Plenair Otten bij behandeling Voortduringswet artikelen 2c en 4 Wet verplaatsing bevolking



Verslag van de vergadering van 28 maart 2023 (2022/2023 nr. 24)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 15.16 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Otten i (Fractie-Otten):

Voorzitter. De burgemeester van Amsterdam heeft in verband met de woonomstandigheden in het overstroomde gebied op grond van artikel 5 van de Wet verplaatsing bevolking als te evacueren gebied aangewezen het gebied begrensd door de Kanaaldijk, de Oostzanerdijk, de Meteorensingel en de Cornelis Douwesweg. Het betreden van dit gebied zal alleen kunnen geschieden met toestemming van het ter plaatse dienstdoende politiepersoneel. Voor bewaking van de woningen, zowel te water als te land, wordt zorg gedragen. Om plundering te voorkomen, is besloten dat de rijkspolitie te water een zeer scherpe bewaking zal voeren. Twintig boten patrouilleren dag en nacht door het getroffen gebied. Wanneer op de eerste sommatie niet wordt gehoorzaamd, wordt onmiddellijk geschoten.

Voorzitter. Bovenstaande verklaring werd door de autoriteiten in Amsterdam uitgevaardigd op 14 februari 1960, nadat in Amsterdam-Noord, in Tuindorp Oostzaan een dijk was doorgebroken en Tuindorp Oostzaan overstroomd raakte. Zoals u op deze foto kunt zien, was dat een forse overstroming. 14 februari 1960. 63 jaar geleden. Dat is de eerste en tot nu toe enige keer dat de Wet verplaatsing bevolking, daterend uit 1952, ooit is toegepast in Nederland bij een overstroming als gevolg van een dijkdoorbraak in Amsterdam-Noord. Deze wet uit 1952 is kort na de Tweede Wereldoorlog ingevoerd en behoort tot het zogenaamde staatsnoodrecht. Staatsnoodrecht kan alleen in zeer uitzonderlijke noodsituaties worden toegepast en dient zeer restrictief te worden ingezet, alleen als het echt niet anders kan en er geen tijd te verliezen is. Een dergelijke inzet dient dan ook onverwijld te geschieden, zoals dat dus in 1960 bij de dijkdoorbraak in Amsterdam-Noord gebeurde. Het moet onverwijld gebeuren, en dus niet meer dan een jaar na de brute Russische inval in Oekraïne op 24 februari 2022, die zeer begrijpelijk tot een grote toestroom van Oekraïense vluchtelingen heeft geleid.

Voorzitter. Wij zijn voor opvang in de regio. Wat ons betreft moet Nederland deze Oekraïners dan ook ruimhartig opvangen, want Oekraïne kunnen we wat ons betreft nog rekenen tot onze regio. Dat verklaart waarschijnlijk ook de vraag van mevrouw Stienen waarom die opvang relatief probleemloos verloopt in vergelijking met de opvang van mensen uit verder weg gelegen regio's. Maar daar is dit staatsnoodrecht echt niet voor nodig. Sterker nog, dit middel is totaal niet proportioneel. Voor het opvangen van Oekraïense vluchtelingen is de Wet verplaatsing bevolking niet nodig en dus ook niet proportioneel.

Deze aanpak is helaas symptomatisch voor dit visieloze en tandeloze kabinet, een kabinet dat van crisis naar crisis strompelt en vrijwel niets meer voor elkaar krijgt en dat ook maar niet in staat is de enorme immigratiestromen naar Nederland onder controle te krijgen. Evenmin krijgt het het zelf gecreëerde bureaucratische stikstofprobleem onder controle. Het is niet in staat de Groningers fatsoenlijk en tijdig de schade van de gaswinning te vergoeden en weet de toeslagencrisis ook al jaren niet op te lossen. De eerste reflex van dit kabinet bij alle problemen is het inzetten van noodwetten, tijdelijke wetten, spoedwetten en nu dus ook het staatsnoodrecht. We kunnen dus concluderen dat er echt iets fundamenteel mis is in de mindset van dit kabinet. En nog snapt men niet waarom een nieuwe partij binnen een paar jaar in alle provincies de grootste van het land wordt en in de laatste peilingen van vanmiddag zelfs de grootste in de Tweede Kamer.

Het is business as usual bij het kabinet Rutte: o, een probleem; dan trekken we wel even het staatsnoodrecht uit de kast. Dit is staatsrechtelijke gemakzucht. Het inzetten van staatsnoodrecht bedoeld voor watersnoodrampen en daadwerkelijke oorlogssituaties is niet proportioneel. Dit is de verkeerde oplossing voor dit probleem. Sterker nog, het kabinet begeeft zich hiermee op het glibberige terrein van wat bestuursrechtjuristen "détournement de pouvoir" noemen, of met een Nederlands woord "machtsafwending". Dat is een verbod voor het bestuur om bestuursbevoegdheden te gebruiken voor een ander doel dan waarvoor ze zijn gegeven. Of om het nog wat duidelijker te zeggen "misbruik van bevoegdheden" of, zo u wilt, "machtsmisbruik". Dit begrip is dan ook gecodificeerd in de Algemene wet bestuursrecht, en wel in artikel 3:3, dat luidt: "Het bestuursorgaan gebruikt de bevoegdheid tot het nemen van een besluit niet voor een ander doel dan waarvoor die bevoegdheid is verleend." Wellicht heeft de minister van Justitie en Veiligheid dit algemene beginsel van behoorlijk bestuur over het hoofd gezien bij de inzet van deze Wet verplaatsing bevolking. Graag horen we dan ook van de minister hoe dit heeft kunnen gebeuren.

