Plenair Kops bij behandeling Versterking bestuurskracht onderwijsinstellingen



Verslag van de vergadering van 7 juni 2016 (2015/2016 nr. 33)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 16.25 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Kops (PVV):

Voorzitter. De bedoeling van dit wetsvoorstel is dat er in het onderwijs goede bestuurders worden benoemd, bestuurders van goede kwaliteit. Doordat de benoemingsprocedure momenteel te weinig open en transparant zou zijn, is het mogelijk dat er nu benoemingen plaatsvinden op basis van andere criteria dan louter deskundigheid en geschiktheid. Er vinden mogelijk benoemingen plaats op basis van het in de memorie van toelichting genoemde old boys network. In die toelichting wordt bovendien aangegeven dat er bij benoemingen onvoldoende oog zou zijn voor diversiteit.

De oplossing voor het doorbreken van het old boys network, zo beoogt althans het wetsvoorstel, is onder andere de maatregel dat de werving en selectie van bestuurders moeten plaatsvinden op basis van vooraf openbaar gemaakte profielschetsen, waardoor voor derden inzichtelijk wordt of die benoemingen daadwerkelijk op basis van deskundigheid hebben plaatsgevonden.

Ten eerste. Op basis van welke criteria vinden benoemingen zoal plaats in de gevallen waarin deskundigheid en geschiktheid inderdaad geen rol hebben gespeeld? Dat gebeurt dan op basis van het old boys network, maar wat houdt dat zoal in? Dienen de te benoemen bestuurders wellicht geen enkel verstand te hebben van financiën, boekhouding en dergelijke, zodat ze er bij de instelling één grote financiële puinhoop van kunnen maken? Gelden zulke criteria wellicht? Waaraan kunnen we denken? Wat bindt eigenlijk degenen die deel uitmaken van dat old boys network? Zijn het de boys die elkaar de baantjes toeschuiven, die GroenLinksige boys met hun afkeer voor het zogeheten economisme? Zijn het de onderwijsboys die aldus denken: "ach, we doen gewoon maar en wat het kost, dat zien we later wel"? Graag een reactie.

Ten tweede. Wat wordt er bedoeld met "onvoldoende oog voor diversiteit"? Wordt daarmee bedoeld dat schoolbesturen momenteel allemaal één pot nat zijn? Dat zij niet zelden lijden aan politieke correctheid, dat zij niet zelden houden van linksig multicultigeknuffel en dat vooral op de leerlingen en studenten wensen over te brengen? Als dat zo is, dan is het een goed idee om daar verandering in aan te brengen. Of wordt er wellicht een andere vorm van diversiteit bedoeld? Even een praktijkvoorbeeld van linksig, falend schoolbestuur. Openbare basisschool De Wiekslag te Amersfoort is een school die zichzelf wereldschool noemt. Nou ja, klaarblijkelijk is daar de hele wereld welkom. Dat klinkt natuurlijk leuk en aardig, behalve voor moeders die van vrijheid houden. Wat was daar het geval? Nog geen week geleden — het is een vrij actueel voorbeeld — werd bekend dat een moeder, oorspronkelijk afkomstig uit Tunesië, getrouwd met een Nederlander, volledig geïntegreerd, op het schoolplein door een Somalische vrouw is aangevallen en is uitgemaakt voor — en dan ga ik citeren, voorzitter; ik benadruk dat het niet mijn woorden zijn — "vieze ongelovige hoer met je hoerige minirok". Enfin, het betreft hier natuurlijk volledig islamconforme verwensingen. Vervolgens ontstond er een handgemeen.

En dan, wat is er gebeurd? Wat heeft het schoolbestuur gedaan? Heeft het de Somalische vrouw wellicht aangesproken op haar gedrag en gewezen op de Nederlandse normen, waarden, tradities, vrijheden? Nee, natuurlijk niet! Het falende schoolbestuur maakt zich zorgen om de eigen reputatie en probeert de kwestie in de doofpot te stoppen. De uitgescholden en aangevallen vrouw krijgt het advies om vooral geen aangifte te doen, om zodoende de rust te bewaren. Bovendien ontving zij een brief van het schoolbestuur, waarin staat dat zij zich aan strafbare feiten zou hebben schuldig gemaakt en dat zij de reputatie van de school heeft geschaad. Op dreigende toon wordt de vrouw ertoe bewogen dergelijke confrontaties uit de weg te gaan en zich dus als een dhimmi te gedragen.

De heer Ganzevoort (GroenLinks):

Wij kennen de obsessie van de heer Kops, dus ik zal daar niet op ingaan.

De heer Kops (PVV):

Mooi!

