Plenair Prast bij voortzetting behandeling Algemene Europese Beschouwingen



Verslag van de vergadering van 7 juni 2022 (2021/2022 nr. 32)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 21.27 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Prast i (PvdD):

Voorzitter. Dank aan de minister voor de beantwoording van de vragen. Ik vond die erg summier. De beantwoording van mijn vragen was ook onvolledig. Ik had vragen gesteld over het feit dat de Europese Rekenkamer constateert dat een derde van de uitgaven die de Europese Commissie claimt te besteden aan klimaatbeleid klimaatrelevant is en dat de methodologie onbetrouwbaar is. Ik dien daar nu een motie over in. Ik vroeg namelijk de minister om in Brussel te bepleiten dat deze methodologie wordt verbeterd. Ik zal de motie voorlezen.

De voorzitter:

Door de leden Prast, Koffeman, Nicolaï en Karimi wordt de volgende motie voorgesteld:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat burgers recht hebben op eerlijke informatie, ook van de overheid;

overwegende dat de Europese Rekenkamer constateert dat een derde van de uitgaven die de Europese Commissie claimt te besteden aan klimaatbeleid klimaat-irrelevant is en dat de methodologie onbetrouwbaar is;

verzoekt de minister in Brussel te bepleiten dat deze methodologie wordt verbeterd,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt letter E (35982).

Mevrouw Prast (PvdD):

Voorzitter. Dan een tweede motie. Die gaat over de opschorting van invoerrechten. Ik heb betoogd dat het argument dat we met het opschorten van invoerrechten ook Oekraïne helpen, niet klopt. Er is immers al een te grote vraag. Het aanbod kan niet geleverd worden, dus die opschorting van invoerrechten is alleen maar bedoeld voor Nederlandse importeurs en om meer van het schaarse voedsel naar Nederland te halen, terwijl we een dreigende voedselcrisis hebben. Vandaar deze tweede motie.

De voorzitter:

Door de leden Prast, Koffeman en Nicolaï wordt de volgende motie voorgesteld:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat opschorting van invoerrechten op Oekraïense voedselproducten nadelig is voor niet-EU-landen die kampen met voedselschaarste;

overwegende dat Oekraïne geen last heeft van een vraagtekort;

verzoekt de minister om te doen wat in zijn vermogen ligt om de opschorting van invoerrechten op producten uit Oekraïne ongedaan te maken,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt letter F (35982).

Mevrouw Prast (PvdD):

Dank u, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u, mevrouw Prast. Dan is het woord aan mevrouw Huizinga-Heringa, namens de ChristenUnie.