Naar hoofdinhoud Naar hoofdnavigatiemenu

Plenair Karimi bij behandeling Machtigingswet oprichting Invest-NL



Verslag van de vergadering van 12 november 2019 (2019/2020 nr. 6)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 14.32 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Karimi (GroenLinks):

Allereerst mijn hartelijke felicitaties aan de heer Van der Linden voor zijn maidenspeech. Ik zeg dat ook alvast tegen mevrouw Van Huffelen.

Voorzitter. Ook al is het niet de eerste keer dat ik in deze Kamer spreek, is het toch anders. In 2005 verdedigde ik met twee mede-indieners een initiatiefwetsvoorstel voor het houden van een landelijk referendum over de Europese grondwet. De grondwettelijke opdracht om je als lid van de Eerste Kamer in de laatste fase van een wetgevingsproces uit te spreken voor of tegen een wet, voelt zwaar. Het toetsen van wetten op rechtmatigheid, uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid vormt de kern van de werkzaamheden van de Eerste Kamer als medewetgever. Daarom zal ik mij in dit debat focussen op de consistentie in de voorliggende machtigingswet tot oprichting van Invest-NL en op de uitvoerbaarheid van het voorstel.

Het kabinet streeft met Invest-NL na om het marktfalen te adresseren, ten eerste in de sectoren waar sprake is van belangrijke maatschappelijke transities, zoals de energie-, klimaat-, landbouw- en voedseltransitie enerzijds en waar sprake is van een mismatch tussen vraag en aanbod voor risicokapitaal bij start-ups en scale-ups anderzijds. Het kabinet wil met Invest-NL ook een nationaal vehikel oprichten om cofinanciering met InvestEU mogelijk te maken, waarbij het op voldoende afstand moet staan van de Staat en de financiële bijdrage als financiële transactie moet kwalificeren in plaats van uitgave, om de 1,7 miljard buiten het EMU-saldo te houden. Vandaar ook de keuze voor een nv met de Staat als enige aandeelhouder. Het oordeel van de Europese Commissie en de CPB-validatie maken duidelijk dat aan deze twee voorwaarden, in de keuze voor de voorliggende vorm, is voldaan. Voordat ik in detail op het wetsvoorstel inga, heb ik eerst een vraag. Wat is de verwachting van het kabinet als het gaat om bedragen die Nederland denkt via Invest-NL als cofinanciering uit InvestEU te kunnen mobiliseren?

Voorzitter. In de huidige tijd van grote maatschappelijke transities valt de Staat een bijzondere verantwoordelijkheid toe. Een sterke overheid die in eerste instantie met wet- en regelgeving voor voorwaarden moet zorgen waarmee burgers, hun organisaties, bedrijven en markten met voldoende zekerheid keuzes kunnen maken en investeringen kunnen doen. Soms is het ook nodig dat de overheid zelf met financiële middelen de marktpartijen stimuleert om de juiste keuzes te maken. Wat onze fractie betreft, is Invest-NL een instrument dat zorgvuldig in de markt moet opereren en moet bijdragen aan de grote maatschappelijke transities in de samenleving.

Fundamenteler is echter de vraag: wat is marktfalen eigenlijk? Er bestaan natuurlijk geen vrije markten. Alles is gereguleerd, met regels, subsidies, et cetera. En veel overheidsbeleid is gemaakt voor de gangbare wereld op basis van fossiele energie, fossiele productie, export van landbouw en dergelijke. De overheid moet heel vaak ingrijpen in de markt ten gunste van de transities, bijvoorbeeld door CO2 te beprijzen, ander landbouwbeleid te voeren en de energietransitie te realiseren. Pas dan komen echt duurzame businesscases tot stand en komt de marktfinanciering vanzelf. Het is in de gegeven omstandigheden wel goed dat bij dit soort transities de overheid met Invest-NL in de markt komt. Afstand bewaren tussen Invest-NL en de Staat en voldoende betrokkenheid en controle van de regering en parlement om een doeltreffende en doelmatige realisatie van de doelen te garanderen, is een delicate balanceeract. Deze wet is dan ook cruciaal om die balans goed te regelen en de doelen, taken en criteria scherp te formuleren omdat, als Invest-NL eenmaal van start is gegaan, de ruimte voor interventie beperkt is.

