Plenair Kox bij Voortzetting Algemene politieke beschouwingen



Verslag van de vergadering van 29 oktober 2019 (2019/2020 nr. 4)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 15.41 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Kox i (SP):

Voorzitter. Ik feliciteer de collega-fractievoorzitters met hun maidenspeech, de staatssecretaris met zijn verjaardag, het kabinet dat al halfweg is — half op weg van de termijn, bedoel ik, zo erg is het ook weer niet — en de minister-president dat hij aan het tiende jaar van zijn minister-presidentschap begonnen is. We waren er samen bij — het is maar een herinnering — hoe het begon met het CDA en, jawel, de PVV. Daarna stapte de minister-president over naar de Partij van de Arbeid, vervolgens deed hij aanzoeken aan de ChristenUnie, het CDA en D66 en nu zit hij hier in deze Kamer, goedlachs als altijd, in de wetenschap dat hij weer nieuwe vrienden zal moeten vinden om zijn beleid tot een goed einde te brengen. Mij benieuwt het of de minister-president op zoek gaat naar min of meer vaste verkering of dat hij de onenightstand prefereert. We zullen het gaan zien.

Hoe dan ook, voorzitter, vandaag bespreken we de plannen van de regering. Besluiten doen we later bij de afzonderlijke begrotingshoofdstukken en het Belastingplan. Wil de regering hier haar wil tot wet maken, zal ze heel wat fracties moeten meekrijgen. Dat gold al langer en geldt zeker in onze nieuwe samenstelling. Daar is eigenlijk ook niks mee, meneer de voorzitter. De Eerste Kamer is er immers niet zozeer om het goede te stichten, daarvoor hebben we de Tweede Kamer, maar om het slechte te voorkomen. Zo zei een wijs voorganger van deze minister-president het al in 1848. Hier moet voor elke fractie gelden: wat goed is, kan door, wat slecht is, moet weg.

Voorzitter. Zoals altijd zijn de stemmen van mijn fractie beschikbaar voor elk voorstel dat in lijn is met onze uitgangspunten. Elk voorstel dat de menselijke waardigheid, de gelijkwaardigheid van mensen en de solidariteit tussen mensen beschermt of bevordert, mag op onze steun rekenen. De rest moet het helaas zonder doen.

Voorzitter. Bij de Algemene Beschouwingen in de Tweede Kamer hoorde de premier dit keer niet alleen van links dat de neoliberale legitimatie van zijn "meer markt en minder overheid"-beleid onderhand wel z'n beste tijd heeft gehad. We hoorden de fractievoorzitter van het CDA daar zeggen dat nog nooit zo veel partijen afstand namen van het doorgeschoten individualisme en neoliberalisme. Precies, dacht ik. We hoorden de fractievoorzitter van de VVD daar zeggen dat de markt niet langer de oplossing is voor elk probleem en dat we moeten durven nadenken of werknemers niet moeten meedelen in de winsten van grote bedrijven, zoals mijn partijgenoot Lilian Marijnissen voorstelt. Kijk aan, dacht ik. We hoorden D66 in de Tweede Kamer pleiten voor een miljonairsbelasting. Ja toch, zei ik. En we hoorden het CDA daar vaststellen dat het losknippen van de woningcorporaties van de overheid per saldo verkeerd heeft uitgepakt en dat de zorg zich toch niet blijkt te lenen voor marktwerking. Hoor wie het zegt, dacht ik.

Voorzitter. U begrijpt dat ik wel blij word van die draai naar links. Mijn partij vindt sowieso dat de economische wetten van het kapitalisme niet langer de marges moeten bepalen waarbinnen de politiek mag opereren. Dat is immers ondemocratisch, oneerlijk en onverstandig. Socialisten willen koersen op een kompas dat niet naar winst voor weinigen leidt, maar naar welvaart en welzijn voor iedereen. Maar onze minister-president is geen socialist. Maakt hij zich daarom zorgen over het keren van het politieke tij? Hoe voelt het als je eigen troepen het neoliberale marktdenken dumpen dat jarenlang juist het kompas was waarop jouw kabinetten koersten? Van de andere kant: wat moet je anders dan met het tij meegaan als je als premier wil doorgaan? Dat wil deze minister-president heel erg graag, dus stopt de minister-president met geld uitdelen aan de rijken — daarvan dacht hij eerder nog met elke vezel dat het goed zou zijn voor ons allen — horen we hem niet meer over de dividendbelasting, stelt hij verlaging van de winstbelasting met een jaar uit, waarschuwt hij zijn multinationale vrienden om niet alles voor zichzelf te houden en steunt hij zelfs de SP-oproep om de lonen bij grote bedrijven met 5% te verhogen.

