Voortzetting behandeling Debat regeringsverklaring



Verslag van de vergadering van 7 april 2026 (2025/2026 nr. 24)

Aanvang: 13.38 uur

Status: ongecorrigeerd

Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.


Aan de orde is de voortzetting van het debat over de regeringsverklaring.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering. Aan de orde is de voortzetting van de eerste termijn van de kant van de Kamer van het debat over de regeringsverklaring.

Ik geef het woord graag aan de heer Bovens van het CDA.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Bovens i (CDA):

Mevrouw de voorzitter, graag wens ik u, mijn collega's, de griffie, het kabinet, alle medewerkers en ook alle mensen op de publieke tribune namens mijn fractie een zalig Pasen. Met Pasen vieren wij christenen de kern van ons geloof: dat de dood niet het einde is, maar er altijd een nieuw begin mogelijk is. Hoe toepasselijk is het dan ook dat we vandaag de start bespreken van een nieuw kabinet, dat ik hier van harte welkom heet. De constellatie is eveneens nieuw: een minderheidskabinet bestaande uit drie partijen, die steun geven aan een regeringsprogramma met 66 zetels in de Tweede Kamer. In deze Kamer start het kabinet met de steun van 75 zetels, of nul zetels, want om maar meteen met een relativering te beginnen: de Eerste Kamer hoeft geen kabinetten te steunen en stuurt ook geen kabinetten weg, maar beoordeelt de producten van de wetgever — dus van kabinet én Tweede Kamer — op hun eigen merites.

Om onze rol beter te duiden, heb ik twee citaten. Citaat één. "In de kern is het de rol van de Eerste Kamer om wetsvoorstellen te toetsen op rechtmatigheid, uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid, zoals in de jaren negentig onder leiding van Tjeenk Willink is vastgesteld. Gelet op de politieke terughoudendheid die betracht dient te worden, mede gelet op artikel 51 van de Grondwet, passen debatten als Algemene Politieke Beschouwingen en een debat naar aanleiding van de regeringsverklaring niet bij de rol van de Eerste Kamer." Het tweede citaat. "Tegen deze achtergrond ligt het niet voor de hand dat de Eerste Kamer zich via debatten over de regeringsverklaring inhoudelijk verbindt met de politieke keuzes die in een regeerakkoord zijn gemaakt. Een dergelijke betrokkenheid staat op gespannen voet met de vereiste distantie en ondermijnt de rolvastheid die voor het functioneren van het Nederlandse tweekamerstelsel van groot belang is." Einde citaat. Deze citaten zijn afkomstig uit een veel langer betoog uit de concept-masterscriptie van Antje Beers, kersvers gemeenteraadslid in Breda, maar veel belangrijker: onze fractieondersteuner. Ik kan u allen verzekeren dat zij deze tekst uiteraard uitstekend en minutieus heeft onderbouwd. U vindt die onderbouwing in het bronnen- en nota-apparaat.

Mevrouw de voorzitter. Met het eerder genoemde in gedachten is het huidige debat zeker niet minder van belang. De nieuwe regeringsploeg is immers als een pasgeboren kind. Alle beloften zitten in het DNA, de combi van centrumlinks, het midden en centrumrechts. Maar voor het opgroeien is een veel groter gezin nodig, vaak zelfs een hele familie. Minstens zo belangrijk is de context, de omgeving van het kabinet. It takes a village to raise a child, en deze regering kan wel een hele wereld aan villages gebruiken. Daarom passen beschouwingen over de wereld en de verwachtingen van wat het kind, dat kabinet-Jetten heet, kan betekenen om de wereld een beetje beter te maken, altijd, en dus ook vandaag.

De CDA-fractie wil graag vier thema's aansnijden. Ik begin met onze wereld. Ik ben namelijk van de generatie westerse boomers, die is opgegroeid met de gedachte dat het steeds beter gaat met onze wereld, dat armoede langzaam wordt uitgebannen, dat er meer gelijkheid ontstaat, dat het internationaal recht zich doorzet, dat er minder oorlog wordt gevoerd en dat wetenschappelijke kennis ons vooruitgang op velerlei terreinen brengt. Deels is die gedachte ook uitgekomen. Op diverse van de 17 Sustainable Development Goals bijvoorbeeld scoren we beter dan ooit.

Maar je hoeft geen zwartkijker te zijn om te constateren dat we de laatste jaren verslechteringen meemaken. Denk aan de gewapende strijd in Oekraïne, in Oost-Afrika, in Azië, in het Midden-Oosten, of aan de schending van internationaal recht en mensenrechten door autocratische regimes, die soms ook nog tot onze westerse familiekring behoren. Neem het ter discussie stellen van wetenschap en klimaatverandering door een soort van tegenbeweging van antiwokisme, het ondermijnen van weerbaarheid en democratisch ethos in onze samenleving door misinformatie en afnemende tolerantie, een toenemend egocentrisme van landen en het zich terugtrekken in een negentiende-eeuws nationalisme, met kreten als "eigen land eerst".

In een dergelijke wereld begint een nieuw Nederlands kabinet aan een strijd op vele fronten. Het lijkt soms wel dweilen met de kraan open, maar veel erger zou niet dweilen met de kraan open zijn.

Het CDA steunt de doelen van dit kabinet om de positie als handelsnatie in de bredere wereld weer in te nemen, terug te keren als een betrouwbare partner in de Europese Unie en NATO of dat te blijven, pal te staan voor internationaal recht en democratie en het Klimaatakkoord te respecteren. Met het rapport van Draghi als wake-upcall moeten we investeren in Europese samenwerking, economische structuurversterking, het harmoniseren van de interne markt en een sterke positie van Europa in de NATO. Mijn fractie ziet daarbij Europa overigens als meer dan de Europese Unie. In geopolitieke zin is een sterk Europa een heel continent, dus ook met landen van de EFTA, het Verenigd Koninkrijk, Oekraïne en de Balkan. Nederland is in 2027 voorzitter van de Raad van Europa. Heeft de regering al een idee over wat zij in die positie zou willen bereiken? Als ik een suggestie mag doen: ik pleit voor thema's als weerbaarheid van de samenleving, in combinatie met vrijheid van meningsuiting alsmede het vergroten van de handhaafbaarheid van internationaal recht. Graag een reactie.

Het CDA steunt ook de beweging om ons defensiebudget te vergroten. Dat kan mede door de budgettaire pijn daarvoor eerlijk en evenredig te verdelen over burgers en bedrijven. Het CDA constateert dat het kabinet dat ook wel wil, maar dat de uitwerking soms leidt tot onevenredigheid tussen inkomensgroepen. Ik roep u op om dit bij het Belastingplan te repareren. Ik neem aan dat u het daarmee eens bent. Een deel van de NATO-norm van 5% behelst non-militaire uitgaven. In een vorig debat pleitte ik voor het omkatten van het ministerie van Defensie naar een ministerie van defensie, vredesbevordering en weerbaarheid. Los van de naam ziet mijn fractie deze zaken nadrukkelijk als één geheel. Het tegengaan van ondermijning door trollenlegers of cyberaanvallen past bij de versterking van burgerschapsonderwijs en mediawijsheid. Hier liggen volgens ons meekoppelkansen met de Onderwijsbegroting.

Elk weldenkend mens weet dat je geen vrede bereikt door oorlog te bevorderen. Nederland moet dus blijven investeren in vredesbevordering via multinationale organisaties en presentie over de hele wereld. Daarmee kan de regering ook wat doen aan het groeien naar de OESO-norm van 0,7% bij het ODA-budget. Mijn fractie wil vasthouden aan die doelstelling en vraagt uiterlijk bij de behandeling van de volgende begroting van Ontwikkelingssamenwerking om een tijdpad voor die groei, alsmede een visie op de verdeling van dit budget over de diverse categorieën.

De voorzitter:

U heeft een interruptie van de heer Van Hattem.

De heer Bovens (CDA):

Dat kan.

De heer Van Hattem i (PVV):

Ik hoor de heer Bovens van het CDA allerlei mooie woorden uiten over de rolvastheid van de Eerste Kamer et cetera.

De heer Bovens (CDA):

Dank u.

De heer Van Hattem (PVV):

Hij heeft het ook over wat we hier allemaal niet zouden moeten doen bij een debat over de regeringsverklaring. Vervolgens komt hij wel met een heel wensenlijstje aanzetten, met daarop onder andere extra geld voor ontwikkelingshulp. Hoe verhoudt zich dat tot zijn eigen woorden?

De heer Bovens (CDA):

Ik kan het makkelijk zeggen, want dat zijn de zaken die gewoon in het regeerakkoord staan. Ik vraag om een herbevestiging van de zaken die in het regeerakkoord staan. Ik vraag wanneer we daar dan de uitwerking van tegemoet kunnen zien. Dat zijn geen nieuwe wensen.

De heer Van Hattem (PVV):

Het is maar de vraag of die wens daadwerkelijk wordt overgenomen in de Tweede Kamer. Er wordt op deze manier wel op vooruitgelopen, maar ik hoorde de heer Bovens ook pleiten voor een fiscale reparatie en allerlei andere budgettaire zaken, die ook het budgetrecht van de Tweede Kamer raken. Is hij hier nu niet bezig om zijn eigen rolvastheid te ondermijnen?

De heer Bovens (CDA):

Met dat laatste heeft u zeker een punt. Dat is namelijk inderdaad een vraag die het CDA hier neerlegt, maar die wordt wel gesteund door de opmerkingen die zowel in het kabinet als in de Tweede Kamer al zijn gemaakt. Ik breng in ieder geval geen nieuwe zaken naar voren.

De heer Van Hattem (PVV):

Tot slot. Ik hoor de heer Bovens een soort afkeer uitspreken van een beleid van "eigen land eerst". Ik hoor toch wel graag welk land dan op de eerste plaats moet komen. Moeten onze eigen mensen aan de achterste mem hangen? Tegelijkertijd heeft hij het over het bevestigen van de rol van Nederland als handelsnatie. Als handelsnatie kun je toch moeilijk een ander land op de eerste plaats zetten? Hoe verhoudt zich dat in zijn betoog? We moeten toch gewoon naar onze eigen mensen en de belangen van ons eigen land kijken?

De heer Bovens (CDA):

Ik denk dat ik daarover een andere opvatting heb dan de heer Van Hattem. Ik denk dat het in het belang van Nederland is om internationaal actief te zijn en present te zijn in een internationale wereld, ook omkleed met het internationaal recht et cetera. Een land dat zich terugtrekt achter de eigen dijken zal nooit een bijdrage kunnen leveren aan wereldvrede. Ik denk dat wereldvrede en de ontwikkeling van de hele wereld ook in het voordeel van Nederland zijn, zeker voor Nederland als handelsnatie.

De heer Schalk i (SGP):

Een korte vraag aan de heer Bovens. Hij had het zojuist over het herstel van de koppeling. Nou heeft hij vorig jaar ook gezegd dat dat dit jaar moest gaan gebeuren, maar nu heeft hij het over de volgende begroting. Betekent dat ook nog iets voor deze begroting, voor dit jaar?

De heer Bovens (CDA):

Daar wilde ik nou net bij wegblijven, dus de heer Schalk legt de vinger meteen op de juiste plek, omdat dat dan inderdaad de begroting is van het jaar 2026. Ik vraag inderdaad naar het tijdpad bij de begroting van '27. Dat moet wat mij betreft wel een tijdpad zijn dat reëel en haalbaar is. De begroting van Ontwikkelingssamenwerking voor dit jaar komt nog bij ons in behandeling, dus daar kan ik op dit moment nog niks over zeggen.

De heer Schalk (SGP):

Dat is precies zoals de situatie is, maar ik was toch heel benieuwd, omdat het nu alvast over volgend jaar gaat en we vorig jaar nog hoorden dat het over deze ging. Dan gaan we hier, denk ik, op terugkomen bij de komende begroting, maar misschien kan de heer Bovens al een tipje van de sluier oplichten.

De heer Bovens (CDA):

Nee, dat ga ik zeker niet doen, maar over de opvatting van het CDA kan geen misverstand zijn. Wij willen naar die koppeling toe.

De heer Rosenmöller i (GroenLinks-PvdA):

Misschien mag ik het stokje even van de heer Schalk overnemen. De begroting Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking voor '26 krijgen we hier nog langs. Als je je fantasie een beetje laat gaan, dan is dat niet een begroting die als vanzelf een meerderheid haalt in deze Kamer. Zou het nog mogelijk zijn met u een debat te voeren om precies het punt dat u voor '27 wil, een verhoging van het budget voor Ontwikkelingssamenwerking, ook voor '26 te realiseren, om daarmee ook de begroting bij de eindstreep te brengen?

De heer Bovens (CDA):

Een terechte vraag. Ik wil alleen niet vooruitlopen op de behandeling van de begroting van Ontwikkelingssamenwerking voor dit jaar. Maar dat daarover gesproken zal worden bij de begrotingsbehandeling is zeker. Het gesprek kunnen we dus aangaan, maar wij gaan nu niet zeggen tot hoever wij daarin kunnen gaan, omdat we de budgettaire consequenties daarvan niet kunnen overzien. Maar de richting moet volstrekt helder zijn. Die richting staat ook in het coalitieakkoord, of regeerakkoord. We willen naar die koppeling en we willen die koppeling ook inhoud geven. Daar zullen we met elkaar over discussiëren, waarschijnlijk al bij de begroting van '26, maar ik heb gezegd dat ik uiterlijk bij die van '27 dan ook het tijdpad wil hebben.

De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):

Dat over het tijdpad begrijp ik, maar mijn vraag is of er met u een gesprek is te voeren om, even los van de hoogte, datgene wat u voor '27 wilt, ook voor '26 in de begroting Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking te krijgen. Ik denk namelijk dat we dan bezig zijn met een dialoog die goed is voor de begroting en voor de wereld. Wat willen we nog meer?

De heer Bovens (CDA):

De dialoog kunnen we altijd aangaan, ook met uw fractie, zou ik willen zeggen. Maar nogmaals, ik geef geen enkel voorschot op hoever die dialoog gaat en tot welk resultaat dat zal leiden. Geen valse verwachtingen.

De voorzitter:

U vervolgt uw betoog.

De heer Bovens (CDA):

Verleden week begonnen duizenden volksvertegenwoordigers in de nieuw verkozen gemeenteraden. Ik wens hun daarbij alle succes en wijsheid toe. Zelf mocht ik zeventien jaar gemeentebestuurder zijn in alle rollen. Daarnaast mocht ik tien jaar actief zijn op het niveau van onze kiezers, namelijk de provincie. In al die tijd was ik acht jaar VNG-bestuurder en drie jaar voorzitter van het IPO. Ik ken, met andere woorden, ook die kant van de bungalow van Thorbecke. Als IPO-voorzitter pleitte ik er ooit voor dat bij een formatie eerst moest worden gestreefd naar een akkoord met het land, lees met de medeoverheden, en dan pas naar een akkoord tussen politieke partijen. Nu is de praktijk andersom en komen de medeoverheden pas in beeld als de landelijke pap al is gestort.

Als dit kabinet echt meent wat het schrijft over de positie van en de verhouding tot medeoverheden, over Elke regio telt! en over brede welvaart, over de grote binnenlandse opgaves op het terrein van de woningbouw, stikstof, energie, klimaat, asiel, welzijn en gezondheid of de landbouw, over alle plannen voor bestaanszekerheid, mobiliteit en het verminderen van regeldruk, dan is het investeren in de samenwerking met de Unie van Waterschappen, het IPO en de VNG geen luxe. Uiteraard kan dat sectoraal en zal dat ook in de meeste gevallen zo gebeuren, maar wellicht is veel meer nodig, zeker nu in 340 gemeentes ook nog een nieuw begin moet worden gemaakt met programma's. Het CDA is benieuwd hoe het kabinet denkt over een breed bestuursakkoord inclusief passende financiering en de doelstelling van het verminderen van regelgeving bij de uitvoering van het beleid. Bij Elke regio telt! speelt voor ons de zaak van de stapeling van gevolgen van sectorale maatregelen. In de rapportages die we tot nu toe krijgen, past naar onze smaak meer integraliteit. Vanwege de tijd die mij is toegemeten, verwijs ik daarvoor naar de betreffende passage in de bijdrage van collega Van der Goot van OPNL later vandaag. Die spreekt hij ook namens het CDA uit en dat geldt tevens voor zijn bijdrage over de Benelux en de problematiek van grensoverstijgende samenwerking.

Voorzitter. Ik kom bij het derde thema. Het CDA is zich er terdege van bewust dat het vertrouwen in politiek en bestuur niet groot is. Het vorige kabinet was niet gebouwd op onderling vertrouwen en respect en strompelde naar het einde. Er is daardoor op veel dossiers te weinig bereikt of zelfs stilstand opgetreden. Nederland heeft bij de Kamerverkiezingen duidelijk gekozen voor het midden: het CDA en D66 wonnen er samen 30 zetels bij. Nederland koos ook voor een minder polariserende stijl, een fatsoenlijke overheid en nieuwe, frisse verhoudingen. Hoewel mijn fractie een voorkeur zou hebben voor een zeer brede meerderheidsregering met goede onderlinge verhoudingen, kunnen wij best leven met de uitkomst van een minderheidsregering, voor zover we daar een mening over zouden moeten hebben hier.

Dat geeft een extra opdracht maar ook een extra kans, want het CDA gelooft in de kracht van de samenleving, van het middenveld, van verantwoordelijke maatschappelijke organisaties, van kerken en verenigingen, van ondernemers en boeren, van dorpen en wijken en van gezinnen en burgers. Die kracht moet het draagvlak onder deze regering gaan vormen. Net zoals bij het voorbeeld van de medeoverheden verwacht ik van deze regering dat men streeft naar akkoorden met de samenleving. Er ligt al een zorgakkoord, een woonakkoord, een pensioenakkoord en een Klimaatakkoord. In het verleden waren we zeer dicht bij een landbouwakkoord. Wat ons betreft pakt u deze draad verder op en komen er voor de zomer akkoorden met de Stichting van de Arbeid, de onderwijssector, de partijen die gaan over sociale zekerheid en de hele asielketen. Ik ben niet naïef, want elk akkoord dat u wil updaten of nieuw wil sluiten, vraagt in de Haagse werkelijkheid om een pot met geld. We hebben bij het AOW-voorstel gezien dat actualisering al gewantrouwd wordt. Een minderheidskabinet kan niet alleen leven op politieke akkoorden die dan eens over links en dan eens over rechts gaan; dat schept immers geen vertrouwen. Nee, een minderheidskabinet leeft van akkoorden met het land, met de samenleving, waar de politiek zich vervolgens toe zou moeten verhouden. Ik ben benieuwd naar de reflectie van het kabinet over hun rol als akkoordenbouwer.

Voorzitter. De geopolitieke situatie is onstabiel. De oorlogen in Europa en in het Midden-Oosten verergeren ook de problemen in ons land — het werd al door collega's genoemd — doordat we veel geld kwijt zijn aan de steun aan Oekraïne, aan de verhoging van het Defensiebudget en aan de gevolgen van de snel stijgende energieprijzen voor bedrijven en burgers. Daardoor komt de financiële positie in gevaar en is er noodzaak tot bezuinigen en grip houden op kostenstijgingen op korte en middellange termijn. Dat zet ook de speelruimte voor het kabinet om akkoorden te sluiten onder druk. Toch gelooft het CDA dat akkoorden zelfs in een situatie van financiële krapte mogelijk zijn, zeker als die leiden tot extra toekomstzekerheid, meer vrijheid, minder knellende regels, meer ontplooiingskansen en een grotere participatie. U mag als kabinet best een appel doen op die verantwoordelijke samenleving, want daarin werken mensen die ook de kranten lezen en snappen dat er pijnlijke beslissingen genomen moeten worden. Ik las dit weekend bijvoorbeeld met belangstelling het interview in De Telegraaf met de nieuwe CNV-voorzitter. Het vergt ook iets van ons: wij moeten vertrouwen hebben in die samenleving en niet op voorhand elke vorm van dialoog belasten met vooringenomen standpunten. Geef de samenleving ruimte, dan worden, bij wijze van voorbeeld, niet alleen woningen gebouwd maar hele gemeenschappen. Vindt het kabinet dat men voldoende ruimte en aanbod heeft om een zinvolle dialoog met samenlevingspartijen aan te gaan?

De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):

De heer Bovens geeft op een prachtige manier eigenlijk de kern van het CDA-gedachtegoed weer.

De heer Bovens (CDA):

Dank.

De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):

Dat ken ik goed en dat waardeer ik overigens ook zeer. We hebben al veel over de AOW gesproken en dat gaan we niet nog een keer allemaal herhalen, maar dan precies dit punt: dat pleidooi voor akkoorden met de samenleving voor de toekomst is belangrijk, maar hoe verhoudt zich dat wat u betreft nou tot het openbreken van dat akkoord op dat gevoelige punt van die AOW-verhoging? Dat moet u dan toch zwaar vallen?

De heer Bovens (CDA):

Ik heb in ieder geval zowel debatten hier in de Eerste Kamer als de debatten over de regeringsverklaring in de Tweede Kamer gezien als een — hoe moet ik dat zeggen? — bewijs dat deze regering de samenleving echt die hand gaat reiken. Is het een valse start om te beginnen met het openbreken van akkoorden en met alvast een eindbod daarin? Dat is niet zoals wij het graag zouden willen zien. Wij zien graag die open dialoog, maar ik realiseer me ook — dat heb ik net gezegd — dat dat niet kan betekenen dat de andere kant, de samenleving zelf, er alleen maar in kan zitten als: ja, maar ik moet alleen maar meer geld en ik wil geen bezuinigingen et cetera. Het akkoord vergt van beide kanten iets. Ik heb voldoende vertrouwen in de samenleving en in partijen in de samenleving dat zij dat ook snappen en dat die dialoog er zeker kan komen. Als er een sociaal akkoord zou kunnen worden gebouwd of een akkoord met de Stichting van de Arbeid, waar zaken als deregulering van de arbeidsmarkt en meer participatie et cetera in zitten, als we die breedte met elkaar kunnen opzoeken, kunnen we volgens mij hele goeie dingen met elkaar doen.

De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):

Dat kan ik me voorstellen en dat kan ik ook helemaal volgen, maar moet dat lelijke element van die extra AOW-verhoging dan eigenlijk niet nu weggenomen worden en zou u niet aan onze kant moeten staan om al die dingen die u verder noemt, gerealiseerd te krijgen?

De heer Bovens (CDA):

In de tijd die wij nu besteden aan de AOW-verhoging — ik geloof dat dat al bijna twintig minuten is — is de gemiddelde levensverwachting al vijf minuten gestegen. Wat mij betreft, nogmaals, geldt datgene wat het kabinet heeft toegezegd, om in alle breedte te praten over de houdbaarheid van sociale voorzieningen, ook voor de AOW. Ik ben het met u eens dat je dat niet moet belasten met de uitkomst. De dialoog zou wat mij betreft betekenen dat je van een inzet uitgaat, maar die inzet hoeft niet de uitkomst te zijn.

De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):

Het had dus anders gemoeten en het kan hier ook anders.

De heer Bovens (CDA):

Ik doe daar geen uitspraak over.

De voorzitter:

U vervolgt uw betoog. Nee, de heer Dessing nog.

De heer Dessing i (FVD):

Een ander punt dat ik hoorde vanuit het CDA is dat de heer Bovens het had over de veerkracht van de samenleving en dat hij daar een groot vertrouwen in heeft. Dat is te prijzen, maar wat zegt de heer Bovens dan tegen al die Nederlanders die door de enorme kostenstijgingen en door het beleid van de afgelopen jaren zo enorm in de knel gekomen zijn? Is het dan niet zo dat, om die maatschappij weerbaar te houden, er dan keuzes gemaakt moeten worden die misschien ook voor het CDA pijnlijk zijn, bijvoorbeeld als we kijken naar het feit dat de migratie ons jaarlijks 27 miljard euro kost? Nou zeg ik niet dat u daarover van standpunt moet veranderen, maar het gaat mij er wel om dat u wel heel veel vraagt van de veerkracht van de samenleving, terwijl u in de stapeling van datgene wat we allemaal moeten doen, in een kabinet waar uw partij nu ook in zit … Wat is uw reflectie daarop?

De heer Bovens (CDA):

Dan wil ik toch wijzen op wat ik daarna vertelde, namelijk dat het ook iets vergt van ons, van onze opstelling en van onze opstelling als politiek of als kabinet of als Kamers. Het vergt dat je niet die vooringenomenheid hebt, dat je niet zendt "zo wil ik dat het gaat gebeuren", maar dat je naar de samenleving luistert. Wat ligt daar aan kracht? Wat zijn daar oplossingen in? Ik bagatelliseer de situatie van mensen die op dit moment last hebben van bijvoorbeeld stijgende energieprijzen of die in armoede verkeren absoluut niet, maar de oplossing kan niet alleen maar komen van de overheid. De oplossing moet ook uit de samenleving zelf komen en kan in die combinatie naar mijn smaak vaak veel effectiever zijn. Ik geloof niet dat alles in Den Haag, in het stolpje hier op de vierkante kilometer, wordt bepaald. Den Haag is heel belangrijk, maar de kracht van de samenleving is ook wat waard.

De heer Dessing (FVD):

Ja, toch hoor ik, met alle respect, weinig empathie. Als je die samenleving veerkracht zou willen geven, dan moet je toch echt luisteren naar het volk. Dan moet je toch niet nog een keer studies gaan doen of plannen maken, terwijl andere landen bijvoorbeeld de btw op boodschappen afschaffen. Dan kan het CDA er toch voor pleiten actie te ondernemen op het feit dat de veerkracht van de Nederlandse samenleving nu al een grens heeft bereikt en dat we nu ook als kabinet moeten handelen?

De heer Bovens (CDA):

Ik ben het ermee eens dat er snel maatregelen nodig zijn, maar ik weet niet anders dan dat er volgende week al over gesproken wordt. U kunt zeggen dat het gisteren had gemoeten, maar dan hadden we misschien maatregelen genomen waar we later spijt van zouden krijgen en dat willen we ook niet. Het moet ook echt helpen en het moet helpen daar waar het het meeste pijn doet. Ik zou bijna zeggen: daar waar de schouders het het minste kunnen dragen, moet de hulp naartoe. Dat vergt enige dagen, maar het is een kwestie van dagen of weken en dan heeft het kabinet naar mijn volle overtuiging wel degelijk een pakket klaarliggen. Ik hoop dat de Kamers er vervolgens niet nog maanden over doen om het te bespreken.

De voorzitter:

Dank u wel. U vervolgt uw betoog.

De heer Bovens (CDA):

Ja. Dat vergt van onze Kamer een hoge mate van rolvastheid. Als er wetten komen die gewoon rammelen of onuitvoerbaar zijn, maak je het de Eerste Kamer lastig. Zo hebben wij als CDA tegen de begroting van Landbouw gestemd. Het was de eerste keer in de geschiedenis van onze partij dat we tegen een begroting stemden. Ditzelfde gebeurde onlangs nog bij de wet over het tegengaan van ondermijning, de Wtmo. Rolvastheid is geen gemakkelijke opgave, omdat wij maar één bevoegdheid hebben, namelijk die van aannemen of terugsturen. Dan moet je soms de rolvastheid afwegen tegen ernstige maatschappelijke schade die vertraging of verwerping oplevert. De regering en de Tweede Kamer moeten er dus samen voor zorgen dat hier deugdelijke wetgeving wordt ingebracht, want dat bevordert de kans op rolvastheid in deze Kamer.

Mevrouw de voorzitter, ik rond af. De CDA-fractie is bezorgd over de situatie in de wereld en de gevolgen daarvan voor het internationaal recht en voor de veiligheid en welvaart buiten, maar ook zeker binnen Europa. Het nieuwe kabinet kiest als motto: "Aan de slag. Bouwen aan een beter Nederland." Voor het CDA betekent dit allereerst dat bruggen moeten worden gebouwd. Wees een bruggenbouwer binnen de Nederlandse samenleving en breng het resultaat van die verbindingen in de politieke arena in. Heb oog voor de noden, maar ook voor de kracht van elke burger in elke regio. En wees daarnaast een bruggenbouwer in Europa, zowel in de Europese Unie als op ons continent. Laat ten slotte zien dat u bruggen kunt bouwen in de Tweede en in de Eerste Kamer door transparantie, eerlijkheid en een nieuwe, frisse en fatsoenlijke stijl, met wederzijds respect en vertrouwen, want dan is "aan de slag" of zo u wilt in mijn eigen taal "aon de geng" echt een nieuw begin. "Aan de slag" als een soort paasboodschap, hoe mooi zou dat klinken?

De voorzitter:

Dank u wel. Er is nog een interruptie van de heer Van Hattem.

De heer Van Hattem (PVV):

Ik hoor de heer Bovens van het CDA spreken over de hoge noden die er zijn in de samenleving.

De heer Bovens (CDA):

Ja.

De heer Van Hattem (PVV):

Maar een van die hoge noden is toch de stijging van de energieprijzen en de schaarste die er ook is. Nu was er afgelopen week toch enige discussie — deze was volgens mij met name ook wel door het CDA gestart — over het sluiten van de kolencentrales per 2030. Er zou opgeroepen zijn om ze langer open te houden. Nu hoorde ik premier Jetten van de week bij de persconferentie zeggen: nee, we moeten wel stoppen met de kolenstook, maar we kunnen wel biomassa gaan verbranden in die centrales. Ik wil toch weten hoe het CDA er nu in zit. Is er toch ruimte om kolencentrales langer open te houden om ook te zorgen dat er gezien de hoge noden in onze samenleving een aanvaardbaar prijsniveau kan ontstaan op de energiemarkt of is toch die klimaatdoelstelling, waarvoor helemaal gestopt moet worden met kolenstook, belangrijker dan de hoge noden in onze samenleving?

De heer Bovens (CDA):

De eerste vraag is of het een tegenstelling is. Ten tweede, mijn eerlijke antwoord is: daar heb ik me absoluut niet in verdiept. Ik heb me alleen verdiept in het feit dat we de mijnen in Limburg niet meer open moeten doen. Daar ben ik het wel mee eens. Maar ten aanzien van de vraag of de kolencentrales dicht moeten in 2031 wacht ik met heel veel spanning en heel veel interesse de discussies in de Tweede Kamer daarover af. Wat mij betreft is het geen tegenstelling: je kan voor de doelstellingen van het Klimaatakkoord zijn, maar kan aan de andere kant ook kijken hoe je de noden van de mensen, ook de financiële noden van de mensen, het beste kunt lenigen. Daar zijn we naar op zoek. Als u in de CDA-bijdrage van de heer Bontenbal enige discussie bespeurt in die zin dat je ook andere spullen in een centrale kunt stoken et cetera, moet u dat op die wijze zien: hoe ga je deze doelstellingen met elkaar verenigen en niet tegenover elkaar stellen?

De heer Van Hattem (PVV):

Maar dan toch eventjes, om het dan maar hoog over te houden: bij die hoge noden waar de heer Bovens terecht aandacht voor vraagt, is het toch belangrijk om ervoor te zorgen dat er een aanvaardbaar prijsniveau is voor onze energie? Dat niveau kan behaald worden door misschien wat langer door te gaan met het stoken van kolen en door die kolencentrales langer open te houden voor dat doel. Staat voor de heer Bovens en de CDA-fractie in deze Kamer, waar we ook geen onbelangrijke stem in het kapittel hebben, de mogelijkheid open om het niet heilig maken van die grens van 2030 te bespreken om die hoge noden te lenigen?

De heer Bovens (CDA):

Dat gaat ervan uit dat wij daar al zwaar over hebben nagedacht. Dat hebben wij gewoon nog niet gedaan. Ik ga dus niet uit de losse pols zeggen dat het wel 2030, 2031 en dergelijke kan worden. Ik denk dat we het er samen over eens zijn dat de lasten voor heel veel burgers op dit moment de pan uitrijzen en dat heel veel burgers dat niet meer kunnen meemaken en daar last van hebben. Ook bedrijven hebben overigens last van de energieprijzen et cetera. Daar moet je naar kijken. Van mij mag je naar alle zaken kijken, maar dat wil niet zeggen dat je de doelstellingen van het Klimaatakkoord daarvoor bij het grofvuil zet. Volgens mij zijn er mogelijkheden om die dingen met elkaar te combineren. Daar moeten we naar op zoek. Iedereen die daar creatieve ideeën over heeft, is welkom.

De heer Van Hattem (PVV):

Als de heer Bovens van het CDA zegt dat hij daar nog niet goed over heeft nagedacht, schept dat in ieder geval ruimte om daar iets mee te doen, om daar wél goed over na te denken en om die ruimte ook te pakken. Dan hoeven we de doelstellingen misschien niet bij het grofvuil te zetten, maar kunnen we ze wel prima recyclen tot iets waar we wél wat aan hebben in plaats van coûte que coûte in 2030 onze prachtige energievoorzieningen en onze moderne centrales te sluiten en bij het grofvuil te zetten.

De heer Bovens (CDA):

Ik moet één ding even corrigeren: het is niet zo dat als ik niet nadenk, dat ruimte oplevert.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel. Ik geef graag het woord aan de heer Janssen namens de fractie van de SP.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Janssen i (SP):

Voorzitter, dank u wel. Aan het begin van mijn bijdrage spreek ik namens de SP-fractie een woord van welkom uit aan de premier, de vicepremiers en de minister van Financiën.

Het is een minderheidskabinet geworden. Daarmee is het een kabinet met alle onzekerheid over de uitvoering die dat met zich meebrengt. Al die onzekerheid over de uitvoering is ontstaan omdat de VVD een regulier meerderheidskabinet met GroenLinks-PvdA blokkeerde. Dat wekt ook bij mijn fractie toch wel wat verbazing. Meestal horen we na een tussentijds einde van een kabinet wel hoe de formatie is verlopen. Dan komen alle details wel naar buiten. Misschien dat het deze keer toch wat eerder kan, al weet natuurlijk niemand hoeveel eerder dat uiteindelijk zal blijken te zijn. Ik zou graag een reflectie van de minister-president krijgen op dit punt.

Natuurlijk gaan wij in de Eerste Kamer alle wetsvoorstellen van het kabinet behandelen, tenminste, de wetsvoorstellen waarvoor het lukt om een meerderheid in de Tweede Kamer te krijgen. Er springen nu al een aantal voorstellen uit het coalitieakkoord in het oog die de schifting in de Tweede Kamer wellicht niet zullen overleven of die, als ze al in de Tweede Kamer worden aangenomen, hier een onzeker lot wacht. Iedereen ziet namelijk dat de bezuinigingen op de sociale zekerheid en de gezondheidszorg voortkomen uit de drang om die 5%-defensie-Trumpnorm maar te halen. Door dit te koppelen aan een financiële blokkade van de VVD — zo lezen wij het toch — om de staatsschuld op te laten lopen of lasten bij de hoogste inkomens en vermogens te leggen, kiest het kabinet op papier de makkelijkste weg: bezuinigen op de sociale zekerheid en de gezondheidszorg.

Om te beginnen de verhoging van de AOW-leeftijd, het eenzijdig opzeggen door het kabinet van het pensioenakkoord, want zo zien wij dat toch wel. Alsof het zijn van een minderheidskabinet nog niet genoeg onzekerheden met zich meebrengt, gaat het kabinet ook nog eens frontaal de confrontatie aan met de vakbeweging en haar achterban. Het gaat niet alleen over de AOW, maar ook nog eens over rigoureuze bezuinigingen in de sociale zekerheid. Hoe succesvol denk de minister-president zelf dat dit gaat worden? Voor de SP zijn deze ingrepen onbegrijpelijk en ook onaanvaardbaar; laat ik daar maar duidelijk over zijn. Wat mij heel erg verbaast is de houding van het kabinet, juist als het gaat om deze voornemens uit het coalitieakkoord. "We nemen de tijd. We willen in gesprek." Mijn vraag aan de minister-president is dan: welke tijd en welk gesprek? Spreekt het kabinet op dit moment eigenlijk überhaupt nog wel met de vakbeweging? Graag een reactie.