Voorzitter. De GroenLinksfractie heeft in de Tweede Kamer voor deze wet gestemd. Wij zijn ook geneigd om hier de wet te steunen. Echter, ons definitieve oordeel hangt af van de antwoorden van de bewindslieden tijdens dit debat. Wij maken ons zorgen over de consistentie, uitvoering, doeltreffendheid en doelmatigheid van de wet. Ik hoop dat de bewindspersonen deze zorgen middels hun antwoorden dan wel toezeggingen kunnen wegnemen.

Ik begin meteen met ons belangrijkste punt van zorg. De GroenLinksfractie heeft grote problemen met het feit dat de doelen van Invest-NL zo breed geformuleerd zijn. Het advies van de Raad van State besteedt uitvoerig aandacht aan dit probleem en vraagt om verdere aanscherping van de doelen en taken, waarbij geadviseerd wordt om de focus van het fonds te leggen bij de financiering van initiatieven en bedrijven in sectoren waarin maatschappelijke transities moeten plaatsvinden. Hier komt de regering niet aan tegemoet, getuige de vage en brede formulering in artikel 3. Volgens dat artikel heeft Invest-NL tot doel om, indien de markt hierin onvoldoende voorziet, bij te dragen aan het financieren en realiseren van maatschappelijke transitieopgaven door ondernemingen en aan het bieden van toegang tot ondernemingsfinanciering. Het tweede deel van dit artikel zet de deur ruim open voor velerlei investeringen. Tijdens het debat in de Tweede Kamer maakte de minister van EZK duidelijk dat wat hem betreft deze twee doelen nevengeschikt zijn.

Hierin ligt de kern van ons bezwaar. Als die twee doelen even relevant zijn, betekent dit dan dat de financiering aan alle mkb'ers of op groei gerichte mkb-overstijgende middelgrote ondernemingen die bijdragen aan de Nederlandse economie, tot de reikwijdte van Invest-NL behoort? Dat is veel te ruim en weinig onderscheidend. Dient dit niet gekoppeld te worden aan sectoren die bijdragen aan de maatschappelijke transities? Hoe uitvoerbaar is dit als Invest-NL in concurrentie treedt met marktpartijen, waarbij het vaststellen van een mismatch tussen vraag en aanbod voor risicokapitaal, een papieren oefening dreigt te worden? Hoe deze twee doelen zich tot elkaar verhouden, moeten we vandaag in dit debat helder krijgen.

Het is duidelijk dat er in Nederland sprake is van een financieringsprobleem voor het mkb, getuige het laatste rapport van het CPB van juni 2019, waarin staat dat de Nederlandse mkb'ers minder bankkrediet krijgen dan elders in Europa. De kern van het probleem voor financiering van de Nederlandse mkb'ers is het feit dat de kredietvoorziening voor 90% in handen is van een paar grootbanken. Er ligt dus een groter probleem in de manier waarop onze financiële sector is georganiseerd en hoe de kredietverlening plaatsvindt. In de ogen van GroenLinks is het ongewenst om toegang tot ondernemingsfinanciering voor een breed scala van start-ups and scale-ups te bieden, zonder de voorwaarde bij te dragen aan maatschappelijke transities. Met welke maatregelen wil de regering de financiële sector ertoe bewegen meer financiering beschikbaar te stellen aan mkb'ers? En hoe gaat voorkomen worden dat Invest-NL overspoeld wordt door mkb-organisaties wiens kredietaanvraag eerder is afgewezen door de private sector?

