Plenair Ganzevoort bij behandeling Initiatiefwetsvoorstel-Raemakers/Van Meenen tot wijziging van de Wet kinderopvang



Verslag van de vergadering van 19 april 2022 (2021/2022 nr. 26)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 21.16 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Ganzevoort i (GroenLinks):

Dank, voorzitter. Beraad is altijd goed, ook als dat een schorsing vraagt. Veel dank aan de initiatiefnemers. Veel dank ook aan de regering.

Als ik zo het debat laat passeren, zijn het ingewikkelde afwegingen. Het is, zeg ik maar tegen de initiatiefnemers, niet alleen een politieke weging. Dat zou geen recht doen aan het gesprek dat we voeren. Het is vooral een weging van wetskwaliteit, van de relatie tussen de doelen en de doeltreffendheid, de bijeffecten enzovoorts. Als dit echt een politieke weging zou zijn, dan zou je een totaal andere verdeling zien van fracties die het voorstel steunen en fracties die heel veel kritische vragen gesteld hebben. De hele verdeling over de Kamer laat zien dat het geen puur politieke en zeker geen partijpolitieke weging is, maar dat het over andere dingen gaat.

Ik zei al eerder dat ik het een beetje jammer vind dat de initiatiefnemers in de beantwoording van onze vragen niet heel erg veel openheid laten zien en, misschien nog wel ingewikkelder, selectief shoppen in de gegevens. In de hele discussie die we hebben gehad over of er nou een stijging of een daling is, over wat de risico's en de mogelijke effecten precies zijn, vond ik dat wat selectief. Dat vind ik jammer.

Dat speelde ook een beetje bij de gesprekken over het College voor de Rechten van de Mens. Laat ik er één onderdeel uitlichten om dat nog wat aan te scherpen. Als een kindercentrum besluit — mevrouw Gerkens citeerde uit de memorie van toelichting — om een beperkt aantal ongevaccineerde kinderen wel toe te laten, dan is daarmee het besluit van het kindercentrum per definitie arbitrair. Welk kind laat je wel toe? Welk kind laat je niet toe? Op het moment dat je een arbitrair standpunt inneemt, is er geen consistent beleid. Op het moment dat er geen consistent beleid is, is er geen objectieve rechtvaardiging in de zin van de AWGB. Oftewel, zodra je kiest voor beperkte weigering kan het CRM per definitie wel degelijk een uitspraak doen. Ik zou niet weten waarom dat niet zou kunnen, want dan is namelijk de vraag waarom dat kind wel wordt toegelaten en mijn kind niet. Dat is bij uitstek een zaak die het College voor de Rechten van de Mens aangaat. Misschien dat de initiatiefnemers daar nog op kunnen reageren. Bij een algemene weigering zou ik me nog een redenering kunnen voorstellen — ik deel die niet, maar zou me die kunnen voorstellen — maar bij een beperkte weigering vraag ik de initiatiefnemers of het niet per definitie zo is dat er een weging wordt gemaakt waarbij het ene kind wordt toegelaten en het andere niet en er dus sprake zou kunnen zijn van discriminatie, en dus zou het college er iets over kunnen zeggen.

We hebben een belangrijke verheldering gehoord, ook dankzij het advies van de regering, namelijk dat dit ook gaat gelden voor de bso en dat de covid-vereisten in het RVP onverkort gaan gelden voor ten minste de medewerkers van de kinderopvang. Ik kijk dan ook maar even naar de heren Van Strien en Van Pareren, want ik weet dat zij hun gedachten hebben over de covid-vereisten en dergelijke. Als een kindercentrum kiest voor een weigering gerelateerd aan het Rijksvaccinatieprogramma, dan betekent dat dat alle medewerkers die niet de covid-vaccinatie volgen, zijn uitgesloten van het werken bij dat kindercentrum. Dat is voor mij in ieder geval een nieuw inzicht.

De subsidiariteitsvraag. Ik had gevraagd of dit nou voor de verhoging van de vaccinatiegraad de lichtste maatregel is, want die is de belangrijkste graadmeter voor de volksgezondheid. De heer Van Meenen zei dat dit de lichtste is. Ik ben daar totaal niet van overtuigd. Segregatie tussen gevaccineerde en niet-gevaccineerde kinderen is niet de oplossing. Wel is het verhogen van de vaccinatiegraad van belang — we hebben de staatssecretaris daar veel over gehoord — vooral in kwetsbare groepen. Ook bij ouders die niet zozeer bewust tegen vaccinatie kiezen, maar het om allerlei redenen niet of nog niet doen, blijken er effectieve interventies te worden ingezet.

De onderliggende vraag in deze hele dag is of deze wet het doel bereikt. Zo ja, welk doel dan? In wetstechnische zin, zo beaamt ook de minister, kan volksgezondheid niet het doel zijn, omdat dat niet voldoende doelmatig en doeltreffend is. Transparantie wel, maar dat doel is onvoldoende legitiem. Dat laat ons toch echt achter met een ongemakkelijk gevoel. Misschien mag ik het zo samenvatten: dat wat in 2018 misschien een goed idee leek, namelijk om over de band van de toelating tot kinderdagverblijven iets te doen aan de vaccinatiegraad en aan de transparantie, blijkt in 2022 een wetsvoorstel dat misschien enig effect heeft, maar dat toch vooral rommelig onderbouwd is. Mijn fractie gaat zich beraden, met name op de vraag of het positieve effect dat er misschien is, zo groot is dat we de risico's en de matige wetskwaliteit voor lief zullen nemen.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Ganzevoort. Dan is het woord aan mevrouw Gerkens namens de fractie van de SP.