Plenair Backer bij verkiezing Voorzitter



Verslag van de vergadering van 2 juli 2019 (2018/2019 nr. 37)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 14.48 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Backer (D66):

Voorzitter. Ik zal proberen de vragen te beantwoorden in de volgorde waarin ze zijn gesteld.

Mevrouw Rookmaker vroeg mij namens Forum om afstand te nemen van een uitspraak. Nu zou ik haar eigenlijk meteen willen voorhouden dat wij dit in deze Kamer niet aan elkaar moeten vragen, omdat wij als Kamer ons eigen wetgevingsprogramma hebben. Er worden aan de overzijde door bevriende politici en anderen allerlei uitspraken gedaan, maar hier gaat het om ons eigen werk, onze eigen intentie en hoe wij ons tot elkaar verhouden. Tot de fractie van Forum voor Democratie, qua kiezers de grootste fractie in dit huis, verhoud ik mij als volgt: wij gaan constructief samenwerken. Zo heb ik dat de afgelopen weken ook moeten doen. Ik heb geen oordeel over de inhoud van uw programma. Als Voorzitter probeer ik alle partijen de ruimte te geven. Daar past geen afstand nemen en daar past ook geen omhelzing. Ik denk dat dat de situatie is. Iedereen is mij even lief.

Hiermee kom ik op de vragen van de heer Rosenmöller. Natuurlijk heb ik politieke voorkeuren en is in mijn eigen politieke hart niet iedereen mij even lief; in deze functie wel, anders functioneert het niet. Dat heb ik hier de afgelopen weken gezien en kunnen ervaren. U vroeg naar de onafhankelijkheid en de oppositie versus de coalitie. Dat ligt toch veel genuanceerder dan het ons altijd wordt voorgesteld. Er zijn namelijk ook initiatiefwetten. Verder heb ik vaak genoeg meegemaakt dat collega's aan de overkant voor het coalitieakkoord hadden getekend en een wetsvoorstel hadden gesteund en wij daar hier toch anders over dachten. Ik heb zelf in een fractie gezeten die in de eerste vier jaar collega's in de oppositie had en vervolgens in de constructieve oppositie. Nu vormen de collega's een regeringsfractie. En in al die drie situaties kunnen we werken met verschillende meerderheden. De manier van werken is hier dat als je begint met een inhoud, er later een politieke afweging komt. Ik heb in verschillende debatten uiteindelijk andere standpunten ingenomen dan mijn collega's aan de overkant, ook soms als het ertoe deed. Dat deed ik dus niet alleen als het veilig was, maar ook als het beslissend kon zijn.

Er zit ook een andere kant aan. Wij weten namelijk allemaal dat in de procedure ook politiek kan zitten. Wij moeten elkaar daarin fair behandelen. Ook degenen die gelieerd zijn met de oppositie aan de overkant, moeten zich realiseren dat hier uiteindelijk wetgeving moet worden gemaakt. We moeten dus niet in de procedurele kant oplossingen zoeken om iets te blokkeren. We hebben heel goede voorbeelden van vraagstukken waarbij we dat altijd weten te overkomen. Die vraagstukken staan soms op de agenda en dan weten we elkaar altijd te vinden.

"Ondervoorzitter?", vroeg mevrouw Bredenoort. Nee. Ik heb dat vier jaar gedaan; dat is mooi geweest. Ik ben nu kandidaat voor dit voorzitterschap. Iedereen heeft de moed van ons kandidaten geprezen om ons beschikbaar te stellen. Ja, als je dat niet durft, ben je ook geen Voorzitter.

Over de andere functies. Ik heb hier een jaar lang in loondienst gewerkt. Ik heb dat als moeilijk ervaren, omdat er dan toch een hiërarchische verhouding is, ook in de tijdsindeling. Sinds 2012 ben ik zelfstandig en dat bevalt me uiterst goed. En daarom kan ik ook de beschikbaarheid hebben die ik heb.