De brede formulering van doelen en taken in artikel 3 kan er ook toe leiden dat de ene financiering aan een mkb'er bijdraagt aan maatschappelijke transitieopgaven, terwijl een andere financiering aan een scale-up, onder een ander doel van artikel 3, juist het tegenovergestelde bereikt, gelet op de noodzakelijke transitieopgaven. Zoals de wet nu is geformuleerd, is dit denkbaar. Welke instrumenten heeft de minister om de consistentie tussen de verschillende financieringen in de uitvoering te bewaken? Naar de mening van mijn fractie kan een consistente uitvoering van de wet niet gegarandeerd worden als de twee doelen als nevengeschikt worden beschouwd. Het zal u niet verbazen dat voor GroenLinks een bijdrage leveren aan de grote maatschappelijke transitieopgaven leidend dient te zijn.

Voorzitter. Ik blijf nog even bij consistentie van de wet. Ook tijdens de behandeling van de wet in de Tweede Kamer speelde het punt van focus een belangrijke rol. Met het aannemen van de motie van mijn partijgenoot Van der Lee wordt een poging gedaan het belang van focus op de energie- en klimaattransitie indringend te verwoorden en mee te geven aan de minister. Vanuit het punt van consistentie hoort hier een uitdrukkelijke uitsluiting van bedrijven, actief in de fossiele sector, voor financiering door Invest-NL bij. Het argument dat bedrijven in de fossiele sector aan energietransitie kunnen werken, snijdt geen hout zolang deze bedrijven blijven investeren in fossiele energie. Voorkomen moet worden dat de beperkte middelen die Invest-NL beschikbaar heeft voor maatschappelijke transitieopgaven, eventueel gebruikt kunnen worden voor greenwashing van bedrijven in de fossiele sector. Investeren in het efficiënter maken van de fossiele industrie, levert op korte termijn wellicht hoge rendementen op, maar het houdt ook de industrie in stand en daarmee levert het per saldo een negatieve bijdrage aan het langetermijndoel van het realiseren van fossielvrije energie en een fossielvrije economie.

Dat geldt wat mijn fractie betreft ook voor fossiele restwarmte, die door de regering wordt bestempeld als duurzaam. De restwarmte is niet of nauwelijks vervoerbaar en zou net zo goed lokaal op een duurzame manier kunnen worden opgewekt. Is de minister bereid om hier toe te zeggen dat in de aanvullende overeenkomst met Invest-NL de fossiele sector, fossiele restwarmte incluis, wordt uitgesloten? Ik overweeg op dit moment een motie in de tweede termijn. Graag een reactie van de bewindspersonen.

Mijn volgende punt heeft betrekking op het maatschappelijkverantwoordondernemenbeleid van Invest-NL. Zeker gezien de brede formulering van de doelen van Invest-NL en om te voorkomen dat in de praktijk inconsistentie ontstaat bij het realiseren van de doelen, wordt mvo-beleid nog belangrijker. De manier waarop mvo vorm zal krijgen, is nog steeds vaag. De minister van Financiën heeft via een AMvB de mogelijkheid om dit beleid, de criteria en de manier waarop dit toegepast wordt, af te spreken met Invest-NL. Zeker is dat in het geval van de nevengeschiktheid van de twee doelen de absolute basisvereiste moet bestaan voor alle bedrijven die uit hoofde van welk doel dan ook gefinancierd worden door Invest-NL, dat daaraan een scherp en consistent mvo-beleid ten grondslag moet liggen. Is de minister bereid om mvo-beleid via een algemene maatregel van bestuur te verankeren in de wetgeving?

Voorzitter. Ik kom te spreken over de uitvoerbaarheid. Mijn fractie ziet de toets van additionaliteit als de grootste uitdaging voor Invest-NL. Het constateren van marktfalen is geen exacte wiskunde. Invest-NL moet het marktfalen plausibel kunnen maken. Investeringen mogen niet concurreren met marktpartijen. Hoe voorkomt de regering dat de financiële sector de eigen verantwoordelijkheid ontloopt in het financieren van maatschappelijke transitie, de krenten uit de pap haalt en te gemakkelijk risicovolle investeringen aan Invest-NL overlaat?