Het moet niet gekker worden, zou je bijna denken. Maar hoe je het ook wendt of keert, ook de premier is aan het draaien. En dat zie ik graag. De vraag is: draait hij omdat het moet of draait hij omdat hij wil? Dat kan immers ook. Deze premier is, zoals gezegd, geen socialist, maar ook een liberaal kan concluderen dat een aanzienlijk grotere rol voor de gemeenschap in het algemeen en de overheid in het bijzonder onvermijdelijk is om onze bevolking duurzaam betere mogelijkheden voor een zekerder toekomst te bieden. En ook een liberaal kan begrijpen dat het niet deugt dat in ons land de rijkste 10% inmiddels twee derde van het totale vermogen in handen heeft, en de armste 10% meer schulden heeft dan bezittingen.

Mag ik in dit verband tegen de premier zeggen dat ik teleurgesteld ben dat zijn regering tot nu toe niet bereid is gebleken om te komen tot een kwantitatieve reductie van de kinderarmoede in ons land, die grote schande? Gisteren ontvingen we een nieuwe brief van de staatssecretaris van Sociale Zaken, waarvoor ik haar dank, maar waarvan ik ook vaststel dat de regering, na drie jaar debat en twee aangenomen moties in deze Kamer, nog steeds niet wil doen wat deze Kamer wil. Ik stel daarom voor dat we nu snel een apart debat met de regering voeren over de aanpak van kinderarmoede. Deze Kamer is terecht terughoudend met moties. Juist daarom moet de regering begrijpen dat aangenomen moties menens zijn.

Voorzitter. Laat ik nu kort ingaan op enkele belangrijke kwesties.

Met het besluit om de gaswinning in Groningen versneld stop te zetten, toont de regering moed. Complimenten. Vorig jaar nog mocht ik de SP-Rooie Reusprijs uitreiken aan de mensen van de Groninger Bodem Beweging, die vooroplopen voor een veiliger leefomgeving en rechtvaardigheid voor de bevolking van Groningen. Ik weet dat ze blij zijn met het regeringsbesluit, maar boos blijven dat er zo lang voorbijgegaan is aan hun belangen en voorrang gegeven is aan de wensen van Shell en Exxon inzake de gaswinning in Groningen. We hadden deze multinationals nooit aan de knoppen van de nationale gaswinning moeten zetten, waardoor ze hun eigen belang boven de veiligheid van de Groningers konden stellen.

Voorzitter. De regering zal ook moeten ingrijpen bij ondernemingen die onverantwoord veel CO2 blijven uitstoten. De gevaarlijke opwarming van de aarde kan niet effectief worden aangepakt als we de productievrijheid van vooral multinationale ondernemingen niet aan banden leggen. Wereldwijd eisen met name jongeren zo'n ingrijpen door overheden. Heel goed. Wereldwijd zijn immers twintig multinationals verantwoordelijk voor de uitstoot van een derde van alle CO2. Ze stellen hún winst voor óns welzijn. Onder hen: Shell en Exxon. Sinds kort weten we ook dat de 50 grootste olieconcerns ter wereld samen de komende jaren de markt willen overspoelen met 7 miljoen vaten olie extra per dag, alle mooie klimaatpraatjes van die kant ten spijt. Onder hen: Shell en Exxon. Omdat Shell een Nederlandse onderneming is, hoort ónze regering de concernleiding de wacht aan te zeggen. En waarom zouden we Exxon nog een dag langer van ons gas laten profiteren als het schaamteloos broeikasgas blijft produceren?

Voorzitter. De productie van teveel stikstof maakt eveneens hard ingrijpen in productieprocessen nodig. Dit overlaten aan het vrije spel der maatschappelijke krachten is voor ons geen optie. Boeren, bouwvakkers en bewoners hebben recht op een overheid die helder en doortastend handelt. Tot nu toe zien ze vooral een overheid die de kop in het zand steekt. Daar komen grote ongelukken van.

De zorgen over aanstaande pensioenkortingen nemen toe, net als het inzicht dat het onverkort vasthouden aan de rekenrentesystematiek kortzichtig is. Het is hoog tijd dat de minister van Sociale Zaken de rigide rekenrente door een realistischer variant vervangt. Of denkt de regering na over het verhogen van de AOW om de kortingen op het pensioen te compenseren?

Nu een politieke meerderheid het leenstelsel liever kwijt dan rijk is, omdat het studenten in de schulden steekt en nadelige effecten heeft op de deelname van jongeren aan het onderwijs, zou het van politieke moed getuigen als deze regering daaraan zo spoedig mogelijk gevolg zou geven. In de Sociaal-Economische Raad wordt nagedacht over een alternatief. Wat weet de premier daarvan?

