Verslag van de vergadering van 7 april 2026 (2025/2026 nr. 24)
Status: ongecorrigeerd
Aanvang: 13.38 uur
Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.
De heer Bovens i (CDA):
Mevrouw de voorzitter, graag wens ik u, mijn collega's, de griffie, het kabinet, alle medewerkers en ook alle mensen op de publieke tribune namens mijn fractie een zalig Pasen. Met Pasen vieren wij christenen de kern van ons geloof: dat de dood niet het einde is, maar er altijd een nieuw begin mogelijk is. Hoe toepasselijk is het dan ook dat we vandaag de start bespreken van een nieuw kabinet, dat ik hier van harte welkom heet. De constellatie is eveneens nieuw: een minderheidskabinet bestaande uit drie partijen, die steun geven aan een regeringsprogramma met 66 zetels in de Tweede Kamer. In deze Kamer start het kabinet met de steun van 75 zetels, of nul zetels, want om maar meteen met een relativering te beginnen: de Eerste Kamer hoeft geen kabinetten te steunen en stuurt ook geen kabinetten weg, maar beoordeelt de producten van de wetgever — dus van kabinet én Tweede Kamer — op hun eigen merites.
Om onze rol beter te duiden, heb ik twee citaten. Citaat één. "In de kern is het de rol van de Eerste Kamer om wetsvoorstellen te toetsen op rechtmatigheid, uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid, zoals in de jaren negentig onder leiding van Tjeenk Willink is vastgesteld. Gelet op de politieke terughoudendheid die betracht dient te worden, mede gelet op artikel 51 van de Grondwet, passen debatten als Algemene Politieke Beschouwingen en een debat naar aanleiding van de regeringsverklaring niet bij de rol van de Eerste Kamer." Het tweede citaat. "Tegen deze achtergrond ligt het niet voor de hand dat de Eerste Kamer zich via debatten over de regeringsverklaring inhoudelijk verbindt met de politieke keuzes die in een regeerakkoord zijn gemaakt. Een dergelijke betrokkenheid staat op gespannen voet met de vereiste distantie en ondermijnt de rolvastheid die voor het functioneren van het Nederlandse tweekamerstelsel van groot belang is." Einde citaat. Deze citaten zijn afkomstig uit een veel langer betoog uit de concept-masterscriptie van Antje Beers, kersvers gemeenteraadslid in Breda, maar veel belangrijker: onze fractieondersteuner. Ik kan u allen verzekeren dat zij deze tekst uiteraard uitstekend en minutieus heeft onderbouwd. U vindt die onderbouwing in het bronnen- en nota-apparaat.
Mevrouw de voorzitter. Met het eerder genoemde in gedachten is het huidige debat zeker niet minder van belang. De nieuwe regeringsploeg is immers als een pasgeboren kind. Alle beloften zitten in het DNA, de combi van centrumlinks, het midden en centrumrechts. Maar voor het opgroeien is een veel groter gezin nodig, vaak zelfs een hele familie. Minstens zo belangrijk is de context, de omgeving van het kabinet. It takes a village to raise a child, en deze regering kan wel een hele wereld aan villages gebruiken. Daarom passen beschouwingen over de wereld en de verwachtingen van wat het kind, dat kabinet-Jetten heet, kan betekenen om de wereld een beetje beter te maken, altijd, en dus ook vandaag.
De CDA-fractie wil graag vier thema's aansnijden. Ik begin met onze wereld. Ik ben namelijk van de generatie westerse boomers, die is opgegroeid met de gedachte dat het steeds beter gaat met onze wereld, dat armoede langzaam wordt uitgebannen, dat er meer gelijkheid ontstaat, dat het internationaal recht zich doorzet, dat er minder oorlog wordt gevoerd en dat wetenschappelijke kennis ons vooruitgang op velerlei terreinen brengt. Deels is die gedachte ook uitgekomen. Op diverse van de 17 Sustainable Development Goals bijvoorbeeld scoren we beter dan ooit.