Hetzelfde geldt voor mkb-financiering. Tot nu toe is de overheid er niet in geslaagd de financiële sector te bewegen tot meer financiering voor mkb's. Hoe zal de additionaliteit in de praktijk getoetst worden zonder de financiële sector te accomoderen, waarbij de sector zich zal blijven onttrekken aan maatschappelijke verantwoordelijkheid? Met welke andere beleidsmaatregelen wil de regering de financiële sector bewegen verantwoordelijkheid te nemen ten opzichte van de twee doelen die de regering zich met de oprichting van Invest-NL heeft gesteld? 1,7 miljard euro is veel geld, maar in het licht van alles wat nodig is voor de grote maatschappelijke transitieopgaven in de sectoren energie, klimaat, voedsel en in andere sociale sectoren is het natuurlijk een beperkt bedrag. Wat als grote Nederlandse banken blijven doorgaan met hun investeringen in fossiele energie, intensieve landbouw en vervuilende industrie? Hoe voorkomen we dat de oprichting van Invest-NL tot juist meer marktfalen leidt? Graag een reflectie van de minister.

Normrendement zou een ander probleem kunnen zijn, maar de minister van Financiën heeft in de Tweede Kamer duidelijk gemaakt dat in de beginfase geen rendementseisen worden geformuleerd voor Invest-NL en dat later op grond van feitelijke en realistische rendementen normen zullen worden gedefinieerd. Daar zijn we content mee.

Verder heb ik een vraag over de twee andere taken naast de directe investeringen door Invest-NL, namelijk de ontwikkelingstaak en de taak van uitvoering van de regelingen. We begrijpen dat voor alle drie de taken afzonderlijke dochtermaatschappijen zullen worden opgericht. Hoe zal de consistentie tussen deze drie taken worden bewaakt? Of zullen de drie maatschappijen geheel in afzonderlijkheid opereren? Voor het uitvoeren van de ontwikkelingstaak zal Invest-NL een subsidie van 10 miljoen ontvangen van het ministerie van EZK. Zal de ontwikkelingstaak tot doel hebben het investeringsrijp maken van bedrijven voor hun bijdrage aan de maatschappelijke transitie of zal de ontwikkelingstaak breder zijn? Wat zijn de kansen van eventuele andere partijen om voor deze subsidie in aanmerking te komen? Hoe zullen de kwaliteit en effectiviteit van de ontwikkelingstaak van Invest-NL worden beoordeeld? Bestaat de mogelijkheid dat andere partijen ook in aanmerking zullen komen voor deze subsidie?

Mocht er geen relatie bestaan tussen de ontwikkelingstaak en investeringstaak, waarom is het dan relevant dat Invest-NL ook een ontwikkelingstaak heeft? Begrijp ik het goed uit de antwoorden die de minister aan de Tweede Kamer heeft gegeven, dat er voorlopig geen subsidieregelingen door Invest-NL zullen worden uitgevoerd? Kan de minister ook een toelichting geven op het gewijzigde artikel 4c als gevolg van het amendement-Veldman? Wat zijn subsidiebesluiten die marktconforme financiering betreffen? Zijn subsidies niet per definitie niet marktconform? Graag horen wij een toelichting van de minister op de relatie tussen de verschillende taken van Invest-NL.

Dit wetsvoorstel voorziet niet in een rol voor een externe, onafhankelijke toezichthouder. Waarom is dat? Zal de Algemene Rekenkamer geheel en zelfstandig toegang hebben tot alle informatie betreffende het beleid en de uitvoering bij en door Invest-NL? Kan de minister toezeggen dat alle evaluaties en mogelijke rapporten van de Algemene Rekenkamer ook naar de Eerste Kamer worden gestuurd?