De AOW-leeftijd moet bijvoorbeeld, als het aan het kabinet ligt, vanaf 2033 sneller gaan stijgen, maar als mensen vijf jaar van tevoren moeten horen wat de ingangsdatum van hun AOW wordt, dan moet dit toch voor 1 januari 2028 wettelijk geregeld zijn? Neem ook het halveren van de WW-duur per 2028, de ingrepen in de WIA die leiden tot strengere toegang en een lagere mate van bescherming bij langdurige ziekte en de dagloonverlaging per 2028: hoeveel tijd heeft het kabinet dan nog? Hoe ziet de minister-president die parlementaire behandeling voor zich? Heeft de minister-president nou eigenlijk wel geluisterd naar wat de vakbonden hem hebben gezegd, naar wat de Tweede Kamer hem heeft gezegd en naar wat er vandaag ook hier in de Eerste Kamer wordt gezegd? De minister-president heeft geen tijd en geen meerderheid voor deze plannen. Ziet hij dat zelf ook in?

Voorzitter. De SP laat zich niet afleiden door de discussie over de AOW alleen. De rest van de bezuinigen valt straks niet "toch wel" mee, alleen omdat het kabinet op de AOW bakzeil moet halen. Ook tegen de andere ontwrichtende bezuinigingen zal de SP met volle inzet strijd leveren. Als de minister-president echt wil weten hoe mensen over zijn plannen denken, zeg ik hem: ga dan vooral op vrijdag 1 mei luisteren bij de Dag van de Arbeid in Amsterdam. Volgens mij is hij ook uitgenodigd. Hoe en, vooral, hoe snel denkt de minister-president draagvlak te krijgen voor de bezuinigingen in de gezondheidszorg, zoals het verhogen van het eigen risico? Hoe ziet de minister-president deze wetgevingstrajecten voor zich? Hoeveel tijd neemt hij daarvoor?

Laat ik specifiek nog iets zeggen over de ouderenzorg en de wereld die daarachter vandaan komt, niet alleen omdat ik daar als mantelzorger meer dan twintig jaar persoonlijk bij betrokken ben geweest, maar ook omdat ik als voorzitter van de cliëntenraad van een verpleeghuis de afgelopen zeven jaar al enorme veranderingen heb zien gebeuren. Er zijn steeds strengere eisen om als oudere nog voor opname in aanmerking te komen. Steeds later komen de mensen in het verpleeghuis binnen, met een steeds zwaardere zorgvraag en dus een steeds zwaardere belasting van de medewerkers. Er is een steeds kortere verblijfsduur tot het moment van overlijden. Ook mantelzorgers zijn steeds meer uitgeput, omdat zij zich tot over de grenzen van het mogelijke en menselijke hebben ingespannen voor hun dierbaren. Wat is de financiële oplossing van dit kabinet? Laat de mensen nog wat langer thuis wonen. Weet de minister-president wel wat hij daarmee zegt? De verblijfsduur in verpleeghuizen is geen kwestie meer van jaren, maar van maanden, soms zelf van weken. Dat is wat er aan de hand is. Graag een reactie van de minister-president.

Voorzitter. Al sinds 2016 zijn verschillende SP-moties in de EK aangenomen waarin regeringen worden opgeroepen om eindelijk een einde aan kinderarmoede te maken, laatstelijk nog vorig jaar. Ik heb echter tevergeefs gezocht in het regeerakkoord naar maatregelen om een einde te maken aan de kinderarmoede in Nederland. Het woord "kinderarmoede" komt niet voor in dit regeerakkoord. Mijn vraag is: waarom niet? Is het te veel een detail? Is er onvoldoende aandacht? Wat gaat deze minister-president met zijn kabinet doen om nu eindelijk dit probleem aan te pakken? Welke concrete doelen heeft dit kabinet om de kinderarmoede te beëindigen? Bijna 350.000 kinderen in Nederland moeten onder of rond de armoedegrens opgroeien. Die armoede wordt steeds breder en steeds dieper en dan heb ik de huidige energiecrisis, waardoor het aantal kinderen in armoede onvermijdelijk toe gaat nemen, nog niet eens meegerekend.

Het probleem wordt steeds moeilijker oplosbaar naarmate dit kabinet langer wacht. Deze kinderen missen daardoor kansen voor de toekomst. Dat is onverteerbaar voor de SP. Dat mag niet langer gebeuren. Daar moet een einde aan komen. Ik hoor dan ook graag een reactie van de minister-president: wat gaat hij hier met zijn kabinet aan doen? Daarbij kan ik op voorhand al aangeven dat ik niet zit te wachten op antwoorden als "het is complex", "het is moeilijk" en "we moeten nu eenmaal keuzes maken". Ik wil vandaag graag van deze minister-president horen hoe hij er een einde aan gaat maken dat honderdduizenden kinderen in Nederland in armoede opgroeien. Een einde maken aan honderdduizenden kinderen een toekomst onthouden: wat wordt de actie?

Voorzitter. Artikel 90 van de Grondwet luidt: de regering bevordert de ontwikkeling van de internationale rechtsorde. Mijn vraag aan de minister-president is: hoe vindt hij zelf dat het op dit moment gaat? Wat gaat hij eraan doen? Wat is er over van de bravoure en grote woorden die wij hoorden van D66-leider, die — ik gebruik maar een citaat — "een lijn trok tegen het onwenselijke geweld en de genocide in Gaza", die vroeg om meer dan woorden, die vroeg om actie, om een einde aan de oorlog, om hulp voor mensen die te lang lijden en om een politiek die niet wegkijkt, maar opstaat voor menselijkheid? Waar vind ik dat niet wegkijken en dat opstaan in dit regeerakkoord, en vooral: waar vind ik dit allemaal bij de minister-president? Waar is die actie? Hoe staat u op voor de internationale rechtsorde?

Want wat zien we nu? Woorden, meer woorden, heel veel woorden. De regering is bezorgd. De regering zegt dat zij bezorgd is over de militaire aanval op Iran, over een mogelijk Gazascenario in Libanon, over de schending van het internationale recht, over de situatie op de Westbank, over de discriminerende doodstraffen in Israël, over de Straat van Hormuz, over verdere escalatie in de Golfregio, over de toekomst van de NAVO en over uitspraken van president Trump. Dat is een korte bloemlezing van zaken waar de regering allemaal haar bezorgdheid over heeft uitgesproken. Maar is dit het? Het uiten van bezorgdheid? Meer woorden en geen actie?

Voorzitter. Nederland is het gastland van het Internationaal Gerechtshof en het Internationaal Strafhof. Naar de mening van de SP ligt er daarom een extra verplichting op Nederland bij het verdedigen van de internationale rechtsorde, een verplichting die verdergaat dan alleen woorden van bezorgdheid. Hoe past het begrip van de minister-president voor het uithollen van de internationale rechtsorde bij de oorlog in Iran en inmiddels het hele Midden-Oosten? Hoe denkt hij daar nu over, gezien de desastreuze gevolgen voor de internationale rechtsorde, voor burgers, voor de wereldeconomie en dus ook voor Nederland?

Maatregelen om de gevolgen van deze nog steeds uitdijende oorlog te mitigeren kunnen niet uitblijven. De armoede in Nederland zal zich anders nog verder verdiepen en verbreden. Die maatregelen zullen ook wel komen. Op een gegeven moment kan het niet anders. Maar dan is de volgende vraag: hoe gaat de regering die rekening dan betalen? Nog meer bezuinigen op sociale zekerheid en gezondheidszorg? Of gaat dit kabinet nu eindelijk vermogens en hoogste inkomens belasten en de hypotheekrenteaftrek toch nog aanpakken? Graag een reactie van de minister-president.

Voorzitter. In het paasweekend waarin de Amerikaanse paus in zijn Urbi et Orbi opriep tot vrede en het neerleggen van de wapens, kondigde de president van de Verenigde Staten in schuttingtaal nieuwe oorlogsmisdaden aan. Mijn concrete vraag aan de minister-president is daarom hoe hij invulling geeft aan de opdracht in artikel 90 van de Grondwet. Hoe komt hij op voor de internationale rechtsorde? Hoe bevordert hij die? Hoe komt minister-president Jetten in actie tegen het barbaarse recht van de sterkste? Deze actie eiste hij zelf van de vorige regering toen hij zichzelf filmde bij de Rode Lijn-demonstratie.

Voorzitter. Volgende week behandelt deze Eerste Kamer twee dagen de asielwetten van het vorige kabinet. Natuurlijk zal het dan ook gaan over de strafbaarstelling van illegaal verblijf. Naar de mening van de SP is dat een heel slecht plan, maar daar zullen we volgende week de strijd over voeren. Maar er is één vraag die wat de SP betreft chefsache is: gaat het kabinet-Jetten kinderen opsluiten in vreemdelingenbewaring? Ik wil daar graag vandaag een antwoord op horen van de minister-president zelf. Ik weet dat de souschef en chef Asiel naast u zit, maar wij vinden dit echt chefsache. Wij horen graag het oordeel van de minister-president over het opsluiten van kinderen in vreemdelingenbewaring.

Voorzitter. Artikel 20, lid 1 van de Grondwet luidt: "De bestaanszekerheid der bevolking en spreiding van welvaart zijn voorwerp van zorg der overheid." Die bestaanszekerheid staat ernstig onder druk voor heel grote groepen mensen. De bestaanszekerheid komt door de in het regeerakkoord aangekondigde bezuinigingen en maatregelen in de zorg en de sociale zekerheid nog verder in het gedrang. Ik sprak daar al eerder over. De onhoudbare hypotheekrenteaftrek voor de hoge inkomens en de duurste huizen blijft onaangetast. De sociale zekerheid van werkenden wordt afgebroken. De VVD zet dat zelfs trots op een billboard naast de snelweg. Is dit de spreiding van welvaart, vervat in artikel 20, lid 1 van de Grondwet, die de minister-president voor ogen heeft? De regering haalt het geld weg waar het het minst gemist kan worden en waar het het meeste pijn doet. Graag een reactie van de minister-president op de keuzes die gemaakt worden.

Voorzitter. Dit minderheidskabinet bouwt op dit moment niet aan noodzakelijke coalities met vakbonden en maatschappelijke organisaties. Het kabinet komt met maatregelen die leiden tot afbraak van zekerheid en tot verdeeldheid en verdere ongelijkheid in de samenleving. Ik kan dat niet rijmen. Hoe kan het dat een minderheidskabinet dat steun wil oogsten verdeeldheid en ongelijkheid zaait? Daarom kan ik niet anders dan tegen de minister-president zeggen: reken bij het afbreken van zekerheid en het verder verdelen van de samenleving niet op de steun van de SP, maar reken er vooral wel op dat de SP er alles aan zal doen om coalities te smeden tegen die afbraak en die verdeling, en vóór gelijkheid en solidariteit.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dan geef ik nu graag het woord aan mevrouw Huizinga-Heringa van de fractie van de ChristenUnie.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Huizinga-Heringa i (ChristenUnie):

Voorzitter, dank u wel. Mijn fractie is blij dat wij vandaag dit debat over de regeringsverklaring kunnen voeren. Zo relatief kort na de verkiezingen, in ieder geval vergeleken met voorgaande kabinetten, is er een ploeg mensen samengesteld die bereid is zich in te zetten en de uitdagingen waar ons land voor staat op te pakken, onder het motto "aan de slag". De fractie van de ChristenUnie heeft daar respect voor.

Voorzitter. In deze tijd lijken verkiezingsuitslagen dagkoersen te zijn geworden. Partijen pieken, net als sporters. Sommige partijen doen dat net even te vroeg, en andere precies op tijd. Een grote groep kiezers zwermt van de ene partij naar de andere, raakt teleurgesteld en gaat op zoek naar een nieuwe partij. Het vertrouwen in de politiek in Den Haag is laag. Daarmee komen we volgens mijn fractie bij de grootste opdracht van dit kabinet: de opdracht om het vertrouwen van de burgers terug te winnen. Het is de opdracht om een kabinet te vormen dat samen met de polder en de Eerste en Tweede Kamer uitdagingen aanpakt, ons land van het slot haalt, woningen gaat bouwen en jongeren én ouderen vertrouwen geeft in de toekomst.

Voorzitter. Mijn fractie had vragen op dit punt, maar die zijn de afgelopen weken uitgegroeid tot zorgen. Om vertrouwen te winnen, moet je betrouwbaar zijn. Hoe is het dan mogelijk dat u als minderheidskabinet voorstelt om een pensioenakkoord eenzijdig open te breken, zonder overleg met de partners? Daarmee jaagt u niet alleen de vakbonden op de kast en de jongeren in de hoogste boom, maar betoont u zich ook onbetrouwbaar tegenover de vakbonden. Dat is meer dan een valse start. U heeft de vakbonden nu van u vervreemd, terwijl u ze hard nodig zult hebben als partner, net als trouwens de werkgevers, om houdbare maatregelen in de sociale zekerheid en in de zorg te nemen. Daarbij spelen nog de Voorjaarsnota, die een tegenvaller van 3 miljard laat zien, en de gevolgen van de oorlog in het Midden-Oosten, waar we nu alleen nog maar naar kunnen raden.

Ook afgelopen week is dit kabinet geen toonbeeld van betrouwbaarheid geweest. Met verbazing heeft mijn fractie de minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking gehoord, die het niet-nakomen van door hemzelf gemaakte afspraken verdedigde met een beroep op het coalitieakkoord. Kan de minister-president ingaan op de status en de waarde van het coalitieakkoord van zijn minderheidskabinet? Hoe stelt hij zich voor dat dit kabinet naar meerderheden gaat zoeken? Met de verdeel-en-heersmethode die we de afgelopen week zagen, vervreemdt hij zowel de oppositie, of zoals mevrouw Klip zei "de niet-coalitie", als de polder. Graag een reactie.

Voorzitter. Veel uitdagingen waar het kabinet voor staat, zijn ondergebracht in zogenaamde taskforces. In zo'n taskforce moeten een aantal ministeries samenwerken. Over het algemeen moeten zij al voor de zomer met voorstellen komen. Zo is er de Taskforce Slagvaardige Overheid, die vijf omvangrijke opdrachten heeft. Eén daarvan is: "Doorbreek de Haagse muren." Het citaat gaat verder: "Dit vergt zowel in structuur als in cultuur bestuurlijke vernieuwing. Deze veranderaanpak verwachten we voor de zomer. Daarnaast stellen we nadrukkelijk als doel om in al ons beleid meer samen te werken met regio's en beter de kennis en kunde van private partijen te benutten." Mijn fractie zou juichen wanneer u dat doel zou bereiken. Denk aan de toeslagenaffaire en aan Groningen. Maar een cultuurverandering bereik je toch niet in een paar maanden met een top-down, technocratische taskforce? Hoe realistisch is deze opzet? Of eindigt deze taskforce, en mogelijk ook andere, in een papieren werkelijkheid waar de burger niets van merkt? Dat zou mijn fractie betreuren. Mijn fractie zou wensen dat dit kabinet zijn focus vooral heeft op de burgers. Een focus op burgers leidt in het beste geval tot een ministerie-overstijgende blik en het doorbreken van Haagse muren. Dan gaat het om mensen, niet om systemen. Wanneer mensen uit het oog worden verloren, zorgt dat voor forse deuken in het vertrouwen. Graag een reactie van de minister-president.

Bij het herstel van het vertrouwen in de overheid denkt mijn fractie ook aan asiel. Wij willen de reële problemen in de asielketen niet bagatelliseren. Toch meent mijn fractie dat de maatschappelijke onrust vooral veroorzaakt wordt door het feit dat de overheid de opvang niet op orde heeft. Wat de instroom betreft is het aantal asielaanvragen per inwoner in Nederland niet hoger, maar juist lager dan in onze buurlanden, en ook lager dan het Europese gemiddelde. In het regeerakkoord zegt het kabinet de rust in de asielketen te willen herstellen. Dat is broodnodig. Wij zijn blij dat het kabinet inzet op structurele financiering voor het COA en de IND, zoals moties van mijn hand ook vroegen. Over de manier waarop deze financiering wordt geregeld, heeft mijn fractie nog vragen. Kan de minister-president toelichten per wanneer het COA in staat wordt gesteld om de zogenaamde vaste voorraad van 41.000 opvangplekken te financieren? En als die financiering er eenmaal is, voor hoelang blijft die dan gelden?

Voorzitter. Dan een korte vraag over de Spreidingswet. Die wet zal een belangrijke bijdrage leveren aan het beperken van overlast door grote asielzoekerscentra. Het vorige kabinet wilde de net daarvoor aangenomen Spreidingswet intrekken. Dit kabinet wil de wet "nu voorlopig" in stand houden. Hoe verhoudt dat zich tot het doel van dit kabinet om de rust in de asielketen terug te brengen? Het gejojo met de Spreidingswet heeft tot onrust en wantrouwen richting de overheid geleid en heeft schade toegebracht aan het draagvlak voor opvanglocaties. Naar de mening van mijn fractie draagt dit kabinet door de toevoeging "nu voorlopig" zelf bij aan nieuwe onrust en onduidelijkheid, zowel bij burgers als bij gemeenten. Kan de minister-president uitleggen wat het kabinet bedoelt met "nu voorlopig"? Onder welke voorwaarden zal de Spreidingswet in de ogen van dit kabinet niet meer nodig zijn?

Voorzitter. Hoewel het coalitieakkoord behoorlijk uitgebreid is, mist mijn fractie aandacht voor de specifieke problemen die spelen in de regio. Denk aan problemen die samenhangen met de vergrijzing in dorpen en het wegvallen van voorzieningen en openbaarvervoerlijnen. Kan de minister-president ingaan op de visie van het kabinet op hoe de leefbaarheid in de gebieden buiten de Randstad gewaarborgd kan worden? Ook dat heeft te maken met het terugwinnen van vertrouwen.

Dan een persoonlijke oproep. Al jaren wordt gehoopt en gewacht op de aanleg van de Lelylijn, een belangrijke spoorlijn die het noorden veel dichter bij de Randstad zal brengen, met grote voordelen voor zowel het noorden als de Randstad. Wanneer komt die lijn er eindelijk, is mijn vraag aan de minister-president.

Voorzitter. Dit kabinet is aangetreden in een geopolitiek turbulente tijd. De VS laten zich onder president Trump als een onbetrouwbare bondgenoot kennen en dat maakt de NAVO, onze veiligheidsparaplu, kwetsbaar. De VN worstelen met financiële problemen nadat VS grote fondsen hebben teruggetrokken. Intussen duurt de strijd aan de oostgrens van ons continent alsmaar voort en woedt er een oorlog in het Midden-Oosten, waarvan we de omvang van de gevolgen nog moeilijk kunnen inschatten. Deze ontwikkelingen vragen om een kabinet dat volwaardig meedoet in Europa. Juist in deze onzekere tijd hebben we de Europese samenwerking heel hard nodig. Welke rol ziet het kabinet voor Nederland in Europa, is mijn vraag aan de minister-president.

In deze steeds instabielere wereld is het belang van ontwikkelingssamenwerking groot. Dit kabinet zegt te willen investeren in ontwikkelingssamenwerking en mijn fractie juicht dat toe, maar de koppeling tussen het bruto nationaal inkomen en het ODA-budget wordt nog steeds niet volledig hersteld. De oorspronkelijke afspraak op basis van 0,7%, waar deze Kamer al vaker om heeft gevraagd, blijft buiten bereik. Hoe wil dit kabinet investeren in de OESO-norm als deze koppeling niet hersteld wordt naar het oorspronkelijke niveau dat op die norm gebaseerd is? Het CDA heeft aangegeven daarop terug te komen op termijn. Mijn fractie zal dat doen bij de komende begrotingsbespreking van BHOS.

Het kabinet maakt structureel maar liefst 19 miljard vrij om aan de verhoogde NAVO-norm te voldoen en de krijgsmacht toekomstbestendig te maken. Mijn fractie steunt dat. Wij zien wel een uitdaging om het geld efficiënt en effectief te besteden. Kan de minister-president daarop ingaan?

Als laatste op dit gebied: wij steunen het idee van een vrijheidsbijdrage, maar begrijpen niet waarom er voor het innen van de bijdrage zo'n weinig transparante constructie is gekozen, waarbij lage en middeninkomens harder worden getroffen. Ook daarop graag een explanatie van de minister-president.

Voorzitter. Ik rond af. De ambities van dit kabinet zijn groot, maar het mandaat is dat niet. Dit kabinet zegt zich ervan bewust te zijn dat meerderheden niet vanzelfsprekend zijn. Dat onderschrijft mijn fractie. We leven in een tijd waarin niets meer zeker lijkt. Bondgenoten worden vijanden. Onze welvaart wordt kwetsbaar. Er zijn grote uitdagingen wat betreft onze existentiële veiligheid. Dit is geen tijd voor polarisatie, geen tijd voor kleinzielige politieke spelletjes. Dit is een tijd om met elkaar samen te werken aan een goede plek voor onze ouderen en een veilige toekomst voor onze kinderen. Om dat te bereiken heeft ons land een stabiel en betrouwbaar kabinet nodig, dat inderdaad aan de slag gaat, en ook een dienend kabinet, dat zich niet verliest in processen en regels, maar dat bestaat uit bestuurders die in de eerste plaats de mensen zien voor wie zij het doen. Mijn fractie hoopt op goede wetten van dit kabinet, waar wij onze steun aan kunnen geven. Wij wensen u zegen op uw werk. Wij zien uit naar het antwoord.

De voorzitter:

Ik dank u wel. Ik geef nu graag het woord aan de heer Dessing van Forum voor Democratie.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Dessing i (FVD):

Voorzitter. Ik had graag gewild dat ik de heer Jetten kon feliciteren met zijn premierschap. Ik heb lang nagedacht over waar ik hem concreet mee had kunnen feliciteren, want een premier die het beste voorheeft met ons land en die daadwerkelijk oog heeft voor de problemen waar de Nederlandse bevolking mee kampt, maakt precies dat tot zijn topprioriteit, zelfs in de eerste paar maanden van zijn premierschap.

Helaas lijkt het erop dat de prioriteiten bij voornamelijk internationale ambities liggen. Hoe is het anders te verklaren dat de premier het relevanter vindt om op bezoek te gaan bij internationale partners, onder wie de heer Zelensky, en om prioriteit te geven aan het verstrekken van miljardensteun aan Oekraïne? Terwijl de Nederlander door de oorlog in Iran de hoofdprijs betaalt aan de pomp. Terwijl de prijs van gas en elektra door het dak gaat als gevolg van desastreus energiebeleid. Terwijl de basisvoorzieningen in Nederland in rap tempo afbrokkelen. Terwijl er geen geld is om onze infrastructuur in stand te houden. Terwijl de miljarden kostende massale immigratie onverminderd doorgaat en het tekort op de huizenmarkt steeds kritischer wordt. Terwijl de agrarische sector steeds verder de nek om wordt gedraaid en zich moet schikken naar de transitie naar kringlooplandbouw. Terwijl het behalen van totaal onzinnige stikstofdoelen de hoogste prioriteit krijgt. Terwijl de oplossing van het begrotingstekort wordt gezocht in bezuinigen op sociale voorzieningen. De vraag is dan: zijn de nu voorliggende beleidsvoornemens een felicitatie waard? Zijn dit nu daadwerkelijk de topprioriteiten die goed zijn voor Nederland? Nee, integendeel.

Het zou vandaag moeten gaan over de kerntaken van onze overheid. Een betaalbaar huis, goede infrastructuur, een betrouwbaar en betaalbaar energienet, veiligheid op straat, degelijk onderwijs en toegankelijke zorg. En ja, ook investeringen in cultuur en erfgoed. Dat zijn uitgaven die een welvarend land als Nederland kan dragen. Wat de Nederlander niet nodig heeft, is beleid dat zijn bestaanszekerheid ondermijnt, zoals massale immigratie, ondoordacht klimaatbeleid en verdere overdracht van bevoegdheden aan de Europese Unie. Als deze regeringsverklaring de Nederlander werkelijk centraal had gesteld, dan waren de gemaakte keuzes wezenlijk anders geweest.

Voorzitter. Er zal gesteld worden dat alle internationale ambities van dit kabinet gecombineerd kunnen worden met de nationale uitdagingen die nodig zijn om van Nederland weer een welvarend land te kunnen maken. Het trackrecord van deze waanzin gedurende de afgelopen decennia liegt er helaas niet om. Niemand in deze Kamer kan één voorbeeld geven van waar en wanneer dit scala aan zogenaamde prioriteiten heeft geleid tot een houdbare, laat staan een betere nationale situatie. Neem bijvoorbeeld de zogenoemde vrijheidsbijdrage, feitelijk een extra belasting van miljarden euro's. Volgend jaar gaat het om 3 miljard, oplopend tot meer dan 5 miljard in de jaren daarna. Dat betekent ruim €600 per huishouden per jaar. Hoe verhoudt zich dat tot het besteedbaar inkomen van de Nederlanders, dat al zo erg onder druk staat?

Ook op het terrein van migratie en wonen stapelen de zorgen van onze inwoners zich op. De migratiekosten bedragen 27 miljard per jaar. Dat is ongeveer €3.200 per huishouden. Dat is een maandelijks modaal inkomen, ieder jaar weer opnieuw. En daarbij komen de indirecte effecten: stijgende huizenprijzen, druk op de voorzieningen en gevoelens van onveiligheid. In de regeringsverklaring ontbreekt een structurele aanpak van deze problematiek. En daarom de volgende vraag: is de regering bereid te erkennen dat zonder het stopzetten van de asielinstroom de druk op woningen, voorzieningen en overheidsfinanciën onverminderd zal blijven toenemen? Zo nee, welk alternatief biedt de regering dan dat wél aantoonbaar effect heeft?

Er is niet op te bouwen tegen de toestroom van mensen naar ons land, om nog maar te zwijgen over het nauwelijks kunnen bouwen doordat wij onszelf hebben vastgelegd in een stikstofklem. De toestroom van migranten is niet in te dammen met de huidige bestaande en voorliggende maatregelen. Dit zien we namelijk in de cijfers. De uitvoering van beleid loopt achter en er is een onderbesteding op de begrotingen door een tekort aan capaciteit om de ambities uit te voeren. Er is geen enkel bewijs of aanleiding om te geloven dat wat deze regering stelt ook maar iets wezenlijks zal opleveren voor de Nederlander. Daarom de volgende vraag: komt er nog een wet waarbij de voorrangsregeling van statushouders op sociale huur wordt ingetrokken? Wat kunnen Nederlanders volgende week verwachten bij de behandeling van de asielwetten in deze Kamer? Zal er echt in het belang van iedereen in ons land met deze zorgen worden gepleit of zal het voornamelijk gaan over mensen die hier net zijn binnengekomen?

Voorzitter. Een ander punt van zorg betreft de brede economische ontwikkeling van ons land, in het bijzonder de positie van ondernemers en zelfstandigen. Nederland is gebouwd op ondernemerschap, op mensen die initiatief nemen, die risico's durven dragen en daarmee werkgelegenheid, innovatie en welvaart creëren. De ruim 400.000 mkb-bedrijven en de meer dan 1,2 miljoen zelfstandigen vormen het fundament van onze economie en het sociale weefsel van onze samenleving. Maar juist deze groep wordt al jaren geconfronteerd met stapeling van regelgeving, toenemende lasten en een gebrek aan voorspelbaarheid in beleid. Dat beperkt niet alleen hun ruimte om te ondernemen, maar zet ook een rem op investeringen en groei. Tegelijkertijd bereiken ons steeds vaker signalen dat ondernemers activiteiten verplaatsen, investeringen uitstellen of Nederland verlaten en dat ook hoogopgeleide professionals hun toekomst elders zoeken. Dat is geen ontwikkeling die we lichtvaardig kunnen opvatten. Zij raakt direct aan het verdienvermogen van onze economie en aan de vraag of Nederland op lange termijn aantrekkelijk blijft als land om te ondernemen, te werken en te investeren. Daarom heb ik de volgende vraag. Hoe voorkomt de regering dat ondernemers en hoopgeleide burgers Nederland verlaten, omdat het klimaat om hier te ondernemen, te werken en te investeren steeds ongunstiger wordt?

Voorzitter. Dan het klimaatbeleid. Jaar in, jaar uit worden er tientallen miljarden euro's aan besteed; geld van hardwerkende Nederlanders. Het gevolg is een energievoorziening die duurder, instabieler en afhankelijker van het buitenland wordt, terwijl wij beschikken over een van de grootste aardgasvoorraden van Europa. In Groningen ligt een enorme strategische reserve met een geschatte waarde van honderden tot bijna duizend miljard euro. Het is een bron van welvaart en energiezekerheid. Maar wat gebeurt er? Deze bron wordt doelbewust buiten gebruik gesteld. Sterker nog, hij wordt onomkeerbaar afgesloten door gasputten met beton te vullen. Dan dringt zich de vraag op: waar zijn wij in vredesnaam mee bezig? Beleid dat onze energie duurder maakt, onze afhankelijkheid vergroot en onze economie verzwakt, is geen vooruitgang, maar is afbraakbeleid. Voor het klimaat lijkt alles te moeten wijken, zelfs onze economie en gezonde overheidsfinanciën. Daardoor stevenen we inmiddels af op een staatsschuld van, jawel, Griekse proporties.

Voorzitter. Biedt deze regeringsverklaring dan een solide fundament, die de prioriteiten legt bij een gezonde en welvarende toekomst voor Nederland? Voor Forum voor Democratie, u raadt het al, is het antwoord helder. Nee, dit beleid legt de prioriteit bij internationale ambities ten koste van nationale belangen. Er zullen andere keuzes moeten worden gemaakt en er zullen andere prioriteiten moeten worden gesteld. Het zal dan ook niemand verbazen dat wij de komende jaren een stevige oppositie zullen voeren. Wij zullen geen steun geven aan beleid en aan wetten die Nederland schaden, die Nederland beperken en die Nederland overreguleren. Wij steunen geen wetten die onuitvoerbaar, niet handhaafbaar en strijdig zijn met onze grondwettelijke taken naar Nederlanders. Maar daar waar goede voorstellen worden gedaan, bijvoorbeeld op het gebied van kernenergie of het verminderen van regeldruk voor ondernemers, zullen wij ze steunen.

Voorzitter. Ik ga afronden. Fluitsma en Van Tijn zeiden het al in 1996: "15 miljoen mensen op dat hele kleine stukje aarde. Die schrijf je niet de wetten voor, die laat je in hun waarde". Laten we weer vooruitkijken en gezamenlijk werken aan een gezond en welvarend land. Forum voor Democratie wil zich daar constructief voor inzetten. Voor Nederland. Ik wens het kabinet veel wijsheid toe.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan de heer Koffeman van de Partij voor de Dieren.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Koffeman i (PvdD):

Voorzitter, dank u wel. Het is verheugend dat een voormalige klimaatminister het geschopt heeft tot minister-president. Onze complimenten daarvoor. Het kan wél. Maar tegelijkertijd wil ik in herinnering roepen dat we enkele jaren geleden een constructief gesprek hadden met klimaatminister Jetten over een in dit huis aangenomen motie over het stoppen van subsidies voor houtige biomassa en een motie over het voorkomen van vogelsterfte bij windmolenparken. Voor het eerst in jaren hadden we te maken met een minister die bereid was knopen door te hakken en die klimaat net zo belangrijk leek te vinden als de Partij voor de Dieren. Dat gaf hoop.

In het regeerakkoord zien we daar helaas weinig van terug. De tandem D66, VVD en CDA is zorgelijk voor iedereen die begaan is met de toeslagenaffaire, de woningcrisis en de leugens over nareizigers. De VVD heeft weinig op met klimaat of dierenleed en heeft overduidelijk haar neoliberale stempel op dit regeerakkoord gedrukt: geen verhoging van de winst op vermogensbelasting, het openen van Lelystad Airport en een keihard asielbeleid. Het sociaal-progressieve geluid dat D66 tijdens de campagne liet horen — "het kan wél" — heeft in dit akkoord plaatsgemaakt voor "het kan niet, of hooguit een beetje". Een verbod op reclame voor onlinegokken, sociale media pas toegankelijk vanaf 15 jaar en gratis schoolfruit zijn mooie maatregelen, maar ze vallen in het niet bij wat echt nodig is.

Voorzitter. Samenwerken met de oppositie is essentieel voor een minderheidskabinet. De premier steekt zijn hand uit naar de oppositie, maar wat mijn fractie betreft zijn er stevige hervormingen in de plannen nodig. Moeilijke maatregelen worden op de lange baan geschoven en de zwakste schouders dragen de zwaarste lasten.

De financiële paragraaf, die kort na de bordesfoto al achterhaald was, laat duidelijk zien in welke omstandigheden we verkeren. De aanval op Iran heeft de wereldeconomie op z'n kop gezet en maakt pijnlijk duidelijk hoezeer Nederland afhankelijk is van fossiele grondstoffen. De energietransitie moest van vorige kabinetten vooral haalbaar en betaalbaar zijn. Vervuilende en energievretende fabrieken mochten zelf met duurzaamheidsplannen komen — maar die kwamen er niet — en de Green Deal werd met steun van Nederland afgezwakt. Nederland liet na grote stappen te zetten voor hernieuwbare energie, en de gevolgen daarvan leidden niet tot rust in de portemonnee, zoals beloofd door de VVD. Zelfs als de Straat van Hormuz weer opengaat voor olietankers zal autorijden, je huis verwarmen of douchen voor veel huishoudens de komende jaren onbetaalbaar worden.

Voorzitter. De klimaatcrisis is verdwenen uit het publieke en politieke debat. "Haalbaar en betaalbaar" is vervangen door "realistisch". "Defensie" is het nieuwe toverwoord. Waar in de afgelopen jaren nergens extra geld voor was — niet voor onderwijs, niet voor het bevriezen van de huren, niet voor het compenseren van studenten en niet voor het afschaffen van de btw op groente en fruit — blijkt het nu geen probleem om miljarden extra te steken in oorlogsvoorbereiding, oplopend tot 19 miljard euro extra per jaar in 2035. Dat geld moet ergens vandaan komen. Het kabinet maakt daarin keuzes die voor mijn fractie onverteerbaar zijn.

De grootste klappen vallen bij de sociale voorzieningen en de zorg. Werklozen, arbeidsongeschikten en mensen met een ernstige handicap moeten de financiële gaten dichten die buiten hun schuld zijn ontstaan. Daar is niets sociaals of fatsoenlijks aan. Een oorlogsbelasting, die gepresenteerd wordt als een vrijheidsbijdrage, moet vanaf 2028 ongeveer 5,1 miljard euro opleveren. Het grootste deel daarvan, 3,4 miljard euro, wordt opgehaald bij de burgers. Vrijheid blijkt duurder voor een vuilnisophaler dan voor een Tweede Kamerlid of een chirurg, terwijl talloze adviesraden vroegen om de belasting op vermogen te verhogen in plaats van de belasting op arbeid. Het vullen van deze extra belastingpot via de arbeidsongeschiktheidsheffing van bedrijven is voor mijn fractie ongehoord. Hoe rechtvaardigt het kabinet zo'n maatregel?

Voorzitter. De kloof tussen arm en rijk wordt opnieuw groter. Hoe rechtvaardigt de minister-president dit? Het is mooi om de instituties van de rechtsstaat te versterken, maar als het sociaal weefsel voor de samenleving steeds zwakker wordt, lijkt dat dweilen met de kraan open. Graag een reactie.