Maar je hoeft geen zwartkijker te zijn om te constateren dat we de laatste jaren verslechteringen meemaken. Denk aan de gewapende strijd in Oekraïne, in Oost-Afrika, in Azië, in het Midden-Oosten, of aan de schending van internationaal recht en mensenrechten door autocratische regimes, die soms ook nog tot onze westerse familiekring behoren. Neem het ter discussie stellen van wetenschap en klimaatverandering door een soort van tegenbeweging van antiwokisme, het ondermijnen van weerbaarheid en democratisch ethos in onze samenleving door misinformatie en afnemende tolerantie, een toenemend egocentrisme van landen en het zich terugtrekken in een negentiende-eeuws nationalisme, met kreten als "eigen land eerst".
In een dergelijke wereld begint een nieuw Nederlands kabinet aan een strijd op vele fronten. Het lijkt soms wel dweilen met de kraan open, maar veel erger zou niet dweilen met de kraan open zijn.
Het CDA steunt de doelen van dit kabinet om de positie als handelsnatie in de bredere wereld weer in te nemen, terug te keren als een betrouwbare partner in de Europese Unie en NATO of dat te blijven, pal te staan voor internationaal recht en democratie en het Klimaatakkoord te respecteren. Met het rapport van Draghi als wake-upcall moeten we investeren in Europese samenwerking, economische structuurversterking, het harmoniseren van de interne markt en een sterke positie van Europa in de NATO. Mijn fractie ziet daarbij Europa overigens als meer dan de Europese Unie. In geopolitieke zin is een sterk Europa een heel continent, dus ook met landen van de EFTA, het Verenigd Koninkrijk, Oekraïne en de Balkan. Nederland is in 2027 voorzitter van de Raad van Europa. Heeft de regering al een idee over wat zij in die positie zou willen bereiken? Als ik een suggestie mag doen: ik pleit voor thema's als weerbaarheid van de samenleving, in combinatie met vrijheid van meningsuiting alsmede het vergroten van de handhaafbaarheid van internationaal recht. Graag een reactie.
Het CDA steunt ook de beweging om ons defensiebudget te vergroten. Dat kan mede door de budgettaire pijn daarvoor eerlijk en evenredig te verdelen over burgers en bedrijven. Het CDA constateert dat het kabinet dat ook wel wil, maar dat de uitwerking soms leidt tot onevenredigheid tussen inkomensgroepen. Ik roep u op om dit bij het Belastingplan te repareren. Ik neem aan dat u het daarmee eens bent. Een deel van de NATO-norm van 5% behelst non-militaire uitgaven. In een vorig debat pleitte ik voor het omkatten van het ministerie van Defensie naar een ministerie van defensie, vredesbevordering en weerbaarheid. Los van de naam ziet mijn fractie deze zaken nadrukkelijk als één geheel. Het tegengaan van ondermijning door trollenlegers of cyberaanvallen past bij de versterking van burgerschapsonderwijs en mediawijsheid. Hier liggen volgens ons meekoppelkansen met de Onderwijsbegroting.
Elk weldenkend mens weet dat je geen vrede bereikt door oorlog te bevorderen. Nederland moet dus blijven investeren in vredesbevordering via multinationale organisaties en presentie over de hele wereld. Daarmee kan de regering ook wat doen aan het groeien naar de OESO-norm van 0,7% bij het ODA-budget. Mijn fractie wil vasthouden aan die doelstelling en vraagt uiterlijk bij de behandeling van de volgende begroting van Ontwikkelingssamenwerking om een tijdpad voor die groei, alsmede een visie op de verdeling van dit budget over de diverse categorieën.
De voorzitter:
U heeft een interruptie van de heer Van Hattem.
De heer Bovens (CDA):
Dat kan.
De heer Van Hattem i (PVV):
Ik hoor de heer Bovens van het CDA allerlei mooie woorden uiten over de rolvastheid van de Eerste Kamer et cetera.
De heer Bovens (CDA):
Dank u.
De heer Van Hattem (PVV):
Hij heeft het ook over wat we hier allemaal niet zouden moeten doen bij een debat over de regeringsverklaring. Vervolgens komt hij wel met een heel wensenlijstje aanzetten, met daarop onder andere extra geld voor ontwikkelingshulp. Hoe verhoudt zich dat tot zijn eigen woorden?
De heer Bovens (CDA):
Ik kan het makkelijk zeggen, want dat zijn de zaken die gewoon in het regeerakkoord staan. Ik vraag om een herbevestiging van de zaken die in het regeerakkoord staan. Ik vraag wanneer we daar dan de uitwerking van tegemoet kunnen zien. Dat zijn geen nieuwe wensen.
