Plenair Dessing bij behandeling Stikstofreductie en natuurverbetering



Verslag van de vergadering van 2 maart 2021 (2020/2021 nr. 27)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 11.31 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Dessing (FVD):

Voorzitter, dank u wel. "Denkend aan Holland zie ik breede rivieren traag door oneindig laagland gaan." Zo begint Nederlands meest iconische gedicht, van Hendrik Marsman, een ode aan ons landschap en aan onze mooie natuur, zoals het vroeger was en zoals ik het heden ten dage nog steeds herken tijdens mijn wandelingen door ons prachtige land. Even verderop vervolgt Marsman met: "En in de geweldige ruimte verzonken de boerderijen verspreid door het land". Het beschrijft het boerenbedrijf als onderdeel van Nederland zoals het heden ten dage al generaties functioneert en is gepositioneerd, als een innovatieve en wereldwijd toonaangevende bedrijfstak die door efficiënt produceren en efficiënt grondgebruik een groot deel van de wereldbevolking van voedsel voorziet.

Die Nederlandse boer was altijd trots op dit mooie beroep, dat hij met veel toewijding en met gevoel voor traditie uitvoerde en nog steeds uitvoert. Maar met het huidige wetsvoorstel Stikstofreductie en natuurverbetering dreigt de bedrijfsvoering van de boer steeds verder te worden ingeperkt en schier onmogelijk te worden gemaakt. Dit stemt mij droef, want in de huidige politieke constellatie en op aangeven van stringente Europese regelgeving is het boerenbedrijf terechtgekomen in een haast onontwarbare gordiaanse knoop van kritische depositiewaarden, hexagonen, salderingsmethodieken, AERIUS Calculatoren en andere modelmatige termen die de werkelijkheid van natuur en bodem reduceren tot een mathematische representatie van de werkelijkheid, waarbij de wetenschap en het ministerie op aangeven van de EU een spreadsheetsamenleving hebben gecreëerd waarin wij blijkbaar een groot stikstofprobleem blijken te hebben. Maar volgens onze fractie is er dus vooral een administratief stikstofprobleem en niet zozeer een probleem met stikstof zelf, waardoor onze agrarische sector onterecht onder vuur ligt.

Voorzitter. Ik zal dit toelichten aan de hand van een aantal feitelijkheden zoals de minister die heeft aangegeven bij de beantwoording van de vele technische vragen die aan haar zijn gesteld, waarvoor onze dank. Allereerst zijn er de kritische depositiewaarden die empirisch zijn bepaald en zijn geconcretiseerd met een model of middels een deskundigenoordeel, dat als wetenschappelijk betrouwbaar wordt gezien en dat nu als een harde drempel gehanteerd wordt. Er zijn met name in de grensgebieden vele Natura 2000-gebieden die deze drempel nooit kunnen halen, zelfs als alle activiteiten in dit gebied worden gestaakt; meerdere collega's in de Kamer noemden het al. Zijn die gebieden er slecht aan toe? In de meeste gevallen niet, waardoor je vragen kunt stellen bij het realiteitsgehalte van een kritische depositiewaarde als harde drempel om te halen. In ons buurland Duitsland hanteren ze hogere en meer realistische waardes die normale activiteiten niet lamleggen, zoals dat door de PAS-uitspraak in Nederland wel is gebeurd. Ligt Nederland aan de dwingende wetgevende leiband van Brussel in dit verband of mag Nederland ook soepelere normen hanteren? Zou de minister genegen zijn om te kiezen voor een soepelere norm dan de KDW's om bijvoorbeeld de bouw meer ruimte te geven?