Voorzitter. Laten we duidelijk benoemen wat het pompen van miljarden euro's extra in defensie betekent. Het betekent geld steken in oorlog, om mens en dier te doden en om natuur, cultureel erfgoed en de huizen van onschuldige burgers te vernietigen. Het betekent bijdragen aan een wapenwedloop en het ondermijnen van klimaatambities. Waar is de aandacht voor diplomatie en voor de-escalatie? En waarom investeren we in peperdure tanks als de huidige oorlogsvoering vooral gebeurt via drones en sabotageaanvallen? Graag een reactie van de minister. Waar is de brede welvaart gebleven? Veiligheid is meer dan de afwezigheid van een vijandelijke mogendheid. Het is schone lucht, toegang tot gezond voedsel, betaalbaar onderwijs en zorg en aandacht voor de volgende generaties. Kan de premier daarop reflecteren?

Voorzitter. Dan landbouw en natuur. Aan de slag! Of toch niet? Het stikstoffonds van 20 miljard is terug, maar verder lijkt het de echo van BBB. De ambitie om de stikstofdoelen van 2030 te halen, wordt losgelaten. Waar halvering de afspraak was, vindt het kabinet 25% tot 35% nu ook prima. Wat is er nog over van de stelling van de leider van D66 uit januari 2025 dat de veestapel gehalveerd moet worden? Is dat niet langer nodig? En als dat niet langer nodig is, wat is daar dan de oorzaak van? Wat is er veranderd om die stelling te verlaten?

Voorzitter. De kritische depositiewaarde wordt losgelaten, in strijd met het advies van de Raad van State. Peperdure stoppersregelingen blijven vrijwillig, terwijl het niet de grootste vervuilers zijn die daarvan gebruikmaken. Opnieuw zien we uitvluchten in luchtwassers, koeientoiletten en eiwitarm veevoer. Hoe denkt het kabinet Nederland op deze manier van het stikstofslot te halen? We horen het graag.

Voorzitter. De dieren vinden we in het kabinetsplan terug onder het kopje overig. De partij die het ooit met de Partij voor de Dieren eens was dat er in dit land veel te veel dieren een miserabel leven leiden in de vee-industrie, laat diezelfde dieren nu in de steek. Alleen met de maatregel van het afromen van dierrechten — niet te verwarren met dierenrechten, want dierrechten betekent hoeveel dieren je mag exploiteren — dus met het afromen van dierrechten van geiten en kalveren, redden we het niet. Het convenant Dierwaardige veehouderij is een doekje voor het bloeden. Concrete plannen om het leven van honderden miljoenen kippen, koeien, varkens en geiten in Nederland beter te maken, ontbreken. Waar blijft de handhaving van het verbod op het knippen van staarten bij biggen? Krijgt de NVWA eindelijk meer geld om misstanden aan te pakken? En wat zijn de plannen voor pandemische paraatheid? Graag een reactie van de minister.

Voorzitter. We lezen dat dit kabinet bindende afspraken wil maken met glastuinbouw, akkerbouw en ketenpartners om het gebruik van landbouwgif fors te beperken. Wordt daarbij alleen gekeken naar de milieubelasting of ook naar gezondheidsschade? Hoe kijkt het kabinet aan tegen het voorzorgsbeginsel? Graag een reactie.

Voorzitter. Het kabinet wil natuurgebieden met elkaar gaan verbinden. Daar zijn wij blij mee, maar tegelijkertijd moeten er oefenterreinen en legerkazernes in diezelfde natuurgebieden komen. Hoe ziet de minister-president dit? En hoe gaat de minister van Defensie om met de kritiek van de Raad van State op de Wet op de defensiegereedheid in dit kader? Graag een reactie.

Voorzitter. De uitstoot van de industrie is nauwelijks gedaald. Vrijwillige afspraken werken niet. Ook nu worden harde keuzes uitgesteld. De afschaffing van de CO2-heffing en het voortzetten van fossiele subsidies spreken boekdelen. De Wetenschappelijke Klimaatraad adviseert het kabinet keuzes te maken en daarbij breder te kijken dan naar economische waarden alleen. Ook de effecten op natuur, milieu en volksgezondheid zouden bij die keuze betrokken moeten worden. Zo bezien zouden Tata Steel en kunstmestfabriek Yara dicht moeten. Kan de minister daarop reageren?

Voorzitter. Bezuinigen op ontwikkelingshulp of ontwikkelingssamenwerking maakt de wereld onveiliger en zorgt uiteindelijk voor meer vluchtelingen en asielzoekers. Toch kiest het kabinet ervoor om de koppeling tussen ontwikkelingssamenwerkingsgelden en het bruto nationaal inkomen niet te herstellen, ondanks aangenomen moties in de Eerste Kamer en in de Tweede Kamer. Kan de minister-president daarop reflecteren? Waarom wil Nederland wel voldoen aan de NAVO-norm, maar niet aan de OESO-norm van 0,7% steun voor de allerarmsten?

Voorzitter. Klimaatverandering, biodiversiteitsverlies en dierenleed vragen om daadkracht, maar het kabinet kiest voor uitstel en halve maatregelen ten koste van natuur, dieren en toekomstige generaties. Extra schrijnend vinden wij dat de miljarden voor Defensie bij lage inkomens worden opgehaald, terwijl een grote maatschappelijke discussie over het nut van die miljarden ontbreekt. Onze deur staat open, maar dan vooral voor de heer Jetten zoals we hem als Klimaatminister kenden. Onze deur staat niet open voor militarisering en uitstelgedrag bij de verbetering van de positie van dieren, natuur en milieu.

Voorts zijn wij van mening dat er een einde moet komen aan de bio-industrie.

Dank u wel.

De voorzitter:

Ik dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan mevrouw Van Bijsterveld van JA21.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Van Bijsterveld i (JA21):

Dank u wel, voorzitter. We zijn over de helft; dat is het goede nieuws.

Voorzitter. Allereerst wil ik de minister-president en de andere leden van het kabinet feliciteren met hun aantreden. Zij zijn bezig met een experiment dat naar het oordeel van mijn fractie welwillend moet worden benaderd. Een minderheidskabinet is een bestuurlijk experiment waar politiek Den Haag weinig ervaring mee heeft, maar toch is het een politieke constellatie waar we vermoedelijk aan zullen moeten wennen. Ook grote partijen zijn steeds kleiner en het is lastig om een regering te vormen met een groot aantal partijen. Het zoeken naar wisselende meerderheden is dus wellicht noodzaak geworden. Naar de mening van JA21 kan die nood een deugd zijn. Wisselende meerderheden kunnen op papier meer recht doen aan de verkiezingsuitslag dan een tot in de puntjes dichtgetimmerd regeerakkoord.

Tot zover het goede nieuws. Samenwerking met beide Kamers berust echter wel op wederzijds vertrouwen. Die samenwerking komt onder druk te staan wanneer voor fundamentele voorstellen onder duidelijke randvoorwaarden een meerderheid wordt verkregen, terwijl op een later moment een afwijkende meerderheid wordt gezocht die deze afspraken feitelijk doorkruist.

Voorzitter. Sinds de ophef van vorige week zal de minister-president goed begrijpen wat ik hiermee bedoel. Tot op heden is daarop geen bevredigende reactie gekomen. Daardoor vragen wij ons af of dit kabinet wel begrijpt hoe kwetsbaar de situatie is. Wat gaat de minister-president hieraan doen? Graag een reflectie van de minister-president over de afhandeling en de opstelling van zijn minister Sjoerdsma aangaande de begroting Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp.

Wederzijds vertrouwen wordt niet versterkt wanneer verbroken afspraken worden gerelativeerd met een steevast beroep op het coalitieakkoord. Juist een minderheidscoalitie kan zich die houding niet permitteren. Immers, het coalitieakkoord is zonder het vergaren van een meerderheid simpelweg onuitvoerbaar. Dit minderheidskabinet tot een succes maken vraagt veel werk om de verhoudingen met essentiële constructieve partijen te behouden en te versterken. Ik hoop dat de regering hiervan lessen leert. Ik wens het kabinet veel succes bij het waarmaken van die opgave in de komende periode.

Voorzitter. Dan wil ik nu kort teruggaan in de tijd en mijn ambtsgenoot Ruben Baumgarten citeren. "Laten we heel duidelijk zijn wat de consequenties zijn als we onze gasputten onomkeerbaar dempen: we ontzeggen niet alleen onszelf leveringszekerheid voor energie, maar onze bondgenoten ook. Ook al ben je tegen gaswinning an sich, dan nog zou iedereen in dit huis vanwege het landsbelang tegen onomkeerbaar sluiten moeten zijn. Houd ten minste de waakvlam aan." Hij gaat vervolgens met een vooruitziende blik verder. "Die levering van ver maakt ons (…) extra kwetsbaar mocht er inderdaad een oorlog uitbreken. Heeft de regering nagedacht over hoe de aanvoerroute te beschermen is tegen potentiële vijanden? Wat is ons back-upplan voor het geval dat de aanvoerroute wordt geblokkeerd? Is hier überhaupt voldoende over nagedacht of is de emotie zo sterk dat we dit risico maar voor lief moeten nemen?" Deze woorden sprak senator Baumgarten in april 2024. Dit huis viel bijna letterlijk over hem heen. Groningen moest en zou dicht. Het hart regeerde met gemak over het hoofd. Emotie regeerde over ratio. Kijk nu eens waar we staan. Op dit moment is de vulgraad van onze gasopslag tot zo'n 5% gezakt. De gasprijs staat op het hoogste niveau sinds het begin van de Russische invasie van Oekraïne. Nederlanders voelen de pijn van idealisme.

Dat brengt mij bij de volgende vraag aan de minister-president. Heeft de minister-president kennisgenomen van de adviezen van onder meer TNO over het niet-onomkeerbaar afsluiten van de gasputten in Groningen, zodat deze in het geval van een noodsituatie beschikbaar kunnen blijven als strategische noodreserve? In hoeverre hebben deze adviezen meegewogen bij de totstandkoming van het kabinetsstandpunt?

Volgens JA21 moeten we op z'n minst een noodknop hebben om te kunnen beschikken over de enorme gasreserves die we hebben. Daarom werkt JA21 in de Tweede Kamer aan een wetsvoorstel om zo'n noodknop mogelijk te maken.

Voorzitter. Dan een aantal punten uit de regeringsverklaring waar wij onze bedenkingen bij hebben. In de eerste plaats wil ik stilstaan bij het onzalige idee om artikel 120 van de Grondwet te schrappen. Dit vergroot de macht van rechters en verkleint de invloed van de burger op de wetten waar de burger naar te leven heeft. Dit is een herinrichting en een verdere verstoring van het evenwicht tussen de machten in de Staat. Het toetsen van wetten aan de Grondwet behoort bij de regering en de Eerste en Tweede Kamer gezamenlijk te berusten. Dat veronderstelt wel dat de Eerste Kamer haar taak goed moet kunnen uitvoeren. Bij de regering en bij de Tweede Kamer ligt de taak om wetgeving goed te vorm te geven met aandacht voor de onderliggende doelmatigheid, rechtmatigheid en handhaafbaarheid. Het verstoren van het evenwicht tussen de klassieke machten is op zichzelf al onwenselijk, maar het roept ook de vraag op welke doos van Pandora wij hiermee openen. De vraag stellen is hem beantwoorden. Nog meer dan nu al het geval is, worden politieke dilemma's overgeheveld naar de rechterlijke macht. Ik zou graag van de regering horen waarom dit een wenselijk voornemen is.

Dan over immigratie. Op dit dossier …

De heer Van Meenen i (D66):

Mevrouw Van Bijsterveld zegt terecht dat we altijd moeten werken aan het vertrouwen in de politiek. Ze geeft zelf een paar voorbeelden van waar dat mogelijk in het geding is of daar in ieder geval vragen bij zijn. Maar is mevrouw Van Bijsterveld het niet met mij eens dat het zeer onbetrouwbaar zou zijn van de politiek om nu terug te komen op de wetgeving die er is omtrent Groningen? Dat heeft toch een enorme geschiedenis, met de Groningers, met de enquêtecommissie, met van alles en nog wat? Daar is deze wet uit gekomen. Nu zegt mevrouw Van Bijsterveld: jammer dan; ik ga gewoon een nieuwe wet indienen.

Mevrouw Van Bijsterveld (JA21):

Het is natuurlijk niet zo dat dit alleen maar de roep van JA21 is. Dit is een luidgehoorde stelling, ook vanuit allerlei wetenschappelijke instanties, waaronder TNO, Gasunie en de Mijnraad. Die geven dit ook aan. We staan nu eenmaal, ook als Nederland, voor een hele grote uitdaging wat betreft leveringszekerheid en het feit dat wij nu zo ontzettend afhankelijk zijn van het buitenland voor het vullen van onze gasvoorraad. Meer dan 80% moet uit het buitenland komen. We weten inmiddels hoe kwetsbaar dat is. Er is een enorm probleem als de pijplijn in Noorwegen wordt opgeblazen, als Qatar niet kan leveren, als Amerika zegt "wij leveren even niet, want we zijn niet zo blij met hoe jullie je gedragen", op welk thema of onderwerp dan ook. Wij kunnen het ons gewoon niet permitteren om deze strategische noodvoorraad helemaal onomkeerbaar te maken. U kunt wel aangeven dat het heel onbetrouwbaar is, maar als meer dan driekwart van de Nederlanders vindt dat de gasputten niet onomkeerbaar zouden moeten worden gesloten, als zo goed als de helft van de Groningers dat ook vindt, dan moet het toch ook zo kunnen zijn dat je daar op terugkomt, en niet om direct te pompen, maar om te zeggen: het is een strategische noodvoorraad.

De heer Van Meenen (D66):

In de politiek kun je altijd overal op terugkomen; dat is niet per se onbetrouwbaar. Dat zeg ik ook niet. Maar ik vind dat wetgeving die er is, uitgevoerd moet worden. Als we dat niet meer doen, als we dat loslaten, dan kunnen we de tent hier wel sluiten. Daar zijn we het waarschijnlijk over eens. Laat ik het anders stellen. Er is nu een initiatiefwet van JA21; want ik ben niet in debat met TNO, ik ben hier in debat met u, mevrouw Van Bijsterveld. Stel dat die wet wordt aangenomen en dat het kabinet zegt "die voeren we niet uit" of dat het op een andere manier niet gaat gebeuren, dan is dat toch de onbetrouwbaarheid ten top? Wij moeten de wetten die we hebben, toch uitvoeren? Is mevrouw Van Bijsterveld het ermee eens dat de wet die er nu is, gewoon uitgevoerd moet worden?

Mevrouw Van Bijsterveld (JA21):

Wetten die er zijn, moeten uitgevoerd worden, maar dat betekent niet dat wetten niet gewijzigd kunnen worden. Dat is waar wij mee bezig zijn, om die noodknop te kunnen behouden.

Dan ga ik door met …

De heer Rosenmöller i (GroenLinks-PvdA):

Misschien nog één vervolgvraag, want ik was getriggerd door de betrouwbaarheidsargumentatie van de heer Van Meenen over wetgeving. Dat was echt heel sterk. U heeft het nu over allerlei bondgenoten, zal ik maar zeggen. U plaatst uw pleidooi in de context van nu. Even voor mijn herinnering: het is toch zo dat u zich altijd verzet heeft tegen het volstorten van die putten met beton?

Mevrouw Van Bijsterveld (JA21):

Dat is correct. Zeker. Het is heel dom om het onomkeerbaar te maken.

Ik was gebleven bij de immigratie. Op dit dossier is de urgentie enorm, maar de regering heeft geen serieuze beleidsvoornemens om de instroom in te dammen. Volgende week debatteren wij over verschillende asielwetten en het is maar de vraag of die op instemming van deze Kamer kunnen rekenen. De vrijwel ongebreidelde instroom gaat echter door, de Spreidingswet is nog steeds van kracht en elke gemeente in Nederland wordt verrijkt met asielzoekers. Hoewel de coalitiepartijen in het coalitieakkoord hebben afgesproken dat zij de Asielnoodmaatregelenwet en de Wet invoering tweestatusstelsel onverkort zullen uitvoeren indien deze door de Eerste Kamer worden aangenomen, is het niet vanzelfsprekend dat deze wetten wórden aangenomen. Verkiezingsretoriek ten spijt heeft D66 inmiddels namelijk duidelijk aangegeven tegen de asielwetten te zullen stemmen en vanuit het CDA is nog niet bekend welke positie het zal innemen.

Mijn fractie hoopt uiteraard dat deze Kamer met de asielwetten zal instemmen, maar kan de minister-president aangeven welke nationale maatregelen de regering zal treffen indien de asielwetten worden verworpen in de Eerste Kamer? Oftewel, ligt er een plan B op tafel? Is de minister-president van mening dat het mogelijk is om binnen deze coalitie tot een evenwichtig asielbeleid te komen wanneer D66, als grootste coalitiepartij, nu al aangeeft het coalitieakkoord op het punt van de EU-Terugkeerverordening te willen openbreken? De regering stelt in het coalitieakkoord dat aanvullende instroombeperkende maatregelen worden genomen indien de asielketen bezwijkt onder de instroom. Kan de regering concreet aangeven wanneer daar sprake van is? Welke aanvullende instroombeperkende maatregelen worden in dat geval getroffen? Gaat de regering daadwerkelijk nationale maatregelen nemen om de instroom van asielzoekers te beperken of blijft het pappen en nathouden?

Voorzitter. Dan kom ik bij de economische en fiscale agenda. Het kabinet erkent dat het huidige toeslagenstelsel fundamentele tekortkomingen kent. Hervorming van het stelsel is noodzakelijk en wordt breed gedragen. Dat illustreren ook de vele aangenomen moties in deze Kamer, waaronder de op 26 november 2024 aangenomen motie-Baumgarten, waarin de regering wordt opgeroepen om een concreet tijdspad te vormen voor de hervorming van het toeslagenstelsel. Kan de regering toezeggen dat het gevraagde tijdspad voor het zomerreces met deze Kamer wordt gedeeld? Parallel daaraan speelt de problematiek rond box 3. JA21 is van mening dat box 3 moet worden hervormd, maar de keuze voor een vermogensaanwasbelasting is voor mijn fractie fundamenteel verkeerd. De eerdere voorstellen hebben geleid tot grote onrust in de maatschappij en hebben het vertrouwen in de fiscale rechtszekerheid aangetast. Dat vertrouwen is essentieel, niet alleen voor burgers maar ook voor het investeringsklimaat.

Mijn fractie acht het van belang dat het kabinet hier kiest voor een stabiele, juridisch houdbare en uitvoerbare oplossing en dat daarbij duidelijkheid wordt geboden over de budgettaire consequenties. Het verhogen van de budgettaire opbrengst via box 3, bijvoorbeeld door de heffingsgrondslagen te verbreden, zou geen wenselijk doel moeten zijn als hiermee het risico op juridische uitglijders alleen maar toeneemt. Vorige kabinetten hebben zich al te inhalig getoond met betrekking tot box 3, door bijvoorbeeld te lang en tegen beter weten in vast te houden aan hogere forfaits voor spaargeld. Dat is een dure fout die zich zomaar eens zou kunnen herhalen als de huidige plannen voor een herziene box 3-heffing werkelijkheid worden. Ook hier geldt uiteindelijk dat belastingrechtvaardigheid boven opbrengst zou moeten gaan. Belastingonrechtvaardigheid ondermijnt immers het vertrouwen in de politiek en is funest voor burgers en het bedrijfsleven. Mijn fractie zou liever zien dat de overheid keuzes maakt om te snijden in de uitgaven. Een voor de hand liggende vraag is hoe het toch kan dat het ambtenarenapparaat jaar op jaar, beloftes ten spijt, uitbreidt. Ik vraag de regering waar dit door komt. Welke harde toezeggingen kan de regering hierin doen?

Voorzitter. Alles overziend constateert mijn fractie dat het kabinet op een aantal domeinen de juiste problemen benoemt, maar nog onvoldoende duidelijk maakt welke concrete keuzes daaruit volgen. Een minderheidskabinet heeft de kans om bruggen te slaan en beleid te verbeteren, maar alleen als het bereid is om daadwerkelijk te luisteren, te prioriteren en waar nodig bij te sturen. Wij zijn bereid om constructief mee te denken en verantwoordelijkheid te nemen waar dat in het belang van het land is. Tegelijkertijd geldt dat steun nooit vanzelfsprekend is. Die moet worden verdiend door kwaliteit, consistentie en respect voor de institutionele verhoudingen. We zien uit naar de beantwoording van de regering.

De voorzitter:

Ik dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan de heer Schalk van de SGP.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Schalk i (SGP):

Dank u wel, mevrouw de voorzitter. In één van die weergaloos mooie boeken van Chaim Potok staat een passage over een rebbe die in gesprek is met het zoontje van een kunstenaar. Ik citeer.

"'Ik denk dat ik je een raadseltje zal vertellen', zegt de rebbe. 'Er is me er net één te binnen geschoten en ik denk dat ik wel even tijd heb. Zou jij graag een raadseltje willen horen?' 'Ja', zegt Avroemel gretig. 'Een oude Jood liep eens over een weg naar een stad, toen de weg plotseling splitste en twee verschillende richtingen op ging. Langs de kant van de weg stond een kleine jongen en de oude Jood vroeg hem welke weg hij moest nemen. Het jongetje zei: 'Deze weg is heel kort, maar ook heel lang. De andere weg is heel lang, maar ook heel kort.' En toen liep het jongetje hard weg en liet de oude Jood helemaal alleen achter. Wat denk je dat het jongetje bedoelde en welke weg zou de oude Jood moeten nemen naar de stad?' Er valt een korte stilte. 'De lange weg die kort is', zegt Avroemel. Er volgt weer een stilte. De rebbe en mijn vader kijken allebei naar Avroemel. 'Vertel eens waarom', vraagt de rebbe. 'Omdat de korte weg die lang is hem naar een rivier of berg kan leiden en de man kan die misschien niet oversteken, zelfs al is de weg kort, maar de lange weg brengt hem naar de stad, zelfs al is hij lang. Mijn papa heeft me eens verteld dat de lange weg die zeker is beter is dan een korte weg die dat niet is.'"

Mevrouw de voorzitter. Laten we dat raadsel eens toepassen op het regeerakkoord, dat moet worden uitgevoerd door een minderheidskabinet. De kortste route, het gewoon indienen van wetsvoorstellen, zal regelmatig vastlopen. De kunst zal zijn om de langere route te verkennen, zeker ook hier in deze Kamer. Nu zijn we wel wat gewend, want sinds 2015 mag ik in deze Kamer dienen. Geen enkel kabinet had in die periode een meerderheid. Op zich is dat nog helemaal niet zo gek ook. Het gebrek aan een automatische meerderheid in deze Kamer heeft juist een dempend effect en het onderstreept ook de zelfstandige positie van deze Kamer. Net als in al die eerdere kabinetten is de SGP bereid om constructief mee te werken aan wetgeving, maar dat doen we wel onder het beding van twee belangrijke stelregels.

Eén: goede wetten steunen we, slechte wetten niet. Twee: als het kabinet gewoon doet, doen wij het ook. Daarmee geef ik een belangrijk signaal af: wat is eigenlijk "gewoon doen"? Dan denk ik aan het respecteren van grondrechten als basis voor het leven, wat mij betreft gevoed vanuit de Bijbelse opdracht om God lief te hebben boven alles en de naasten als jezelf. Bij "gewoon doen" denk ik ook aan de vrijheid van onderwijs, die veel verder gaat dan alleen maar het ongemoeid laten van artikel 23. Als het regeerakkoord zegt dat het Regenboogakkoord wordt uitgevoerd, heeft de fractie van de SGP daar immers ernstige bedenkingen bij, evenals bij een hele reeks andere ethische kwesties, zoals draagmoederschap en meerouderschap. Zomaar een enkele vraag: wat heeft nou voorrang, de kinderwens van wie dan ook of de cruciale rechten van een kind op veiligheid, geborgenheid, bloedband en moederliefde? Trouwens, nu we het dan toch over kinderen hebben: hoe gaan we om met die weerloze en kwetsbare ongeboren kinderen? Oftewel: wat gaat het kabinet doen tegen de explosief gestegen abortusaantallen? Het regeerakkoord spreekt expliciet over wijziging van geslachtsvermelding. Realiseert de regering zich dat de wijziging van geslachtsvermelding een juridische chaos kan veroorzaken?

Mevrouw de voorzitter. Als de regering op ethische thema's zomaar zou doorgaan, lijkt dat op een korte weg die weleens lang zou kunnen zijn. Ik vraag ook aandacht voor het misbruik van de vrijheid van meningsuiting en het recht op demonstratie. De fractie van de SGP vindt dat een stevige aanpak gewenst is als mensen zich met een beroep daarop misdragen. Denk daarbij aan het vaak antisemitische gedrag bij pro-Palestijnse demonstraties of aan de ontwrichtende acties van Extinction Rebellion met blokkades van snelwegen of het dichtlijmen van schoolgebouwen. Het plegen van wetsovertredingen met een beroep op het grondwettelijk recht op demonstraties moet hard aangepakt worden. Komt de regering met wetgeving om onze grondrechten te beschermen in plaats van ze te laten misbruiken? Staat de regering daarbij achter onze politie, die zich af en toe in de kou voelt staan? En wat is trouwens de reactie van de regering op het al wekenlang aanhoudende geweld richting joodse instellingen en organisaties die een band met Israël hebben?

Mevrouw de voorzitter. Er leven veel vragen over de werkwijze die het minderheidskabinet gaat hanteren. Kan de minister een inkijkje geven in hoe hij denkt te gaan werken aan meerderheden? Ik heb het al eerder genoemd: vindt hij het acteren van minister Sjoerdsma rond de subsidie aan UNRWA daarbij helpend? Te verwachten is dat de Tweede Kamer stevig zal proberen mee te doen aan de vaststelling van wetteksten door veel te amenderen. Dat schuurt nogal eens in onze Kamer. Is de regering bereid een onafhankelijke sneltoets op amendementen te organiseren om beide Kamers te helpen om de integrale wetgevingskwaliteit te verbeteren?

Mevrouw de voorzitter. Graag vestig ik de aandacht op de huishoudens en de gezinnen. Er wordt gesproken over bouwen aan een beter Nederland, maar hoe staat het nu met de gezinnen die te maken hebben met extreme marginale druk? Juist aan de onderkant van de samenleving is het namelijk taai, ook voor degenen die te maken hebben met de belastingkloof tussen een- en tweeverdieners, waardoor eenverdieners tot meer dan zeven keer zo veel belasting betalen als tweeverdieners. Het begin is er, zeg ik tegen het kabinet en tegen de minister-president. Bij de Financiële Beschouwingen in november diende ik namelijk een breed gesteunde motie in waarin de regering wordt verzocht de drie kindregelingen samen te voegen en nu zag ik in het regeerakkoord dat de kinderbijslag en het kindgebonden budget al worden samengevoegd in één kindregeling. Maar wat betekent dat concreet voor het verkleinen van de kloof tussen een- en tweeverdieners en waarom wordt de derde regeling, de kinderopvangtoeslag, hierin niet meegenomen? Dat is van belang voor het gezin als hoeksteen van de samenleving.

Maar er zijn meer bouwstenen. Ik denk aan maatschappelijke organisaties, scholen, kerken, politieke partijen en sociale partners. Er worden harde noten gekraakt bij de WW, de WIA, pensioenen en de AOW. Sociale partners zijn boos en dat was wel te verwachten. Het was verstandig geweest als de regeringsverklaring had vermeld dat het gesprek met sociale partners geopend zou worden. Gelukkig heeft de motie-Stoffer cum suis in de Tweede Kamer openingen geboden aan het kabinet om tijd en ruimte te zoeken. Mijn vraag is: ziet de minister-president een uitweg uit de impasse en hoe dan? Wat is de lange weg die zeker is?

Werkgevers en ondernemers hebben last van EU-regels, zeker als Nederland er nog een schepje bovenop doet met de zogenaamde koppen op EU-wet- of regelgeving. Wil de regering werken aan een gelijk speelveld in Europa en wat doet de regering aan de torenhoge brandstofkosten met alle gevolgen daarvan voor ondernemers en de economie?

De fractie van de SGP roept de regering op tot van alles en nog wat, voorzitter ...

De voorzitter:

Maar niet voordat u bent geïnterrumpeerd door de heer Janssen van de SP.

De heer Janssen i (SP):

Even een korte verhelderende vraag. Hoor ik de heer Schalk het kabinet oproepen geen nationale koppen te zetten op Europese wetgeving? Is dat wat hij zei?

De heer Schalk (SGP):

Ik heb gezegd dat ik constateer dat er regelmatig zogenaamde koppen op de EU-regelgeving worden gezet. Mijn voorstel zou zijn om dat niet te doen, dus om een gelijk speelveld te maken.

De heer Janssen (SP):

Dan heb ik de heer Schalk goed begrepen en dan is dat helder.

De heer Schalk (SGP):

Ik ben blij dat ik zo helder ben.

De fractie van de SGP roept de regering op om eerst de echte problemen op te lossen: asielinstroom, woningnood, PAS-melders, stikstof en CO2. Het regeerakkoord zegt letterlijk: het halen van het klimaatdoel van 2030 wordt lastig, maar we houden die ambitie vast. Maar als we ambitieus blijven zonder realiteitszin zetten we ons eigen land voor het blok. Dat is de korte weg die onzeker is. De lange weg die zeker is, vraagt om actief aanpassen van wetgeving, met haalbare doelen. Is de regering bereid om de percentages rond CO2 en stikstof tijdig aan te passen?

Mevrouw de voorzitter. Uiteindelijk zoeken we toch het goede voor ons land en voor onze burgers. De Bijbel roept daarbij op tot een gebed voor de overheid, opdat wij een gerust en stil leven mogen leiden. Daar horen ook veiligheid en vrede bij. Het is heel goed dus dat defensie op orde wordt gebracht. Dat kost geld, maar dat hebben we ervoor over na de afbraak waar de SGP al decennia voor heeft gewaarschuwd. Het is treurig dat we wakker moesten schrikken door de ellende in Oekraïne en op andere plaatsen in de wereld.

Nu lees ik in het regeerakkoord dat de regering kiest voor een weerbaar Nederland dat over de dijken kijkt en de regie over zijn eigen toekomst neemt. Dat is eigenlijk aanmatigend. De fractie van de SGP pleit juist voor een afhankelijke houding, niet afhankelijk van de NAVO of van de Verenigde Staten, maar van God, die alle dingen regeert en bestuurt. Juist die afhankelijkheid geeft wat mij betreft ontspanning.

Mevrouw de voorzitter. Ik begon mijn betoog met een raadsel: welke weg moet je kiezen? De Bijbel geeft een prachtig antwoord. "Ik zal u onderwijzen, en u leren van den weg, dien gij gaan zult; ik zal raad geven, mijn oog zal op u zijn." Dat is in ieder geval de zekere weg die ik het kabinet van harte toewens.

Ik dank u.

De heer Van Hattem i (PVV):

De heer Schalk van de SGP had het over de lange en de korte weg, maar hij kent waarschijnlijk als geen ander hier de bekende prent van de brede en de smalle weg, de weg naar hel en verdoemenis en de weg naar geluk en zaligheid. Dan vraag ik de heer Schalk toch het volgende. Als hij een beoordeling zou moeten maken van dit kabinet, zit het dan op de brede weg naar hel en verdoemenis of op de smalle weg naar geluk en zaligheid? En in hoeverre gaat de SGP daartussen nog een van de bruggetjes vormen?

De heer Schalk (SGP):

Dit is eigenlijk wel een hele mooie vraag van de heer Van Hattem, want hij refereert aan woorden van Jezus. Die zegt ook heel veel andere dingen. Die zegt bijvoorbeeld ook: ik ben niet gekomen om te oordelen, maar om te dienen. Nou, wat mij betreft zou de positie van de SGP hier moeten zijn om te dienen en niet om te oordelen over de weg die al die mensen gaan. De SGP zou hier moeten zijn om mee te praten, mee te denken en waar mogelijk bij te sturen op wegen die goed zijn voor burgers. Maar dat hoge oordeel waarover u sprak, is gelukkig niet aan ons.

De voorzitter:

Ik had nog een Bijbeltekst verwacht. Dan geef ik nu graag het woord aan mevrouw Perin van de fractie van Volt.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Perin-Gopie i (Volt):

Dank u wel, voorzitter. Allereerst willen de leden van de Voltfractie de minister-president en het kabinet feliciteren. Het is goed dat er weer een kabinet is, dat er een akkoord tot stand is gekomen en dat dit in een hoog tempo is gebeurd. Tegelijkertijd is het wel een minderheidskabinet. Dat brengt een aantal uitdagingen met zich mee. Ik wens hun daar veel succes mee.

Voorzitter. Ik wil vandaag nadrukkelijk spreken over Europa. Veel van de wetgeving waarover wij hier stemmen, wordt in belangrijke mate in Brussel gemaakt. De Europese Unie is op veel terreinen medewetgever en bepaalt de kaders waarbinnen nationaal beleid mogelijk is. Als Eerste Kamer moeten wij dus niet alleen kijken naar wat dit kabinet in Den Haag doet, maar ook naar wat het in Brussel doet. Daar zit ook een democratisch vraagstuk. De minister-president zit namens Nederland in de Europese Raad, waar regeringsleiders besluiten nemen over sancties, migratie, begrotingsregels, uitbreiding van de Unie, geopolitiek en noem maar op. Daar wordt vaak tot het laatste moment onderhandeld, terwijl onze parlementaire debatten dan al hebben plaatsgevonden. Daarom is het belangrijk dat het parlement tijdig weet welke koers Nederland daar gaat varen. Daarom is mijn eerste en misschien wel belangrijkste vraag aan de minister-president vandaag: wie wil hij zijn in Europa? Hoe gaat hij zorgen dat Nederland weer bekendstaat als een betrouwbare lidstaat, die Europa wil versterken? Hoe zorgt hij ervoor dat beide Kamers tijdig worden geïnformeerd over de Nederlandse inzet in Europa?

Voorzitter. In het coalitieakkoord lees ik dat het kabinet kiest voor een sterk Nederland in een sterk Europa, dat wil investeren in defensie, economie, innovatie en digitalisering en dat de Europese samenwerking wil versterken. Dat zijn belangrijke ambities, maar een sterk Europa vraagt niet alleen om woorden, maar ook om politieke keuzes. Over die keuzes wil ik de minister-president vandaag bevragen.

Laat ik beginnen met de economie, want als we het hebben over Europa, dan hebben we het uiteindelijk over economie, industrie, energie en technologie. Veel van ons economische beleid wordt in Europees verband bepaald. Daarom moeten we het ook hebben over de groene economie. De energietransitie en de verduurzaming van de industrie zijn namelijk niet alleen klimaatbeleid, maar ook economisch en geopolitiek beleid. De vraag is ook niet meer of de economie groen wordt, maar waar de groene industrie van de toekomst komt te staan. Is dat in Europa, in China of in de Verenigde Staten?