Voorzitter. Bescherming van de internationale rechtsorde is een grondwettelijke opdracht voor elke Nederlandse regering. Toetreding van de Europese Unie tot het Europees Verdrag voor de rechten van de mens leidt tot versterking van die internationale rechtsorde. Tien jaar na inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon moet die belofte onderhand worden waargemaakt. Het zou goed zijn als onze regering hierin het voortouw neemt.

Bescherming van een internationale rechtsorde die gericht is op vrede, veiligheid en vooruitgang voor iedereen, botst steeds vaker op bruut gebruik van economische en militaire macht. Neem de militaire agressie van Turkije tegen de Koerden in Syrië. Moeten we, zo vraag ik de regering, een bondgenoot die het internationaal recht aan de laars lapt, niet schorsen als NAVO-lid? En wordt het niet tijd voor een bijdetijdse mondiale veiligheidsarchitectuur nu de NAVO rammelt en oude afspraken, zoals het INF-verdrag, door grootmachten terzijde worden geschoven?

Voorzitter. "Wereldwijd worstelen we met de negatieve effecten van globalisering en nieuwe technologieën, waardoor de ongelijkheid in de samenleving groeit", zegt VN-secretaris-generaal Guterres. Hij wijst op wereldwijde protesten en wil dat er harder gewerkt wordt aan eerlijke globalisatie, betere sociale banden en de klimaatcrisis. "Met solidariteit en slim beleid kunnen leiders laten zien dat ze het snappen — en het pad tonen naar een eerlijker wereld", zegt hij. Wat zegt onze regering daarop? Zijn wij solidair? Zijn wij slim?

Voorzitter. Deze Kamer wil onze democratische rechtsstaat verankeren in de Grondwet, en dat is goed. Maar er zijn toenemende zorgen over de kwaliteit van zowel democratie als rechtsstaat. Over de democratie hebben we nu het advies van de staatscommissie parlementair stelsel. We zien uit naar de behandeling ervan. Niet goed is dat de regering nog steeds geen samenhangende reactie op het rapport heeft, maar al wel staatsrechtelijke losse flodders afschiet. Over de rechtsstaat zou een advies van een staatscommissie ook niet misstaan. Of moet deze Kamer er wellicht een eigen parlementair onderzoek aan wijden? Hier hebben we immers samen keer op keer zorgen geuit over de staat van onze rechtsstaat, over de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en over de kennelijke onmacht om de nationale politie op orde te brengen en de georganiseerde criminaliteit aan te pakken, alsook over de dreiging dat de advocatuur straks niet meer beschikbaar is voor mensen met weinig geld, wat haaks staat op de wens van deze Kamer om ook het recht op een eerlijk proces in onze Grondwet op te nemen. Deelt de minister-president onze zorgen? En wat is dan zijn plan van aanpak?

Voorzitter, tot slot. De begroting zoals die nu voorligt, is niet de onze; dat wist u al. De premier weet het ook. Aan de overkant hebben we samen met de fracties van GroenLinks en de Partij van de Arbeid voorstellen voorgelegd die leiden tot een betere begroting. Samengevat: het lage btw-tarief gaat naar 6% en het toptarief van de winstbelasting naar 30% en er komt een hogere bankenbelasting, een miljonairsbelasting voor de grootste vermogens en een belastingverlaging voor kleine vermogens. Verder gaat het minimumloon omhoog met 2,5%, wordt het eigen risico in de zorg gehalveerd en komen er hogere salarissen in onderwijs, zorg, politie en sociale advocatuur. Plus: meer geld voor lokale overheden, een investeringsfonds voor de woningbouw, het schrappen van de verhuurderheffing bij extra bouw, verduurzaming of huurverlaging, een hogere energiebelasting voor grootverbruikers en een lagere belasting voor kleinverbruikers. Zeker, dat is niet niks, maar het is ook best wel te doen.

Het vergt een verschuiving van dik 6 miljard op een begroting van dik 300 miljard. Kan de minister-president in het kader van "vrienden maken" aangeven in hoeverre hij denkt tot zaken te kunnen komen met onze fracties aan de overkant? Hoe meer hij ons daar tegemoetkomt, hoe groter de kans op steun hier bij de besluitvorming in december over de begrotingshoofdstukken en vooral het Belastingplan.

Voorzitter. Hoe dan ook, ik ben benieuwd naar de reactie van de minister-president en zijn visie op hoe dit land na tien jaar Rutte weer verder kan.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Kox. Dan geef ik nu het woord aan de heer Koffeman.