De heer Van Hattem (PVV):
Het is maar de vraag of die wens daadwerkelijk wordt overgenomen in de Tweede Kamer. Er wordt op deze manier wel op vooruitgelopen, maar ik hoorde de heer Bovens ook pleiten voor een fiscale reparatie en allerlei andere budgettaire zaken, die ook het budgetrecht van de Tweede Kamer raken. Is hij hier nu niet bezig om zijn eigen rolvastheid te ondermijnen?
De heer Bovens (CDA):
Met dat laatste heeft u zeker een punt. Dat is namelijk inderdaad een vraag die het CDA hier neerlegt, maar die wordt wel gesteund door de opmerkingen die zowel in het kabinet als in de Tweede Kamer al zijn gemaakt. Ik breng in ieder geval geen nieuwe zaken naar voren.
De heer Van Hattem (PVV):
Tot slot. Ik hoor de heer Bovens een soort afkeer uitspreken van een beleid van "eigen land eerst". Ik hoor toch wel graag welk land dan op de eerste plaats moet komen. Moeten onze eigen mensen aan de achterste mem hangen? Tegelijkertijd heeft hij het over het bevestigen van de rol van Nederland als handelsnatie. Als handelsnatie kun je toch moeilijk een ander land op de eerste plaats zetten? Hoe verhoudt zich dat in zijn betoog? We moeten toch gewoon naar onze eigen mensen en de belangen van ons eigen land kijken?
De heer Bovens (CDA):
Ik denk dat ik daarover een andere opvatting heb dan de heer Van Hattem. Ik denk dat het in het belang van Nederland is om internationaal actief te zijn en present te zijn in een internationale wereld, ook omkleed met het internationaal recht et cetera. Een land dat zich terugtrekt achter de eigen dijken zal nooit een bijdrage kunnen leveren aan wereldvrede. Ik denk dat wereldvrede en de ontwikkeling van de hele wereld ook in het voordeel van Nederland zijn, zeker voor Nederland als handelsnatie.
De heer Schalk i (SGP):
Een korte vraag aan de heer Bovens. Hij had het zojuist over het herstel van de koppeling. Nou heeft hij vorig jaar ook gezegd dat dat dit jaar moest gaan gebeuren, maar nu heeft hij het over de volgende begroting. Betekent dat ook nog iets voor deze begroting, voor dit jaar?
De heer Bovens (CDA):
Daar wilde ik nou net bij wegblijven, dus de heer Schalk legt de vinger meteen op de juiste plek, omdat dat dan inderdaad de begroting is van het jaar 2026. Ik vraag inderdaad naar het tijdpad bij de begroting van '27. Dat moet wat mij betreft wel een tijdpad zijn dat reëel en haalbaar is. De begroting van Ontwikkelingssamenwerking voor dit jaar komt nog bij ons in behandeling, dus daar kan ik op dit moment nog niks over zeggen.
De heer Schalk (SGP):
Dat is precies zoals de situatie is, maar ik was toch heel benieuwd, omdat het nu alvast over volgend jaar gaat en we vorig jaar nog hoorden dat het over deze ging. Dan gaan we hier, denk ik, op terugkomen bij de komende begroting, maar misschien kan de heer Bovens al een tipje van de sluier oplichten.
De heer Bovens (CDA):
Nee, dat ga ik zeker niet doen, maar over de opvatting van het CDA kan geen misverstand zijn. Wij willen naar die koppeling toe.
De heer Rosenmöller i (GroenLinks-PvdA):
Misschien mag ik het stokje even van de heer Schalk overnemen. De begroting Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking voor '26 krijgen we hier nog langs. Als je je fantasie een beetje laat gaan, dan is dat niet een begroting die als vanzelf een meerderheid haalt in deze Kamer. Zou het nog mogelijk zijn met u een debat te voeren om precies het punt dat u voor '27 wil, een verhoging van het budget voor Ontwikkelingssamenwerking, ook voor '26 te realiseren, om daarmee ook de begroting bij de eindstreep te brengen?