Het coalitieakkoord spreekt over innovatie, industriepolitiek en strategische autonomie, maar de actualiteit heeft ons inmiddels wel ingehaald. Door de oorlog buiten Europa stijgen de energieprijzen en wordt er weer gekeken naar fossiele alternatieven als steenkool. Dat kan niet de oplossing zijn. Het slechtste wat we kunnen doen in een energiecrisis, is teruggaan naar de energie van het verleden. Het beste wat we nu kunnen doen, is investeren in de energie van de toekomst. Deze energiecrisis laat zien hoe afhankelijk Nederland is van energie van buiten Europa. Daarom moeten we juist nu investeren in duurzame energie, waterstof, batterijen, het elektriciteitsnet en groene industrie, zodat we minder afhankelijk worden van de industrie van de toekomst buiten Europa. Daarom heb ik een aantal vragen aan de minister-president. Ziet het kabinet de energietransitie als een kostenpost of als een economische groeistrategie voor Nederland en Europa? Is het kabinet bereid prioriteit te geven aan investeringen in duurzame energie en energie-infrastructuur in plaats van in nieuwe fossiele infrastructuur? Is Nederland bereid in Europa te pleiten voor een grote Europese investeringsagenda voor groene industrie en energie? Kan de minister-president toezeggen dat het kabinet niet zal investeren in fossiele alternatieven? Anders overweeg ik hierover een motie in tweede termijn. Wie aan de groene economie bouwt, bouwt aan de economie van de toekomst.

Voor de energiecrisis die eraan komt, of waar we ons al in bevinden, ligt het voor de hand om bedrijven die nu extra winsten maken door de geopolitieke situatie, een bijdrage te laten leveren aan kwetsbare huishoudens. De Tweede Kamer heeft onlangs een motie aangenomen om dat nationaal te onderzoeken, maar het kabinet heeft toen zelf aangegeven dat prikkels op het gebied van fossiel juist Europees moeten worden aangepakt voor een gelijk speelveld. Daarom vraag ik of het kabinet wil toezeggen dat het zich op Europees niveau zal inzetten voor een Europese solidariteitsbijdrage.

Voorzitter. Europa is niet alleen een economische samenwerking; Europa is in de kern ook een rechtsorde. Het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en het rechtssysteem van de Europese Unie vormen samen een van de sterkste mensenrechtenbeschermingen ter wereld, mits we loyaal blijven aan de Europese waarden en instituties en mits we blijven geloven in wereldvrede en in de kracht van de Verenigde Naties en alle verdragen die we in VN-verband met elkaar zijn aangegaan. In een wereld waarin er oorlog woedt op ons Europese continent, in Oekraïne, en waarin Israël, net over de grens van dat continent, genocide pleegt in Gaza, inhumane vernietigingstactieken toepast in Libanon en samen met de Verenigde Staten een oorlog voert tegen Iran, staan wij voor de vraag wat voor Europa wij willen zijn: een economische samenwerking of een waardenunie? In mijn ogen kan dat allebei, maar dat vraagt in deze tijd om de moed en het lef om te handhaven wat er Europees en in VN-verband in de afgelopen 80 jaar is opgebouwd. Dan kan het niet anders dan dat er geen begrip wordt getoond voor het schenden van mensenrechtenverdragen en voor het schenden van internationaal humanitair oorlogsrecht. Daarom vraag ik de premier om actief te staan voor het internationaal humanitair oorlogsrecht, om te staan voor het versterken van ontwikkelingssamenwerking en om te staan voor de mensenrechten en hun instituties.

Voorzitter. De geopolitieke strijd is in belangrijke mate er ook een van technologie. Deze strijd gaat over onze data, AI, chips, en cloud- en digitale infrastructuur. Het coalitieakkoord bevat hier ook plannen toe, maar digitale autonomie kan Nederland niet alleen realiseren. Dat kan alleen op Europees niveau. Mario Draghi heeft vorig jaar in zijn rapport over het Europese concurrentievermogen een duidelijke waarschuwing afgegeven. Europa loopt technologisch achter op de Verenigde Staten en China en is afhankelijk van buitenlandse technologieën en cloud- en data-infrastructuur. Daarom vraag ik de minister-president welke rol Nederland wil spelen in de Europese strategie voor digitale autonomie, AI, en cloud- en data-infrastructuur. Is het kabinet bereid om actief te investeren in Europese digitale infrastructuur en technologie? Hoe gaat het kabinet dat aanpakken en zorgen voor snelheid?

Voorzitter. Het coalitieakkoord spreekt over bescherming van de rechtsstaat en zijn democratische instituties, maar tegelijkertijd zien wij voorstellen zoals de Asielnoodmaatregelenwet en plannen om het demonstratierecht in te perken. Dat zijn ontwikkelingen die op gespannen voet staan met internationale verdragen en rechtsstatelijke principes. Internationale verdragen en het EVRM zijn geen vrijblijvende afspraken. Zij vormen de juridische basis van onze rechtsstaat. Wetgeving die daarmee in strijd is, is niet alleen politiek onwenselijk, maar ook juridisch onhoudbaar. Ik wil hier dan ook iets principieels zeggen over onze rol in deze Kamer, ook richting de collega's. De Eerste Kamer heeft zeker een politieke rol, maar wij hebben ook een constitutionele verantwoordelijkheid. Wij moeten wetten toetsen aan de Grondwet, aan Europese verdragen en aan internationale verdragen. Dat betekent dat wetten die in strijd zijn met deze verdragen, internationale verdragen, mensenrechten of de rechtsstaat, door deze Kamer tegengehouden dienen te worden. Dat is wat mij betreft geen politieke keuze, maar dat is onze constitutionele verantwoordelijkheid. Daarom vraag ik de minister-president hoe dit kabinet gaat garanderen dat wetgeving altijd in lijn is met het EVRM en andere Europese verdragen, internationale mensenrechtenverplichtingen en onze Grondwet.

In het coalitieakkoord staat dat Europese regels sneller een-op-een moeten worden ingevoerd. Dat steunt Volt, maar dat moeten we dat ook doen bij het minimumjeugdloon. Volgens de Europese minimumloonrichtlijn moeten uitzonderingen goed onderbouwd en evenredig zijn. In de ogen van Volt is dat bij het minimumjeugdloon in Nederland niet het geval. Daarom vraag ik of het kabinet bereid is om het minimumjeugdloon stapsgewijs te verhogen, zodat dat in lijn komt met het Europees recht.

Voorzitter. Tot slot nog één punt. Nederland heeft zich verbonden aan het VN-Kinderrechtenverdrag, waarin staat dat het belang van het kind een eerste overweging moet zijn bij beleid en wetgeving. Deze Kamer heeft eerder al uitgesproken dat een kinderrechtentoets moet worden toegepast binnen de jeugdzorg. Volt vindt dat deze toets breder moet worden toegepast bij wetgeving die kinderen raakt. Daarom wil ik de premier vragen of hij kan toezeggen dat dit kabinet een kinderrechtentoets toepast bij wetgeving die kinderen raakt, en hierover rapporteert in de memorie van toelichting. Mocht ik hier geen toezegging op krijgen, dan overweeg ik een motie hierover in te dienen in de tweede termijn.

Ik kijk uit naar de beantwoording. Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan de heer Van Rooijen, van de fractie van 50PLUS.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Van Rooijen i (50PLUS):

Namens 50PLUS begroet ik premier Jetten en zijn ploeg van harte in dit huis. We wensen u een voor het land vruchtbare en constructieve periode toe. Wat 50PLUS betreft kan de gemiddelde levensduur van verkiezingen best omhoog.

Een combinatie van meer inflatie en minder economische groei dan waarmee op De Zwaluwenberg nog werd gerekend, haalt fors wat heipalen weg onder het regeringsgebouw. Graag hoort mijn fractie van de minister-president hoe de schadeprognoses voor onze economie inmiddels luiden en welke opties het kabinet ziet om daarmee om te gaan. Het is pijnlijk duidelijk dat de lastendruk in Nederland vergeleken met alle andere Europese landen zo hoog is dat wij zelf al een behoorlijk eind meewerken aan de strop om de nek van onze economie. Daarnaast werkt de regeldruk hier ook nog eens remmend op bijna elke economische activiteit. Wat gaat de premier eraan doen, vraag ik hem via de voorzitter.

Voorzitter. Daar hebben we 'm al: de AOW. Er is helaas niet voldoende tijd om het gehele regeerakkoord uit te benen. Ik beperk me dus tot de punten die voor 50PLUS het meest aangelegen zijn. Ik zie de minister van Financiën begrijpend knikken. Dan begin ik met de AOW. De AOW is een volksverzekering. Je betaalt premie totdat je de AOW-leeftijd bereikt. Dan wordt de AOW-verzekering uitbetaald. Dat is simpel. De AOW is voor iedereen gelijk en is inkomensonafhankelijk. Daarom is hij goed uitvoerbaar. Dat is opnieuw simpel. Ik zeg tegen de heer Van Meenen: de AOW is een recht en geen basisbeurs voor ouderen. Die vergelijking gaat helemaal niet op. Het verontrust 50PLUS dat er telkens stemmingsbeelden rondgaan die de indruk wekken dat de AOW een probleem is, vooral een financieel probleem.

De AOW is het fundament van de inkomenspositie van senioren, de mensen die meer dan hun deel hebben geleverd aan de samenleving. Ze hebben geleerd, gewerkt en dus onze welvaart verder gebracht. Ze hebben ook een nieuwe generatie gecreëerd en klaargemaakt om het stokje over te nemen. De AOW-uitgaven zijn al 25 jaar stabiel: 4,5% van het nationaal inkomen. Het geeft onrust in veel huiskamers als er telkens suggesties worden gedaan dat de AOW niet meer betaalbaar zou zijn. De AOW is goed betaalbaar, maar omdat de werkenden effectief maar 4% tot 8% AOW-premie betalen en de zelfstandigen — dat zijn er meer dan 1 miljoen — zelfs 0% AOW-premie betalen, moet de AOW steeds meer uit belastingen betaald worden.

Nu is er ook weer de onrust over een mogelijke verhoging van de AOW-leeftijd, tegen de afspraken in. Minister Vijlbrief heeft al gezegd dat hij geen haast gaat maken met de nieuwe voorstellen. 50PLUS vraagt uitdrukkelijk aan de premier of hij bereid is om helemaal af te zien van de leeftijdsverhoging voor de AOW. Daar hebben wij het pensioenakkoord niet voor nodig. Ik zeg: o wee, blijf af van de AOW. Ik wacht de toezegging hierover van de premier af. U weet dat elke stem van 50PLUS in de Tweede en Eerste Kamer heel zwaar weegt. Ga gemiste bezuinigingen niet verhalen op de hoogte van de AOW of door AOW'ers belasting te laten betalen, let wel, over het kleinste deel van het pensioen, tot maar maximaal €20.000; sommigen weten dat misschien niet. Kan de premier 50PLUS ook toezeggen dat de koppeling van de AOW aan het minimumloon ook bij extra verhogingen in stand blijft, en dat de AOW niet direct gefiscaliseerd wordt, tegenover indirect zoals nu? Ik wil van de premier horen of hij dit klip-en-klaar toezegt.

Mijn fractie wil wel een suggestie doen om in de uitvoering van de AOW voor de toekomst structureel besparingen te vinden. Wij denken dan aan het toenemend aantal arbeidsmigranten, en ook wel buitenlandse studenten, die hier tijdelijk aanwezig zijn. Dat aantal zal eerder nog groeien dan afnemen. Zij bouwen AOW-rechten op en betalen daar ook premie voor. Als we niet oppassen, zitten we straks met enorme aantallen inmiddels weer in hun eigen land wonende mensen die hier een paar jaar hebben gewerkt en gewoond, en die rechten hebben opgebouwd. Maar dat kost een boel. Dat moet de Sociale Verzekeringsbank dan allemaal uitzoeken en verzorgen. Daar is de AOW niet voor opgezet. Wij stellen voor om elders wonende mensen met AOW-rechten maar zonder Nederlandse nationaliteit, uit te sluiten van het AOW-pensioen. Bij hun vertrek uit Nederland zou de betaalde premie met hen kunnen worden verrekend in de vorm van een eenmalige afkoop. Ik vraag de premier te reflecteren op dit voorstel, gelet op de grote voordelen hiervan, en zie zijn reactie hierop tegemoet.

Voorzitter. Dan de pensioenen. Alle bezwaren van 50PLUS in het verleden tegen de nieuwe Pensioenwet werden weggehoond, hier zelfs weggelachen, maar daarmee zijn ze helaas niet opgelost. Het steeds meer beleggen in vastrentende waarden om de dekkingsgraden van pensioenfondsen te beschermen tegen de pensioentransitie is ronduit rampzalig uitgepakt. De afgelopen vijf jaar zijn volgens de statistieken van De Nederlandsche Bank de vermogens van de Nederlandse pensioenfondsen met maar liefst 64 miljard gedaald, zonder rendement en zelfs met flinke verliezen, terwijl de beurzen records vestigden. Het afgelopen jaar was het rendement op onze nationale spaarpot, de pensioenpot, ruim 3% negatief. Negatief, met grote letters. Is de minister-president zich hiervan bewust? Wat vindt hij hiervan en, nog sterker, wat gaat hij hieraan doen?

Je kunt goochelen met rekenrentes en dekkingsgraden zoveel je wilt, maar je pensioen is uiteindelijk vrijwel volledig afhankelijk van de beleggingsresultaten. Dat is toch juist, zo vraag ik de premier. Je kunt nu al de toekomstige kortingen op pensioenen voorspellen. Mijn vraag aan hem is hoe hij dit gaat uitleggen aan de pensioengerechtigden en met name hoe hij dat gaat voorkomen. Graag een reactie.

Voorzitter. 50PLUS zit in de Tweede en Eerste Kamer niet te wachten op het antwoord dat dit allemaal weer een zaak is van de sociale partners, want het kabinet bepaalt de spelregels. Die spelregels bepalen in zeer grote mate het beleggingsbeleid van de pensioenfondsen. Beleggingsbeleid is ook budgettair zeer belangrijk, zeg ik speciaal tegen de minister van Financiën, die blijkbaar heel goed luistert vanmiddag. Immers, over de pensioenuitkeringen wordt ruwweg een derde belasting betaald. Er is nu al een belastingclaim van 500 miljard. Met deze rampzalige uitkomsten verdwijnt dus ook een deel van onze toekomstige belastingopbrengsten. Het is niet moeilijk om uit te rekenen dat zelfs bij een bescheiden rendement van 3% over de afgelopen vijf jaar, het pensioenvermogen zou zijn gestegen tot bijna 2.000 miljard. Alleen over de extra inkomsten van dat hoge vermogen had je in de toekomst meer dan voldoende belasting kunnen heffen om de AOW-leeftijd niet te verhogen. Dat is allemaal verspeeld door de onzinnige pensioenregels van afgelopen kabinetten, met dijkbewaking via de bizarre boekhoudkundige dekkingsgraad. Niemand kan het volgen, behalve het kabinet blijkbaar. Vindt de premier nog steeds dat de dekkingsgraad een prima inzicht geeft in de financiële stand van zaken bij de pensioenen? Voor ons is het puur boekhouden.

Maar we zijn er nog niet. Door de oorlog in het Midden-Oosten mag verwacht worden dat de energieprijzen langdurig hoger zullen uitvallen, met alle gevolgen voor de inflatie en de rentestanden van dien. De president van De Nederlandsche Bank, die ik hier overigens donderdagmorgen om 8.30 uur spreek, houdt rekening met scenario's die voorspellen dat de inflatie eind 2027 oploopt tot 5%. De tienjarige rente stijgt nu al tot boven de 3%, tot zelfs 3,3%. De Nederlandse pensioenfondsen met hun opgelopen beleggingen in vastrentende waarden, obligaties en rentederivaten, zullen hier fors op blijven verliezen. Ze zullen zeker verliezen op de zogenaamde beschermingsportefeuille, die voor gepensioneerden in de Wtp is klaargelegd. De timing van deze pensioentransitie had niet slechter gekund. Pensioenfondsen zoals het ABP, die vanaf 2027 gaan invaren, zullen dat zeer waarschijnlijk tegen een aanmerkelijk hogere rekenrente gaan doen. Dat betekent dat de deelnemers, en zeker de gepensioneerden, in 2027 een veel kleiner vermogen overgeboekt krijgen ter dekking van de opgegeven kwijtgeraakte pensioentoezegging.

Al eerder voorspelde 50PLUS dat deze hele transitie op een complete loterij zou uitdraaien. Dat is precies wat er waarschijnlijk gaat gebeuren. Heeft het kabinet hier al over nagedacht of wordt dit weer aan de sociale partners overgelaten? Erkent het kabinet dat deze transitie een loterij is? Wat gaat de premier eraan doen om deze grote risico's te beperken? Graag een uitvoerig antwoord. Mijn mantra is al tien jaar: het is de rekenrente, stupid. Dat zei ik ook aan het eind van een filibuster in november 2017; collega Van Meenen zat in de zaal.

Voorzitter. Tot slot de fiscaliteit. Er zit langzamerhand zo veel scheef in ons fiscale systeem dat een grondige hervorming geen luxe meer is, maar een harde noodzaak. Fiscaliteit grijpt in bij iedereen en alles en belasting heffen is vakwerk. 50PLUS vraagt aan de premier om nu terstond de motie-Van Rooijen van november 2025 uit te voeren en een onafhankelijke adviescommissie in te stellen voor belastinghervorming. 50PLUS vraagt ook om het box 3-wetsvoorstel terug mee te nemen naar de tekentafel — dat komt minister Heinen bekend voor — of, nog liever, om het direct in te trekken, want dit voorstel kan mogelijk al voor de zomer in de senaat verworpen worden. Dat is in ieder geval wat wij graag zouden willen zien. Waarom zou de premier dit risico willen lopen? Mijn advies is: trek het in. Neemt de premier dit advies over?

In verband met de fiscaliteit noem ik ten slotte graag de unaniem aanvaarde motie-Hoekstra uit 2016. De motie-Hoekstra vroeg de regering om het Belastingplan voor elk komend nieuwe jaar niet meer te koppelen aan eigenstandige wetsvoorstellen. Het Belastingplan mag niet gebruikt worden voor fiscale voorstellen die niet samenhangen met het Belastingplan. 50PLUS vindt, al jaren, dat het kabinet de Eerste Kamer hiermee chanteert. Verwerping van een belastingplan betekent immers dat de Belastingdienst onmiddellijk met een levensgroot uitvoeringsprobleem zit.

De voorzitter:

Meneer Van Rooijen, u bent al over uw tijd heen.

De heer Van Rooijen (50PLUS):

Ik ben tot een afronding gekomen.

De voorzitter:

U heeft zo ook geen tijd meer voor de tweede termijn. Dank u wel, meneer Van Rooijen. Dan geef ik nu graag het woord aan de heer Van der Goot van OPNL.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Van der Goot i (OPNL):

Mevrouw de voorzitter, dank u wel. Allereerst een woord van welkom aan het nieuwe kabinet. Onze fractie is blij dat er een missionair kabinet is. We hopen dat dat vier jaar zo blijft en dat de Kamer ook tevreden is met het beleid.

Voorzitter. De heer Rosenmöller nodigde de minister-president uit om buiten een rondje te hardlopen. Ik zou die uitnodiging graag iets aanpassen. Laten we er geen rondje Binnenhof van maken, maar laten we echt naar de randen van het land gaan, de regio in. Als ik mee mag, stel ik voor dat we het bij wandelen houden. Dat is op mijn leeftijd wel zo verstandig en je ziet dan ook beter wat er speelt.

Voorzitter. OPNL, dat staat voor Onafhankelijk Politiek Nederland, is een platform van provinciale en lokale partijen. OPNL is vertegenwoordigd in de Staten van zeven provincies, te weten in de drie provincies in het noorden van het land, in alle drie de provincies in het zuiden en in Flevoland. Ze hebben mij gekozen als hun vertegenwoordiger in de Eerste Kamer. Sinds 2000 zit OPNL, vroeger OSF, onafgebroken in de senaat, steeds met één zetel. Richting het kabinet zeg ik het volgende. Mijn fractie is blij met het nieuwe kabinet. Zoals altijd is onze lijn in deze Kamer dat we ons constructief opstellen waar dat kan en scherp zijn waar dat nodig is. Dat geldt ook richting dit kabinet.

Voorzitter. In een debat over de regeringsverklaring gaat het natuurlijk vaak over internationale en geopolitieke omstandigheden. Daar is vandaag, terecht, al veel over gezegd. In dat opzicht sluiten we ons graag aan bij de bijdragen van het CDA en GroenLinks-PvdA. Vandaag wil ik, mede namens de CDA-fractie, zelf drie onderwerpen aan de orde stellen, met als gemeenschappelijk thema het belang van de regio. Het Rijk heeft decennialang vooral geïnvesteerd in regio's die al sterk waren. Het rapport "Elke regio telt!" laat zien dat dat niet alleen een verkeerde beleidskeuze was, maar ook het vertrouwen in de overheid schaadt. De regering omarmde dit rapport. In zijn reactie stelt het kabinet dat het noodzakelijk is om die investeringslogica te doorbreken. "Ook de regio's buiten de Randstad zijn noodzakelijk voor de grote opgaven waar Nederland voor staat. Die potentie wordt nog te vaak onvoldoende benut", aldus het kabinet.

Voorzitter. Mijn eerste thema is de regioparagraaf in de Voorjaarsnota. Hier past natuurlijk ook een woord van dank aan de minister van Financiën en waarschijnlijk ook aan de minister van Binnenlandse Zaken. Het opnemen van de regioparagraaf in de stukken rond de Voorjaarsnota 2026 is een belangrijke stap. Het laat zien dat regio's nadrukkelijker worden meegenomen in de beleidsafwegingen van het Rijk. Onze beide fracties waarderen dat. Tegelijkertijd willen onze fracties het kabinet houden aan zijn eigen analyse. In de kabinetsreactie op Elke regio telt! staat dat het economisch beleid van de afgelopen decennia, mede onder invloed van het new public management, heeft geleid tot het beleid, gericht op het sterker maken wat sterk is en tot een terugtrekkende beweging van het Rijk uit de gebieden buiten de economische kernen. Dat heeft nadelige gevolgen en zet daar de legitimiteit van het Rijk onder druk. Dat moet anders, aldus het kabinet. Juist daarom is een herijkte investeringsagenda nodig, die het belang van de brede welvaart in alle regio's onderkent.

De brief van het kabinet aan de Tweede Kamer van 30 januari 2026 over het Nationaal Programma Vitale Regio's laat zien dat er serieus wordt gewerkt aan regionale plannen in elf regio's in Nederland en dat de investeringsagenda aanzienlijk is: ongeveer 1 miljard euro per jaar. Onze fracties vinden deze inzet van het Rijk een goed begin. Deze fracties willen daarom graag geïnformeerd worden hoe wordt geborgd dat de nieuwe investeringslogica leidt tot een evenwichtige verdeling van investeringen over heel Nederland.

Daarnaast stelt het kabinet dat er nog meer nodig is om recht te doen aan Elke regio telt!. Het noemde in dit verband drie aanbevelingen. Omwille van de spreektijd zal ik ze niet opsommen, maar verwijs ik naar de betreffende kabinetsreactie uit 2023. Wel vraag ik de minister-president toe te zeggen dat de voortgang van de uitvoering van deze aanbevelingen voortaan jaarlijks wordt gedeeld met beide Kamers, te beginnen met dit jaar. Afhankelijk van het antwoord van de minister-president overweeg ik een motie op dit punt.

Mijn tweede thema betreft de economische potentie van de grensregio's. Grenswerkers lopen nog altijd aan tegen fiscale en administratieve barrières, die niet meer van deze tijd zijn. Dat geldt in het bijzonder voor flexwerkers. Verschillen in en tussen belastingstelsels en sociale zekerheid zorgen voor veel rompslomp en onduidelijkheid, zeker nu binnen Nederland zelf thuiswerken steeds normaler is geworden. Onze fracties vinden dat verschil voor de grensregio's onwenselijk. Juist het grensoverschrijdend thuiswerken moet eenvoudiger worden gemaakt, omdat daar grote economische kansen liggen voor de grensregio's. Op dit moment wordt die potentie onvoldoende benut. Nederland laat kansen liggen als gevolg van belemmeringen die oplosbaar zijn, bijvoorbeeld door als regering beter samen te werken met onze buurlanden. Er zijn onlangs stappen gezet, zoals sinds 1 januari van dit jaar met de invoering van een fiscale drempel, de 34-dagenregeling met Duitsland. Tegelijkertijd ontbreekt een vergelijkbare regeling met België, terwijl ook daar juist veel economische dynamiek is, bijvoorbeeld rond Gent-Terneuzen door Seaport en bij Brainpark Eindhoven. Dat wringt, zeker gezien de belangrijke ontwikkelingen in de Euregio Maas-Rijn, het gebied rond steden als Maastricht, Aken en Luik. Denk daarbij aan de Einsteintelescoop. Nederland en zijn buurlanden zetten daar terecht op in. Dan moeten ook die andere randvoorwaarden op orde zijn: een goed functionerende grensarbeidsmarkt, zonder de bovengenoemde barrières.

Mevrouw Perin-Gopie i (Volt):

Ik luisterde heel aandachtig naar de woorden van de heer Van der Goot en ik herkende de problematiek in de grensregio die hij schetst. Toen hij begon over de Einsteintelescoop dacht ik: misschien kan hij nog iets meer toelichten waarom het juist rondom dat project zo belangrijk is dat er in de grensregio wordt samengewerkt.

De heer Van der Goot (OPNL):

Het is een samenwerkingsverband, waaraan universiteiten en wetenschappelijke instellingen in de drie landen, België, Duitsland en Nederland, deelnemen. De Einsteintelescoop — we hopen natuurlijk dat het doorgaat — wordt gevestigd in de Ardennen. Als je daar werkt en je bent formeel gezien werkzaam in Duitsland of Nederland, dan is het de vraag wat dat betekent voor de fiscaliteit en voor de sociale zekerheid. Voor zo'n succesvol project zou je toch niet willen dat daar zo'n discussie over ontstaat?

Mevrouw Perin-Gopie (Volt):

Dank voor de toelichting van de heer Van der Goot. Ik herken het probleem. Heeft hij ook ideeën over een oplossing om dat te kunnen organiseren, en dan ook breder voor de grensregio in plaats van alleen voor één specifiek project?

De heer Van der Goot (OPNL):

Zeker. Allereerst moeten we met Duitsland, maar ook met België, de belastingverdragen zo aanpassen dat de periode van 34 dagen wordt opgehoogd en de drempel naar boven gaat. In de tweede plaats moet er worden gewerkt aan de disconnectie tussen de sociale zekerheid en de fiscaliteit. Het Beneluxparlement heeft in maart van het vorig jaar de aanbeveling aangenomen om daarmee aan de slag te gaan. Dat rapport ligt te wachten op een antwoord van de drie Beneluxlanden. Het materiaal ligt er dus. We hopen dat dat wordt opgepakt door de regeringen.

Mevrouw Perin-Gopie (Volt):

Tot slot. Ik vind dit een heel goede oplossing. Wat Volt betreft zou het helemaal Europees geregeld kunnen worden, maar ik vind het een interessante oplossingsrichting om te beginnen in Beneluxverband.

De heer Van der Goot (OPNL):

Dank u wel. Voor de sociale zekerheid heeft Europa dat inderdaad gedaan, maar voor de fiscaliteit is de competentie op dit moment nationaal gericht. Daarom moeten we het zoeken in de disconnectie tussen sociale zekerheid en fiscaliteit. Hoe is "werktijd" precies gedefinieerd? Wanneer begint de werkdag? Als je de hele dag gewerkt hebt in Duitsland en je klapt 's avonds thuis je laptop een halfuur open, wordt een halve dag dan meteen gezien als een dag? Zulke dingen moeten aan de kant, want daar kun je werkgevers en werknemers niet mee opzadelen.

De voorzitter:

U vervolgt uw betoog.

De heer Van der Goot (OPNL):

Onze fracties vragen het kabinet om meer tempo. Wanneer kunnen we concrete stappen richting België verwachten? Kan de minister-president toezeggen de Kamer in 2026 niet alleen te informeren over de voortgang, maar ook te laten zien welke concrete resultaten worden bereikt?

Tot slot de Benelux. Onze minister-president, de heer Rob Jetten, zei in maart tijdens de plenaire zitting van het Beneluxparlement: "Wij zijn het kloppend hart van Europa, want een Beneluxwet vindt vaak zijn weg naar de rest van de Europese Unie". Daarnaast zei hij: "Artikel 350 biedt ons de mogelijkheid om te pionieren. Laten we samen die ruimte pakken." Artikel 350 is een artikel uit een Europees verdrag. De fracties van CDA en OPNL onderschrijven de woorden van de minister-president. De Benelux Unie biedt de mogelijkheid om sneller samen te werken, juist ook op dossiers waar het op EU-niveau langer duurt. Nederland is momenteel voorzitter van de Benelux Unie. Dat brengt een verantwoordelijkheid met zich mee.

Voorzitter. Mijn vraag aan de minister-president is: welke problemen stelt Nederland als voorzitter bij de toepassing van artikel 350 als prioriteit? Op welke dossiers wil het kabinet de Benelux Unie inzetten om concrete stappen te zetten, bijvoorbeeld bij het wegnemen van specifieke grensbelemmeringen, zoals de zojuist door mij genoemde regelingen voor grenswerken? Wil het kabinet zich gezamenlijk met de andere Beneluxlanden richten op het omzetten van een of meer EU-richtlijnen, zodat de omzettingen in nationale wetgeving niet leiden tot fricties aan de binnengrenzen van de Benelux Unie? Zonder wrijving geen glans, zegt het spreekwoord, maar deze voorbeelden van wrijving kunnen wat onze fracties betreft wel een onsje minder.

Tot slot. Welke resultaten wil het kabinet in deze voorzittersperiode bereiken, juist op de terreinen waar burgers en bedrijven het verschil maken? Als de minister-president zegt "laten we die ruimte pakken", dan zeggen de fracties van OPNL en CDA "aan de slag". Laten we ervoor zorgen dat we meters maken en dat we bruggen bouwen.

Dank u wel.

De voorzitter:

Ik dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan de heer Walenkamp van de Fractie-Walenkamp.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Walenkamp i (Fractie-Walenkamp):

Voorzitter, dank voor het woord. Allereerst felicitaties aan dit kabinet, dat het toch maar gelukt is om in relatief korte tijd met zo'n 70 pagina's te starten. We bekijken dit constructief. Staat u mij toe om een paar prioriteiten in te brengen: onderwijs, economie, veiligheid en ten vierde, capita selecta, errata et addenda.

Eén. Nederland verdient beter dan hoe het nu met het onderwijs gaat. Gelukkig heeft dit kabinet een aantal stevige onderwijsbezuinigingen uit het verleden teruggedraaid, maar er is nog wel het een en ander te verbeteren. Dan denk ik onder andere aan de PISA-uitslagen van een paar jaar geleden, waarin — zo kun je hier toch wel eerlijk zeggen — Nederland zo ongeveer het slechtste scoort. Het allerslechtste zelfs, omdat het in het verleden veel beter was. Diverse organisaties — de VO-raad, AOb, Beter Onderwijs Nederland, Ad Verbrugge — hebben hele concrete suggesties gedaan. Ik houd het even heel concreet. Is dit kabinet, zo vraag ik via u, mevrouw de voorzitter, bereid te komen tot een deltaplan om een aantal heel concrete lesoffensieven in te voeren? Dat is echt van nationaal belang, want als je de jongeren van nu niet beter voorbereidt op de toekomst, dan benadeel je hun leven, benadeel je de hele maatschappij en benadeel je de hele economie. Ik hoop dus echt dat het kabinet bereid is om daarop een heel duidelijke toezegging te doen.

Twee. Nederland verdient beter qua economie. De economie in ons land groeit matig, maar minder dan in andere landen. Andere landen doen het beter. Zie de rapporten van onder anderen Draghi, Letta en Wennink — driemaal een wake-upcall. Andere landen doen het beter. Wat kunnen wij daarvan leren? Doen wij als overheid genoeg om het bedrijfsleven kansen te geven, belemmeringen weg te nemen en rare regels af te schaffen? Doet het kabinet genoeg om het verdienvermogen van ons land beter in te zetten? Neen. Hier worden ook kansen gemist. Peter Wennink — ik refereerde daar al eerder meerdere malen aan — oud-leidinggevende van ASML, schreef dit najaar het ijzersterke rapport De route naar toekomstige welvaart. Hij deed hierin onder andere een stuk of twintig heel nuttige aanbevelingen. Een daarvan zou ik graag hier willen neerleggen, namelijk om iemand aan te stellen met vergaande bevoegdheden, die mag snoeien en die vergaande voorstellen mag doen om het huidige economische beleid te versterken. Hij noemde dat een commissaris die focust op de toekomstige welvaart.

Voorzitter. Voor zover mij bekend heeft dit kabinet daar nog geen definitief ja op gezegd. Het lijkt mij in het belang van de vergaande plannen van dit kabinet erg handig als het kabinet dit wel toezegt. Zo ja, hoe? En zo nee, wat dan wel? Nederland is immers gebouwd op ondernemerschap en telt 400.000 mkb-bedrijven en 1,2 miljoen zelfstandigen. Die krijgen het moeilijk als wij ze niet wat meer helpen. Nederland als handelsnatie moet weer op de kaart gezet worden.

Drie. Nederland verdient beter als het gaat over veiligheid. Ik woon zelf in Utrecht en ik zie het daar misgaan, bijvoorbeeld omdat de regels zo strikt zijn. Er mogen nog maar 70 daadwerkelijk functionerende camera's zijn in de enorme stad Utrecht. Als er ergens een camera wordt geplaatst omdat daar overlast is van bepaalde mensen, dan moet er elders één weg. Is dit kabinet bereid om daar ruimhartiger mee om te gaan? Immigratie en de stagnerende integratie eisen hun tol in onze samenleving. Nederland scoort — helaas, helaas — erg slecht op het gebied van femicide. Eén vrouw per week is in ons land daarvan het slachtoffer. Ik laat het even landen: één vrouw per week. Uit onderzoek blijkt dat ruim een derde daarvan gepleegd wordt door Syrische nieuwkomers. Ik verzin het niet. Het blijkt uit diverse rapporten. Wat gaat u hier serieus aan doen? De helft van onze bevolking bestaat uit vrouwen. Een hele hoop vrouwen — ik ben leraar in het dagelijks leven — voelen zich echt onveilig. Ik hoop dus echt dat u met een bepaald deltaplan komt of een serieuze toezegging doet.

Economische vluchtelingen uit landen als Marokko, Algerije, Nigeria en Ghana — voor zover wij het begrepen hebben — blijven hier vaak hangen omdat ze niet of nauwelijks teruggaan naar de landen waarnaartoe ze moeten terugkeren. Mevrouw Broekers-Knol heeft dat in het verleden als staatssecretaris geprobeerd. Dat was vrij lastig. Bent u bereid om intensieve akkoorden met die landen te sluiten, zodat mensen die terug moeten ook daadwerkelijk teruggaan? Er blijven hier namelijk nogal wat van dit soort mensen hangen. Wat ons betreft moeten de mensen die echt, echt, echt, echt, echt serieus vluchteling zijn hier opgevangen kunnen blijven worden. Ik vind dat echt heel belangrijk. Het is aan de rechter om te bepalen voor wie dat geldt. Dat is niet aan mij. Dit kabinet zou echt werk kunnen maken van het teruggaan van mensen die hier niet thuishoren, mensen die het beste weer terug kunnen naar het land van herkomst. Bent u bereid om bijvoorbeeld te korten op allerlei financieringsstromen bij deze mensen, zoals ontwikkelingssamenwerking? In hoeverre bent u daar wel en in hoeverre bent u daar niet toe bereid?