Voorzitter, tot slot. De Staat richt een nieuwe staatsdeelneming op. De Staat is 100% aandeelhouder. De Staat benoemt de leden van de raad van bestuur, waarvan de voorzitter aanwezig in ons midden, en de leden van de raad van commissarissen. Twee beoogde voorzitters van deze organen kennen wij. Het zijn zeker competente mannen, maar toch mannen. Het is teleurstellend dat in geen van deze topfuncties een vrouw is benoemd. De Staat heeft een belangrijke verantwoordelijkheid voor de benoeming van vrouwen in topposities. Kunnen de ministers aangeven waarom er weer twee heren zijn benoemd en welk beleid het kabinet volgt om diversiteit in benoemingen toch te realiseren? Verder is van belang dat diversiteit een belangrijk criterium wordt bij het investeringsbeleid van Invest-NL.

Voorzitter. Mijn laatste vraag betreft de internationale tak. Waar staan wij met het andere traject, namelijk de oprichting van een nieuwe entiteit voor internationale taken door de Staat en de FMO samen? Tijdens het debat in de Tweede Kamer naar aanleiding van de inbreng van Kamerleden van verschillende fracties zag de minister van EZK een dier voor zich dat kan lopen, vliegen en zwemmen tegelijk. De minister weet dat dat onmogelijk is. Als de twee doelen van Invest-NL als nevengeschikte doelen blijven bestaan, vrees ik dat een dier wordt geboren dat noch kan lopen, noch kan vliegen, noch zwemmen, maar dat misschien hooguit kan kruipen. En dat voor 1,7 miljard euro.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Karimi. Mijn hartelijke gelukwensen met uw maidenspeech. Staat u mij toe om iets van uw achtergrond te schetsen.

In Isfahan, Iran, studeerde u voor industrieel ontwerper. Tijdens uw studententijd sloot u zich aan bij de Volksmoedjahedien, een verzetsbeweging die een gewapende strijd begon tegen ayatollah Khomeini. Over die periode zei u vele jaren later: "Onder bepaalde omstandigheden is blijkbaar zelfs een intelligent mens ontvankelijk voor radicale ideeën."

In 1986 verbrak u de banden met de organisatie. U was inmiddels vanuit Iran naar Duitsland gevlucht. In 1989 kwam u met uw gezin naar Nederland. Dat betekent dat u dit jaar 30 jaar in Nederland bent. Aan de Rijksuniversiteit Groningen studeerde u vervolgens Beleid en bestuur in internationale organisaties.

Al snel werd u bestuurlijk actief als bestuurslid van Vluchtelingen Organisaties Nederland, van Algemeen Maatschappelijk Werk in Groningen en van Transact, het landelijk expertisecentrum seksespecifieke zorg en seksueel geweld. Vanaf 1994 was u vier jaar lang coördinator van Aisa, een project voor emancipatie en ondersteuning van migranten- en vluchtelingenvrouwen.

In 1998 werd u als eerste vluchteling lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal voor GroenLinks. Dat zou u tot 2006 blijven. In 2003 diende u samen met twee collega's van PvdA en D66 een initiatiefwetsvoorstel in voor het houden van een raadplegend referendum over het Grondwettelijk Verdrag voor de Europese Unie. Het voorstel werd begin januari 2005 aangenomen in deze Kamer en in juni van hetzelfde jaar vond het referendum plaats.

Ruim tien jaar was u directeur van Oxfam Novib. Inmiddels bent u onder andere lid van de raad van advies van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO), bestuursvoorzitter van Writers Unlimited, lid van de raad van toezicht NHL Stenden Hogeschool en moderator van Comenius Leiderschapsleergang.

U zei in 2006 in een interview: "De democratie in Nederland is het waard om voor te knokken." Daarmee gaat u verder in de Eerste Kamer. Nogmaals van harte welkom. We kijken uit naar uw verdere inbrengen.

Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Van Huffelen voor haar maidenspeech.