Plenair De Blécourt-Wouterse bij behandeling Wijziging van de Mediawet 2008



Verslag van de vergadering van 2 februari 2021 (2020/2021 nr. 22)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 9.33 uur


Mevrouw De Blécourt-Wouterse (VVD):

Voorzitter. Geweld tegen journalisten is onacceptabel. Dat vindt de VVD ook en dat heb ik in een debat in december al genoemd.

Voorzitter. De VVD-fractie is kritisch over deze wet en dat zit hem met name in de uitvoering. Enerzijds is mijn fractie van mening dat de wet wat betreft de benoeming van raden van toezicht en besturen een verbetering is. De governance en het wetsvoorstel sluiten beter aan bij de huidige tijdgeest. Anderzijds is de VVD-fractie van mening dat er in het wetsvoorstel sprake kan zijn van een onwenselijke vertraging, omdat je onder de huidige wet al ziet dat de termijn van zes maanden, die staat voor het aanvragen van een nieuw of significant gewijzigd aanbodkanaal, wordt overschreden. Die termijn is immers overschreden bij de aanvraag van het aanbodkanaal NPO Soul & Jazz via de analoge kabel, en bij de aanvraag van NPO Kennis.

Voorzitter. Volgens de VVD-fractie kan die vertraging optreden bij twee punten in het wetsvoorstel. Allereerst de wettelijke verankering van de rol van de ACM. De VVD vraagt de minister of er ook situaties denkbaar zijn waarin een markteffectanalyse niet nodig of overbodig is. Ten tweede de extra inspraakronde van commerciële partijen al vroeg in het proces, namelijk nog voor de minister advies vraagt aan het Commissariaat voor de Media en de Raad voor Cultuur, en voordat de minister de ACM vraagt, een marktanalyse uit te voeren. Die inspraakronde was er al, na het ontwerpbesluit van de minister, en dat blijft ook zo. Dat kan in de visie van de VVD ook tot vertraging leiden.

Voorzitter. In dat verband heeft de VVD-fractie een vraag aan de minister. De minister geeft aan dat de eerdere en extra mogelijkheid voor belanghebbenden om hun zienswijzen te geven, ertoe leidt dat deze zienswijzen bij de adviezen en analyse kúnnen worden betrokken. De VVD-fractie vraagt de minister of het daarmee geen wassen neus wordt. Wordt hiermee niet een onnodig bureaucratisch proces ingericht? Als je belanghebbenden al een extra inspraakronde geeft, ligt het dan niet voor de hand dat belanghebbenden ervan verzekerd kunnen zijn dat hun zienswijzen er in ieder geval dan ook bij wórden betrokken?

Voorzitter. De heren Aartsen en Van der Molen hebben in de Tweede Kamer een amendement ingediend over het tegengaan van belangenverstrengeling. Het amendement regelde dat bestuurs- en toezichtfuncties bij de omroepen niet gecombineerd mogen worden met politieke functies en functies bij politieke partijen. Het amendement was bedoeld om te voorkomen dat de politiek te sterk betrokken is bij het mediabestel. Stel je voor, een Tweede Kamerlid wil een nieuw aanbodkanaal beginnen. Dan kan er sprake zijn van belangenverstrengeling, omdat de minister immers moet oordelen over de aanvraag van zo'n nieuw aanbodkanaal. Door de novelle is het amendement nu uit het wetsvoorstel gehaald. Hoe gaat de minister erop toezien dat er geen sprake is van belangenverstrengeling in genoemde en soortgelijke situaties?

Voorzitter. Tot slot het punt van de al dan niet indexering van de inkomsten uit de Ster-reclames. Er is al veel over gezegd. Het wetsvoorstel beoogt Ster-inkomsten niet te indexeren. De Ster-inkomsten worden in de huidige begrotingssystematiek niet geïndexeerd. Het is de VVD-fractie gebleken dat wat betreft de niet-indexering van de Ster-inkomsten er na de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland geen sprake meer is van een reparatie van een onduidelijkheid, maar dat er sprake is van een door de regering gewenste wijziging op de wet op dit punt. De VVD-fractie kan zich voorstellen dat indexering van Ster-inkomsten een ongewenst effect heeft. De regering vindt het niet wenselijk omdat de kosten, het beschikbaar te stellen budget, zonder invoering van het wetsvoorstel aanzienlijk zullen toenemen. De opbrengsten uit de markt, de Ster-inkomsten, dienen, indien het wetsvoorstel niet wordt aangenomen, immers jaarlijks verhoogd te worden met een aanvullende bijdrage van de overheid, hetgeen ook de VVD-fractie niet wenselijk vindt.

Voorzitter. De VVD-fractie vraagt zich in dat verband wel twee dingen af die zij wil voorleggen aan de minister. Heeft de Tweede Kamer zich voldoende kunnen uitlaten over het nu wijzigen, in plaats van het verduidelijken, van de wet? Twee. Kan de publieke omroep zich voldoende voorbereiden op deze wetswijziging zodat het beleid daarop kan worden aangepast? De VVD-fractie vraagt de minister op beide punten om een toelichting.

Voorzitter. De VVD-fractie ziet uit naar de reactie van de minister.

De voorzitter:

Dank u wel mevrouw De Blécourt. De heer Van Kesteren.

De heer Ton van Kesteren (PVV):

Mevrouw De Blécourt vraagt terecht aan de minister om erop toe te zien dat er geen belangenverstrengeling plaatsvindt bij de publieke omroep. Dat is ook terecht. Die zorg hebben wij ook. Alleen is mijn vraag dan aan mevrouw De Blécourt: vindt de VVD ook dat er sprake is van politieke belangenverstrengeling bij de publieke omroep?

Mevrouw De Blécourt-Wouterse (VVD):

Dat vind ik een moeilijk te beantwoorden vraag. Ik zou in ieder geval aan de minister willen vragen hoe hij er op toe gaat zien dat dat niet gebeurt. Dat is zijn taak. Ik wil eerst graag het antwoord van de minister afwachten.

De voorzitter:

Meneer Van Kesteren. Nee? Dank u wel, mevrouw De Blécourt. Dan is het woord aan mevrouw Vos namens de fractie van de Partij van de Arbeid.