Ik heb drie punten. Ik gaf al aan: errata et addenda. Europa moet financieel gezond worden en blijven. Daarom hopen wij dat dit kabinet streng blijft wat betreft de eurobondsconstructies. Er zijn nu 27 lidstaten. Binnenkort zijn dat er 40. Vindt u dat al deze 40 landen een eigen Eurocommissaris moeten krijgen? Die krijgen dan allemaal een eigen portefeuille. Het dijt uit — u moet dan niet te veel naar mijn omvang kijken — en dat is echt wel een probleem. Even serieus: moeten we 40 ministers op Europees niveau willen? Primair moet het wat ons betreft zijn: veiligheid. Denk maar aan de EGKS, die is opgericht vanwege veiligheid. Secundair: de EEG, dus economisch. Tertiair zijn er een paar dingen die je kunt organiseren. Je zou het dus met veel minder Eurocommissarissen anders kunnen organiseren. Het verdrag geeft ook aan dat dat kan. Bent u bereid daarin te zoeken naar efficiency, ook omdat het democratisch deficit — ik denk vooral even aan Nederland — nog wel te verkleinen is? Dus: Europa financieel gezond, efficiënt, effectief en veilig.

Oekraïne wil NAVO-lid worden. Voor zover ons bekend, is 1 januari 2027 voorgesteld. Dat lijkt ons veel te vroeg. Een land dat zeer goed voldeed aan de Europese maatstaven was het land Zweden en dat moest minimaal drie jaar wachten. Ze voldeden aan alle eisen en aan het acquis communautaire. Hoe kijkt het kabinet daartegen aan? Voor de veiligheid van ons eigen land en ons eigen Europa zijn we heel benieuwd naar de reactie hierop.

Het derde punt is UNRWA. De subsidie hiervoor zou worden ingetrokken of aangepast. Ik hoef u niet uit te leggen, zeg ik via u, mevrouw de voorzitter, dat er nog wel wat er problemen zijn. Ik ga die wat betreft Hamas niet allemaal noemen. Bent u bereid te zoeken naar alternatieven, bijvoorbeeld via het Rode Kruis of via het Vaticaan, via kardinaal Pizzaballa, de franciscaan — ik meen dat oprecht — om die mensen toch zorg te verlenen? Die mensen hebben daar namelijk recht op, maar niet via deze organisatie, die toch — ik durf het bijna niet anders te zeggen — dubieus is.

Sta mij toe dan nog enkele regels voor te lezen van Potgieter. Wie kent hem nog? Potgieter is ongeveer de bekendste schrijver en ondernemer uit de negentiende eeuw. Potgieter streed voor de nationale trots en voor ondernemingslust.

Graauw is uw hemel en stormig uw strand,

Naakt zijn uw duinen en effen uw velden,

U schiep natuur met een stiefmoeders hand,

Toch heb ik innig u lief, o mijn Land!

Al wat gij zijt, is der Vaderen werk;

Uit een moeras wrocht de vlijt van die helden,

Beide de zee en den dwing'land te sterk,

Vrijheid een' tempel en Godsvrucht een kerk.

Gaarne uw reflectie hierop.

(Hilariteit)

De heer Walenkamp (Fractie-Walenkamp):

Veel zegen en wijsheid. Wij verwachten enkele toezeggingen.

Tot zover, mevrouw de voorzitter.

De voorzitter:

Ik dank u wel. Dat was binnen de tijd. U heeft nog 1 minuut en 46 seconden over voor de tweede termijn, kan ik u melden. Dan geef ik nu graag het woord aan de heer Van de Sanden van de Fractie-Van de Sanden. Hij spreekt mede namens de Fractie-Van Gasteren.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Van de Sanden i (Fractie-Van de Sanden):

Dank, voorzitter. Allereerst heet ik, inderdaad mede namens de Fractie-Van Gasteren, de minister-president, de beide vicepremiers en de minister van Financiën van harte welkom in deze Kamer, met de bijbehorende felicitaties. Minister-president Jetten, u opende de regeringsverklaring met een verwijzing naar Jan Terlouw, een man die mildheid en scherpte verenigde. Ook onze fracties willen u dat graag gaan bieden. De regeringsverklaring bevat ambities die we van harte ondersteunen. Op die koers willen we constructief meewerken.

Constructief meewerken betekent ook scherp zijn op de voorwaarden. De meest fundamentele daarvan is dat al die keuzes de rechtsstaat intact moeten laten, niet als bureaucratisch obstakel, niet als luxe die we ons bij geopolitieke dreiging niet kunnen veroorloven, maar als doel zelf, als de reden waarom wij ons verdedigen. Als liberalen weten wij: vrijheid is alleen duurzaam waar de rechtsstaat haar beschermt. Niet de Staat als doel, maar de rechtsstaat als voorwaarde voor vrijheid. De rechtsstaat is een tweezijdig schild. Aan de ene kant beschermt hij ons tegen bedreigingen van buitenaf en vereist hij dat wij hem actief verdedigen, met urgentie, met lef en met de bereidheid om regelgeving aan te passen waar die verdediging in de weg staat. Aan de andere kant beschermt hij ons tegen onszelf, tegen een overheid die onder de noemer van slagvaardigheid en deregulering de kwaliteit van wetgeving onder druk zet, fundamentele grondrechten kan raken of parlementaire controle kan verzwakken. Voor liberalen is de rechtsstaat niet instrumenteel, maar constitutief. Zonder hem is er geen vrijheid, geen eigendom, geen innovatie. De keuze is daarom niet tussen snelheid en rechtsstaat, maar tussen doordacht, slagvaardig handelen en ondoordachte slagvaardigheid. De regeringsverklaring weet wat er moet worden beschermd. Ze laat alleen onbeantwoord hoe. Dat is de stilte die ik vandaag wil proberen te doorbreken, aan de hand van twee concrete dossiers. De rechtsstaat is namelijk geen handrem, maar het stuur. Dat laten we zien aan de hand van twee voorbeelden: defensie en digitalisering.

Voorzitter. Vorige week woensdag was een bijzondere dag. Die begon op de Generaal-majoor De Ruyter van Steveninckkazerne in Oirschot, met de formele oprichting van de eerste drone- en antidrone-eenheden van de Nederlandse landmacht, een historische mijlpaal. De rest van de dag stond in het teken van drone- en counterdrone-innovatie, samen met industrie en wetenschap. Ik was erbij. Indrukwekkend. De daar aanwezige Commandant der Strijdkrachten formuleerde het kernachtig: degene met de snelste innovatiecyclus heeft de overhand.

Geld is kennelijk, na jaren van bezuinigen, geen probleem meer. Met een defensienorm van 5% van het bbp lijkt de financiële discussie voorbij. Dat betekent dat we vandaag het werkelijke probleem kunnen benoemen: niet zozeer het gebrek aan middelen, maar het gebrek aan de regelgevingsruimte om die middelen zo effectief mogelijk in te zetten. Want wat heeft het voor zin om drone-eenheden op te richten als langdurige vergunningstrajecten en milieuregelgeving de oefeninfrastructuuruitbreiding en/of de innovatie belemmeren? Dit gaat niet alleen over drones. Het raakt ook aan loopgraven aanleggen op eigen terrein, nachtelijke schietoefeningen, uitbreiding van kazernes en aanleg van oefeninfrastructuur. Defensie kan door bestaande regelgeving niet optimaal haar taak uitvoeren om tijdig gereed te zijn. Meer geld alleen lost dit niet op. Wetgevingsruimte kan en dient daarbij te helpen. Dat is de bijdrage die wij hier in Den Haag kunnen leveren. Dat was die dag ook het veelgehoorde antwoord op mijn vraag: wat heeft u van ons nodig? En ja, er is wetgeving in voorbereiding: de Wet op de defensiegereedheid. Ik steun de urgentie daarachter volledig, maar de Wodg is het brandblusapparaat. Hij biedt tijdelijke vrijstellingen via een brede vangnetbevoegdheid, waarbij de minister bij koninklijk besluit wetgeving buiten werking kan stellen, zonder voorafgaande parlementaire betrokkenheid.

De Raad van State oordeelde zeer recent dat dit te breed is, de gevolgen moeilijk voorzienbaar zijn en parlementaire controle ontbreekt. Dat kunnen wij niet aanvaarden. Wetgeving buiten werking stellen zonder voorafgaand parlementair toezicht is, hoe goed de bedoelingen ook zijn, een rechtsstatelijk gevaar. De Raad van State zegt het expliciet: de Wodg is een tussenstap; de structurele inbedding ontbreekt nog. Dat terwijl er al wel ruimte is die wij nu nog onvoldoende benutten, bijvoorbeeld artikel 346 VWEU, de ADC-toets in de Omgevingswet en de EU Defence Readiness Omnibus. Duitsland en Frankrijk hebben bewezen dat militaire slagkracht en rechtsstatelijke zorgvuldigheid samen kunnen gaan via wettelijke uitzonderingsclausules en een meerjarige parlementaire programmawet. Dat is het rechtsstatelijke model: snel waar het moet maar zorgvuldig waar het hoort. De rechtsstaat biedt hier de oplossing, mits we zijn instrument ook daadwerkelijk inzetten. Mijn vraag aan de minister-president is of hij kan toezeggen dat het kabinet uiterlijk voor de Defensiebegroting 2027 de belangrijkste regelgevingsknelpunten voor de krijgsmacht in kaart kan brengen en daarbij kan aangeven welke structurele wetgevingsstappen het kabinet, in lijn met de aanbevelingen van de Raad van State en de EU Defence Readiness Omnibus, noodzakelijk acht. Afhankelijk van het antwoord van de regering overweeg ik op dit punt in de tweede termijn een motie in te dienen.

Voorzitter. Hetzelfde patroon tekent zich af op het digitaliseringsdossier. De minister-president stelde dat wij ons moeten opmaken voor een nieuwe economie, alleen al vanwege de snelle opmars van AI. Dat is een juiste constatering, maar de verklaring zwijgt over hoe we dat moeten doen. Ik was begin vorige week bij de Europese Commissie in Brussel. Wat ik daar zag, was verontrustend. Dat kwam niet omdat de drive om regeldruk te verminderen ontbreekt, maar juist omdat die er volop is. Op zichzelf is dat terecht, maar in de haast om snel te handelen, worden verplichte regelgevingsprocedures niet toegepast: impactanalyses die er hadden moeten zijn, zijn er niet en consultaties die hadden moeten plaatsvinden, zijn overgeslagen. Dat is geen Europese kracht maar een Europese kwetsbaarheid. Het is precies de situatie waartegen de rechtsstaat ons moet beschermen. Deze moet niet beschermen tegen de onderliggende ambitie, maar tegen de neiging om in naam van die ambitie de eigen waarborgen te veronachtzamen.

Voor ons liberalen is de eis helder: wie de bestaande bescherming wil afbouwen, draagt de bewijslast. Niet de handhaver moet bewijzen dat de regel nog nodig is, maar de dereguleerder moet bewijzen dat afschaffing verantwoord is, zeker in een tijd van toenemende hybride dreigingen en statelijke cyberaanvallen. De rechtsstaat vereist hier geen vertraging maar onderbouwing. Dat is het liberale onderscheid. Mijn vraag aan de minister-president is daarom principieel: onderschrijft het kabinet deze bewijslastverdeling als Nederlandse inzet in Brussel op alle digitaliseringsdossiers waarin deregulering aan de orde is?

Voorzitter, ik rond af. De liberale traditie heeft de rechtsstaat niet uitgevonden als rem op de overheid. Ze heeft hem uitgevonden als bescherming van de burger tegen de overheid, ook, en juist, als die overheid goede bedoelingen heeft. De minister-president sloot zijn regeringsverklaring met de woorden: "Ik heb een prachtig leven gehad. Ik wil dat jullie dat ook hebben". Wij willen dat ook, maar een prachtig, duurzaam en vrij leven voor iedereen is alleen mogelijk wanneer de rechtsstaat zijn werk kan blijven doen, niet alleen als dat makkelijk is maar juist ook als dat moeilijk is.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan mevrouw Visseren-Hamakers van de Fractie-Visseren-Hamakers.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Visseren-Hamakers i (Fractie-Visseren-Hamakers):

Dank, voorzitter. Ook namens mijn fractie, die de Partij voor de Dieren vertegenwoordigt in de Eerste Kamer, van harte welkom aan de nieuwe premier, de nieuwe vicepremiers en de minister van Financiën.

Voorzitter. Ik heb lang nagedacht over de vraag wat er nou precies mis is met dit coalitieakkoord en ik heb het antwoord. Het mist zachte waarden. Het mist liefde. Het mist iets over hebben voor elkaar, voor de natuur, voor dieren. Tekenend hiervoor is het feit dat het uitgangspunt van brede welvaart in het coalitieakkoord en de Voorjaarsnota, de eerste twee belangrijke stukken van dit kabinet, een nietszeggende rol speelt. Sinds de Miljoenennota 2019 stond het doel van brede welvaart in toenemende mate centraal in de rijksbegroting, met als hoogtepunt de Miljoenennota 2024, met als titel: Begroten voor brede welvaart. Het was gangbaar geworden om niet alleen het bruto nationaal product als doel en graadmeter te gebruiken, maar ook brede welvaart, gedefinieerd als de kwaliteit van leven in het hier en nu en de mate waarin dit invloed heeft op de kwaliteit van leven van latere generaties en/of mensen elders in de wereld. Met andere woorden, er was aandacht voor zachte waarden. Deze werkwijze wil uiteraard niet zeggen dat het per definitie goed gaat met de brede welvaart, maar maakt het sturen op brede welvaart wel stukken makkelijker.

Sinds de VVD de minister van Financiën levert, gaat het niet alleen slecht met de brede welvaart in de samenleving, maar ook in de rijksbegroting. In de Miljoenennota's 2025 en 2026, gepresenteerd door de huidige minister van Financiën, speelt brede welvaart geen rol van betekenis meer. Het coalitieakkoord zegt zelfs dat "de overheid kiest voor economische groei." Economische groei is toch geen doel op zich? Als economische groei ten koste gaat van onze gezondheid en de kwaliteit van ons drinkwater, klimaatverandering veroorzaakt, de natuur aantast en ten koste gaat van dierenwelzijn is dat toch niet nastrevenswaardig? Dat brengt mij tot de volgende vragen. Heeft dit kabinet brede welvaart tot doel? Zo ja, met welke beleidsinstrumenten werkt het kabinet aan brede welvaart? Kan het kabinet toezeggen brede welvaart, in tegenstelling tot de afgelopen twee jaar, weer een centrale rol te geven in de Miljoenennota 2027? Ik overweeg een motie op dit punt, maar ik heb liever een toezegging. Kan het kabinet toezeggen de mogelijkheden te onderzoeken om als Nederland lid te worden van het Wellbeing Economy Governments partnership, WEGo, in navolging van onder andere Finland, IJsland, Nieuw-Zeeland, Schotland, Wales en Canada en op deze manier ook internationaal een leidende positie in te nemen op het gebied van brede welvaart? Ook op dit punt overweeg ik een motie maar heb ik liever een toezegging.

Voorzitter. Het kabinet zegt in het coalitieakkoord dat het doorbraken wil bereiken in het stikstofbeleid. Dat is mooi, maar de doelen in het coalitieakkoord zijn minder vergaand dan in de Omgevingswet. Bovendien schat het PBL in zijn doorrekening van het akkoord in dat ook deze minder vergaande doelen niet zullen worden gehaald met de aangekondigde maatregelen. Op deze manier wordt de staat van de natuur er uiteraard niet beter op. Wil dit kabinet de natuur echt met liefde beschermen, vraag ik me af, of stelt het puur instrumenteel maatregelen voor om Nederland van het slot te halen? Kan het kabinet toezeggen om zijn stikstofplannen, inclusief de plannen die volgens het coalitieakkoord nog voor de aankomende zomer worden gepresenteerd, op basis van de analyse van het PBL aan te scherpen? Kan het kabinet toezeggen dat het stikstofbeleid zal voldoen aan de voorwaarden voor een dierwaardige veehouderij? Moeten bijvoorbeeld landbouwbedrijven die worden verplaatst, op de nieuwe locatie dierwaardig zijn? Hoe gaat het kabinet de Natuurherstelverordening uitvoeren als het daar geen middelen voor reserveert?

Voorzitter. Een ander onderwerp waarop het coalitieakkoord liefde ontbeert, is de dierwaardige veehouderij. Dit kabinet neemt letterlijk het beleid van de landbouwminister van de BBB over. De Partij voor de Dieren had toch net iets anders verwacht van een kabinet onder leiding van D66. Het lijkt erop dat de miljoenen dieren die dag in, dag uit in dieronterende omstandigheden in de bio-industrie worden gehouden er met dit kabinet niet op vooruitgaan. Zo stelt het akkoord dat het tijdspad voor de inwerkingtreding van de normen voor een dierwaardige veehouderij "eventueel zullen worden aangepast, mede gebaseerd op wat haalbaar is in de praktijk". Oftewel: we gaan stapje voor stapje implementeren en geven nu al ruimte voor vertraging. Kan het kabinet toezeggen dat de veehouderij uiterlijk in 2040 100% dierwaardig moet zijn? Zo'n deadline biedt voor boeren de helderheid die ze nodig hebben om keuzes te maken over de toekomst van hun bedrijf. In andere transities, zoals in de klimaattransitie, werken we met heldere, zelfs wettelijk verankerde, doelen en deadlines. Waarom doen we dat niet voor de dierwaardige veehouderij? Hoe werkt het kabinet in Europees en internationaal verband aan het bewerkstelligen van een mondiale dierwaardige veehouderij?

Voorzitter. Het coalitieakkoord stelt dat het kabinet in Europees verband inzet op het toestaan van de veredelingstechnieken CRISPR-Cas en cisgenese bij de veredeling van planten. Dat is een vreemde formulering, want het is al toegestaan, zij het onder de huidige ggo-wetgeving. Ik ga ervan uit dat het kabinet hierbij wijst op de NGT-verordening over nieuwe genomische technieken. Deze verordening is nog een voorbeeld van beleid zonder aandacht voor zachte waarden. Dit is urgent, omdat het voorstel volgende week voor besluitvorming op de agenda van het Coreper staat en op 21 april in de Raad Buitenlandse Zaken wordt besproken. Vandaar dat ik vandaag een laatste poging wil doen — of eigenlijk: moet doen — om te voorkomen dat de Europese Unie en Nederland een enorme, onomkeerbare fout maken. Ook partijen die in principe positief tegenover NGT's staan, zouden tegen de voorgestelde verordening moeten zijn. Het is simpelweg een slecht voorstel.

Ik heb hiervoor zeven argumenten. Eén: er is geen bewijs voor nut en noodzaak van NGT's voor een duurzame landbouw. Twee: de huidige versie van de NGT-verordening hanteert problematische definities voor NGT's. Dit is niet in lijn met het BNC-fiche, dat pleit voor duidelijke definities. Drie: als de verordening wordt aangenomen, zullen gemodificeerde landbouwgewassen, bomen en tuinplanten, gebaseerd op deze onheldere definities, op grote schaal worden toegepast, zonder risicobeoordeling. Dit is onherstelbaar. Als NGT's eenmaal in de natuur zijn geïntroduceerd en kruisen met andere planten, is dit niet terug te draaien. Vier. De Europese Commissie kan in de toekomst zonder democratische controle van de lidstaten of het Europees Parlement de definities aanpassen. Vijf. De verordening maakt het mogelijk NGT-gewassen te verkopen zonder traceerbaarheid in de keten en zonder etikettering voor consumenten. Consumenten verliezen dus de mogelijkheid om te kiezen voor chemovrije voeding. Zes. De verordening sluit patentering van NGT-planten niet uit. Hierdoor wordt de voedselproductie verder gemonopoliseerd en wordt onze voedselveiligheid afhankelijk van een klein aantal bedrijven. De toegang tot zaden voor boeren en kleine veredelaars wordt verder verkleind, terwijl de Tweede Kamer zich Kamerbreed tegen patentering heeft uitgesproken. Zeven. Het wordt voor de biologische landbouw vrijwel onmogelijk om biologische producten gentechvrij te houden.

Voorzitter. De impact van deze verordening kan niet worden onderschat. Ik was op zoek naar een passende vergelijking. Het dichtst in de buurt komt pfas: het is overal. De antiaanbakpannen waren best handig, maar waren zij het waard? Hadden we in de jaren zeventig grootschalige toepassing van pfas maar verboden, denken we allemaal. De NGT-verordening heeft potentieel een nog grotere impact. Het genetische karakter van alle planten in de Europese Unie, landbouwgewassen, bomen, planten in de natuur en tuinplanten kan op termijn veranderen. Deze verordening vraagt om een zorgvuldige politiek, niet om partijpolitiek of machtspolitiek. Dit voorstel vraagt om een rustige, oprechte, gedegen overweging.

Het voorstel is tijdens de onderhandelingen in de afgelopen jaren fundamenteel veranderd. Weinig politici hebben zich de afgelopen maanden voldoende kunnen verhouden tot de huidige versie van het voorstel. Ik ben dus op zoek naar ruimte voor een doordachte besluitvorming. Dit dossier is wat mij betreft chefsache. Daarom de volgende vragen aan de premier. Heeft het nieuwe kabinet voldoende tijd genomen om zelf een gedegen oordeel te vellen over de huidige versie van de verordening? Heeft het kabinet de huidige versie van het voorstel in de ministerraad behandeld? Of heeft het kabinet als automatisme het standpunt van het vorige kabinet overgenomen? Is de premier bereid om te zoeken naar manieren om de geplande besluitvorming uit te stellen, zodat het kabinet de tijd heeft om zich te verhouden tot het huidige voorstel, bijvoorbeeld door advies te vragen aan de COGEM en met verschillende experts en belanghebbenden te spreken? En is de premier bereid samen met de negen lidstaten die tijdens de informele stemming afgelopen december niet voor het voorstel hebben gestemd, waaronder onze buren Duitsland en België, op te trekken om besluitvorming uit te stellen en/of het besluit te verwerpen of te verbeteren?

Voorzitter, afsluitend. Als het kabinet serieuze stappen zet in de richting van een liefdevolle samenleving, staat de deur van de Partij voor de Dieren altijd open voor overleg. De bijdragen van mevrouw Klip-Martin, de heer Van Meenen en de heer Bovens geven hoop op die liefdevolle samenleving. Hun bijdragen hadden veel aandacht voor zachte waarden. Dus wellicht is er hoop op stappen richting een liefdevolle samenleving door dit kabinet. Ik kijk uit naar de beantwoording door het kabinet en voorts ben ik van mening dat er een einde moet komen aan de bio-industrie.

De voorzitter:

Ik dank u wel. Ik wijs u er ook op dat u uw hele spreektijd nu heeft gebruikt. Maar u heeft nog een interruptie van de heer Van Hattem.

De heer Van Hattem i (PVV):

Inderdaad, als pfas destijds niet was uitgevonden voor de pannen, hadden sommige politici ook niet het bekende teflonlaagje gehad. Dat had ook een hoop gescheeld. Maar dan over tot het punt dat ik eigenlijk wil maken. Ik hoorde mevrouw Visseren-Hamakers een verhaal houden over gentech, met op zich een aantal interessante punten. Maar is zij ook net zo kritisch op het gebruik van kweekvlees?

Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):

Die twee dingen hebben soms wel en soms niet wat met elkaar te maken. Ten eerste dank ik u voor het verdergaan met de goede grap die ik in eerste termijn heb gemaakt. Als kweekvlees wordt gemaakt met behulp van genetische technieken, ben ik daar absoluut niet voor. De echte oplossing voor alle problemen in de veehouderij is de transitie naar een duurzame, diervriendelijke en meer plantaardige landbouw. Dus we hebben kweekvlees niet nodig om dieren te bevrijden uit de veehouderij.

De heer Van Hattem (PVV):

Dank voor de beschouwing, maar nu we het toch over duurzaamheid hebben het volgende. Ik hoorde mevrouw Visseren-Hamakers eerder in haar betoog ook nog iets anders zeggen, namelijk dat we het doel van brede welvaart moeten nastreven. Maar nu is brede welvaart niet een doel op zich, maar een monitoringssystematiek. Ik heb daar de vorige keer bij de begrotingsbehandeling bij de Algemene Beschouwingen ook nog een vraag over gesteld aan Schoof destijds. Volgens mij was ik de enige in deze Kamer die het er toen over had. Ik vroeg wat het kabinet er nou eigenlijk mee beoogde. Toen werd er namelijk ook over brede welvaart gesproken. Is mevrouw Visseren-Hamakers het met me eens dat brede welvaart geen doel op zich is, maar een monitoringssystematiek, dus dat je daar op zichzelf geen doel aan kan koppelen?

Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):

Nee, daar ben ik het niet mee eens. Brede welvaart is wel degelijk een doel op zich. Die monitoringssystematiek kan je gebruiken om te kijken hoever je op weg bent naar die brede welvaart. Dus nee, ik ben het daar niet mee eens.

De voorzitter:

Dank u wel. Ik heb eigenlijk niet zo'n behoefte nu aan een discussie over de definitie van brede welvaart. Zou u dat ...

Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):

Nou, ik wel eigenlijk.

De voorzitter:

Ja, dat snap ik. Maar er is nog één spreker en ik zit een beetje aan de tijd.

De heer Van Hattem (PVV):

Gelet op het feit dat er mogelijk moties worden ingediend en toezeggingen worden gevraagd aan het kabinet op dit punt, hoor ik dan toch wel graag wat dan verstaan wordt onder dat doel van brede welvaart. Wat is dat dan precies? Anders kun je er ook geen toezegging op doen of een doel op formuleren. Wat is dan het doel van brede welvaart in concrete bewoordingen? Het is, zoals ik zei, een monitoringssystematiek.

Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):

Dat is niet waar.

De heer Van Hattem (PVV):

Ik vraag me dan toch af welke toezegging mevrouw Visseren-Hamakers hierbij concreet vraagt aan het kabinet.

Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):

Ik heb in de eerste termijn de algemeen gehanteerde definitie van brede welvaart letterlijk geciteerd, dus ik denk dat de heer Van Hattem niet zo goed heeft opgelet.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan de Fractie-Beukering. De heer Beukering is de laatste spreker van de kant van de Kamer in de eerste termijn.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Beukering i (Fractie-Beukering):

Allereerst een felicitatie aan de premier en de ministers. Welkom in de Eerste Kamer.

Voorzitter. Een regeringsverklaring moet helderheid bieden, helderheid over richting, prioriteiten en de prijs van politieke keuzes. Maar er zijn ook regeringsverklaringen die niet verhelderen, maar verhullen. Die zeggen niet in de eerste plaats waar een kabinet staat, maar waar het zich achter probeert te verschuilen. Die zien de werkelijkheid niet onder ogen. Ik vrees dat deze regeringsverklaring tot die categorie behoort. Achter de keurige formuleringen, het telkens terugkerende beroep op samenwerking en het beeld van redelijkheid en gematigdheid tekent zich een veel minder geruststellend patroon af, namelijk dat van een minderheidscoalitie die op essentiële onderwerpen iets anders doet dan waarvoor zij de kiezer meenden te mogen mobiliseren. Laat ik daar maar meteen duidelijk over zijn. Ons bezwaar is niet dat dit kabinet politieke keuzes maakt. Dat is hun goed recht. Ons bezwaar is dat die keuzes omhuld zijn met een taal die vriendelijker, eerlijker en consequenter klinkt dan de praktijk rechtvaardigt. Dat is niet alleen een politiek probleem, maar ook een probleem van ethiek, zuiverheid en politieke gelijkwaardigheid.

Voorzitter. Neem de woningmarkt. Tijdens de verkiezingen koos met name D66 voor grootse woorden en mooie vergezichten. Men kwam tot het bouwen van tien nieuwe steden. Maar voor iemand die vandaag geen huis kan vinden, is een metafoor geen woning. Voor gezinnen die niet kunnen doorstromen, is een campagnefantasie geen sleutel in de voordeur. Komt er dan wel ruimte bij de sociale huur, zou je denken? Waar Nederlanders vaak jarenlang op de wachtlijst staan, wordt de gevoelige kwestie, namelijk de voorrang voor statushouders, niet aangepakt. Integendeel, want gemeenten blijken voorlopig nog steeds zelf voorrang te kunnen geven aan statushouders, vaak tegen de wens van de burger in. Voor de gewone woningzoekende voelt dat niet als samenwerken. Dat voelt als opnieuw achteraan aansluiten. Dat voelt des te wranger omdat deze partijen zich tijdens de verkiezingen presenteerden als degene die nu eindelijk orde op zaken zouden stellen.

Dan kom ik op een breder patroon: de migratie. Ook daar zien we een terugkerend beeld: streng klinkende taal voor de verkiezingen, verzachtende praktijk en afzwakkingen na de verkiezingen. Bij de burgers blijft dan één gevoel hangen, namelijk dat partijen voor de verkiezingen heel goed begrijpen wat er leeft, maar na de verkiezingen vooral heel goed weten hoe ze er weer omheen moeten manoeuvreren. Wanneer een emmer onder een kraan vol is, draait een verstandig mens de kraan dicht. Hij gaat niet in paniek op zoek naar emmers die hij niet heeft; hij erkent de werkelijkheid. Precies dat realiteitsbesef ontbreekt in deze regeringsverklaring. Men wil de schijn van controle wekken zonder de moed op te brengen om de oorzaak echt aan te pakken.

Voorzitter. Eveneens is het schrijnend wanneer we kijken naar de AOW, want daar zien we hoever de Haagse bedenkkracht soms verwijderd is geraakt van de werkelijkheid van gewone mensen en hoe zelfs de bizarre afspraken van het ongelofelijk slechte pensioenakkoord eenzijdig te grabbel worden gegooid. Wat betekent de AOW-verhoging namelijk voor de man die is onteigend door de Wtp, die niks meer over zijn eigen geld heeft te zeggen na het verplichte invaren en die 40 jaar in de bouw, in het onderwijs, bij de politie of bij Defensie heeft gewerkt? Wat betekent het voor de vrouw die eveneens onteigend is en haar hele leven in onregelmatige diensten in de zorg heeft gestaan? Wat betekent het voor de vrachtwagenchauffeur, de politieman, de technicus, de havenwerker, de militair en de leraar die al jaren op zijn tandvlees loopt?

Voorzitter. Voor hen klinkt dit als bestuurlijke vervreemding en bedrog. Het klinkt alsof men in Den Haag werkelijk is gaan geloven dat heel Nederland bestaat uit mensen met een lichte laptop, een ergonomische bureaustoel en een carrièrepad dat tot ver na hun 67e levensjaar moeiteloos kan worden voortgezet. Wat maakt dit nu extra wrang? Dat de regering zelf erkent dat langer doorwerken leidt tot meer uitval, meer arbeidsongeschiktheid en meer druk elders in het stelsel. Met andere woorden, men verkoopt dit als financieel verstandig beleid, terwijl men in werkelijkheid een deel van het probleem gewoon verplaatst: niet opgelost, maar verschoven en niet genezen, maar doorgeduwd. Dat is geen verbetering. Politiek is dit ook onbegrijpelijk, want buiten deze Haagse vierkante kilometers begrijpt vrijwel iedereen dat hier een grens is bereikt, niet alleen maatschappelijk, maar ook cultureel en moreel, ook in Europees verband.

Voorzitter. Dan de accijnzen en belastingen op energie. Ook hier openbaart zich de diepere reflex van deze coalitie. Wanneer burgers en bedrijven zuchten onder stijgende brandstofprijzen en wanneer ondernemers, forenzen en gezinnen direct geraakt worden in hun dagelijkse bestaan, zou men verwachten dat een kabinet dat zegt oog te hebben voor bestaanszekerheid en de economie, minstens bereid is tot een redelijke verplichting, maar nee. De accijnzen en belastingen worden niet verlaagd, de ruimte wordt niet gegrepen en de urgentie wordt blijkbaar niet gevoeld. Waarom niet? Omdat onder deze weigering een bredere agenda schuilgaat, een agenda die men liever niet in die woorden uitspreekt: de agenda dat de automobilist moet worden gestuurd, dat mobiliteit duurder moet worden gemaakt en dat de werkende Nederlander via prijsprikkels moet worden gedwongen zich te voegen naar een onverantwoorde energietransitie, die op onderdelen totaal niet overtuigt, onbetaalbaar en onhaalbaar is en natuurlijk geen draagvlak weet te genereren.

Voorzitter. Waar overtuigingskracht of argumenten ontbreken, grijpt dit kabinet naar financiële dwang. Dan wordt de rekening neergelegd bij precies de mensen die het land iedere dag draaiende houden: bij de verpleegkundige, die niet op de fiets naar een nachtdienst kan, bij de monteur, die gereedschap moet meenemen, bij de vertegenwoordiger, de bezorger, de installateur, de aannemer, de mantelzorger en de middenstander. Dat is een verborgen ideologische agenda gekoppeld aan wensdenken over de rug van de gewone Nederlander.

Voorzitter. Dan zo'n ander element dat volgens mijn fractie ontbreekt in de regeringsverklaring. Het kabinet gebruikt grote woorden over strategische autonomie, geopolitiek bewustzijn en de Europese weerbaarheid, maar het valt op dat de naam "Nord Stream 2" nergens worden genoemd. Hij wordt niet uitgesproken en hij wordt niet genoemd, maar het was nou net een voorbeeld van Europese afhankelijkheid, bestuurlijke naïviteit en jarenlang bewust wegkijken. Het blijft buiten beeld; dat is heel veelzeggend. Want een regering die graag de taal van strategische volwassenheid spreekt, maar de pijnlijkste illustratie van Europees falen op het gebied van energiepolitiek ongemoeid laat, is kennelijk heel selectief in haar openheid.

Ondertussen worden er op andere fronten wel miljarden vastgelegd, voor ondemocratische en ongekozen ngo's en voor internationale verplichtingen en geopolitieke positionering. Nogmaals, over zulke prioriteiten kun je politiek van mening verschillen, maar je kunt niet tegenover de Nederlandse burger doen alsof er plotseling geen ruimte bestaat voor directe verlichting waar die het meest nodig is. Je kunt niet én grote bedragen zonder veel politieke schroom vastleggen én aan de pomp de hand op de knip houden, en vervolgens doen alsof dit allemaal onvermijdelijk is. Nee, dat is ook een kwestie van politieke keuzes, ratio en eerlijkheid.

Voorzitter. Misschien is de diepste schade nog niet eens gelegen in de som van al deze dossiers. De diepste schade van dit soort politiek is dat het vertrouwen verder wordt uitgehold. Hoe wil men mensen nog motiveren om te gaan stemmen wanneer ze keer op keer moeten ervaren dat voor de verkiezingen de taal van begrenzing, bescherming en gezond verstand wordt gesproken, en na de verkiezingen de taal van uitstel, uitzondering en bestuurlijke omwegen terugkeert? Het zwaaien met de Nederlandse vlag verdwijnt weer uit beeld. Hoe wil men de kloof tussen kiezer en politiek verkleinen wanneer diezelfde politiek haar geloofwaardigheid zo hardnekkig op de proef blijft stellen? Daarom raakt juist deze regeringsverklaring aan iets groters dan de coalitie. Ze raakt aan de geloofwaardigheid van ons parlementaire stelsel.

Wij zijn hier om te toetsen op betrouwbaarheid, consistentie en bestuurlijke ernst. Deze regering is vriendelijk van toon, maar onvoldoende open en zuiver over haar keuzes. Ze is ambitieus in formulering, maar mager in eerlijkheid over de rekening. Ze spreekt de taal van verbinding, maar vergroot in de praktijk de kloof tussen kiezer en politiek. Daarom stel ik een heel simpele vraag: hoe denkt de regering het vertrouwen in politiek en democratie te herstellen zolang zij blijft regeren met een ander verhaal dan waarmee zij het vertrouwen van de kiezer heeft gewonnen?

Voorzitter. Een democratische rechtsstaat kan veel verdragen, meningsverschillen, minderheidskabinetten en zelfs impopulaire maatregelen, maar wat hij op den duur niet verdraagt, is dat politieke ethiek steeds verder wordt opgerekt. We wensen het kabinet veel wijsheid toe en sluiten af met de stelling: ethiek is geen elastiek.