De heer Bovens (CDA):
Een terechte vraag. Ik wil alleen niet vooruitlopen op de behandeling van de begroting van Ontwikkelingssamenwerking voor dit jaar. Maar dat daarover gesproken zal worden bij de begrotingsbehandeling is zeker. Het gesprek kunnen we dus aangaan, maar wij gaan nu niet zeggen tot hoever wij daarin kunnen gaan, omdat we de budgettaire consequenties daarvan niet kunnen overzien. Maar de richting moet volstrekt helder zijn. Die richting staat ook in het coalitieakkoord, of regeerakkoord. We willen naar die koppeling en we willen die koppeling ook inhoud geven. Daar zullen we met elkaar over discussiëren, waarschijnlijk al bij de begroting van '26, maar ik heb gezegd dat ik uiterlijk bij die van '27 dan ook het tijdpad wil hebben.
De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):
Dat over het tijdpad begrijp ik, maar mijn vraag is of er met u een gesprek is te voeren om, even los van de hoogte, datgene wat u voor '27 wilt, ook voor '26 in de begroting Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking te krijgen. Ik denk namelijk dat we dan bezig zijn met een dialoog die goed is voor de begroting en voor de wereld. Wat willen we nog meer?
De heer Bovens (CDA):
De dialoog kunnen we altijd aangaan, ook met uw fractie, zou ik willen zeggen. Maar nogmaals, ik geef geen enkel voorschot op hoever die dialoog gaat en tot welk resultaat dat zal leiden. Geen valse verwachtingen.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
De heer Bovens (CDA):
Verleden week begonnen duizenden volksvertegenwoordigers in de nieuw verkozen gemeenteraden. Ik wens hun daarbij alle succes en wijsheid toe. Zelf mocht ik zeventien jaar gemeentebestuurder zijn in alle rollen. Daarnaast mocht ik tien jaar actief zijn op het niveau van onze kiezers, namelijk de provincie. In al die tijd was ik acht jaar VNG-bestuurder en drie jaar voorzitter van het IPO. Ik ken, met andere woorden, ook die kant van de bungalow van Thorbecke. Als IPO-voorzitter pleitte ik er ooit voor dat bij een formatie eerst moest worden gestreefd naar een akkoord met het land, lees met de medeoverheden, en dan pas naar een akkoord tussen politieke partijen. Nu is de praktijk andersom en komen de medeoverheden pas in beeld als de landelijke pap al is gestort.
Als dit kabinet echt meent wat het schrijft over de positie van en de verhouding tot medeoverheden, over Elke regio telt! en over brede welvaart, over de grote binnenlandse opgaves op het terrein van de woningbouw, stikstof, energie, klimaat, asiel, welzijn en gezondheid of de landbouw, over alle plannen voor bestaanszekerheid, mobiliteit en het verminderen van regeldruk, dan is het investeren in de samenwerking met de Unie van Waterschappen, het IPO en de VNG geen luxe. Uiteraard kan dat sectoraal en zal dat ook in de meeste gevallen zo gebeuren, maar wellicht is veel meer nodig, zeker nu in 340 gemeentes ook nog een nieuw begin moet worden gemaakt met programma's. Het CDA is benieuwd hoe het kabinet denkt over een breed bestuursakkoord inclusief passende financiering en de doelstelling van het verminderen van regelgeving bij de uitvoering van het beleid. Bij Elke regio telt! speelt voor ons de zaak van de stapeling van gevolgen van sectorale maatregelen. In de rapportages die we tot nu toe krijgen, past naar onze smaak meer integraliteit. Vanwege de tijd die mij is toegemeten, verwijs ik daarvoor naar de betreffende passage in de bijdrage van collega Van der Goot van OPNL later vandaag. Die spreekt hij ook namens het CDA uit en dat geldt tevens voor zijn bijdrage over de Benelux en de problematiek van grensoverstijgende samenwerking.
Voorzitter. Ik kom bij het derde thema. Het CDA is zich er terdege van bewust dat het vertrouwen in politiek en bestuur niet groot is. Het vorige kabinet was niet gebouwd op onderling vertrouwen en respect en strompelde naar het einde. Er is daardoor op veel dossiers te weinig bereikt of zelfs stilstand opgetreden. Nederland heeft bij de Kamerverkiezingen duidelijk gekozen voor het midden: het CDA en D66 wonnen er samen 30 zetels bij. Nederland koos ook voor een minder polariserende stijl, een fatsoenlijke overheid en nieuwe, frisse verhoudingen. Hoewel mijn fractie een voorkeur zou hebben voor een zeer brede meerderheidsregering met goede onderlinge verhoudingen, kunnen wij best leven met de uitkomst van een minderheidsregering, voor zover we daar een mening over zouden moeten hebben hier.