Mevrouw Vos vroeg naar het belang van continuïteit. Ik denk dat er twee elementen in zitten, ten eerste het procedurele, dus hoe dingen gaan. Het is fijn als je weet hoe het gaat, zeker als Voorzitter, en welke varianten zich in het debat kunnen voordoen: orde, moties, interventies. Ten tweede heb je het inhoudelijke element. We hebben vanochtend weer het AOW-debat gehad. Ik moet me dan betrachten om niet iets inhoudelijks te zeggen, terwijl ik zelf een AOW-debat en een pensioendebat heb gevoerd, ook over de rekenrente en al die dingen meer. Het helpt als je inhoudelijk begrijpt waar een aantal onderwerpen overgaat. Ik heb hier een heleboel onderwerpen behandeld, maar treed daar niet in. U hebt allen ervaring als voorzitter. Het helpt gewoon als je weet waar het onderwerp over gaat.

Maar de rol van de Voorzitter is het bewaken van de onafhankelijkheid en de continuïteit. En van de integriteit, in antwoord op een vraag van mevrouw Faber hierover. We hebben samen in de Tijdelijke commissie integriteit gezeten, we hebben ook allerlei varianten de revue laten passeren, dat wordt werkende weg gedaan. In de komende periode zal de Voorzitter daarin een belangrijke rol hebben, als het gaat om de adviesfunctie en de HC. Daarin moet hij pal staan voor integriteit, maar hij zal ook pal moeten staan voor de ingewikkelde afwegingen die gemaakt worden. Want vaak zijn er al berichten in de pers en dan is het volgens de media al helemaal mis. Dat hoeft in de praktijk helemaal niet zo te zijn, als je het uitwerkt.

Dan de HC en de ondervoorzitters. Mag ik er één ding over zeggen: ik hoop wel dat het een naar alle maatstaven divers samengestelde Huishoudelijke Commissie gaat worden. De SP vroeg naar spotlights en onbesproken gedrag. We hebben in onze eigen politieke vereniging een procedure: als je je kandideert voor een dergelijke functie moet je daarvoor zeer uitgebreid je hele doopceel lichten. Dat heb ik ook gedaan. We hebben alles weer bekeken: zijn er dingen waarop je mogelijk kunt worden bekritiseerd? Die zijn er niet, die zijn er niet.

De tijdelijke voorzitter:

Wilt u afronden?

De heer Backer (D66):

Ja, ik ga afronden. Aan de renovatie zou ik apart vijf minuten kunnen wijden. Dan zou ik de vraag van mevrouw Faber kunnen beantwoorden. Fasering is, denk ik, nu niet meer aan de orde. We zullen het zien, we zijn het zelf eens geworden over het voorlopige ontwerp, maar er komen nog een heleboel fases. Dus ik denk dat wij de gelegenheid krijgen om dat onderwerp nog te bespreken. Dat geldt ook voor de uitvoering van de motie. Of een motie wordt uitgevoerd, is uiteindelijk aan de Kamer en in dit geval ook de regering. De sanctie op het niet-uitvoeren komt weer hier terug. Wat gaan wij dan doen?

Voorzitter. Ik moet afronden. De vraag van mevrouw Bikker kan ik niet laten liggen, als u mij toestaat. Dan geeft u de anderen ook nog een minuut extra.

De tijdelijke voorzitter:

Ja, dat kunnen we afspreken.

De heer Backer (D66):

Geef ik u nog een advies!

De tijdelijke voorzitter:

Maar dan moet u wel snel zijn!

De heer Backer (D66):

Wat kan beter? Ik denk dat wij het kennispotentieel in de samenleving veel beter kunnen benutten. Er zijn kennisinstituten, universiteiten, die wij veel dichter bij ons kunnen halen om daaruit te putten. Ik denk dat we de Europese wetgeving niet goed genoeg doen. Daar kunnen we verbetering in aanbrengen. Ik vind dat we de uitvoerbaarheidstoets beter kunnen doen, en ik denk — reagerend op de vraag van de heer Gerbrandy — dat wij de banden met de provincies ontzettend verwaarlozen. De vorige Voorzitter had plannen om in diverse provinciehuizen te gaan vergaderen. Misschien kunnen we dat doen als we tijdelijk behuisd zijn. In ieder geval wil ik als Voorzitter in elk geval één keer op bezoek bij elke provincie.

Dank u wel.

De tijdelijke voorzitter:

Dank u wel, meneer Backer. Dat betekent dat de volgende sprekers ook wat ruimer de tijd krijgen, maar niet ruim. Meneer Beukering, u hebt het woord.