Dank u wel.

De voorzitter:

Ik dank u wel. Wenst een van de leden nog het woord in de eerste termijn? Dat is niet het geval. Dan schors ik de vergadering tot 17.20 uur.

De vergadering wordt van 16.38 uur tot 17.20 uur geschorst.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering. Aan de orde is de voortzetting van het debat naar aanleiding van de regeringsverklaring. We zijn toe aan het antwoord van de regering in de eerste termijn. Dat zullen we niet kunnen afronden voor de dinerpauze, denk ik. Ik zal zo rond 18.45 uur schorsen voor de dinerpauze. Dan heb ik een heel praktisch verzoek van een woordvoerder, maar waarschijnlijk namens alle woordvoerders, namelijk of de leden de woordvoerders voor willen laten gaan om te eten. Ik zal u daar straks ook nog even aan herinneren.

Ik geef het woord aan de minister-president.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Minister Jetten i:

Mevrouw de voorzitter, hartelijk dank. Om te beginnen zou ik u graag willen danken voor de gastvrijheid tijdens de formatieperiode. We hebben tijdens de formatieperiode meerdere keren van uw fijne gebouwen gebruik kunnen maken, om daar te onderhandelen om tot dit kabinet te komen.

Ik moet bekennen dat ik in de voorbereiding op dit debat een aantal keren heb moeten denken aan de beroemde quote van de Britse premier Macmillan: "Als premier moet je vooral beducht zijn voor events." Je moet dus beducht zijn voor de niet te voorspellen gebeurtenissen, die er altijd zullen zijn. Me dunkt dat sinds het uitspreken van de regeringsverklaring in de Tweede Kamer, op 25 februari, eens te meer bewezen is dat deze oud-premier gelijk had. Alleen al de internationale ontwikkelingen rondom Iran en de gevolgen daarvan voor de gehele wereld laten zien dat we als Nederland niet op een eiland leven. Wat er in de wereld gebeurt, heeft direct invloed op wat er hier in Nederland speelt.

Dat is natuurlijk niet nieuw, want dat zagen we ook eerder bij de start van de grootschalige Russische oorlog in Oekraïne, bij de coronacrisis of bij de bankencrisis in 2008. Dat zijn ingrijpende internationale events waartoe je je als land en als regering moet verhouden, ongeacht wat je net een paar dagen daarvoor in een coalitieakkoord met elkaar hebt afgesproken. Wat hieraan niet verandert, is de kernopdracht van de politiek. Die heb ik op 25 februari proberen te vatten in die mooie uitspraak van Terlouw, na zijn iconische touwtje-uit-de-brievenbusuitspraak. Dat betekent dat we bij alle onvoorspelbaarheden die er zijn, het oog op de bal moeten houden. Met de bal bedoel ik in dit geval de prioriteiten uit het coalitieakkoord, die zo belangrijk zijn voor de toekomst en die met alle onrust en onzekerheden om ons heen alleen maar urgenter en relevanter worden. Denk aan meer huizen, een stikstofaanpak die werkt voor boeren en de natuur, onze toekomstige welvaart, een slagvaardige overheid, grip op migratie en rust in de asielketen, goed onderwijs, goede en toegankelijke zorg, en een stevig sociaal netwerk, ook voor later. Dat alles in een veilig land, een land dat in Europa en in de wereld een drijvende kracht wil zijn, omdat daarmee de Nederlandse belangen worden gediend. Vanuit die thema's zijn we inmiddels ook volop, met ambitie, aan de slag.

Wat ook niet verandert door die internationale events, is dat we het samen zullen moeten doen, in de politiek, met de sociale partners en met onze collega-overheden, de gemeenten, provincies en waterschappen. Dit kabinet doet dit dus ook in samenwerking met de beide Kamers van het parlement. Dat kan in de traditie van polderen, een traditie die Nederland zo veel goeds heeft gebracht. Ik weiger ook te geloven dat "samenwerking" of "polderen" versleten begrippen zijn. Integendeel, het is juist nu de weg vooruit. Dat is ook waarmee we vanaf dag één als kabinet bezig zijn, soms nog een beetje met vallen en opstaan, maar de koffiemachines draaien inmiddels overuren.

Laat ik aan het begin van dit debat ook nog eens duidelijk zeggen dat wij ons er als kabinet zeer van bewust zijn dat de politieke meerderheden ook in dit huis verdiend moeten worden. Het gesprek daarover is al aan de informatietafel begonnen. In een kennismakingsgesprek met uw Voorzitter hebben we uitgebreid stilgestaan bij het belang van de relatie tussen de Eerste Kamer en het kabinet. We snappen heel goed dat steun in dit huis niet vanzelfsprekend is. We hebben goed in de oren geknoopt wat de verschillende sprekers daarover in deze eerste termijn hebben gezegd. U heeft in die eerste termijn bijna 300 vragen aan het kabinet gesteld. Dat zijn er drie keer meer dan de Tweede Kamer had in het debat op 25 februari, maar ik ga toch mijn best doen om ze, soms gebundeld, zo goed mogelijk te beantwoorden.

Ik heb in de inbreng bij veel van de sprekers vooral bereidheid gehoord om vanuit de inhoud de samenwerking met dit kabinet te zoeken als de plannen goed zijn. Wij zullen vanuit onze kant onze uiterste best doen om die steun bij u ook te verdienen. Dat begint bij onze inzet, de inzet vanuit het kabinet. We kijken ernaar uit om samen te werken met deze Kamer, waar zo veel ervaring zit. Deze Kamer heeft, zoals de heer Schalk terecht zei, inderdaad al vele jaren ervaring met samenwerken met kabinetten die geen meerderheid in dit huis hebben. Dus, is dit nou een experiment? U weet als Eerste Kamer eigenlijk als geen ander hoe dit er in de praktijk aan toegaat. Wij zullen dus, net als voorgaande kabinetten, extra ons best doen om meerderheden in de Eerste Kamer te vinden.

Ik zal nu de beantwoording starten. Dat zal ik allereerst doen door in te gaan op de geopolitieke situatie en de impact op Nederland. Daarna zal ik ingaan op de overheidsfinanciën en sociale zekerheid. Het derde blok is fysieke leefomgeving. Het vierde is openbaar bestuur en de kwaliteit van de overheid. Het vijfde gaat over volksgezondheid, onderwijs, media en een paar overige vragen.

Maar laat ik in de inleiding ook nog even stilstaan bij opmerkingen die door in ieder geval de eerste zes sprekers zijn gemaakt over wat voor opdracht dit minderheidskabinet nu heeft in beide Kamers van het parlement. Laat ik daar ook heel helder over zijn. Voor zowel mij als voor de twee mensen naast mij, met hun partijpetten op, geldt het volgende. Niemand van ons had als eerste voorkeur om een minderheidscoalitie te starten. We hebben in de eerste fase van de formatie gekeken of er meerderheidscombinaties mogelijk waren. De heer Buma heeft als informateur vastgesteld dat daar eigenlijk, zowel over links als over rechts, geen enkele logische route naartoe te vinden was. We hebben vervolgens eerst met vijf partijen, en daarna met deze drie partijen, gekeken hoe we dan, in deze gespannen geopolitieke situatie met een aantal grote, complexe nationale opgaven, toch snel aan de slag konden gaan met een kabinetsploeg die niet bang is om een aantal grote keuzes te maken op onderwerpen waar Nederland al te lang vastzit. We hebben daarbij de inschatting gemaakt dat het mogelijk is om met deze drie partijen en een minderheid toch tot een constructieve samenwerking te komen en om meerderheden te vinden in beide Kamers van het parlement. Daarbij is in de gesprekken met de heer Buma, toen GroenLinks-PvdA en JA21 ook nog aanwezig waren, door alle vijf partijen uitgesproken dat één vaste gedoogpartner op dat moment door niemand als logisch zou worden gezien.

We zullen daarom de komende tijd op basis van wetsvoorstellen steeds op zoek gaan naar steun. Dat betekent dat we daarbij ook open zullen moeten staan voor andere opvattingen. U mag er daarbij ook van uitgaan dat we niet altijd maar een-op-een het coalitieakkoord zullen kunnen doorvertalen in beleid of wetsvoorstellen, maar dat we juist ook in een vroeg stadium coalitiefracties én niet-coalitiefracties zullen opzoeken in beide Kamers van het parlement. Hoe eerder u bij dat gesprek betrokken bent, hoe meer we van uw inbreng kunnen meenemen in de uitwerking van het coalitieakkoord. We zijn tegelijkertijd ook in gesprek met maatschappelijke organisaties en medeoverheden, omdat we ons zeer goed realiseren dat veel van de grote maatschappelijke opgaven alleen gaan slagen met breed maatschappelijk draagvlak. Dan gaat het over de arbeidsmarkt, maar bijvoorbeeld ook over de stikstofaanpak en de jeugdzorg. We willen op een aantal van die grote onderwerpen het liefst zo breed mogelijke akkoorden sluiten, met medeoverheden, met sociale partners en met partijen in het parlement. Zo kunnen de keuzes die we maken ook langer dan één kabinetsperiode standhouden. Daarom is het ook zo nuttig om de signalen in dit huis vandaag mee te nemen. Ik heb daarbij ook goed gehoord dat, los van breed gesteunde akkoorden over grote onderwerpen zoals stikstof, veel partijen hier ook aangeven: ga bij de Miljoenennota nou echt tijdig op zoek naar duidelijke steun van partijen in de Eerste en Tweede Kamer, omdat dit de kans groter maakt om zoet en zuur op een goede en evenwichtige manier bij elkaar te brengen en op die manier afspraken te maken. Daarover later meer.

Terecht stonden bijna alle sprekers uitgebreid stil bij de veranderende wereldorde en de impact die die heeft op Nederland. De multilaterale orde gebaseerd op recht en regels, die we al zo lang kennen, staat onder zware druk. De rol van macht wordt steeds belangrijker in de geopolitiek. Zowel Nederland als de Europese Unie zal zich tot deze veranderende wereldorde moeten verhouden. We hebben daarbij een verantwoordelijkheid om in Europa mede aan het stuur te zitten, zodat we onze veiligheid, onze vrijheid en onze brede welvaart goed kunnen beschermen. Zo voelen we dat ook als kabinet. Die nauwere Europese samenwerking, bijvoorbeeld op het gebied van defensie en migratie, maar ook op het gebied van economische veiligheid, is niet alleen een Europees belang. Het is in de eerste plaats een Nederlands belang. Europa heeft eigenlijk de middelen in handen om de eigen standpunten en de eigen positie in de wereld veel meer kracht bij te zetten, als Europa bereid zou zijn om het hele instrumentarium in te zetten. Wat dit kabinet betreft mogen Nederland en Europa zich op het wereldtoneel dus ook veel sterker opstellen. Dat leidt ook tot veranderende verhoudingen met bondgenoten die we al decennialang kennen. Buiten kijf staat dat de Verenigde Staten nog altijd een van de belangrijkste partners zijn voor Nederland op economisch gebied en binnen het NAVO-verband de belangrijkste partner op veiligheidsgebied. Daarom blijven we ons inzetten voor een sterke trans-Atlantische band, maar wel binnen de huidige omstandigheden. Dat betekent dat je de samenwerking met de Europese NAVO-partners zal moeten verdiepen, zoals we dat in JEF-verband doen met onze partners in Noord-Europa, het Verenigd Koninkrijk en Canada. Daarom moeten we in Europa veel meer investeren in onze eigen defensiekracht. Dat moeten we samen doen, zodat die Europese pijler binnen de NAVO beter wordt ontwikkeld.

In mijn eerste weken ben ik al veel in Brussel en op andere plekken in Europa aanwezig geweest. Dat geldt ook voor andere leden van het kabinet. Dat doen we om de pro-Europese koers van dit kabinet te benadrukken, maar ook om ervoor te zorgen dat we aan tafel zitten op de momenten dat hét gesprek wordt gevoerd. Denk bijvoorbeeld aan het gesprek over de verdere vervolmaking van de Europese interne markt, die ons zo veel welvaart brengt, over duidelijke spelregels en een eerlijke concurrentie binnen die Europese markt. We zoeken ook de samenwerking op met een aantal andere gelijkgestemde landen als het gaat om defensie-inkoop en standaardisatie daarvan, zodat de belastingcenten die we uittrekken voor onze veiligheid nog veel meer opleveren dan ze tot nu toe hebben gedaan.

Het is in het Nederlands belang om een duidelijke Europese koers te varen, maar het past ook bij een land waar Den Haag, de stad van het internationaal recht, een extra verantwoordelijkheid op zijn schouders draagt. We staan voor de naleving en de handhaving van het internationaal recht, ongeacht wie de gesprekspartner is. We hebben een lange traditie, die juist nu zo belangrijk is. We moeten juist nu blijven benadrukken dat internationaal recht, internationale samenwerking en internationale instituties cruciaal zijn.

Maar in die veranderende wereld moet je ook op zoek naar nieuwe partners, in Latijns-Amerika, in Zuid-Azië, in Australië en de Pacific. Je moet op zoek naar positieve krachten die met elkaar zien dat een democratische rechtsorde en een vrije markt binnen duidelijke regels ons uiteindelijk het meeste opleveren, namelijk een vrije manier van leven waar we zo veel welvaart met elkaar kunnen genereren dat we die ook eerlijk kunnen verdelen.

Artikel 90 van de Grondwet dwingt ons ertoe de internationale rechtsorde te bevorderen. Als een van de weinige landen in de wereld hebben wij die taak in onze Grondwet vastgelegd. Wij kunnen daar op verschillende manieren aan bijdragen. Dat kunnen we doen door Oekraïne te steunen in de strijd tegen de Russische agressie en door extra bij te dragen aan accountability, zoals dat in slecht Nederlands heet. Dat houdt in dat we ervoor zorgen dat ernstige schendingen van het internationaal recht worden onderzocht, zodat degenen die daarvoor verantwoordelijk zijn, op een gegeven moment ter verantwoording kunnen worden geroepen. Ik noem ook het samenwerken met partnerlanden en nieuwe partnerlanden om te helpen de gaten die in de geopolitiek onrustige wereld ontstaan, dicht te lopen.

Die Europese samenwerking is dus ook in Europees belang. Terecht stellen een aantal fracties de vraag of de Europese samenwerking nu zo effectief is. Dat is zeker nog niet altijd het geval. Ik heb tijdens mijn eerste deelname aan de Europese Raad een paar weken geleden ook gezegd dat Europa veel meer voor zichzelf zou mogen opkomen. In plaats van de hele dag te klagen over wat er in de wereld om ons heen gebeurt, zouden wij als Europese leiders onszelf de vraag moeten stellen wat wij beter kunnen doen om voor Europese burgers betere resultaten te boeken.

Daar hoort ook de betrokkenheid van de Staten-Generaal bij; mevrouw Lagas vroeg daarnaar. Het kabinet vindt de informatievoorziening aan het parlement van heel groot belang, zodat u goed kunt controleren wat ik en andere ministers in Europa uitspoken. Daarvoor hebben we uitgebreide informatieafspraken, zowel voor als na afloop van Europese besluitvorming. De minister van Buitenlandse Zaken heeft in zijn planningsbrief al aangegeven dat hij in een aparte Europawet deze afspraken beter wil vastleggen. In de loop van 2026 zal daar meer duidelijkheid over komen. De planningsbrief is volgens mij vorige week verstuurd, dus daar kunt u dat in meer detail terugvinden.

Mevrouw Lagas i (BBB):

Dan was ik te snel!

Minister Jetten:

De heer Bovens wees erop dat Nederland in 2027 voorzitter is van de Raad van Europa. Hij deed een aantal suggesties voor thema's, die we met elkaar kunnen beetpakken: weerbaarheid van de samenleving in combinatie met vrijheid van meningsuiting en de handhaafbaarheid van het internationaal recht. Ik denk dat dit ook heel erg past bij het Koninkrijk der Nederlanden om deze thema's daar groot te maken. We zullen u voor het herfstreces uitgebreid informeren over het programma dat Nederland dan voor ogen heeft.

Heel begrijpelijk hebben velen van u gewezen op de oorlog die op dit moment gaande is in het Midden-Oosten. De heer Rosenmöller en anderen stonden daar uitgebreid bij stil. Die oorlog heeft grote impact op de Iraanse bevolking, die al zo lang wordt onderdrukt door een bruut regime, en op veel landen in de regio die ongewenst in deze oorlog zijn meegesleept door de tegenaanvallen van de Iraniërs. De impact is ook wereldwijd vanwege het stilleggen van de Straat van Hormuz. Binnen Europa is er altijd begrip geweest voor de acties die gericht zijn tegen het nucleaire programma, de raketten of de destabiliserende werking die Iran via allerlei proxy's in het Midden-Oosten heeft. Laten we niet vergeten dat men niet schuwt om op Europees en op Nederlands grondgebied misdadige acties te begaan.

We zijn inmiddels anderhalve maand verder in het conflict en alle gesprekken die wij internationaal voeren, gaan over de vraag hoe er een einde kan komen aan de vijandigheden over en weer. Hoe voorkomen we het verder destabiliseren van de bredere regio en de grote gevolgen die de wereld daarvan ondervindt? Niet alleen gevolgen in Europa, maar zeker ook in het mondiale zuiden, waar de impact van de energiecrisis en de voedselcrisis nog veel groter is en ook nu al merkbaar is. De retoriek is op dit moment extreem aan het verharden. Dat zagen we de afgelopen paar dagen. De internationale gemeenschap doet er alles aan om de strijdende partijen tot enige diplomatieke gesprekken te krijgen, zodat er in ieder geval een staakt-het-vuren ontstaat en hopelijk ook een einde aan de vijandigheden kan komen. Daar is de Europese inzet in ieder geval op gericht.

Dreigementen om civiele infrastructuur aan te vallen, horen overduidelijk niet bij het internationaal recht.

Mevrouw Perin-Gopie i (Volt):

Dank aan de premier voor deze toelichting, maar ik hoor hem alleen maar praten over Iran en ik hoor hem dat veroordelen. Komt de premier ook nog toe aan het veroordelen van de daden van Israël?

Minister Jetten:

Je ziet in Iran zelf natuurlijk drie strijdende partijen: de Verenigde Staten, Israël en Iran. Je ziet ook breder in de regio een grote escalatie van dit conflict. Ik heb afgelopen week onder andere gebeld met de president van Israël en de president van Hezbollah, vanwege de grote escalatie die in Zuid-Libanon gaande is. Daardoor zijn meer dan een miljoen mensen op de vlucht en is er een dreigende langdurige bezetting van gebieden in het zuiden van Libanon. We begrijpen de behoefte om Hezbollah te bestrijden, die ook continu doelen in Israël aanvalt. Maar verdere destabilisatie van Libanon zou echt vergaande consequenties kunnen hebben voor dat land en ook voor de rest van het Midden-Oosten. Ik heb de president van Israël echt op het hart gedrukt om verdere escalatie op die plekken te voorkomen en ook daar de handreiking van de president van Libanon aan te grijpen en direct de onderhandelingen te starten, om tot een oplossing van dat deel van het conflict te komen.

Mevrouw Perin-Gopie (Volt):

De premier gaat er wel echt aan voorbij dat wat Israël in de regio doet, niet alleen gericht is op Hezbollah. Er vallen enorm veel burgerslachtoffers, zowel in Libanon als door de genocide in Gaza. Ik hoor de premier dat niet veroordelen, maar ik hoor hem alleen maar zeggen dat hij met de president van Israël heeft gesproken. Daarmee stopt Netanyahu natuurlijk niet met al zijn oorlogsmisdaden. Heeft hij dat ook veroordeeld of gaat hij dat ook nog veroordelen in Europees verband? In artikel 90 van de Grondwet staat ook dat mensenrechten internationaal bevorderd moeten worden en dat men zich ook moet uitspreken en moet handelen om genocide te voorkomen. Voor Gaza zijn we helaas al te laat hiervoor. Gaat de premier daar ook iets aan doen?

Minister Jetten:

Wat ik kan doen, is alle diplomatieke contacten die we hebben, benutten. Dat betekent dat je ook af en toe de telefoon oppakt om met regeringsleiders, met wie je het heel erg oneens bent, te bellen en de zorgen van Nederland uit te spreken. Dat geldt ook voor Gaza. Daar gaan de zorgen niet alleen over wat er de afgelopen tijd is gebeurd, maar ook over de beperkte toegang van ngo's vanwege de aangescherpte registratieplicht, de recente stemming in de Knesset over de doodstraf met discriminerend karakter en het voortgaande geweld van kolonisten op de Westbank. In de volle breedte spreken we Israël aan op zijn verantwoordelijkheid om dit soort misdaden te stoppen en zowel in Gaza als op de Westbank te zoeken naar een oplossing voor het conflict.

De voorzitter:

Tot slot, mevrouw Perin.

Mevrouw Perin-Gopie (Volt):

Is de premier ervan overtuigd dat deze methode heeft geholpen in de afgelopen drie jaar?

Minister Jetten:

Zeker niet. We zien op allerlei plekken in de wereld dat het de afgelopen jaren alleen maar heftiger is geworden. We hebben in Nederland veel debatten over Gaza gevoerd. We hebben nu veel debatten over Iran. Maar ook in Jemen, in Sudan en op allerlei andere plekken zijn er op dit moment gruwelijke oorlogen gaande. Ik ben geschoold met Fukuyama, die leerde dat de wereldgeschiedenis af zou zijn en alles beter zou worden. De realiteit is echter een andere. Dit is ook precies de reden waarom het Nederlandse kabinet wil dat Europa zich veel proactiever en assertiever gaat opstellen in de geopolitieke wereld. Nu staan we er vaak bij te kijken en zijn we te laat. Het zou goed zijn als Europa in dezen een veel steviger rol kan pakken.

De voorzitter:

De heer Rosenmöller was volgens mij eerst. Of eerst de heer Van Hattem.

De heer Van Hattem i (PVV):

Een heel klein puntje van orde voor de Handelingen in de richting van premier Jetten. Ik hoorde hem volgens mij zeggen dat hij met de president van Hezbollah had gebeld, maar ik neem aan dat hij president Aoun van Libanon bedoelt.

Minister Jetten:

Dank u wel. Dat heb ik zeker gedaan. De president van Libanon.

De voorzitter:

Dank u voor deze correctie. De heer Rosenmöller.

De heer Rosenmöller i (GroenLinks-PvdA):

Waar de reddingsboeien al niet vandaan komen!

Deelt de minister-president of het Nederlandse kabinet de opvatting van de heer Costa van de Europese Raad en van de VN dat aanvallen op energie-infrastructuur en bruggen illegaal zijn en oorlogsmisdaden zijn?

Minister Jetten:

Ja. Civiele infrastructuur hoort niet bij het internationaal recht.

De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):

Dat zijn dus oorlogsmisdaden.

Minister Jetten:

Zodra ze zijn gepleegd, moet je ze goed onderzoeken, maar in principe horen aanvallen op civiele infrastructuur niet bij oorlogshandelingen die zijn toegestaan.

De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):

De vervolgvraag is dan de volgende. Er worden oorlogsmisdaden gepleegd. U houdt een stevig pleidooi voor Den Haag als stad van vrede en recht, waarbij u ook nog eens uitgebreid spreekt over hetgeen het Nederlands kabinet al eerder gezegd heeft over de internationale rechtsorde. U pleit daarbij ook voor een stevigere Europese positie. Dan zou u er toch mee moeten beginnen om namens de Nederlandse regering een stevigere positie in Europa in te nemen? Dat is dan toch niet te rijmen met de opvatting dat u begrip heeft voor die actie? Wanneer verlaat u het begrip hebben voor de oorlog die Israël en de Amerikanen zijn gestart?

Minister Jetten:

Die vraag heb ik net al beantwoord. We zijn anderhalve maand verder in deze oorlog en we zien een grote escalatie aan beide kanten van het conflict. Een van de manco's in de afgelopen weken is geweest dat ook Europa er niet in slaagt om met één mond te spreken. Er worden wel Europese Raden belegd om tot een gezamenlijk standpunt te komen, maar vervolgens varen verschillende Europese landen toch een eigen koers. Dat beperkt voor Europa de mogelijkheden om hier diplomatiek en geopolitiek een stevigere rol te pakken dan we tot nu toe hebben kunnen doen.

De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):

Wat is dan de kwalificatie die de Nederlandse regering gebruikt in plaats van "begrip"? Is dat "veroordeling"? Wat is het?

Minister Jetten:

Het is breed. Er is sprake van een bruut Iraans regime. We kunnen er begrip voor opbrengen dat er landen zijn die zeggen dat het uitschakelen van dat regime, dat beschikt over een nucleair programma, een raketprogramma en noem het allemaal maar op, uiteindelijk beter is voor de wereld. Maar inmiddels zijn we ruim anderhalve maand verder in deze oorlog en zien we dat niet alleen de landen in de bredere regio, maar ook veel landen wereldwijd worden meegesleept in de consequenties van dit conflict. Vandaar ook de brede Europese oproep om via de diplomatieke weg te komen tot een staakt-het-vuren en uiteindelijk tot het beëindigen van de vijandigheden over en weer.

De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):

Waarom is het zo moeilijk voor u om die veroordeling uit te spreken? U lijkt het te willen zeggen, maar u komt net niet over de drempel.

Minister Jetten:

Omdat dat nogal afhangt van waar ik op moet reageren. We zouden de hele dag door kunnen reageren op berichten op social media, waarbij het nog maar de vraag is of die gaan over situaties die zich in de praktijk voordoen. Elke handeling die niet past binnen het internationaal recht moet worden onderzocht. Daar moet ook opvolging aan worden gegeven, zodat de mensen die daarvoor verantwoordelijk zijn daarover uiteindelijk ook verantwoording kunnen afleggen.

De heer Janssen i (SP):

De minister-president zegt: we zien de hele dag berichten op social media waarvan we maar moeten afwachten of die zich wel voor gaan doen. "A whole civilization will die tonight." Het is nogal een uitspraak dat je vanavond een hele beschaving gaat uitroeien. Dat is op zichzelf al een oorlogsmisdaad, als je naar de Geneefse Conventie kijkt. Het probleem is — en ik zit daar al de hele middag tegenaan te hikken, sinds die uitspraken — dat u daar volgende week met het koningspaar gezellig op bezoek gaat. Het is weliswaar een werkbezoek en geen staatsbezoek, maar als dit zich daadwerkelijk gaat voordoen, zo ongeveer op het moment dat wij dit debat, naar wij hopen, net hebben afgerond, dan is dat nogal wat. Wat voor betekenis gaat dat dan hebben? Want alleen maar zeggen "we moeten nog maar zien of zich dat gaat voordoen", vind ik nogal mager.

Minister Jetten:

Laat helder zijn dat die uitspraak van vanmiddag echt zeer zorgwekkend is en dat die totaal niet helpt om tot een oplossing te komen. Wij zijn volgende week inderdaad op werkbezoek in de Verenigde Staten. Dat biedt ook de gelegenheid om vanwege de jarenlange vriendschap die Nederland en de VS hebben, in alle duidelijkheid te zeggen wat wij vinden van de escalatie van deze oorlog, te wijzen op het belang van samenwerking binnen het NAVO-verband en op het belang ervan om Oekraïne te blijven steunen in zijn strijd tegen Rusland. Er zijn nogal wat bespreekpunten en onderwerpen, waarbij het nuttig is om elkaar ook in de ogen te kunnen kijken als je ze aan de kaak stelt.

De heer Janssen (SP):

Ik voeg deze zorgwekkende uitspraak van de minister-president dan maar toe, als de zoveelste, aan de bloemlezing die ik eerder in mijn bijdrage gaf. Mijn concrete vraag is: als dit zich voordoet, stel dat het niet blijft bij "wij houden het bij woorden alleen", dan mag ik toch hopen dat dat ook gevolgen gaat hebben voor uw plannen voor volgende week?

Minister Jetten:

Ik ga niet vooruitlopen op dingen die nog niet hebben plaatsgevonden.

Mevrouw Lagas (BBB):

In al het geweld dat plaatsvindt in het Midden-Oosten noemde u net het verhaal van Sudan even tussen de regels door. Ik vind het eigenlijk nog steeds betreurenswaardig hoe verschrikkelijk weinig Europa daarop stuurt. U deed terecht de oproep dat wij met elkaar verantwoordelijk zijn voor de veiligheid in de wereld. Wat deze mensen overkomt, is schrijnend en krijgt ontzettend weinig aandacht. Ik geef toe dat ik het vandaag in mijn bijdrage ook niet heb genoemd. Maar als we het over het totale palet van de wereldvrede hebben, dan mogen we daar echt wel wat meer aandacht aan schenken. Ik ga ervan uit dat u op grond van wat hier net is ingebracht, ook nog terugkomt op mijn oproep om alstublieft voor de veiligheid van onze Joodse mensen te gaan zorgen in Nederland, want die hebben dagelijks last van wat er in het Midden-Oosten gebeurt.

Minister Jetten:

Zeker. Ik kan dat ook nu meteen beantwoorden. Anders had ik dat straks gedaan, want ook de heer Schalk vroeg daar aandacht voor. We hebben de afgelopen weken een aantal aanvallen, aanslagen gezien op Joodse locaties: een synagoge in Rotterdam, een school in Amsterdam, afgelopen weekend ook in Nijkerk. Volstrekt onacceptabel. Dankzij heel goed werk van de politie en onze veiligheidsdiensten is een aantal van de daders of vermeende daders ook al gearresteerd en lopen er brede onderzoeken naar wie hiervan de opdrachtgever is geweest. Maar de schrik in de Joods-Nederlandse gemeenschap zit er natuurlijk heel erg in. De minister van Justitie en Veiligheid zal binnenkort beide Kamers uitgebreider informeren over de aangescherpte aanpak tegen antisemitisme en we zijn in goed overleg met burgemeesters en Joodse instellingen over de fysieke beveiliging die daar is opgeschroefd.

Ik was afgelopen week zelf nog aanwezig bij een Pesachviering in Amsterdam. Daar werd mij door de Joods-Nederlandse gemeenschap ook op het hart gedrukt "heb het nou niet alleen maar over de strijd tegen antisemitisme, die echt extreem belangrijk is, maar ga ook naast ons staan om ervoor te zorgen dat de vrije manier van het Joodse leven in Nederland er ook kan blijven. Het moet niet alleen maar gaan over de negatieve kanten; help ons ook om een vrij en volwaardig onderdeel van de Nederlandse samenleving te blijven". Dat is een oproep die ik alleen maar kan onderschrijven.

De heer Koffeman i (PvdD):

De minister-president zegt dat hij niet wil reageren op evenementen die zich niet hebben voorgedaan. Dat kan ik me voorstellen, maar er zijn ook evenementen die zich wel hebben voorgedaan. Een president dreigt namelijk een beschaving terug te bombarderen naar het stenen tijdperk, waar die volgens hem hoort. Dat heeft zich voorgedaan. Mijn vraag is of de minister-president daar consequenties aan verbindt wat betreft het bezoek aan de Verenigde Staten, het bezoek aan het Witte Huis. Er waren in 1938 natuurlijk best redenen om naar de Olympische Spelen te gaan. Je kan elkaar in de ogen kijken. Je kan misschien kijken of er wereldvrede bevorderd kan worden. Maar de uitspraken van president Trump zijn zonder precedent. Het is nog nooit in de geschiedenis gebeurd dat iemand dreigt om een complete beschaving terug naar het stenen tijdperk te bombarderen. Zegt de minister-president nu: ach, zolang het bij woorden blijft, hoef ik daar niet op te reageren? Of heeft het ook invloed op zijn voornemen om daar op bezoek te gaan met het koninklijk paar?

Minister Jetten:

Ook op dit soort woorden mag je reageren. Dat heb ik ook gedaan, hier en net buiten. Ik gaf aan dat dit soort verharde retoriek totaal niet werkt. Dit zijn gewoon onacceptabele teksten. Het onderstreept ook de noodzaak om als Europa in de samenwerking met de Verenigde Staten de Amerikanen op te blijven zoeken. We moeten ze erop aanspreken dat dit niet de weg vooruit is en dat we ervan uitgaan dat ook de Amerikanen de doelen die ze hebben in Iran op een acceptabele manier nastreven en daarbij bijvoorbeeld niet-civiele infrastructuur aangrijpen. Zo zijn er meerdere onderwerpen waarover het heel nuttig is dat we vanuit Europa richting de Amerikanen blijven hameren op het belang van de-escalatie, niet alleen in dit conflict, maar ook in andere.

De heer Koffeman (PvdD):

Er zijn inmiddels civiele doelen gebombardeerd en dat is een oorlogsmisdaad die al heeft plaatsgevonden. Ook die oorlogsmisdaad is voor de minister-president kennelijk geen reden om daar consequenties aan te verbinden en niet naar de VS te gaan, ook wat betreft het koninklijk paar. Kan de minister eens toelichten: welke oorlogsmisdaden die hebben plaatsgevonden of waarmee gedreigd is, zouden wel tot consequenties leiden?

Minister Jetten:

Nogmaals, ik ga niet op als-danvragen reageren. Nederland is wel een van de landen die financiële middelen en capaciteit bijdragen aan onderzoek naar vermeende oorlogsmisdaden, ook in Iran, zodat dit soort zaken niet onderbelicht blijven. Er wordt juist alles aan gedaan om de relevante informatie zo snel mogelijk te verzamelen, zodat daar op een gegeven moment consequenties aan kunnen worden verbonden.

De voorzitter:

Tot slot, meneer Koffeman.

De heer Koffeman (PvdD):

Maar in de tussentijd is de minister-president niet bereid om daar consequenties aan te verbinden in de vorm van een standstill. Dat had betekend: we komen even niet op bezoek als u dit soort dingen doet en met dit soort dingen dreigt. De minister-president stelt daarmee kennelijk ook het imago van de koninklijke familie in de waagschaal.

Minister Jetten:

Je moet je ook de vraag stellen in hoeverre het impact heeft als een klein land als Nederland zegt: we komen nu niet uit protest. Je kunt er ook juist wel naartoe gaan, daar aan tafel zitten, ze in de ogen aankijken en een stevig gesprek voeren over hetgeen waar je het wel en niet over eens bent. Ik denk dat dat laatste op dit moment nuttiger is. De afgelopen maanden is het al vaker gebleken dat juist het onderhouden van contact met de Verenigde Staten ervoor kan zorgen dat je weer gelijk kan komen wat betreft een aantal hele belangrijke thema's.

Mevrouw Lagas (BBB):

Ik kom nog even terug op de beantwoording van de minister-president. Het is waarschijnlijk schrijnend. Misschien ligt het aan mij gezien ik er niet expliciet een vraag over heb gesteld, maar Sudan is niet aan bod gekomen in uw antwoord.

Minister Jetten:

Excuus. Ik vond de interruptie van mevrouw Lagas van net een uitstekend voorbeeld van het feit dat we ook in dit huis, in de Tweede Kamer en als kabinet oog moeten hebben voor de vergeten conflicten. Sudan is er daar een van. Er zijn er veel meer. We doen wat mogelijk is via steun aan noodhulporganisaties en humanitaire hulp op dat soort plekken. Ik had er niet op gereageerd omdat ik uw interruptie eigenlijk uitstekend vond.