Dat geeft een extra opdracht maar ook een extra kans, want het CDA gelooft in de kracht van de samenleving, van het middenveld, van verantwoordelijke maatschappelijke organisaties, van kerken en verenigingen, van ondernemers en boeren, van dorpen en wijken en van gezinnen en burgers. Die kracht moet het draagvlak onder deze regering gaan vormen. Net zoals bij het voorbeeld van de medeoverheden verwacht ik van deze regering dat men streeft naar akkoorden met de samenleving. Er ligt al een zorgakkoord, een woonakkoord, een pensioenakkoord en een Klimaatakkoord. In het verleden waren we zeer dicht bij een landbouwakkoord. Wat ons betreft pakt u deze draad verder op en komen er voor de zomer akkoorden met de Stichting van de Arbeid, de onderwijssector, de partijen die gaan over sociale zekerheid en de hele asielketen. Ik ben niet naïef, want elk akkoord dat u wil updaten of nieuw wil sluiten, vraagt in de Haagse werkelijkheid om een pot met geld. We hebben bij het AOW-voorstel gezien dat actualisering al gewantrouwd wordt. Een minderheidskabinet kan niet alleen leven op politieke akkoorden die dan eens over links en dan eens over rechts gaan; dat schept immers geen vertrouwen. Nee, een minderheidskabinet leeft van akkoorden met het land, met de samenleving, waar de politiek zich vervolgens toe zou moeten verhouden. Ik ben benieuwd naar de reflectie van het kabinet over hun rol als akkoordenbouwer.
Voorzitter. De geopolitieke situatie is onstabiel. De oorlogen in Europa en in het Midden-Oosten verergeren ook de problemen in ons land — het werd al door collega's genoemd — doordat we veel geld kwijt zijn aan de steun aan Oekraïne, aan de verhoging van het Defensiebudget en aan de gevolgen van de snel stijgende energieprijzen voor bedrijven en burgers. Daardoor komt de financiële positie in gevaar en is er noodzaak tot bezuinigen en grip houden op kostenstijgingen op korte en middellange termijn. Dat zet ook de speelruimte voor het kabinet om akkoorden te sluiten onder druk. Toch gelooft het CDA dat akkoorden zelfs in een situatie van financiële krapte mogelijk zijn, zeker als die leiden tot extra toekomstzekerheid, meer vrijheid, minder knellende regels, meer ontplooiingskansen en een grotere participatie. U mag als kabinet best een appel doen op die verantwoordelijke samenleving, want daarin werken mensen die ook de kranten lezen en snappen dat er pijnlijke beslissingen genomen moeten worden. Ik las dit weekend bijvoorbeeld met belangstelling het interview in De Telegraaf met de nieuwe CNV-voorzitter. Het vergt ook iets van ons: wij moeten vertrouwen hebben in die samenleving en niet op voorhand elke vorm van dialoog belasten met vooringenomen standpunten. Geef de samenleving ruimte, dan worden, bij wijze van voorbeeld, niet alleen woningen gebouwd maar hele gemeenschappen. Vindt het kabinet dat men voldoende ruimte en aanbod heeft om een zinvolle dialoog met samenlevingspartijen aan te gaan?
De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):
De heer Bovens geeft op een prachtige manier eigenlijk de kern van het CDA-gedachtegoed weer.
De heer Bovens (CDA):
Dank.
De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):
Dat ken ik goed en dat waardeer ik overigens ook zeer. We hebben al veel over de AOW gesproken en dat gaan we niet nog een keer allemaal herhalen, maar dan precies dit punt: dat pleidooi voor akkoorden met de samenleving voor de toekomst is belangrijk, maar hoe verhoudt zich dat wat u betreft nou tot het openbreken van dat akkoord op dat gevoelige punt van die AOW-verhoging? Dat moet u dan toch zwaar vallen?
