Plenair Schouwenaar bij behandeling Afschaffen mogelijkheid van lijstencombinaties



Verslag van de vergadering van 20 juni 2017 (2016/2017 nr. 32)

Status: ongecorrigeerd

Aanvang: 16.31 uur

Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Schouwenaar i (VVD):

Voorzitter. Er is veel gezegd over kleinere en grotere partijen. Ik wijs erop dat de VVD binnen de EU zelfs de kleinste grootste partij is. Het aloude gezegde "quisque sibi proximus" gaat, althans bij deze discussie, voor de VVD niet op.

De discussie ging voor een belangrijk deel over de kwestie of het systeem van grootste gemiddelden of van grootste overschotten het beste is. Als er verbetering mogelijk is, dan willen wij graag ons steentje bijdragen om daarnaar te zoeken. De minister verbond daar de conclusie aan dat wij dan ook de bereidheid zouden hebben om dit voorstel aan te houden, maar dat laatste is niet juist. Wij vinden ook dat deze kwestie niet alleen kán worden aangepakt, maar ook móet worden aangepakt. Het is een apart probleem dat losstaat van de restzetelverdeling via het systeem van de grootste overschotten of de grootste gemiddelden. Het gaat om het euvel — ik hoop dat dit neutraal genoeg is — dat je met minder stemmen meer zetels kunt behalen. Enkele sprekers hebben zich verplaatst in de positie van de kiezer en wat voor de kiezer duidelijk of onduidelijk zou zijn. Het lijkt mij heel moeilijk om de kiezer uit te leggen dat je meer zetels met minder stemmen kunt krijgen. Dat moet je dan uitleggen aan de hand van de lijstencombinatie en de mogelijke compensatie bij de verdeling van raadszetels. Ik vrees echter dat de kiezer dat niet aanstonds zal begrijpen, terwijl de hoofdregel "meer stemmen is meer zetels, minder stemmen is minder zetels" voor iedereen duidelijk is. Dat is de hoofdregel. In mijn ogen is dat de essentie van dit voorstel. Ik heb de minister gevraagd of hij dat principe, die hoofdregel onderschrijft. Ik heb uit zijn antwoord begrepen dat hij zich beroept op de Raad van State, maar ik vind dat, met alle respect voor de Raad van State, geen dragend argument. Heeft de minister nog meer argumenten? Ik hoop het niet, want dan zou ik mijn principe moeten laten varen. Ik bied de minister echter graag die kans.