De heer Schalk i (SGP):

Ik denk dat we ongelofelijk zorgvuldig moeten formuleren. Ik ben blij dat de minister-president dat ook doet. Tenminste, zo zie ik dat, want hij neemt bijvoorbeeld geen termen over als "genocide" en dergelijke toen het zojuist ging over Israël en Gaza. Ik denk dat het heel erg belangrijk is dat wij goede vrienden goed durven aanspreken. Zo zie ik ook dat je zowel naar Israël als naar de Verenigde Staten juist een statement kunt maken door er te zijn. Vervolgens heeft de Joodse gemeenschap in Nederland enorm veel last van een aantal van deze kwesties. De minister-president zei zojuist dat hij bij hen was geweest en dat hij werd uitgenodigd, bijna uitgedaagd, mag ik wel zeggen, om naast hen te komen staan en om meer te laten zien van de wijze waarop we met elkaar zouden moeten samenleven. Heeft hij voor ons een paar voorbeelden daarvan, zodat we er een beeld bij hebben? Hoe kan de minister-president dat met dit kabinet nu doen?

Minister Jetten:

Op de eerste plaats door heel acuut, zoals dat de afgelopen weken is gebeurd, met Joodse organisaties te kijken naar de beveiliging en die op te schroeven waar dat nodig was, door ervoor te zorgen dat de veiligheidsdiensten extra alert zijn op eventuele dreigingen, maar vooral ook door met z'n allen verantwoordelijk te zijn voor de bestrijding van antisemitisme. In het gesprek dat ik op het ministerie van AZ met een tiental vertegenwoordigers heb gevoerd, waren heel veel voorbeelden van mensen die vrijwillig Holocaustlessen geven of die schoolreisjes naar Westerbork of andere plekken of allerlei dialoogbijeenkomsten organiseren in buurthuizen, op scholen en noem allemaal maar op. Die krijgen steeds vaker nee te horen: "u bent niet welkom" of "we durven het even niet aan om dit te organiseren, omdat het veel tegenreacties kan losmaken". Ik vind dan dat wij allemaal moeten opstaan om ervoor te zorgen dat dit soort belangrijke lessen en voorlichting wél kunnen doorgaan en dat het niet aan de Joodse gemeenschap wordt overgelaten om voor die aandacht te knokken, maar dat wij dat collectief doen, omdat we collectief verantwoordelijk zijn voor de bestrijding van antisemitisme en het organiseren van veel meer begrip over en weer, om een paar voorbeelden te geven.

De heer Schalk (SGP):

Dat geeft inderdaad een beeld van wat we zouden kunnen doen. De minister-president noemde zojuist een paar opvallende zaken rondom aanvallen op Israëlische instellingen enzovoort of organisaties in Nederland die banden hebben daarmee. We zien dat juist ook weer bij de Universiteit van Maastricht. Volgens mij is er in Nederland elke dag wel zoiets aan de orde. Op welke manier reageert het kabinet daarop?

Minister Jetten:

Door met onderwijsinstellingen het gesprek te intensiveren over hoe je op campussen een veilig klimaat kan organiseren en garanderen, ook voor Joodse studenten. We zijn dus ook alert op soms subtiele antisemitische uitspraken of uitingen. We staan daartegen op en spreken ons daartegen uit. De komende tijd zullen we ook een bredere dialoog organiseren met verschillende organisaties, niet alleen Joodse, maar ook organisaties van andere geloven en niet-gelovigen, omdat we als samenleving samen hiervoor verantwoordelijk zijn en betrokken zijn. Ik heb straks in het blokje binnenland nog een aantal vragen over het recht op demonstreren en een paar andere uitingen, terrorismeverheerlijking et cetera.

De heer Van Hattem (PVV):

Even een interruptie naar aanleiding van het debat zojuist, waarin een aantal leden van deze Kamer het nodig vonden om met een wapperend vingertje richting de Verenigde Staten van Amerika te wijzen en allerlei kritiek te uiten over oorlogsmisdaden en schending van het internationaal recht. Maar laten we wel wezen: het regime in Iran heeft de afgelopen dagen alleen al heel veel jonge vrijheidsstrijders geëxecuteerd, opgehangen, ontvoerd en op een verschrikkelijke manier van kant gemaakt. Ik noem enkele namen die ik voorbij zag komen: Ali Fahim, 23 jaar, opgehangen, Amirhossein Hatami, geëxecuteerd, mevrouw Ghasemi, 26, ontvoerd, en Melika Azizi, 18, geëxecuteerd. Dat is het regime in Teheran waar we mee te maken hebben. Mijn vraag aan de minister-president is dan als volgt. Als we hier allemaal kritiek op de VS horen, moet die kritiek dan niet juist gericht zijn op het regime in Iran? Daar zitten namelijk de echte barbaren. Zulke barbaarsheid zit toch al onder het niveau van het stenen tijdperk? Is de minister-president bereid om zich daar ook duidelijk over uit te spreken?

Minister Jetten:

Zeker. Het Iraanse regime is al decennialang de brute onderdrukker van de eigen bevolking. Het wordt er op dit moment ook niet beter op. Tegelijkertijd heb ik ook wel de vrees dat de democratische krachten in Iran niet per se geholpen zijn bij de situatie waar het land zich nu in bevindt. Dit Nederlandse kabinet heeft zich daarom ook ten doel gesteld om in Europa echt het voortouw te nemen in extra sancties en maatregelen tegen het Iraanse regime, tegen de Revolutionaire Garde, tegen kopstukken van het Iraanse regime en ook om Iraanse oppositiekrachten in het land te steunen. De enige weg naar een vrij en democratisch Iran loopt uiteindelijk namelijk via de Iraanse bevolking zelf en niet via luchtaanvallen.

De heer Van Hattem (PVV):

Dat is in ieder geval een duidelijk statement. De opstandelingen in Iran zeggen zelf dat zij juist ook die militaire aanvallen nodig hebben om dit regime op de knieën te kunnen krijgen. Ze staan erachter dat desnoods de civiele infrastructuur vernietigd wordt en die bruggen worden aangevallen. Is de minister-president het ermee eens dat als die oproep er vanuit de democratische krachten in Iran komt, die ook steun verdient in plaats van veroordeling?

Minister Jetten:

Toch denk ik dat het iets genuanceerder ligt. Ik heb een paar weken geleden gesprekken gehad met verschillende vertegenwoordigers van de Iraanse gemeenschap in Nederland, met mensen die daar in de oppositie actief zijn. Die gemeenschap is net zo divers als dit huis. Binnen de Iraanse gemeenschap heb je mensen die de aanvallen wel steunen en mensen die de aanvallen hard veroordelen, omdat er verschillende beelden zijn over de route naar de bevrijding van het Iraanse volk.

Voorzitter. Er zijn ook een aantal vragen gesteld ten aanzien van Defensie. Voor de zomer ontvangt uw Kamer de Defensienota, waarin we zullen aangeven hoe we de komende jaren het extra budget voor Defensie zullen inzetten. Dat is allereerst gericht op het voldoende invulling kunnen geven aan de NAVO-taken en de nationale taken. We hebben daarbij goed oog voor de huidige maar ook de mogelijke toekomstige dreigingen en voor het type krijgsmacht dat bij die moderne bedreigingen hoort. Dat betekent dat we op een gegeven moment ook de NAVO-norm van 3,5% zullen vastleggen in wetgeving. Het doel daarvan is de continuïteit van de NAVO-uitgaven, want uiteindelijk kan een defensieorganisatie alleen plannen maken voor de weerbaarheid op de lange termijn als er over een kabinetsperiode heen ook zekerheid is over de voornemens. Zodra dat wetsvoorstel af is, zal dat natuurlijk eerst aan de Tweede Kamer worden verzonden. Ik denk dat de minister van Defensie het daarna ook met liefde in deze Kamer komt verdedigen.

Alleen meer geld is daarbij onvoldoende. We zullen ook echt moeten kijken naar het opschalen van de Europese defensie-industrie, zodat we ook hier in eigen land en op het eigen continent meer van de spullen die we nodig hebben zelf kunnen produceren. Samen met Europese partners investeren we daar fors in, bijvoorbeeld door bij aanschaf te zoeken naar Europese leveranciers en door een deel van het budget in te zetten voor innovatie binnen de Europese defensiesector. We zoeken daarin ook de samenwerking met andere Europese landen, zoals het Verenigd Koninkrijk en Finland. De minister van Financiën heeft daar persoonlijk nog een belangrijke rol in vervuld door juist ook de ministers van Financiën bij elkaar te brengen om gezamenlijke afspraken te maken over hoe je Europees defensiegeld zo effectief en efficiënt mogelijk kan inzetten om de Europese defensieketens de komende jaren verder op te schalen. De komende tijd zal misschien het type aankopen dat je doet ook veranderen. Een aantal van u heeft ook gezegd: vroeger wist je zeker dat je heel veel tanks nodig had, maar inmiddels zijn dat ook meer en meer drones en andere innovaties, die heel snel gaan. Nederlandse bedrijven spelen daarin al een hele belangrijke rol, bijvoorbeeld in de toelevering aan Oekraïne. We hebben recentelijk ook afspraken gemaakt met Oekraïne om gezamenlijk de Nederlandse en Oekraïense industrie op te schalen in beide landen, zodat we daarin ook minder afhankelijk zijn van inkoop van buiten de EU.

Als je vol inzet op de opschaling van defensie, dan moet je ook zorgen dat de diplomatieke kant wordt versterkt, zoals velen van u in dit debat hebben aangegeven. Dat is ook de reden dat we het postennetwerk van BZ de komende tijd weer gaan versterken. De ministers van BZ en BuHa-OS zullen u binnenkort informeren over de keuzes die daarbij worden gemaakt. Ik zeg weer richting mevrouw Lagas dat er ook heel nadrukkelijk wordt gekeken hoe je dat postennetwerk zo over de wereld kan verdelen dat je ook bij conflicten die minder aandacht krijgen, je verantwoordelijkheid en je rol kan pakken. In het coalitieakkoord hebben ook afgesproken om weer een stap te zetten in de richting van de internationale OESO-norm als het gaat om de OS-uitgaven. Ik hoor de zorgen die er bij een aantal fracties zijn, onder andere geuit door de SGP, de ChristenUnie en het CDA. We zullen de komende tijd goed kijken hoe we het extra geld, dat we in ieder geval vanaf 2027 in de OS-begroting hebben, zo goed mogelijk kunnen inzetten.

De begrotingen die u hier nog gaat behandelen, zijn de begrotingen die nog door het demissionaire kabinet naar de Kamer zijn gestuurd. Het was daardoor voor leden van dit kabinet niet altijd de makkelijkste klus om die begroting in de Tweede Kamer te verdedigen. Dat zal ook hier in de Eerste Kamer het geval zijn. Ik denk dat een aantal van u er terecht op heeft gewezen dat de wijze waarop de BHOS-begroting in de Tweede Kamer is behandeld geen schoonheidsprijs verdient en dat het kabinet extra zijn best zal moeten om constructief en transparant met uw Kamer deze begrotingsbehandeling ter hand te nemen wanneer die, later dit voorjaar, hier wordt geagendeerd.

Dan zijn er nog een aantal vragen over de EU-samenwerking.

De voorzitter:

Eerst is mevrouw Van Bijsterveld.

Mevrouw Van Bijsterveld i (JA21):

Het is fijn dat de minister-president aangeeft dat de manier waarop de begroting BHOS is behandeld, niet de schoonheidsprijs verdient. Ik heb in mijn bijdrage wel expliciet gevraagd om een reflectie op het vertrouwen. Ik zou het toch wel goed en belangrijk vinden dat de minister-president daar nog iets duidelijker op reflecteert.

Minister Jetten:

Ik vind het heel verstandig dat de minister afgelopen week gesprekken heeft gevoerd, en dat deze week ook nog doet, met een aantal leden van de Tweede Kamer, waaronder uw partijgenoot, om even terug te blikken op de begrotingsbehandeling, dat debat dat heeft plaatsgevonden, de stemmingen en de nasleep, met de Kamerbrief die nog is verzonden. Ik heb begrepen dat beide heren het als een heel constructief gesprek hebben ervaren en ook hebben afgesproken om in het vervolg van de samenwerking vooral veel eerder in het proces veel explicieter naar elkaar toe uit te spreken wat er van de ander wordt verwacht. Ik denk dat hierbij een aantal zaken te impliciet zijn geweest en dat dat ook tot onnodige verrassingen heeft geleid. Dat kan niet de bedoeling zijn, want wij zullen als kabinet extra ons best moeten doen om steeds hele heldere afspraken te maken, ook met niet-coalitiepartijen.

De heer Schalk (SGP):

Toch maar even heel expliciet dan. De begroting waar het over gaat, wordt hier nog behandeld. Er is een voornemen van minister Sjoerdsma geventileerd en daar wordt dus over gesproken, maar trekt hij dat voornemen nu in?

Minister Jetten:

Daarover loopt ook nog een debat in de Tweede Kamer. Er is volgens mij morgen of overmorgen een voortzetting van het commissiedebat Humanitaire Hulp dat vorige week heeft plaatsgevonden. Ik denk dat het goed is om dat af te maken. We zien wel ook breed het verzoek om meer te doen op het gebied van humanitaire hulp op allerlei plekken in de wereld. Daar hebben we in het coalitieakkoord ook extra geld voor uitgetrokken. De minister is op zoek naar de beste manier om dat extra geld in te zetten en ook om de meest kwetsbare mensen echt effectief te kunnen bereiken.

De heer Schalk (SGP):

Natuurlijk helemaal akkoord met die extra gelden voor de humanitaire hulp, maar het zou een geweldig moment zijn om het vertrouwen te herwinnen als je zo'n vreemde route herstelt. Mag ik dan aan de minister-president vragen of hij misschien het verzoek uit deze Kamer wil overbrengen aan minister Sjoerdsma om in dat volgende debat te zoeken naar een oplossing voor dit vreemde probleem?

Minister Jetten:

Ik zal dat overbrengen. Wellicht kan dat dan meteen betrokken worden bij de voortzetting van het commissiedebat in de Tweede Kamer.

De voorzitter:

Ik zie een punt van orde van de heer Janssen.

De heer Janssen (SP):

Even een punt van orde, omdat de heer Schalk "het verzoek van deze Kamer" zegt, maar het gaat om een aantal leden van deze Kamer en een deel van deze Kamer. Het is niet een verzoek van deze Kamer.

Minister Jetten:

Ik zal overbrengen dat het gaat om gevoelens van enkele Kamerfracties.

Mevrouw Huizinga-Heringa i (ChristenUnie):

De minister-president heeft al begrepen dat mijn fractie niet alleen erg voor het herstellen van de koppeling is, maar ook voor het niveau van 0,7%, de OESO-norm, die misschien wel nooit gehaald is, maar wel een heel mooi streven is. Mijn vraag gaat over het volgende. In verband met deze toch wat ongelukkige gang van zaken rond minister Sjoerdsma heb ik gevraagd of de minister-president wil reflecteren op de rol van het coalitieakkoord. Komt hij daar nu op terug of op een ander moment?

Minister Jetten:

Dat kan ik ook nu meteen doen. In het coalitieakkoord zijn afspraken gemaakt tussen drie partijen, die zich heel goed realiseren dat ze 66 zetels hebben in de Tweede Kamer. Als minister ben je dus regelmatig aan de gang om dat coalitieakkoord uit te werken in beleid, in wet- en regelgeving, in nieuwe begrotingen, maar zul je zaken moeten doen met een of meerdere fracties in het parlement, om daar uiteindelijk voldoende steun voor te krijgen. Dat betekent dat je soms ook voornemens uit het coalitieakkoord zult moeten bijstellen om je te kunnen verzekeren van die steun. Het gaat daarmee om hele heldere afspraken tussen drie fracties, maar het is vanuit daar wel aan de bewindslieden om in de Kamer op zoek te gaan naar voldoende steun.

Mevrouw Huizinga-Heringa (ChristenUnie):

Ik ben blij met dit antwoord, want door de gedragingen van minister Sjoerdsma kwam bij mijn fractie in elk geval de gedachte op dat uiteindelijk altijd teruggegaan wordt naar het coalitieakkoord, wat voor afspraken je ook maakt. Ik hoor de minister-president nu zeggen dat dat coalitieakkoord er ligt, maar dat wanneer er met partijen afspraken worden gemaakt voor steun, het kan zijn dat de afspraken in dat akkoord veranderen. Die blijven dan. Die gaan niet op een gegeven moment toch weer terug. Die afspraken blijven dan staan.

Minister Jetten:

Ja, dat klopt.

De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):

De minister-president zegt dat dit niet de schoonheidsprijs verdient, maar dat leidt tot allerlei vervolgvragen. Waarom kost het de minister zelf of u nou eigenlijk zo veel moeite om te zeggen: dat was fout; sorry, dat gaan we niet meer doen en het zelfstandig naamwoord "een Sjoerdsmaatje" gaat niet Van Dale halen?

Minister Jetten:

Daar heb ik vorige week ook al op gereflecteerd. De minister beoogde met die Kamerbrief voorafgaand aan het commissiedebat Humanitaire Hulp volledig transparant te zijn voor de Tweede Kamer over voornemens die hij had, omdat hij de Kamer niet in dat commissiedebat daarmee wilde verrassen. Dat voornemen heeft duidelijk niet het gewenste effect gehad, want het leidde alleen maar tot meer verwarring en onrust. Daarover is de Tweede Kamer nog volop in debat.

De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):

Ik zou u willen meegeven dat als zoiets nog een keer gebeurt, onbedoeld, een fout gewoon een fout is. Die kan je maken. Dan is het volgens mij in de Tweede Kamer of in de Eerste Kamer: zand erover. Dan gaan we gewoon weer verder. Mijn inhoudelijke vraag is de volgende. We krijgen die begroting nog hier; we hadden het er zojuist al eventjes over. Is er bij het kabinet nog ruimte te vinden om op het terrein van de ontwikkelingssamenwerking een stap te zetten, opdat daarmee het aannemen van die begroting kansrijker wordt?

Minister Jetten:

In algemene zin geldt dat we als kabinet duidelijke financiële afspraken met elkaar hebben gemaakt en dat we er ook samen verantwoordelijk voor zijn om het totaalpakket van de begrotingen netjes gedekt door beide Kamers aangenomen te krijgen. Als er een noodzaak is tot aanpassing van die begrotingen, moet dat dus wel over het totale geheel worden bezien. Over de begrotingen is afgelopen week in de Tweede Kamer gestemd. Die worden nu hier ter hand genomen. We gaan natuurlijk — niet alleen ikzelf en de minister van Financiën maar ook alle vakministers — onze uiterste best doen om daar hier voldoende steun voor te krijgen. Wellicht behoeft dat voor een begroting of enkele begrotingen nog aanpassingen.

De heer Koffeman (PvdD):

De minister-president verwijst naar de Defensiebegroting, die hier over een aantal maanden komt. Vandaag is een nieuw Patriotsysteem aangeschaft voor een miljard. Kan de minister-president aangeven of dat gebaseerd is op de oude begroting of op de nieuwe begroting, die er nog aan komt? Kan de minister-president ook aangeven in hoeverre dit past in ons streven om minder afhankelijk te worden van de Verenigde Staten? En kan hij ook aangeven in hoeverre dit past in de nieuwe manier van oorlogsvoering, waarin drones en cybersecurity een veel belangrijkere rol spelen dan luchtafweersystemen?

Minister Jetten:

Van achteren naar voren: drones en cybersecurity worden steeds belangrijker. Nederland is daar ook goed in, zowel vanuit onze diensten als vanuit een hele hoop bedrijven. Dus we zijn volop aan het kijken hoe we dat verder kunnen versterken en kunnen opschalen, niet alleen qua technologische ontwikkeling, maar ook qua productiefaciliteiten in Nederland. Maar we weten ook dat sommige systemen zeker in de komende jaren cruciaal zullen zijn in de luchtverdediging in dit geval. De Patriotsystemen zijn niet alleen in Oekraïne, maar ook op veel andere plekken nu echt onmisbaar. Nederland speelt ook een grote rol in het verdedigen van de oostflank van de NAVO, onder andere door de inzet van Patriots. Voor een aantal van deze systemen geldt ook dat het verstandig is om nu heel vroeg de eerste contracten te sluiten en bestellingen te plaatsen, om zeker te weten dat we de komende jaren op tijd dit soort materieel geleverd krijgen tegen ook acceptabele prijzen. Vandaar ook de aankondiging die volgens mij de staatssecretaris van Defensie vandaag heeft gedaan. Dat past in het langetermijninkoopbeleid van het ministerie.

De heer Koffeman (PvdD):

Maar dat gaat dus over de nieuwe begroting die er over een paar maanden komt.

Minister Jetten:

Dat klopt. Ja.

De heer Van Rooijen i (50PLUS):

Heb ik goed verstaan dat u zei dat er met de begrotingsbehandeling hier, rondom ontwikkelingssamenwerking, eventueel een aanpassing komt? Als u dat zou bevestigen, betekent dat dan dat u eventueel afhankelijk van het verloop van het debat een toezegging doet voor een novelle, dat de begroting wordt aangenomen en dat u die novelle toezegt of dat er eerst nog een novelle moet komen voordat de begroting wordt aanvaard? Wat bedoelde u met een eventuele aanpassing?

Minister Jetten:

Nee, ik had het in generieke zin over de manier waarop je als kabinet aan de slag gaat om begrotingen ook door de Eerste Kamer aangenomen te krijgen. Het is ook aan de ministers om nu eerst op te halen hoeveel steun er daarvoor in dit huis te vinden is. Daarna zullen we dat in het kabinet hernemen met elkaar. Maar ik ga er ook van uit dat elke minister zijn uiterste best doet om voor de begrotingen van het demissionaire kabinet, zoals we die nog hebben verdedigd, een meerderheid te behalen.

Voorzitter. Tot slot een paar vragen over de EU in relatie tot uitbreiding. Het kabinet hecht aan de Kopenhagencriteria, zoals die tot nu toe altijd leidend zijn geweest bij het uitbreidingsproces. Tegelijkertijd weten wij ook dat als er de komende jaren veel nieuwe EU-lidstaten bij kunnen komen, dan ook het hervormen van de Europese instituties relevant is, zodat ze ook efficiënter en effectiever kunnen opereren. Wij zijn een groot voorstander van die versterkte slagkracht van Europa. Een kleinere Europese Commissie zou hier ook aan kunnen bijdragen. Daar vroeg de heer Walenkamp ook naar. Bij vergaande uitbreiding van de EU wordt door een automatische uitbreiding van de Europese Commissie namelijk de slagkracht in Brussel niet per se vergroot.

Die vraag werd ook gesteld naar aanleiding van Oekraïne. Het is door een enkeling van u ook genoemd in de eerste termijn. De Russische oorlog in Oekraïne is op dit moment ook de grootste bedreiging van de Europese veiligheid. Al jaren vechten de Oekraïners niet alleen voor hun eigen veiligheid en vrijheid, maar ook voor Europese normen en waarden. Dat is de reden waarom dit kabinet Oekraïne ook onvoorwaardelijk blijft steunen. Dat is ook de reden waarom we de samenwerking met de Amerikanen en andere bondgenoten blijven zoeken, omdat dat cruciaal is om de Oekraïners overeind te houden zolang de Russische agressie voortduurt.

Voorzitter. Dan het blok financiën en sociale zekerheid. Mevrouw Klip-Martin stond uitgebreid stil bij de noodzaak om na te blijven denken over hoe we op termijn onze mooie Nederlandse sociale voorzieningen houdbaar en betaalbaar kunnen houden voor iedereen. Onze samenleving wordt gelukkig steeds ouder, steeds gezonder ouder, maar we zien ook dat bijvoorbeeld de arbeidsproductiviteit achterblijft. Dat zet druk op onze sociale zekerheid en op de toegankelijkheid van de zorg en andere vormen van ondersteuning. Daarom moeten we onszelf nu ook de vraag stellen wat we kunnen doen om dit ook in de toekomst van goede kwaliteit te houden tegen een acceptabele prijs. We hebben daar als coalitiefracties in het akkoord een aantal vergaande ambities over afgesproken, die ook al veel los hebben gemaakt sinds de presentatie van het coalitieakkoord en het debat over de regeringsverklaring in de Tweede Kamer. Ook vandaag stonden verschillende fracties daar uitgebreid bij stil, in het bijzonder bij de voorgenomen AOW-verhoging.

Ik ben het met de heer Rosenmöller eens dat de AOW een belangrijke verworvenheid is in Nederland. Dat is iets wat we met elkaar moeten koesteren inderdaad. Er zijn in het verleden afspraken gemaakt over hoe we de AOW op termijn betaalbaar kunnen houden. Het kabinet had in het coalitieakkoord het voornemen om de koppeling met de stijgende levensverwachting een-op-een te maken met de AOW-leeftijd. Maar na kritiek vanuit de sociale partners en in de Tweede Kamer heeft het kabinet besloten om een pas op de plaats te maken, omdat we grote waarde hechten aan de rol en de positie van de sociale partners en het overleg dat we met hen voeren. We willen met de motie-Stoffer in de rug dit moment gebruiken om met hen te bekijken welke alternatieven er zijn voor dit voornemen uit het coalitieakkoord. Mevrouw Huizinga vroeg dat net perfect getimed. We zullen inderdaad moeten kijken of we voldoende steun kunnen krijgen voor voornemens uit het coalitieakkoord of niet.

Het overleg met vertegenwoordigers van verschillende bonden en werkgevers heeft in de tweede week plaatsgevonden in het Catshuis en is daarna van de zijde van de bonden opgeschort. Het kabinet heeft zich daartoe verhouden door aan te geven dat we nu niet actief aan de slag gaan met het uitwerken van wetgeving en dat we eerst verdere gesprekken met de sociale partners willen voeren. Op dit moment vinden er allerlei kennismakingsgesprekken plaats, ook met een aantal van de nieuwe voorzitters die zijn aangekondigd. Dat zijn nog geen formele onderhandelingen vanwege het signaal dat we vanuit de vakbonden hebben gekregen.

De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):

Ik weet niet of de minister-president klaar was met het blokje AOW, maar ik wil misschien toch maar even de kernvraag stellen. Bent u als kabinet bereid om het voorstel in te trekken? Dat is niet alleen noodzakelijk om het overleg met de sociale partners weer op gang te brengen. Ook hier is er geen meerderheid voor.

Minister Jetten:

Ik heb ook vandaag hier, in dit huis, de kritiek daarop gehoord. Er is nu niks om in trekken, want er is geen uitgewerkt wetsvoorstel. Wij hebben een afspraak in het coalitieakkoord waarvan we heel duidelijk als kabinet hebben aangegeven dat we er nu niet mee aan de slag gaan om die afspraak om te zetten in een concreet wetsvoorstel, vanwege de kritiek die er in de Tweede en Eerste Kamer is, en vanwege de reactie van de sociale partners. Zij hebben aangegeven: natuurlijk willen we als sociale partners na blijven denken over hoe we de arbeidsmarkt voor iedereen toegankelijk houden, hoe we ervoor zorgen dat heel veel mensen die nu aan de zijlijn staan, beter kunnen meedoen en hoe we ook op termijn de AOW-voorziening voor iedereen goed en toegankelijk kunnen houden, maar daar heeft u als coalitie nu onvoldoende over nagedacht. Daarom maken we dus die pas op de plaats en voeren we daarover nu gesprekken. Dat zal ertoe leiden dat de twee ministers van Sociale Zaken richting de zomer met nieuwe voorstellen zullen komen.

De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):

Dit lijkt een beetje een flauw woordenspel te worden. "Er is niks om in te trekken." Er staat wel degelijk iets in het coalitieakkoord en er staat ook iets in de financiële bijlage, namelijk dat het 2,7 miljard moet opleveren. Het is het een of het ander. Mijn vraag is: bent u het eens met datgene wat uit mijn interruptiedebat met collega Van Meenen bleek, namelijk dat je er maar beter vandaag of morgen mee kan stoppen als er geen meerderheid voor is? Bent u bereid om, gegeven het feit dat er geen meerderheid is, vandaag of morgen te stoppen met dit voorstel, het uit de boeken te halen en dat als bijdrage te zien aan een betere verhouding met deze Kamer en aan goed overleg met sociale partners? Die heeft u de komende weken en maanden namelijk echt nodig.

Minister Jetten:

Dat overleg met sociale partners, niet alleen op het punt van de AOW, maar ook over een aantal andere zaken, is van groot belang. Kijk alleen al naar de WIA en de grote problemen die daar nu in de uitvoering zijn. Die zijn niet alleen van het kabinet, ongeacht de kleur van het kabinet; dat zijn sociale voorzieningen die ook deels van de sociale partners zijn, omdat zij daar met elkaar afspraken over maken en daar samen geld voor inleggen. Dan moet je daarin ook gezamenlijk tot afspraken komen. De Tweede Kamer heeft zich met de motie-Stoffer al heel helder uitgesproken. Daarin stond namelijk de opdracht aan het kabinet om alternatieven te bekijken: als je erkent dat de stijgende levensverwachting druk zet op de AOW, dan zijn er andere manieren om je daartoe te verhouden dan met een harde een-op-eenkoppeling. Ik vind het belangrijk om dat in de komende tijd samen met de sociale partners verder uit te werken en ook niet-coalitiepartijen te betrekken bij de alternatieven die we voor ons zullen zien. Op dit moment wordt er dus niet actief gewerkt aan die een-op-eenkoppeling.

De voorzitter:

Tot slot, meneer Rosenmöller.

De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):

Tot slot trek ik de conclusie dat er ook niet actief gewerkt wordt om het voornemen uit het coalitieakkoord in te trekken, van tafel te nemen, weg te nemen, uit de boeken te halen. Dat is namelijk noodzakelijk voor het overleg met de bonden en het herstel van het vertrouwen, en dat in een situatie waarin we veel met elkaar spreken over samenwerken en over draagvlak zoeken. Dit is voor ons een aangelegen punt en dat geldt voor meerdere fracties in deze Kamer. Waarom kost het nou zo veel moeite om die stap nu te zetten, terwijl u, denk ik, ook in uw achterhoofd weet dat dit voorstel nooit de eindstreep gaat halen? Ik kan straks een motie indienen en daar gaan vervolgens 40, 45 of misschien wel 50 Kamerleden voor stemmen, maar ik heb eigenlijk veel liever dat u een toezegging doet. Dan zijn we ervan af en kunnen we gewoon weer verder.

Minister Jetten:

Het is duidelijk dat in zowel de Tweede als de Eerste Kamer het middel an sich niet op een meerderheid kan rekenen, maar dat wel heel veel partijen het doel delen: met de stijgende levensverwachting en de afnemende arbeidsproductiviteit moet er wel degelijk wat gebeuren om de sociale zekerheid ook op de lange termijn betaalbaar en toegankelijk te houden. Dat dwingt ons dus ook om te kijken via welke alternatieve routes dat zou kunnen worden vormgegeven. Dat is precies waar we mee bezig zijn naar aanleiding van het debat dat we daarover in de Tweede Kamer hebben gevoerd. Mocht hier vanavond een Eerste Kamermotie worden aangenomen, dan zullen we ons daar uiteraard ook toe verhouden bij het verdere werk dat de minister van Sociale Zaken doet.

Mevrouw Huizinga-Heringa (ChristenUnie):

Dit plan, dat in het coalitieakkoord is opgeschreven en ook in de financiële bijlage is verwerkt, heeft de bonden ongelofelijk tegen dit kabinet in het harnas gejaagd. Nou hoor ik u steeds zeggen: we gaan met iedereen overleggen; we gaan met de bonden overleggen. Die zijn bij ons geweest — ik denk bij iedereen — en zeggen gewoon: wij gaan niet meer aan tafel. Hoe wilt u die verhouding nu herstellen als u niet bereid bent om hier op verzoek van de heer Rosenmöller te zeggen: wij trekken dat hele plan eens even van tafel en dan gaan we rustig met elkaar kijken hoe we het wél oplossen?

Minister Jetten:

Ik heb in het overleg met de sociale partners ook aangegeven dat we deze weken heel veel gesprekken voeren over een arbeidsmarkt waarin iedereen mee kan doen en om beter te begrijpen waar nou bij werkgevers en werknemers de grootste zorgen zitten wat betreft onze sociale zekerheid. Ik proef heel veel bereidheid bij werkgevers en werknemers om elkaar te begrijpen. Wat hebben ondernemers nodig om meer mensen aan te nemen en meer zekerheid te bieden? Wat hebben vakbonden nodig om werknemers op onze arbeidsmarkt goed te beschermen en bij te staan? U mag van het kabinet verwachten dat de direct betrokken ministers in de loop van het voorjaar de sociale partners ook weer tegemoet zullen treden met nieuwe voorstellen voor hoe we denken uit deze impasse te kunnen komen.

Mevrouw Huizinga-Heringa (ChristenUnie):

Ik vind het mooi dat de minister dit zegt, maar wat ik begrepen heb van FNV en CNV is dat zij hebben gezegd: wij gaan gewoon niet meer aan tafel. U zegt: wij voeren gesprekken over waar de pijn precies zit. Dat zou heel mooi zijn. Zo had u ook moeten beginnen. Maar die gesprekken met FNV en CNV lopen op niks uit. Hoe wilt u deze bonden weer aan tafel krijgen als u tegelijkertijd — ik herhaal mezelf — zegt: maar we gaan de AOW-maatregel nu niet helemaal van tafel halen om gewoon samen met elkaar dat gesprek te kunnen voeren. Ik heb het over het gesprek zoals u zegt dat het gevoerd wordt: "Waar zit de pijn? Hoe zou het moeten? Hoe kunnen we de problemen oplossen?"

Minister Jetten:

Om tot formele onderhandelingen met de sociale partners te komen, zal het kabinet een nieuw voorstel op tafel moeten leggen. Dat is inderdaad helder. Dat zullen we op een gegeven moment dus ook doen.

Mevrouw Huizinga-Heringa (ChristenUnie):

Dan kan ik u vast melden dat wij als Eerste Kamer u daar waarschijnlijk wel bij gaan helpen.

De heer Van Rooijen (50PLUS):

In de motie-Stoffer ging het over verzachten en kijken naar alternatieven. De minister-president spreekt ook over alternatieven, met name voor als hij niet met een voorstel komt om de leeftijd te verhogen. Ik zie de bui al hangen. Kan de minister-president 50PLUS klip-en-klaar toezeggen dat er dan niet wordt gekeken naar ontkoppeling van de AOW, ook niet als het minimumloon extra zou worden verhoogd, en dat hij niet gaat fiscaliseren? Ik heb het over de oude Bosbelasting. Fiscalisering van de AOW betekent dat er alleen 18% over de laagste pensioenen wordt geheven, tot €20.000. Iemand die een pensioen van €40.000 heeft, betaalt alleen over die €20.000. Dat is niet erg solidair. Maar kunt u klip-en-klaar toezeggen dat als dit plan niet wordt ingediend of als het verzachtingen worden en er dus een budgettair gat is, dat niet gedekt zal worden over de rug van de AOW'ers door hun AOW-uitkering niet of minder te verhogen of ze belasting te laten betalen, terwijl ze al 40 jaar premie hebben betaald? Ik vraag een klip-en-klaar antwoord.

Minister Jetten:

Dat was de volgende vraag in mijn antwoordenset, maar nee, dat kan ik u niet toezeggen, want we zijn naar alle alternatieven aan het kijken. Ik denk dat dat ook eerlijk is. Als we met elkaar erkennen dat we door de op termijn — we hebben het over na 2034 — stijgende levensverwachting de zorg hebben dat de AOW op een gegeven moment niet meer goed houdbaar is in deze vorm, dan moeten we kijken: hoe kan het dan wel? Die pas op de plaats — er ligt geen voorstel op tafel — betekent dus ook dat we allerlei andere opties daarvoor in kaart brengen, met de voor- en nadelen, zodat we daar gezamenlijk een goede keus in kunnen maken. Het heeft geen zin om nu op voorhand andere opties weg te gaan strepen.