De heer Bovens (CDA):
Ik heb in ieder geval zowel debatten hier in de Eerste Kamer als de debatten over de regeringsverklaring in de Tweede Kamer gezien als een — hoe moet ik dat zeggen? — bewijs dat deze regering de samenleving echt die hand gaat reiken. Is het een valse start om te beginnen met het openbreken van akkoorden en met alvast een eindbod daarin? Dat is niet zoals wij het graag zouden willen zien. Wij zien graag die open dialoog, maar ik realiseer me ook — dat heb ik net gezegd — dat dat niet kan betekenen dat de andere kant, de samenleving zelf, er alleen maar in kan zitten als: ja, maar ik moet alleen maar meer geld en ik wil geen bezuinigingen et cetera. Het akkoord vergt van beide kanten iets. Ik heb voldoende vertrouwen in de samenleving en in partijen in de samenleving dat zij dat ook snappen en dat die dialoog er zeker kan komen. Als er een sociaal akkoord zou kunnen worden gebouwd of een akkoord met de Stichting van de Arbeid, waar zaken als deregulering van de arbeidsmarkt en meer participatie et cetera in zitten, als we die breedte met elkaar kunnen opzoeken, kunnen we volgens mij hele goeie dingen met elkaar doen.
De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):
Dat kan ik me voorstellen en dat kan ik ook helemaal volgen, maar moet dat lelijke element van die extra AOW-verhoging dan eigenlijk niet nu weggenomen worden en zou u niet aan onze kant moeten staan om al die dingen die u verder noemt, gerealiseerd te krijgen?
De heer Bovens (CDA):
In de tijd die wij nu besteden aan de AOW-verhoging — ik geloof dat dat al bijna twintig minuten is — is de gemiddelde levensverwachting al vijf minuten gestegen. Wat mij betreft, nogmaals, geldt datgene wat het kabinet heeft toegezegd, om in alle breedte te praten over de houdbaarheid van sociale voorzieningen, ook voor de AOW. Ik ben het met u eens dat je dat niet moet belasten met de uitkomst. De dialoog zou wat mij betreft betekenen dat je van een inzet uitgaat, maar die inzet hoeft niet de uitkomst te zijn.
De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):
Het had dus anders gemoeten en het kan hier ook anders.
De heer Bovens (CDA):
Ik doe daar geen uitspraak over.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog. Nee, de heer Dessing nog.
De heer Dessing i (FVD):
Een ander punt dat ik hoorde vanuit het CDA is dat de heer Bovens het had over de veerkracht van de samenleving en dat hij daar een groot vertrouwen in heeft. Dat is te prijzen, maar wat zegt de heer Bovens dan tegen al die Nederlanders die door de enorme kostenstijgingen en door het beleid van de afgelopen jaren zo enorm in de knel gekomen zijn? Is het dan niet zo dat, om die maatschappij weerbaar te houden, er dan keuzes gemaakt moeten worden die misschien ook voor het CDA pijnlijk zijn, bijvoorbeeld als we kijken naar het feit dat de migratie ons jaarlijks 27 miljard euro kost? Nou zeg ik niet dat u daarover van standpunt moet veranderen, maar het gaat mij er wel om dat u wel heel veel vraagt van de veerkracht van de samenleving, terwijl u in de stapeling van datgene wat we allemaal moeten doen, in een kabinet waar uw partij nu ook in zit … Wat is uw reflectie daarop?
De heer Bovens (CDA):
Dan wil ik toch wijzen op wat ik daarna vertelde, namelijk dat het ook iets vergt van ons, van onze opstelling en van onze opstelling als politiek of als kabinet of als Kamers. Het vergt dat je niet die vooringenomenheid hebt, dat je niet zendt "zo wil ik dat het gaat gebeuren", maar dat je naar de samenleving luistert. Wat ligt daar aan kracht? Wat zijn daar oplossingen in? Ik bagatelliseer de situatie van mensen die op dit moment last hebben van bijvoorbeeld stijgende energieprijzen of die in armoede verkeren absoluut niet, maar de oplossing kan niet alleen maar komen van de overheid. De oplossing moet ook uit de samenleving zelf komen en kan in die combinatie naar mijn smaak vaak veel effectiever zijn. Ik geloof niet dat alles in Den Haag, in het stolpje hier op de vierkante kilometer, wordt bepaald. Den Haag is heel belangrijk, maar de kracht van de samenleving is ook wat waard.