Voorzitter. Wij zijn voor opvang van Oekraïners die vluchten voor de verschrikkelijke Russische inval in hun land, maar het inzetten van staatsnoodrecht omdat dit kabinet de overige immigratiestromen niet onder controle krijgt, vinden wij niet acceptabel. Dit is bestuurlijke overkill en staatsrechtelijk niet in de haak. Wij zullen dan ook tegen dit wetsvoorstel stemmen.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank, meneer Otten. Dan is het woord aan de heer Keunen van de VVD, maar niet dan nadat ik het woord heb gegeven aan mevrouw Karimi voor een interruptie op de heer Otten.

Mevrouw Karimi i (GroenLinks):

Heel veel van de punten die de heer Otten naar voren heeft gebracht, laat ik voor zijn rekening, maar ik wil wel even precies krijgen waar we het over hebben. Het is namelijk zo — ik ben benieuwd of de heer Otten dat met mij eens is — dat op 24 februari, toen de oorlog begon, niemand kon voorspellen hoe het zou gaan verlopen. Niemand wist of de stroom vluchtelingen richting ons land beperkt blijven zou tot 10.000, 100.000 of 1 miljoen mensen. Is de heer Otten dat met mij eens?

De heer Otten (Fractie-Otten):

Nee, dat ben ik niet met u eens. Ik heb die oorlog vanaf 24 februari eigenlijk dagelijks gevolgd. Ook in die tijd was al snel de conclusie dat dit een heel langdurig conflict zou gaan worden. Dat is nu ook wel de consensus, denk ik: dit kan nog wel geruime tijd duren. Dat punt komt niet een jaar later uit de lucht vallen. Dat was al vrij snel duidelijk. Dus dat ben ik niet met u eens.

Mevrouw Karimi (GroenLinks):

Het is heel interessant dat de heer Otten zo'n bijzondere gave heeft dat hij zo goed kon voorspellen hoe de oorlog zou verlopen. Bij mijn weten, met alle internationale contacten waar ik bij betrokken ben, kon niemand voorspellen hoelang de oorlog zou duren, hoe de eerste dagen zouden verlopen en hoe groot de vluchtelingenstroom zou zijn. Dat is het eerste punt.

Dan het tweede punt. Eigenlijk is met het koninklijk besluit in begin december deze regeling al in werking getreden. We spreken nu een jaar later over de voortduring van een wetsvoorstel, maar eigenlijk heeft het veel meer te maken met de Eerste Kamer, de commissie en met het feit dat de PVV het verloop zo lang heeft getraineerd dan met de regering. Ik ga niet de regering verdedigen. Dat kan de minister goed doen. Ik wil de feiten hier gewoon goed op tafel hebben.

De heer Otten (Fractie-Otten):

Wat is uw vraag, mevrouw Karimi? Ik hoorde geen vraag.

Mevrouw Karimi (GroenLinks):

Is de heer Otten dat met mij eens?

De heer Otten (Fractie-Otten):

Ik ben het in zoverre met u eens dat het in de eerste dagen en weken van de oorlog inderdaad zeer de vraag was hoelang die ging duren. Het was toch een soort blitzkriegachtige benadering. Toen de slag om Kiev door de Oekraïners werd gewonnen, was toch wel duidelijk dat dit een veel langduriger conflict zou gaan worden. Dat is natuurlijk al vrij snel na het begin van de oorlog gebeurd. Nogmaals, wij zijn ook helemaal niet tegen de opvang van Oekraïense vluchtelingen. Sterker nog, bij mij in de buurt is een heel hotel gevorderd door de provincie Noord-Holland, zoals ik net tegen mevrouw Stienen zei. Daar zitten 200 Oekraïners, geloof ik. Ik zie die mensen elke dag bij de Albert Heijn. Dat gaat allemaal prima. Ze zijn heel goed geïntegreerd. Ik hoor ook helemaal niks over problemen. Niemand heeft overlast. Daarom zeg ik ook: opvang in de regio werkt volgens mij beter dan mensen van heel ver hiernaartoe halen, die een heel andere culturele achtergrond hebben. Daarom zijn wij ook voor opvang in de regio, omdat dat makkelijker is voor de integratie. Dat zie je nu bij de Oekraïners ook gebeuren.

In die zin ben ik het met u eens dat het begin van de oorlog natuurlijk zeer onvoorspelbaar was. Het is nu echter ook de consensus van alle militaire strategen dat het best nog enige tijd kan gaan duren en dat je daar niet het staatsnoodrecht voor hoeft in te zetten, zoals bij de dijkdoorbaak in februari 1960 waarbij je à la minute moest handelen en de bevoegdheden die je hebt, moest gebruiken. Daarom zeg ik ook: het is détournement de pouvoir. Het is een van de belangrijkste beginselen van behoorlijk bestuur dat je bevoegdheden niet mag gebruiken voor de verkeerde doeleinden. Dat is wel wat hier gebeurt. Daarom zullen wij dus tegenstemmen, zeg ik tegen mevrouw Karimi. Ik hoop dat haar vraag daarmee beantwoord is.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Otten. Dan geef ik het woord aan de heer Keunen namens de VVD.