De heer Ganzevoort (GroenLinks):

Maar ik ben wel benieuwd waar de relatie ligt met bestuurskracht, met medezeggenschap en dergelijke. Zodra de heer Kops weer over dat onderwerp praat, zal mijn aandacht groot zijn.

De heer Kops (PVV):

Dat wilde ik net gaan vertellen. Ik kan mij ook wel voorstellen dat de heer Ganzevoort deze interruptie pleegt. Ik probeer hier namens de PVV-fractie problemen aan te kaarten die heersen in onderwijsland, maar die door geen enkele andere partij hier worden benoemd. Ik kan mij dus voorstellen dat de heer Ganzevoort die interruptie pleegt, maar goed: hier is dus sprake van een falend schoolbestuur dat er alles aan doet om islamgerelateerde problemen onder het tapijt te vegen. Deelt de minister de mening dat de betreffende bestuurders allesbehalve op basis van het criterium deskundigheid zijn benoemd? Doet het voorliggende wetsvoorstel wellicht ook iets aan deze situaties? Het zou althans tijd worden. Komt op de in het vervolg vooraf openbaar te maken profielen voor bestuurders als vereiste ook te staan: "geen dhimmigedrag"? Graag een reactie.

Tot op het hoogste niveau is de onderwijssector gepolitiseerd. Er staan bestuurders aan het roer die zich niet bekommeren om het verzorgen van goed onderwijs, maar om het verspreiden van hun eigen politieke boodschap, niet zelden vermomd als educatief. Wederom speciaal voor de heer Ganzevoort een praktijkvoorbeeld. Dat is altijd leuk. Enkele jaren geleden stelde de toenmalige rector magnificus Kortmann van de Radboud Universiteit dat de huidige top er niet in is geslaagd, een alternatief te bieden voor populistische partijen. Wie voelt zich aangesproken? Hij zei dat Nederland meer dan ooit een nieuwe universitaire elite nodig heeft, die Nederland net als vroeger bij de hand neemt om problemen op te lossen, en wel om — ja, ja — het populisme van Geert Wilders en de onzekerheid die dat oproept, een halt toe te roepen. Volgens Kortman is het de taak van de Radboud Universiteit om de studenten, de bovenlaag van straks, te wapenen voor het maatschappelijk debat tegen de populisten. Dat zijn nogal wat woorden, maar gezien de peilingen wil het niet zo lukken.

Maar goed, voorzitter, zie hier het wetenschappelijk onderwijs. Deelt de minister de mening dat het onderwijs tot op het hoogste niveau gepolitiseerd is en dat dat kwalijk is? Gaat het wetsvoorstel daar wellicht ook wat aan doen? Komt er op de vooraf openbaar te maken profielen voor bestuurders als vereiste ook te staan: "geen politiek"? U ziet wat ik hier probeer duidelijk te maken: wat wanbestuur binnen het onderwijs betreft, blijft het niet alleen bij financiële wantoestanden, die uiteraard al ernstig genoeg zijn. Heel concreet maken de problemen in onderwijsland — denk aan financiële toestanden en politieke correctheid — deel uit van een groter, overkoepelend mentaliteitsprobleem of cultuurprobleem. Het is naïef om te denken dat vooraf openbaargemaakte benoemingsprofielen en een beetje meer medezeggenschap dat probleem gaan oplossen. Dat gaat gewoon niet gebeuren. Het onderwijs heeft geen gebrek aan medezeggenschap. Het onderwijs heeft een gebrek aan mentaliteit. Het heeft een gebrek aan bescheiden, dienstbare bestuurders, die zich vol overgave bezighouden met onderwijs en niet met politiek. Daar is een gebrek aan.

Hoe worden mensen en bestuurders dienstbaar en bescheiden? Ze worden dat niet als zij er een grote financiële puinhoop van kunnen maken en daar vervolgens mee kunnen wegkomen. Ze worden dat wanneer zij — bestuurders, toezichthouders — allen persoonlijk, hoofdelijk aansprakelijk kunnen worden gesteld. In de Tweede Kamer is hier al over gesproken. De PVV-fractie daar heeft hier al meermaals voor gepleit. Hoofdelijke aansprakelijkheid voor aantoonbaar financieel en bestuurlijk falen zal leiden tot reflectie, voorzichtigheid en bescheidenheid. Dat zal wanbestuur uiteindelijk tegengaan, in tegenstelling tot een feelgood wetsvoorstel zoals dat hier ligt. Kan de minister in reactie hierop nog eens aangeven waarom haar wetsvoorstel vooral geen wassen neus is en vooral geen doekje voor het bloeden?