Plenair Kox bij voortzetting behandeling Derde incidentele suppletoire begroting SZW inzake noodpakket banen en economie 2.0



Verslag van de vergadering van 6 juli 2020 (2019/2020 nr. 35)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 18.18 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Kox i (SP):

Dank u wel, voorzitter. Dank aan de minister en de staatssecretaris voor de beantwoording. Als er vanuit deze Kamer enkele kritische opmerkingen worden gemaakt in de richting van de regering, dan moet de regering dat vooral zien als constructieve bijdragen die passen bij onze rol als medewetgever. In dit geval praten we over een hele korte wet — drie artikelen, één pagina — en onder de streep staat 14,7 miljard. Dat is waar wij vandaag over beslissen. Ik voorspel dat deze Kamer ja zal zeggen. Dat zou in andere tijden zeker niet zo makkelijk zijn gegaan. Maar het is nodig en de regering doet wat nodig is. Ik heb al gezegd: deze regering is meer mijn regering dan de regering van het regeerakkoord. Deze regering doet zaken die de regering van het regeerakkoord nooit gedaan zou hebben op basis van dat regeerakkoord. En zo is het goed.

Medewetgevers beslissen niet alleen mee over de wet als zodanig, de drie artikelen en het bonnetje van 14,7 miljard, maar geven ook suggesties over de uitvoering van die wetgeving. Over het algemeen zegt deze Kamer breed: doe het maar zoals u het gedacht had, regering. Maar op een aantal punten zegt deze Kamer: hier kan het toch nog een streep beter. Ik wil me beperken tot twee onderwerpen.

Het eerste is Tozo 2, de partnertoets. Ik denk als medewetgever dat de regering de eerste regeling en de tweede regeling van elkaar laat afwijken zonder dit te motiveren met een inhoudelijk argument, maar met het argument: het moet allemaal wat minder, we moeten afschalen enzovoorts. Dat kan ik allemaal begrijpen, maar dat zal geen goede uitvoering van die regeling zijn. Vandaar mijn oproep om daar nog eens goed naar te kijken, want wij hebben straks niks aan uitvoeringsregelingen die voor de rechter geen stand houden. Nog een keer: ik begrijp precies wat de staatssecretaris zegt. Iedereen wil terug naar zoals het was of iedereen wil vooruit nadat het niet meer is, zoals het nu is. Maar dan nog moet de zuiverheid in acht genomen worden. Ik denk dat het geen stand kan houden om bij Tozo 1 geen partnertoets te hebben en bij Tozo 2 wel, zonder argument behalve dan dat het allemaal wat minder moet. Graag nog een keer een reflectie daarop.

Het tweede is richting de minister en gaat over de bonussen en de dividenden. Dit land vindt dat er nu in afwijking van wat te doen gebruikelijk is, ruimschoots steun door de overheid aan het bedrijfsleven en aan zelfstandigen gegeven moet worden om een ongekende problematiek te tackelen, die niet op het conto geschreven kan worden van die bedrijven en zelfstandigen, van die bedrijvigheid. Als bedrijven een beroep doen op de terechte grootmoedigheid van de overheid en de samenleving, vindt dit land ook dat er afgesproken moet worden dat die bedrijven ondertussen geen bonussen en dividenden gaan uitkeren of de eigen aandelen opkopen. Dat heeft de Tweede Kamer uitgesproken met 150 mensen voor dit jaar en voor komend jaar. Zo staat die daarin. Dat vindt de samenleving.

Dat vindt deze Kamer, denk ik, ook. Want dat is in alles redelijk. Als dat misschien wat moeilijk is, zeg ik nog een keer: deze minister is in staat om zo veel te doen — dat meen ik echt, dat is geen grap, want ik vind dat hij indrukwekkend werk levert — dat hij dit wel zal klaren. Als het helemaal niet meer lukt, is er daarvoor nog best wel assistentie te vinden. Maar ik vind dat dit een hoofdpunt is. De bevolking mag van bedrijven die een beroep doen op de grootmoedigheid van de samenleving, vragen: als u dat doet, keert u in 2020 en 2021 geen bonussen en dividenden uit, zoals vanaf het begin is gezegd. Omdat de minister nog niet bereid is om te zeggen dat dit eigenlijk een heel goed idee is, wil ik de volgende motie indienen.

De voorzitter:

Door de leden Kox, Sent, Van Gurp, Gerbrandy, Van Rooijen en Teunissen wordt de volgende motie voorgesteld:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

besprekende de derde incidentele suppletoire begroting SZW 2020 inzake het Noodpakket banen en economie (35473);

gezien het belang van zo breed mogelijk parlementair en maatschappelijk draagvlak voor de maatregelen in het noodpakket;

spreekt uit dat het uitkeren van bonussen en dividenden door bedrijven zich niet verdraagt met het verzoeken om overheidssteun door die bedrijven in het kader van dit noodpakket;

verzoekt de regering het niet-uitkeren door ondernemingen van bonussen en dividenden in 2020 en 2021 als voorwaarde te verbinden aan het aanspraak kunnen maken op uitkeringen in het kader van de NOW,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt letter D (35473).

Dank u wel, meneer Kox.

De heer Kox (SP):

En voorzitter ... O, mijn tijd is op. Dan scheid ik ermee uit.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dan geef ik nu graag het woord aan de heer Essers namens de fractie van het CDA.