Plenair Van Apeldoorn bij voortzetting Algemene financiële beschouwingen



Verslag van de vergadering van 20 november 2018 (2018/2019 nr. 8)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 22.05 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Van Apeldoorn i (SP):

Voorzitter, dank. Ik dank de minister en de staatssecretaris voor hun beantwoording, al moet ik zeggen dat een aantal vragen onbeantwoord is gebleven. Ik moet ook constateren dat de uitgestoken hand is uitgebleven en dat dit kabinet blijft vasthouden aan een visie die ons inziens leidt tot een race naar de bodem. Tegelijkertijd investeert het kabinet nog steeds te weinig in mensen en in een publieke sector die droogkookt. De minister heeft in zijn beantwoording gesteld dat het kabinet al heel erg veel doet. Wat ons betreft is dat nog niet het begin van wat nodig is om na de kaasschaaf van de miljardenbezuinigingen in de voorbije jaren een inhaalslag te maken.

Ik blijf er ook bij dat dat een politieke keuze is, die losstaat van het begrotingsbeleid en de houdbaarheid van de overheidsfinanciën. Kies je in investeren in mensen? Of kies je ervoor om geld weg te geven aan het bedrijfsleven door met de verdere verlaging van het Vpb-tarief voorop te lopen in de race naar de bodem?

Nog even ter correctie: de minister zei dat de SP andere keuzes maakt en dat die slecht zijn voor de overheidsfinanciën. In de tegenbegroting die door mijn partij samen met GroenLinks en de PvdA in de Tweede Kamer is ingediend, komen wij per saldo op hetzelfde uit. Wij komen ook op nul uit. In de doorberekening van het CPB van het verkiezingsprogramma van de SP kwamen wij uit op een lager EMU-saldo, uitgerekend als percentage van het bnp per 2021, dan in bijvoorbeeld het verkiezingsprogramma van het CDA. Dit even ter informatie.

We zullen het niet eens worden over de race naar de bodem. Die is naar de mening van mijn fractie wel degelijk ingezet. Daar komen we denk ik nog uitgebreid op terug bij de behandeling van het Belastingplan.

Over de tweedeling en ongelijkheid constateer ik dat noch de minister, noch de staatssecretaris is ingegaan op onze vragen over de vermogensongelijkheid en of men het eens of oneens is met driekwart van de bevolking. Die heeft in een onderzoek aangegeven dat men de vermogensverdeling veel gelijker zou willen zien. Ik hoor daarop graag een reactie. Vinden de minister en de staatssecretaris het normaal dat 20% van de Nederlandse bevolking 81% van het vermogen bezit?

Ik moet de minister complimenteren voor zijn consistentie. In de Miljoenennota kwam het woord "armoede" maar vier keer voor. Ook in zijn beantwoording heeft hij daar heel weinig over gezegd. Volgens mij is hij helemaal niet ingegaan op onze vragen over de toename van het aantal werkende armen en over het blijvend hoge aantal arme kinderen in Nederland. Dat zeg ik ook in relatie tot onze motie, die nog steeds niet is uitgevoerd.

Ik zie wel dat er enige beweging is en dat er onderzoek komt naar de woningmarkt en de tweedeling daar. Er wordt verwezen naar een rapport. Over de sociale huurwoningen en de problemen waar woningcorporaties zich voor gesteld zien in hun mogelijkheden om voldoende te investeren, vind ik de beantwoording hier toch nog onbevredigend. De staatssecretaris stelt dat het technisch-juridisch moeilijk ligt om een uitzondering te maken ten aanzien van de beperking van de renteaftrek. We zouden dat natuurlijk ook kunnen compenseren met een verlaging van de verhuurderheffing voor 300 miljoen euro. Er zijn andere manieren om dat op te vangen. Daarom dien ik de volgende motie in.

De voorzitter:

Door de leden Van Apeldoorn, Postema, Binnema, Nagel, Ten Hoeve en Köhler wordt de volgende motie voorgesteld:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de verhuurderheffing en de voorgenomen hogere vennootschapsbelasting als gevolg van de beperking van de renteaftrek een zodanige last op de woningcorporaties leggen dat dreigt dat veel corporaties onvoldoende investeringsruimte overhouden om de afgesproken programma's voor nieuwbouw en verduurzaming te realiseren;

verzoekt de regering om ruim voor het uitbrengen van de voorstellen voor het Belastingplan 2020 te onderzoeken of de totale belastingdruk voor de woningcorporaties de afgesproken investeringen in de nieuwbouw van sociale huurwoningen en de verduurzaming van de bestaande sociale huurwoningen in de weg staat en zo nodig met mitigerende maatregelen te komen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt letter I (35000).

De heer Van Apeldoorn (SP):

Helemaal tot slot: wij constateren met vreugde dat de zorgen over het feit dat de pensioenen al heel lang niet geïndexeerd zijn breed in deze Kamer worden gedeeld. Ook wordt breed de analyse gedeeld dat dit mogelijk te maken heeft met de rekenrente. In antwoord op dit punt richting collega Van Strien zei de minister dat de fondsen over de indexatie gaan. Het punt is natuurlijk juist dat zij niet kunnen indexeren vanwege de rekenrente. Daar gaat volgens mij de minister over. In het licht van die beraadslaging dien ik de volgende motie in.

De voorzitter:

Door de leden Van Apeldoorn, Nagel, Ten Hoeve, Kox, Van Strien, Wezel en Köhler wordt de volgende motie voorgesteld:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de pensioenen door het al tien jaar niet indexeren ervan 15% aan koopkracht hebben verloren;

overwegende dat de huidige regels voor de rekenrente en de benodigde buffers het indexeren van de pensioenen in de weg staan;

verzoekt de regering om bij het overleg over een nieuw pensioenstelsel de nodige flexibiliteit te tonen aangaande de rekenrente en de benodigde buffers, opdat in de komende jaren de indexatie van pensioenen weer mogelijk wordt,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt letter J (35000).

De heer Van Apeldoorn (SP):

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Van Apeldoorn. Ik geef het woord aan de heer Van Kesteren. U heeft een onwaarschijnlijk aantal van veertien minuten, meneer Van Kesteren.