De heer Dessing (FVD):
Ja, toch hoor ik, met alle respect, weinig empathie. Als je die samenleving veerkracht zou willen geven, dan moet je toch echt luisteren naar het volk. Dan moet je toch niet nog een keer studies gaan doen of plannen maken, terwijl andere landen bijvoorbeeld de btw op boodschappen afschaffen. Dan kan het CDA er toch voor pleiten actie te ondernemen op het feit dat de veerkracht van de Nederlandse samenleving nu al een grens heeft bereikt en dat we nu ook als kabinet moeten handelen?
De heer Bovens (CDA):
Ik ben het ermee eens dat er snel maatregelen nodig zijn, maar ik weet niet anders dan dat er volgende week al over gesproken wordt. U kunt zeggen dat het gisteren had gemoeten, maar dan hadden we misschien maatregelen genomen waar we later spijt van zouden krijgen en dat willen we ook niet. Het moet ook echt helpen en het moet helpen daar waar het het meeste pijn doet. Ik zou bijna zeggen: daar waar de schouders het het minste kunnen dragen, moet de hulp naartoe. Dat vergt enige dagen, maar het is een kwestie van dagen of weken en dan heeft het kabinet naar mijn volle overtuiging wel degelijk een pakket klaarliggen. Ik hoop dat de Kamers er vervolgens niet nog maanden over doen om het te bespreken.
De voorzitter:
Dank u wel. U vervolgt uw betoog.
De heer Bovens (CDA):
Ja. Dat vergt van onze Kamer een hoge mate van rolvastheid. Als er wetten komen die gewoon rammelen of onuitvoerbaar zijn, maak je het de Eerste Kamer lastig. Zo hebben wij als CDA tegen de begroting van Landbouw gestemd. Het was de eerste keer in de geschiedenis van onze partij dat we tegen een begroting stemden. Ditzelfde gebeurde onlangs nog bij de wet over het tegengaan van ondermijning, de Wtmo. Rolvastheid is geen gemakkelijke opgave, omdat wij maar één bevoegdheid hebben, namelijk die van aannemen of terugsturen. Dan moet je soms de rolvastheid afwegen tegen ernstige maatschappelijke schade die vertraging of verwerping oplevert. De regering en de Tweede Kamer moeten er dus samen voor zorgen dat hier deugdelijke wetgeving wordt ingebracht, want dat bevordert de kans op rolvastheid in deze Kamer.
Mevrouw de voorzitter, ik rond af. De CDA-fractie is bezorgd over de situatie in de wereld en de gevolgen daarvan voor het internationaal recht en voor de veiligheid en welvaart buiten, maar ook zeker binnen Europa. Het nieuwe kabinet kiest als motto: "Aan de slag. Bouwen aan een beter Nederland." Voor het CDA betekent dit allereerst dat bruggen moeten worden gebouwd. Wees een bruggenbouwer binnen de Nederlandse samenleving en breng het resultaat van die verbindingen in de politieke arena in. Heb oog voor de noden, maar ook voor de kracht van elke burger in elke regio. En wees daarnaast een bruggenbouwer in Europa, zowel in de Europese Unie als op ons continent. Laat ten slotte zien dat u bruggen kunt bouwen in de Tweede en in de Eerste Kamer door transparantie, eerlijkheid en een nieuwe, frisse en fatsoenlijke stijl, met wederzijds respect en vertrouwen, want dan is "aan de slag" of zo u wilt in mijn eigen taal "aon de geng" echt een nieuw begin. "Aan de slag" als een soort paasboodschap, hoe mooi zou dat klinken?
De voorzitter:
Dank u wel. Er is nog een interruptie van de heer Van Hattem.
De heer Van Hattem (PVV):
Ik hoor de heer Bovens van het CDA spreken over de hoge noden die er zijn in de samenleving.
De heer Bovens (CDA):
Ja.