Voorzitter. Waarom zijn de meeste habitattypen als stikstofgevoelig bestempeld, vraag ik via u aan de minister. Als je kijkt naar de oppervlakte van Nederland, is 76% van de habitat in goede of uitstekende staat. De collega van de PVV memoreerde dat ook al. Klopt het dat de lagere getallen die de minister heeft genoemd, te verklaren zijn door uit te gaan van aantallen habitattypen in plaats van percentage oppervlakte? Bovendien worden veel gebieden als stikstofgevoelig gedefinieerd als niet met zekerheid kan worden gesteld dat een bepaalde stikstofgevoelige soort afwezig is. Is dat niet een vervuiling van het percentage stikstofgevoelige gebieden?

Door de inspanningsverplichtingen voor instandhouding van de stikstofgevoelige habitattypen worden boeren gedwongen om hun bedrijfsvoering te reduceren of worden ze door stevige stimuleringspakketten uitgenodigd om hun bedrijf te stoppen, waardoor hun activiteit voor altijd verdwijnt. Onze fractie vindt dit onterecht, absurd en disproportioneel.

Voorzitter. En dit alles voor het hogere doel van stikstofreductie, waarbij het grootste deel van de aanwezige stikstof in de lucht niet eens door de agrarische sector wordt veroorzaakt, maar afkomstig is van de stikstofdeken die mede is gevoed door bronnen uit het buitenland. De hoeveelheid stikstof in de lucht ligt trouwens volgens de nationale schoneluchtrapportage 2020 zelfs onder de strenge Europese stikstofnorm. Dat is gemeten in 2019, dus nog voor corona.

Het wegverkeer, de luchtvaart en de boeren zelf hebben door innovatie en vele andere maatregelen gezorgd voor een structurele afname van de hoeveelheid stikstof en fijnstof in de afgelopen jaren. Maar ondanks dit alles moet de hoeveelheid stikstof geforceerd verder omlaag, moet de luchtvaart aan banden worden gelegd en moeten vliegtuigen gaan vliegen op dure biobrandstof of nog duurdere synthetische kerosine. Het wegverkeer mag niet harder dan 100 km/u rijden, maar vooral de agrarische sector moet de rekening betalen, vanwege een inspanningsverplichting tot het reduceren van een niet gevalideerde, onnauwkeurige en modelmatig berekende depositie. De sector wordt gedwongen tot stikstofreductie, waarbij mest verplicht moet worden afgevoerd omdat het niet mag worden uitgereden, en waarbij er aan de andere kant kunstmest moet worden ingekocht. Daarnaast mag de stikstof die wordt opgenomen door de gewassen, niet worden gesaldeerd met uitgestoten stikstof, terwijl stikstofuitstoot door dieren in Natura 2000-gebieden niet wordt meegerekend. Ook zorgen de emissie-eisen voor hogere kosten. Ze zijn onwerkbaar en zelfs gevaarlijk, vanwege ontploffingsgevaar van opgesloten mestgassen in verplicht dichte putten.

Door al deze ongelijkheden wordt de sector gedwongen tot het maken van hoge kosten, tot inkrimpen, tot verplicht biologisch boeren, maar het liefst tot het stoppen met de bedrijfsvoering, omdat dit de stikstofnorm administratief het meest en blijvend zou verminderen.

Kortom, wij hebben met elkaar een papieren stikstoftijger gecreëerd die zijn weerga niet kent en die bovendien door de enorme administratieve rompslomp een uitermate complexe en bovendien dure biotoop op zich is geworden. Vindt de minister met onze fractie dat er een onrechtvaardig en onnodig complex systeem is opgetuigd, waardoor de agrarische sector onevenredig hard wordt geraakt?

Voorzitter. Forum voor Democratie is voor natuur en natuurbehoud, maar ziet graag een minder stringent en eenvoudiger beleid met hogere en realistische stikstofdrempels, die werkbaar zijn voor onze Nederlandse agrarische sector, een sector die wij met elkaar in stand zouden moeten houden. Wij zullen ons daar in ieder geval hard voor blijven maken.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Dessing. Dan is het woord aan mevrouw Prins namens de fractie van het CDA.