Plenair Van der Voort bij voortzetting behandeling Inzet coronatoegangsbewijzen bij niet-essentiële detailhandel en niet-essentiële dienstverlening op publieke plaatsen



Verslag van de vergadering van 30 november 2021 (2021/2022 nr. 8)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 16.13 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Van der Voort i (D66):

Voorzitter, dank u wel. Ook wij bedanken de minister voor de beantwoording van de vragen. Als eerste wil ik even terugkomen op het stuk over de grondrechten. De D66-fractie heeft met genoegen geluisterd naar de uiteenzetting van de minister over de grondrechten, waarbij de grondrechten van de een kunnen interfereren met die van een ander. Wij denken dat de afweging die de minister daarin maakt ook de onze is.

Het andere punt is het debat dat we hebben gehad over de validatie van de PCR-test, waarbij de afkapwaarden die wetenschappelijk zijn vastgesteld en worden toegepast, ter discussie zijn gesteld. Ik vind het opmerkelijk dat wij een debat daarover voeren. Wij voeren ons debat toch over wetenschappelijke vastgestelde normen, die we dan ook gebruiken? Het lijkt erop dat we, als we hierover twijfels gaan zaaien, hier een soort pseudowetenschap dreigen te gaan voeren, die volgens ons ongepast is. Het is ook zo dat wij, als wij op die toer gaan, wellicht bijdragen aan desinformatie. Dat kan tweespalt creëren en tot polarisatie leiden.

Mevrouw Faber-van de Klashorst i (PVV):

Is het vragen om informatie dan twijfel zaaien?

De heer Van der Voort (D66):

Sorry?

Mevrouw Faber-van de Klashorst (PVV):

Is het vragen om informatie over wat de standaardprocedure is, dan twijfel zaaien?

De heer Van der Voort (D66):

Het gaat erom dat er uitvoerig wetenschappelijk onderzoek is gedaan naar in dit geval de PCR-testen en dat de toepassing ervan niet betwist wordt. Daar varen wij in onze politieke besluitvorming op. En dat is zoals we de wetenschap moeten gebruiken.

Mevrouw Faber-van de Klashorst (PVV):

Maar dan begrijp ik niet wat er mis aan is om te vragen wat de standaardprocedure is. Wat is daar mis aan? Dat mag ik toch gewoon vragen? Waarom zou dat niet gevraagd kunnen worden?

De heer Van der Voort (D66):

Het punt van de standaardprocedure heb ik überhaupt niet begrepen in het betoog van mevrouw Faber, dus daar heb ik verder niet naar gevraagd. Dat is volgens mij een uitwerking van de toepassing van zo'n test in de praktijk. Dat heeft helemaal niets te maken met een ander debat dat we hier voeren, namelijk over de afkapwaarde, dus daar kan ik verder geen antwoord op geven.

De voorzitter:

Tot slot, mevrouw Faber.

Mevrouw Faber-van de Klashorst (PVV):

Ik wil het belang van de standaardprocedure nog wel een keer uitleggen. Je kan pas dingen met elkaar vergelijken als je alles op dezelfde wijze test. Als arts moet u dat toch ook kunnen begrijpen, lijkt mij. Als de een zus test en de ander zo, dan kan je dat toch niet met elkaar vergelijken?

De voorzitter:

Dan stel ik voor dat u uw betoog vervolgt, na het antwoord op die vraag.

De heer Van der Voort (D66):

Voorzitter. Collega Backer en ik hebben alles overwegende onze fractie positief geadviseerd over dit wetsvoorstel en we kunnen de minister mededelen dat wij voor dit wetsvoorstel zullen gaan stemmen.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Van der Voort. Dan is nu het woord aan de heer Frentrop namens Forum voor Democratie.