De heer Van Hattem (PVV):
Maar een van die hoge noden is toch de stijging van de energieprijzen en de schaarste die er ook is. Nu was er afgelopen week toch enige discussie — deze was volgens mij met name ook wel door het CDA gestart — over het sluiten van de kolencentrales per 2030. Er zou opgeroepen zijn om ze langer open te houden. Nu hoorde ik premier Jetten van de week bij de persconferentie zeggen: nee, we moeten wel stoppen met de kolenstook, maar we kunnen wel biomassa gaan verbranden in die centrales. Ik wil toch weten hoe het CDA er nu in zit. Is er toch ruimte om kolencentrales langer open te houden om ook te zorgen dat er gezien de hoge noden in onze samenleving een aanvaardbaar prijsniveau kan ontstaan op de energiemarkt of is toch die klimaatdoelstelling, waarvoor helemaal gestopt moet worden met kolenstook, belangrijker dan de hoge noden in onze samenleving?
De heer Bovens (CDA):
De eerste vraag is of het een tegenstelling is. Ten tweede, mijn eerlijke antwoord is: daar heb ik me absoluut niet in verdiept. Ik heb me alleen verdiept in het feit dat we de mijnen in Limburg niet meer open moeten doen. Daar ben ik het wel mee eens. Maar ten aanzien van de vraag of de kolencentrales dicht moeten in 2031 wacht ik met heel veel spanning en heel veel interesse de discussies in de Tweede Kamer daarover af. Wat mij betreft is het geen tegenstelling: je kan voor de doelstellingen van het Klimaatakkoord zijn, maar kan aan de andere kant ook kijken hoe je de noden van de mensen, ook de financiële noden van de mensen, het beste kunt lenigen. Daar zijn we naar op zoek. Als u in de CDA-bijdrage van de heer Bontenbal enige discussie bespeurt in die zin dat je ook andere spullen in een centrale kunt stoken et cetera, moet u dat op die wijze zien: hoe ga je deze doelstellingen met elkaar verenigen en niet tegenover elkaar stellen?
De heer Van Hattem (PVV):
Maar dan toch eventjes, om het dan maar hoog over te houden: bij die hoge noden waar de heer Bovens terecht aandacht voor vraagt, is het toch belangrijk om ervoor te zorgen dat er een aanvaardbaar prijsniveau is voor onze energie? Dat niveau kan behaald worden door misschien wat langer door te gaan met het stoken van kolen en door die kolencentrales langer open te houden voor dat doel. Staat voor de heer Bovens en de CDA-fractie in deze Kamer, waar we ook geen onbelangrijke stem in het kapittel hebben, de mogelijkheid open om het niet heilig maken van die grens van 2030 te bespreken om die hoge noden te lenigen?
De heer Bovens (CDA):
Dat gaat ervan uit dat wij daar al zwaar over hebben nagedacht. Dat hebben wij gewoon nog niet gedaan. Ik ga dus niet uit de losse pols zeggen dat het wel 2030, 2031 en dergelijke kan worden. Ik denk dat we het er samen over eens zijn dat de lasten voor heel veel burgers op dit moment de pan uitrijzen en dat heel veel burgers dat niet meer kunnen meemaken en daar last van hebben. Ook bedrijven hebben overigens last van de energieprijzen et cetera. Daar moet je naar kijken. Van mij mag je naar alle zaken kijken, maar dat wil niet zeggen dat je de doelstellingen van het Klimaatakkoord daarvoor bij het grofvuil zet. Volgens mij zijn er mogelijkheden om die dingen met elkaar te combineren. Daar moeten we naar op zoek. Iedereen die daar creatieve ideeën over heeft, is welkom.
De heer Van Hattem (PVV):
Als de heer Bovens van het CDA zegt dat hij daar nog niet goed over heeft nagedacht, schept dat in ieder geval ruimte om daar iets mee te doen, om daar wél goed over na te denken en om die ruimte ook te pakken. Dan hoeven we de doelstellingen misschien niet bij het grofvuil te zetten, maar kunnen we ze wel prima recyclen tot iets waar we wél wat aan hebben in plaats van coûte que coûte in 2030 onze prachtige energievoorzieningen en onze moderne centrales te sluiten en bij het grofvuil te zetten.
De heer Bovens (CDA):
Ik moet één ding even corrigeren: het is niet zo dat als ik niet nadenk, dat ruimte oplevert.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik geef graag het woord aan de heer Janssen namens de fractie van de SP.