Plenair Van Ballekom bij behandeling Wijziging van de Wet verbod op kolen bij elektriciteitsproductie in verband met beperking van de CO2-emissie



Verslag van de vergadering van 29 juni 2021 (2020/2021 nr. 43)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 19.15 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Van Ballekom (VVD):

Dank u wel, voorzitter. Ik dank ook de staatssecretaris, voor het beantwoorden van de vragen. De bevestiging van de staatssecretaris dat de energiezekerheid veilig is gesteld, is voor mijn fractie belangrijk. Als de zon even niet schijnt en het waait niet hard genoeg, kan dat dus gecompenseerd worden. Dat is ook duidelijk geworden uit de antwoorden op de vragen die de heer Schalk heeft gesteld. Dat stelt mijn fractie dus gerust.

De staatssecretaris is niet direct ingegaan op de vraag hoe de evolutie van de begrippen "schoon" en "zuinig" is, destijds en nu. Dit ondanks dat ik haar een dinerpauze had beloofd om daarachter te komen. Als ik het goed begrijp, wordt dat echter enigszins ondervangen door de mededeling van de staatssecretaris dat deze wet de nadeelcompensatie noodzakelijk maakt omdat er geen sprake is van normaal ondernemersrisico. Dus dat zal dan meegenomen worden in de methodiek, neem ik aan. Ik denk dat de staatssecretaris dat kan bevestigen.

Mijn volgende punt heeft ermee te maken dat ik een beginner ben en onervaren ben. Ik snap nog steeds niet goed hoe het traject is ingericht. Waarom moet die nadeelcompensatie eerst een wettelijke basis hebben, om daarna te worden uitgewerkt in een AMvB? Ik kan me voorstellen dat de regering eerst een methodiek uitwerkt, om vervolgens een advies te vragen aan de Raad van State en voor te leggen aan de Europese Commissie, en dan aan de Kamer. Maar ik heb nu begrepen dat het traject bij een algemene maatregel van bestuur een totaal andere is, waarbij eerst het oordeel van de Kamer wordt gevraagd en daarna een advies van de Raad van State. Ik zou dat graag goed willen begrijpen, want ik vind dat een beetje vreemd. Er zal wel een reden achter liggen, maar die is mij niet bekend.

Dan over de gekapte bomen van de heer Van der Linden. Hij is weliswaar niet meer hier aanwezig, maar hij zal het wel doorkrijgen. Ik zou toch wel nieuwsgierig zijn, staatssecretaris, hoeveel bomen er moeten worden geplant om de CO2-reductie te bereiken via het aanplanten van bomen, in plaats van via het aannemen van deze wet.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Van Ballekom. Dan geef ik het woord aan de heer Dessing namens de fractie van Forum voor Democratie.