan overheersen. Het antwoord van de staatssecretaris willen wij op dit punt ook graag wat scherper en daarbij sluit mijn fractie ook aan bij de opmerkingen die mevrouw Bikker heeft gemaakt over de geoormerkte gelden voor levensbeschouwelijke programma's. Wij zien graag dat deze budgetten geoormerkt blijven en bij voorkeur worden benut door kleinere onafhankelijke producenten.

Mijn fractie ziet uit naar de tweede termijn van de staatssecretaris en zal zijn antwoorden zorgvuldig meewegen in haar eindoordeel over deze wet.