De heer Van Rooijen (50PLUS):

Dit is een duidelijk antwoord. De minister-president zegt namens het kabinet dat als de AOW-leeftijd niet wordt verhoogd, hij naar alternatieven gaat kijken — er is namelijk een budgettair gat — en dan niets uitsluit. U mag van 50PLUS weten dat wij die brug nooit over zullen gaan.

De voorzitter:

Helder.

Minister Jetten:

Ja, dat is helder. Ik ga het op expertise ook niet winnen van de heer Van Rooijen, denk ik

Mevrouw Lagas (BBB):

Ik hoorde iets interessants in het debat dat hier net gevoerd werd over de AOW. U gaf aan dat de sociale partners een nieuw voorstel nodig hebben, omdat ze er niet mee akkoord zijn gegaan en er ook nogal wat weerstand is hier in de Eerste Kamer. Daarom heeft u dat on hold gezet. U komt met een nieuw voorstel. Dat heeft te maken met het overleg met de partners. Mag ik daaruit concluderen dat de mogelijkheid tot overleg geldt voor alle partners, in welke sector dan ook, en dat u die op dezelfde manier behandeld? "Niet akkoord" betekent dus een nieuw voorstel. Heb ik dat goed van u begrepen?

Minister Jetten:

Ik ben wel benieuwd waarnaar u op zoek bent. Met de sociale partners hebben we gewoon formele overleggen, in de Stichting van de Arbeid en breder in de SER, waar vaste partners aan tafel zitten. Wat ik de afgelopen anderhalve maand heb geproefd, is dat eigenlijk heel breed zorgen leven over de teruglopende arbeidsproductiviteit, steeds meer mensen die aan de kant staan op de arbeidsmarkt, grote uitvoeringsproblemen bij het UWV, ondernemers die het moeilijk vinden om mensen aan te nemen vanwege loondoorbetaling bij ziekte et cetera, et cetera. In die volle breedte is er volgens mij een brede wens om tot een groot sociaal akkoord te komen tussen kabinet en polder. Op andere onderwerpen zoeken we ook de samenwerking op. We werken met medeoverheden aan een bestuursakkoord. Daar kom ik straks op. We gaan met landbouw- en natuurorganisaties op zoek naar steun voor de stikstofaanpak.

Mevrouw Lagas (BBB):

Maar u kent geen twee soorten partners. Dat begrijp ik uit uw antwoord.

Minister Jetten:

Binnen de Stichting van de Arbeid is er een vast aantal partners dat een plek aan tafel heeft.

Mevrouw Lagas (BBB):

U loopt een beetje weg bij mijn vraag. U overlegt met meerdere sectoren in het land. Die zijn vaste partners van het kabinet. En of dat dan ergens geregeld is … U heeft regelmatig overleg met allerlei partners waar u graag informatie van krijgt en waarmee u tot een oplossing komt. Mijn vraag is heel simpel, in het kader van de behandeling zoals dat nu met de sociale partners gaat: zijn alle partners voor u gelijk?

Minister Jetten:

In principe wel.

Mevrouw Lagas (BBB):

Dank u wel, ik weet genoeg.

Minister Jetten:

Oké. We hebben in deze interrupties al een deel hiervan gehad. Naast vragen over de AOW waren er natuurlijk ook vragen over een aantal voornemens van het kabinet, bijvoorbeeld het verlagen van het maximumdagloon. Onder anderen de heer Rosenmöller vroeg daarnaar. Het maximumdagloon is de afgelopen jaren hard gestegen, ook door de koppeling met het minimumloon, dat flink is verhoogd. Dat is maar goed ook, want daar liep Nederland in achter. Maar wij hebben in de formatie de conclusie met elkaar getrokken dat, als je een aantal hervormingen wilt doorvoeren op het sociaal domein, de verlaging van het maximumdagloon eigenlijk de meest eerlijke manier is, omdat je dan met name de lagere inkomens en de middeninkomens daarbij ontziet. De verlaging van het maximumdagloon kan in de uitwerking ook wel ongewenste consequenties hebben, onder andere voor verlofregelingen en de positie van vrouwen op de arbeidsmarkt. Dat kan niet de bedoeling zijn, dus bij de uitwerking van die coalitievoornemens zal in dit geval de minister van Werk en Participatie bekijken hoe hij met een goed voorstel kan komen waar ook de zorgen van de Eerste en Tweede Kamer in worden meegenomen.

Voorzitter. In de inbreng van een aantal fracties ging het ook over box 3. De hervorming van box 3 is een langslepend en belangrijk dossier, waarbij, zo constateerde ik, in de Tweede Kamer eigenlijk geen enkele fractie stond te springen bij de oplossing die we hebben gevonden, die wel de best mogelijke oplossing was binnen de huidige mogelijkheden. Tegelijkertijd kijken we als kabinet natuurlijk wel naar mogelijkheden om dat wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3, dat nu in uw Kamer ligt, verder te verbeteren. Op 17 maart heeft uw Kamer met de staatssecretaris van Financiën gesproken. Het was volgens mij een kennismakingsgesprek, maar de staatssecretaris kreeg een heel mooie, interessante mondelinge overhoring. Ik zie een aantal mensen knikken. Maar dat heeft hem ook gemotiveerd om voor de zomer een brief aan uw Kamer te sturen met een traject om box 3 verder door te ontwikkelen richting een volledige vermogenswinstbelasting en over welke aanpassingen daarbij mogelijk zijn. Dat zal ook aan de orde komen bij de wetsbehandeling hier. Maar er zijn ook mogelijkheden om via het Belastingplan een aantal zaken op te lossen. Ik denk dat ik ook namens de minister en de staatssecretaris de commissie hier kan bedanken voor dat hele nuttige kennismakingsgesprek, waarin meteen al deze inhoud is beetgepakt.

De heer Van Rooijen (50PLUS):

Het kabinet heeft in die brief van 6 april aangegeven dat men met een novelle komt, dus met aanpassingen. Gegeven de noodzakelijke dekking van een paar miljard voor de novelle wil het kabinet dat doen bij het Belastingplan of het Belastingpakket. Dat is niet helemaal duidelijk. Kan de minister-president toezeggen dat die novelle helemaal los van het Belastingplan en eigenlijk ook van het Belastingpakket staat, en dat wij voor de zomer die novelle hebben? Dan kunnen wij namelijk voor de zomer een beslissing nemen over het wetsvoorstel. Als wij het kabinet volgen, kunnen wij pas kort voor Kerstmis in een chaotisch groot debat even een paar miljard dekking zoeken voor alleen maar de carry-back, voor een wetsontwerp dat volgens mijn fractie totaal ondoordacht is. De Kamer vindt inmiddels ook dat het een tussenstation is, net als het kabinet. Dus wij gaan hier een wet aanvaarden die maar twee jaar gaat gelden. Nu zegt een motie uit de Tweede Kamer al: wilt u alvast een vermogenswinstbelasting gaan voorbereiden voor het Belastingplan van 2028, omdat de nieuwe wet dan ingaat in 2029? Waar zijn we in godsnaam mee bezig? Dit is een lange weg geweest, een lijdensweg. Stop ermee. Trek het wetsvoorstel in.

De voorzitter:

Dat was geen vraag. Of zat er toch nog een vraag in verstopt?

De heer Van Rooijen (50PLUS):

Het lijkt me een duidelijke vraag: of u daartoe bereid bent.

Minister Jetten:

Dan is het antwoord nee. Het wetsvoorstel ligt nu in deze Kamer. We gaan het zorgvuldig behandelen. Zoals ik net al aangaf, komt er voor de zomer nog een brief met het traject om box 3 verder door te ontwikkelen. Dat voornemen is ook al in het coalitieakkoord afgesproken. Dat zal de komende jaren verder moeten worden beetgepakt, want dat ga je ook niet over één nacht ijs met elkaar doen.

De heer Van Rooijen (50PLUS):

Het is duidelijk dat het antwoord voor nu nee is. Dat betekent dat alle belastingplichtigen in box 3 nog jaren in onzekerheid verkeren. We nemen wellicht een wet aan die maar twee jaar gaat gelden. Maar of die vermogenswinstbelasting die de Tweede Kamer ook wil, er ooit komt, misschien in 2030 of daarna, maar zeker niet eerder … Wilt u 1 miljoen box 3-belastingplichtigen die onzekerheid aandoen, na alle ellende en de lijdensweg van het verleden? Stop ermee. Kom met een goede vermogenswinstbelasting. In geen enkel land bestaat een vermogensaanwasbelasting, een papieren belasting. We zijn de risee van de wereld. Erkent u dat?

Minister Jetten:

Nee. De staatssecretaris heeft in het debat met de Tweede Kamer aangegeven dat we kijken hoe we een aantal zaken meteen bij de invoering van het nieuwe stelsel beter kunnen regelen, onder andere voor startups en scale-ups en het uiteindelijk invoeren van die achterwaartse verliesverrekening. Dan kunnen we op die manier de grootste zorgen die er rondom dit wetsvoorstel leven tijdig ondervangen in afwachting van de verdere uitwerking.

De voorzitter:

Tot slot, de heer Van Rooijen.

De heer Van Rooijen (50PLUS):

Ja, voorzitter, ten slotte. Erkent de minister-president dat het alleen maar het repareren van een lek in de wet is? Dat lek is namelijk het ontbreken van de carry back van één of drie jaar, die in alle fiscale wetgeving bestaat, bijvoorbeeld in de inkomstenbelasting en de vennootschapsbelasting. Als dat lek wordt gedicht, denkt de minister-president dan dat het een zodanige verbetering zou zijn dat wij die wet moeten aanvaarden? Het had er altijd in moeten zitten. Het er alsnog inbrengen is geen reden om die wet aanvaardbaar te maken, zeker niet voor mijn fractie. Erkent u dat het inbrengen van de carry back niet de reden kan zijn om in de Eerste Kamer te zeggen dat wij redelijkerwijs die wet kunnen aanvaarden? Het is namelijk geen verbetering. Het had er altijd al in moeten zitten. De Tweede Kamer vindt dat overigens achteraf inmiddels ook.

Minister Jetten:

Ik ga niet over de vraag of u als senaat, de Eerste Kamer, het wetsvoorstel uiteindelijk wel of niet goed genoeg vindt. Dat is echt aan u om daarover te stemmen.

De heer Van Rooijen (50PLUS):

Maar mijn vraag was of u dat genoeg vindt. Mijn vraag was of de carry back voldoende is om uw wet hier te verdedigen. Wij zeggen dat het niet voldoende is. Het zou goed zijn als het er alsnog in zou komen, maar het had er altijd in moeten zitten. De Tweede Kamer heeft dat ook gevraagd, maar die wet is aangenomen zonder iets. Wij willen dat die wet van tafel gaat en minstens terug naar de tekentafel gaat. De minister van Financiën heeft wereldwijd gezegd dat het terug naar de tekentafel moest. Uit het Engels vertaald: er is iets niet goed gegaan. Er is inderdaad iets helemaal misgegaan. Erkent u dat? Er is iets helemaal misgegaan!

De voorzitter:

Nog even kort op dit punt en daarna geef ik het woord aan mevrouw Lagas.

Minister Jetten:

Het is ook niet voor niks dat zowel de minister als de staatssecretaris van Financiën vanaf week één al bezig is om dit box 3-voorstel te verbeteren.

Mevrouw Lagas (BBB):

De minister-president kan geen mooiere voorzet geven. U bent al in de eerste week aan de slag gegaan, dus ik neem aan dat er al een richting ligt. Wij zouden graag wat sneller een inkijkje willen hebben in wat er in die novelle gaat staan, ter voorbereiding op de behandeling van de wet. Als u zegt "voor de zomer", vinden wij dat wel een beetje spannend, want dat kan ook één dag voor de behandeling zijn. Daarmee willen wij niet verrast worden. Wij willen dus graag alvast op korte termijn een inkijkje hebben in welke kant het opgaat. Kunt u dat toezeggen?

Minister Jetten:

Ik neem aan dat die brief al in afschrift naar de Eerste Kamer is verzonden. Anders zal ik dat nog even vragen. Ik zal aan de staatssecretaris ook doorgeven — dat begrijp ik heel goed — dat u hier niet op het laatste moment voor zo'n wetsbehandeling nog verrast wil worden, want dat komt een goede behandeling niet ten goede.

Voorzitter. Ten aanzien van de vrijheidsbijdrage zijn een aantal vragen gesteld. Volgens berekeningen van het kabinet zijn de inkomenseffecten van die vrijheidsbijdrage gelijkmatig over verschillende inkomensgroepen verdeeld. Het is vooral belangrijk om straks bij de augustusbesluitvorming te kijken naar de bredere koopkrachtontwikkeling van alle inkomensgroepen. De vrijheidsbijdrage is een van de knoppen die effect kunnen hebben op de koopkracht, maar het is goed om dit in zijn integraliteit te bezien, zodat we in augustus tot een evenwichtig koopkrachtbeeld kunnen komen. Onder anderen mevrouw Huizinga en de heer Dessing vroegen daarnaar. We zullen daar extra alert op zijn. Het koopkrachtbeeld gaat nu natuurlijk ook nog eens extra schuiven vanwege de impact van de oorlog in Iran, en de stijgende energieprijzen plus toenemende inflatie die die tot gevolg kan hebben.

De heer Rosenmöller, mevrouw Klip-Martin en een aantal anderen vroegen naar de effecten die deze oorlog op onze economie kan gaan hebben. Wat betekent dat ook voor de voornemens van het kabinet? Het moge duidelijk zijn dat, ook als deze oorlog vandaag zou stoppen, waar helaas geen signalen voor zijn, de effecten zich nog weken zoniet maanden of langer kunnen voordoen. Dat komt in de eerste plaats door stijgende energieprijzen, maar ook doordat een heleboel andere cruciale goederen uit die regio nu niet via de Straat van Hormuz aan de rest van de wereld geleverd kunnen worden. De Nederlandsche Bank schetst een aantal scenario's. Er zijn scenario's waarbij er een tijdelijk effect is, maar ook scenario's waarbij er langere tijd sprake kan zijn van lagere economische groei en hogere inflatie, wat waarschijnlijk ook noodzaakt tot ingrijpen van de Europese Centrale Bank. Dat heeft directe consequenties, niet alleen voor het Nederlandse beleid, maar ook voor dat van heel veel andere EU-lidstaten.

Dat is ook de reden waarom we binnen de Nationale Veiligheidsraad door drie lenzen naar dit conflict kijken: wat is het effect daarvan op onze veiligheid en nationale weerbaarheid, wat is het effect op de leveringszekerheid van energie en wat is het effect op de koopkracht van huishoudens en de veerkracht van bedrijven? Voor elk van die drie lenzen zijn twee ministers primair verantwoordelijk. Op basis van de scenario's van De Nederlandsche Bank werken we verschillende handelingsopties uit. Ik verwacht dat we in de loop van deze maand met een eerste kabinetsbrief zullen komen over maatregelen die we op korte termijn willen nemen om op deze drie vlakken de schok voor Nederland op te vangen. De Europese Commissie, het Internationaal Energieagentschap en de Europese Centrale Bank waarschuwen dat kortetermijnmaatregelen, die heel veel belastinggeld kosten, onverstandig kunnen zijn, omdat we voorbereid moeten zijn op een langjarige impact van deze crisis en we dus ook maatregelen moeten kiezen die we langer kunnen volhouden.

De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):

Het is goed om te horen dat er via drie lenzen gekeken wordt. De derde lens is dus de koopkrachtlens. Daarbij gaat het om datgene wat voor mensen aan compensatie gevonden zou moeten worden. Het kabinet zegt: eind van de maand. Dat is helder. Dit is een concrete casus waarbij ik benieuwd ben hoe een minderheidskabinet nou tot een meerderheid in beide Kamers komt, zonder dat we in de situatie terechtkomen dat een voorstel van het kabinet weer wordt afgeschoten of anderszins. Dit is een mooie casus om dit eens te bespreken. Wat is, naar het idee van het kabinet, dan de route om tot een meerderheid te komen?

Minister Jetten:

Dit is inderdaad een heel mooi voorbeeld. Vier ministers, onder wie de minister van Financiën, hebben anderhalve week geleden een debat hierover gehad in de Tweede Kamer. Ik was er niet bij, maar ik heb wel een stuk teruggekeken. Ik vond dat een van de rustigste en meest inhoudelijke debatten, over een heel zwaar en groot onderwerp, die ik in de afgelopen jaren heb gezien. Het kan dus. Het lukt ook in de Tweede Kamer om op een respectvolle manier met elkaar de nieren te proeven en ook een aantal opdrachten aan het kabinet mee te geven. In dit geval hebben we aan de voorkant al bij Tweede Kamerfracties opgehaald wat zij belangrijk vinden in maatregelen die het kabinet eventueel kan nemen. Wij zullen bij fracties in de Kamer ook een aantal oplossingsrichtingen sonderen. In de Kamerbrief zullen we ook heel transparant delen welke handelingsopties het kabinet heeft in die verschillende scenario's van De Nederlandsche Bank. Daarmee wordt de Tweede Kamer veel beter in staat gesteld om het inhoudelijke debat met het kabinet voort te zetten en te vragen waarom bijvoorbeeld oplossing x niet gekozen is. Daar kan het kabinet dan meteen verantwoording over afleggen. Mijn streven en het streven van het kabinet zou zijn om in de loop van april een aantal maatregelen te treffen waarvan we weten dat die in de Tweede Kamer op brede steun kunnen rekenen.

De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):

Tot slot. Ons regardeert het niet. Het is geen wetgeving, dus het is een zaak van de Tweede Kamer, denk ik. Maar als ik u goed hoor, zegt u dat u met een voorstel komt waarvan u weet dat er een meerderheid in de Tweede Kamer voor is. Dat zou ik nou juist willen bepleiten. Dan krijg je namelijk een soort rust en stabiliteit. Dan krijg je een inhoudelijk debat en dan kun je nog een beetje plussen en minnen. Dat is een betere basis dan wanneer je je daar niet van verzekerd hebt.

Minister Jetten:

Exact. Dat ben ik helemaal met de heer Rosenmöller eens.

Mevrouw Lagas (BBB):

Ik geef het kabinet graag nog een beetje meer rust mee. Nadat het debat in de Tweede Kamer heeft plaatsgevonden, heeft zich in de grensregio's een ontwikkeling voorgedaan rondom de koopkrachtplaatjes voor de mensen, maar ook voor de bedrijven die daar zitten. Ik vraag aan u de toezegging om de situatie rondom de btw-verlaging in Duitsland mee te nemen in dit overzicht. Want het raakt niet alleen de consumenten, ook zeker ook alle bedrijven die in de grensregio zitten. Die hebben het nu al heel erg moeilijk. Vandaag werd de situatie van de pompstationhouders al genoemd, maar de levensmiddelensector gaat hier ook onder lijden. Dat staat nog los van de aanverwante bedrijven. Graag nog een beetje meer rust meenemen vanuit de Eerste Kamer dan dat u in de Tweede Kamer al heeft gekregen. Kunt u dat toezeggen?

Minister Jetten:

Ik heb zelf jarenlang op de Nederlands-Duitse grens gewoond, dus ik ken de effecten in de grensregio. Zeker voor pomphouders zijn de effecten groot. Dat gaat echt om tientallen procenten minder getankte liters. Dat leidt dus ook tot minder aankopen in de tankshop. Noem het allemaal maar op. We kijken heel erg naar de effecten in de grensregio. Het voornemen van Duitse zijde, waarover ik vandaag een paar keer iets heb gehoord, om de btw naar 0% te brengen, is alleen een voornemen van een aantal partijen in het Duitse parlement. Dat mag overigens niet volgens de Europese regels. Ik zou ook niet weten hoe Duitsland dat zou moeten betalen. Ik heb zo'n vermoeden dat dit voorstel daar niet de eindstreep gaat halen. We zijn in nauw overleg met België en Duitsland om ervoor te zorgen dat we een beetje gelijk optrekken in de maatregelen die we nemen, om niet nog grotere grenseffecten te veroorzaken.

Mevrouw Lagas (BBB):

Als die btw-verlaging het niet gaat halen, is dat een klein doekje voor het bloeden, want de situatie is al ernstig. Door het tanken verdwijnen er nu al heel veel mensen naar Duitsland en België om daar, naast het tanken, hun boodschappen te halen. Nogmaals, breng ook wat rust bij die mensen, want ze lijden al onder de energielasten en ze lijden nog eens extra doordat ze geld verliezen. Wij trouwens met zijn allen ook, laten we wel wezen. Laten we niet penny wise, pound foolish zijn. Wij missen ook de inkomsten van het geld dat de mensen daar uitgeven, de btw bijvoorbeeld.

Minister Jetten:

Ik zeg toe dat we bij het kiezen van de maatregelen extra aandacht besteden aan de grensregio's. Tegelijkertijd is het natuurlijk een situatie waar we al veel langer in zitten met verschillende prijzen aan beide kanten van de grens. Dat gaat we nu niet in één keer oplossen, zeker niet in het midden van deze crisis.

Mevrouw Perin-Gopie (Volt):

Even nog in aanvulling op de lens "koopkracht", waarover u het met collega Rosenmöller had. Ik vroeg me af of het kabinet ook openstaat voor het organiseren van een soort Europese solidariteitsbijdrage, die vanuit de oliemaatschappijen zou moeten komen. Dat kun je op Europees niveau afspreken. Vandaag of gisteren hebben Duitsland, Italië, Spanje, Portugal en Oostenrijk bij de Europese Commissie erop aangedrongen om met een Europese solidariteitsbijdrage te komen. Is het kabinet bereid om zich daar ook bij aan te sluiten?

Minister Jetten:

Ik heb de oproep gezien. Ik denk dat Eurocommissaris Hoekstra de komende dagen hierop zal moeten reageren door te zeggen of hij mogelijkheden hiertoe ziet. Ik heb veel flashbacks naar 2022, toen ook dit soort voorstellen werd geopperd, maar het niet gelukt is om dit op een effectieve manier vorm te geven. Ik ben dus erg benieuwd naar de reactie van de Eurocommissaris.

Mevrouw Perin-Gopie (Volt):

Kan ik daaruit opmaken dat de minister-president wel wil aansluiten bij de oproep van de andere Europese landen?

Minister Jetten:

Nee, op dit moment nog niet. Het klinkt supersympathiek: het afromen van overwinsten en noem het allemaal maar op. Daar kan eigenlijk geen mens tegen zijn. Alleen is het tot nu toe niet gelukt om dat op een effectieve manier vorm te geven. Ook wordt er volop gewaarschuwd dat vergaande ingrepen in de huidige marktordening ook kunnen leiden tot minder energieleveringszekerheid in Europa. Dat zouden we moeten voorkomen. Ik ga gewoon even rustig de reactie van de Eurocommissaris afwachten. Daarna zal het kabinet een standpunt innemen.

De heer Van Hattem (PVV):

Ik wil nog even terugkomen op het punt dat mevrouw Lagas net naar voren bracht. Ik had in mijn eerste termijn ook aandacht gevraagd voor de grenspomphouders. Ik hoor de minister-president een reactie geven hierop, maar het blijft toch een beetje in wolligheid hangen: het heeft de aandacht, we overwegen maatregelen. Maar het is helemaal niks concreets. Ik vraag toch aan de minister-president of hij meer concreet kan aangeven wat hij kan en wil doen voor de grenspomphouders om voor hen nog een toekomst mogelijk te maken. Wat kan hij hun bieden om toch nog overeind te blijven?

Minister Jetten:

Dan moet ik echt verwijzen naar de maatregelen die we later deze maand willen afkondigen. Nogmaals de waarschuwing vooraf dat de mogelijkheden om heel specifiek voor deze sector in de grensregio iets te doen zeer beperkt zijn.

De heer Van Hattem (PVV):

Later deze maand is het misschien al te laat voor veel grenspomphouders, want het water staat hun echt aan de lippen. Op dit moment hebben zij nul inkomsten of praktisch geen inkomsten. Is de minister-president zich ervan bewust dat de situatie in die sector nu zo nijpend is dat veel grenspomphouders dreigen om te vallen? Wellicht moet het sneller dan later deze maand.

Minister Jetten:

In het kader van de koopkracht kijken we ook naar de effecten op bedrijven en bedrijfssectoren. Niet elke sector wordt even hard geraakt door de huidige energiecrisis. De ministeries van EZ, Financiën en Buitenlandse Handel zijn wekelijks in overleg met de verschillende koepelorganisaties om te kijken wat op dit moment de effecten zijn, bij wie het water echt aan de lippen staat en wat de overheid eventueel kan doen om daar in te springen.

De voorzitter:

Tot slot, de heer Van Hattem.

De heer Van Hattem (PVV):

In de financiële plaat bij het coalitieakkoord stond ook iets over het terugdraaien van de maatregelen op het gebied van rode diesel. In hoeverre kan een ingreep op dat vlak nog iets bijdragen aan het oplossen van dit probleem? Nu wordt het geld dat daarvoor beschikbaar was heel makkelijk herverdeeld over andere posten. Is er op dat punt nog iets denkbaar? In plaats van die herverdeling te laten plaatsvinden, kan met dat geld gezorgd worden dat de pomphouders in de grensregio het water iets minder hoog aan de lippen komt te staan.

Minister Jetten:

Het voornemen van het vorige kabinet ten aanzien van rode diesel was niet gericht op pomphouders, maar op agrariërs die rode diesel gebruiken. Wij hebben ervoor gekozen om met een veel ruimer gevuld budget — ik mag het geen stikstoffonds noemden, want formeel is het geen fonds — voor de aanpak van de toekomst van de landbouw andere keuzes te maken.

Dan heb ik een varia aan vragen over financiën en sociale zekerheid.

De voorzitter:

Hoeveel vragen zijn het ongeveer? Zijn het er veel?

Minister Jetten:

Het zijn er vrij veel, maar ik denk dat een aantal ervan bij interruptie inmiddels is afgedaan. Ik zal proberen er zo snel mogelijk doorheen te gaan.

De voorzitter:

Ik probeer echt om 19.00 uur te schorsen voor de dinerpauze, want ik zie mensen wat slapper worden.

Minister Jetten:

Dan ga ik er in razend tempo doorheen. De heer Janssen vroeg naar het wetsvoorstel inzake het eigen risico. Het voornemen van het kabinet is om dat wetsvoorstel in de maand mei aan de Tweede Kamer aan te bieden en het in samenhang met de tranchering van het eigen risico voor de zorg te behandelen. Dat is de tijdsplanning, even los van de inhoudelijke behandeling daarvan.

De heer Schalk vroeg naar de uitwerking van de kindregeling. Bij de uitwerking van de nieuwe kindregeling nemen we de impact op een- en tweeverdieners nadrukkelijk mee. Dat is een wens die in beide Kamers van dit huis leeft. In de nieuwe financiering van de kinderopvang loopt de geldstroom rechtstreeks naar de kinderopvanginstellingen en niet meer via de ouders. Het ligt daarom inhoudelijk niet voor de hand om de kinderopvang in de nieuwe kindregeling te betrekken. Dat zijn twee aparte routes.

De heer Koffeman en anderen stonden stil bij het belang van het effectief blijven bestrijden van de armoede in Nederland. Het kabinet is het daar natuurlijk zeer mee eens. Vanuit de doorrekening van het coalitieakkoord hebben we een aantal aandachtspunten meegekregen. Die zullen we behandelen bij de Miljoennota. Specifiek voor de kinderarmoede is er in het coalitieakkoord geld uitgetrokken, onder andere 600 miljoen voor de nieuwe kindregeling, om ook gericht gezinnen met kinderen te kunnen ondersteunen. Daarnaast zijn er enkele andere keuzes gemaakt die gericht zijn op kinderen die opgroeien in zwakkere wijken. We zien in de CPB-raming dat de kinderarmoede licht daalt, van 2,3% in 2026 naar 2,2% in 2030, maar hoe meer we dat percentage naar beneden kunnen krijgen, hoe beter. We zullen daar bij de uitwerking van het beleid rekening mee houden.

Dan een hele hoop zeer specifieke en technische vragen van de heer Van Rooijen. Het is altijd gevaarlijk als je in een debat met hem probeert hem bevredigend te beantwoorden. Er zijn andere leden in het kabinet die dat veel beter kunnen doen dan de minister-president. Ik kan de heer Van Rooijen toezeggen dat de minister van Sociale Zaken in een brief wat uitvoeriger op zijn vragen zal ingaan. Dat lijkt me nuttiger dan dat ik dat nu in deze beperkte tijd doe. We kennen echter de waarschuwingen van de heer Van Rooijen ten aanzien van onder andere de rendementen.

Mevrouw Lagas vroeg heel specifiek naar de Aof-premie. We hebben bij de start van dit kabinet in de coalitieonderhandelingen gekeken naar een goede verdeling van de lastendruk tussen burgers en bedrijven. Dat is als onderdeel van het trendmatig begrotingsbeleid ook vastgelegd in het inkomstenkader, zodat het voorspelbaar is voor iedereen in Nederland.

De heer Koffeman vroeg ook naar de Aof-premie, gekoppeld aan de vrijheidsbijdrage. Een definitieve keuze van de maatvoering daarin zal worden gemaakt bij het Belastingplan 2027. Dan geldt dus voor uw beider fracties dat u op dat moment eventueel het kabinet kunt bijsturen als u dat nodig acht.

De heer Van der Goot stond uitgebreid stil bij het belang van grensregels, maar dan vanuit een ander perspectief, namelijk vanuit de miljoenen mensen die in de grensregio werken en in Duitsland of België een deel van hun sociale of werkzame leven doorbrengen. Dit is precies een van de onderwerpen die ik graag tijdens het Benelux-voorzitterschap wil beetpakken. Daar heb ik ook met de premiers van België en Luxemburg over gesproken. We zien daar echt kansen om binnen de Benelux voorloper te zijn op Europese voornemens die te lang stilliggen. Laat ons de kraamkamer zijn van verdere integratie en van een hele hoop zaken die meer welvaart brengen, de sociale zekerheid versterken en noem maar op. We zullen u later op de hoogte brengen van onze inzet in Benelux-verband.

De VVD-fractie stond nog stil bij het belang van 1,5% structurele economische groei. Dat is zeker geen gegeven, zeg ik mevrouw Klip-Martin na, zeker niet in de huidige omstandigheden. Het Centraal Planbureau laat in het Centraal Economisch Plan zien dat we zonder aanvullende keuzes onder de 1% kunnen zakken. Dat is precies de reden waarom we met de Taskforce Toekomstige Welvaart en Vestigingsklimaat allerlei belemmeringen voor ondernemers in Nederland willen wegnemen. Dat gaat vooral over talent, over fiscale regelingen, maar ook over het durven kiezen voor een aantal publieke investeringen, gericht op en vliegwiel om een aantal nieuwe innovaties naar een hoger niveau te tillen. Daartoe benutten we uitgebreid ook het rapport van de heer Wennink. Eén ding weten we zeker, namelijk dat de nieuwe economie duurzamer en digitaler zal zijn dan de huidige. Daarop kun je dan ook steeds gericht kiezen bij het verder vormgeven van het beleid op het gebied van klimaat, energietransitie, circulariteit en digitale autonomie en soevereiniteit. Zo kun je ontwikkelingen die in het bedrijfsleven al plaatsvinden, extra ondersteunen.

Brede welvaart is daarbij een belangrijk uitgangspunt, zeg ik richting de verschillende sprekers. Dat hebben we in de coalitieonderhandelingen ook regelmatig expliciet met elkaar beetgepakt. Dat was het geval toen de voorzitter van de Sociaal-Economische Raad bij ons aanschoof, maar ook toen we vorige week en marge van de ministerraad een gesprek voerden met de Algemene Rekenkamer, de Nationale ombudsman en de Raad van State, die ons de komende tijd ook willen helpen om brede welvaart, de belangen van Elke regio telt! en de generatietoetsen veel nadrukkelijker mee te nemen bij het maken van wet- en regelgeving, zodat die zaken als een rode draad overal kunnen worden meegenomen. In het jaarverslag staan we uitgebreider stil bij de voortgang op de doelen van brede welvaart.

Mevrouw Visseren-Hamakers vroeg specifiek naar het partnerschap rondom Wellbeing Economy Governments. Daar zullen we goed naar kijken. Er zijn meerdere van dit soort internationale initiatieven om tot een veel uniformere aanpak van brede welvaart te komen. Wij zullen in ieder geval de komende jaren steeds het debat aangaan met de Kamer naar aanleiding van de Monitor Brede Welvaart, die door kabinet en Kamer is ontwikkeld.

Heel specifiek werd gevraagd naar het investeringsklimaat voor startups en scale-ups. Onder andere bij de aanpassing van box 3 wordt daar rekening mee gehouden, maar vooral ook bij de toegang tot financiering. Dat gebeurt onder andere door de introductie van een blended finance instrument van 250 miljoen euro bij Invest-NL en de oprichting van een Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie. Die startups en scale-ups vragen ons ook om te zorgen dat het beleid ten aanzien van buitenlands talent helder en voorspelbaar is, omdat daar de afgelopen jaren nogal wat gejojood is.

Voorzitter. Op het gebied van digitalisering kijken we naar hoe we binnen Europa de kracht van Europese techaanbieders kunnen versterken. Dat kan via Nederlands inkoopbeleid, maar ook door samen te investeren in AI-fabrieken, in Europese software en in onderzoek dat daarop plaatsvindt. Het kan ook door ons in Europa in te zetten om bij de Omnibus op het gebied van digitalisering tot vermindering van de regeldruk te komen.

Ik ben er bijna in dit blokje, voorzitter. Mevrouw Van Bijsterveld vroeg nog naar het tijdpad voor de hervorming van het toeslagenstelsel. Voor de zomer gaat dat niet lukken, want we willen dat in één keer goed doen. In de tweede helft van 2026 komt dus die hervormingsagenda, maar die komt dan ook meteen met concrete mijlpalen. Door nu iets meer tijd te nemen, kunnen we dan niet alleen maar voornemens met u delen, maar ook de tijdpaden die daarbij horen. De staatssecretaris zal dan — daarover gaat ook een motie van de heer Van Rooijen — ingaan op de vraag hoe we de strategische agenda rondom fiscaliteit verder vorm kunnen geven.

Mevrouw Lagas vroeg terecht: kunnen die begrotingen tijdig met ons worden gedeeld? Nu we weer missionair zijn, gaan we proberen om dat echt voor elkaar te krijgen.

Dat was het in dit blok, voorzitter.

De voorzitter:

Ik heb een voorstel. Ik zie nu heel veel interrumpanten. Zullen we de interrupties bewaren tot na de pauze? Ik wil namelijk wel de tijd nemen voor die interrupties, want anders wordt het te gehaast. U kunt het onderwerp dan na de pauze terugpakken. Ik schors de vergadering nu tot 20.00 uur. Ik wijs u erop dat de woordvoerders eerst mogen eten.

De vergadering wordt van 19.00 uur tot 20.00 uur geschorst.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering. Wij gaan door waar wij gebleven waren, namelijk bij de interrupties op het tweede blokje. Dat ging over financiële zaken en SZW-zaken. De heer Van Hattem heeft nog een vraag over brede welvaart.

De heer Van Hattem i (PVV):

Zeker. Ik hoorde de minister-president net ook al een betoog houden over het doel van brede welvaart, maar brede welvaart is een monitoringssystematiek, zoals ik ook al in een interruptiedebat met mevrouw Visseren-Hamakers zei. Daar kun je allerlei doelen met bepaalde uitkomsten aan koppelen. Ik hoor dus toch graag van de minister-president wat hij nu precies bedoelt, op een concreet meetbare manier. Wat zijn dan die bredewelvaartsdoelen of wat is die brede welvaart waar hij het over heeft? Wat koppelt hij daar concreet aan, zodat het voor ons als Kamer ook meetbaar en afrekenbaar is en het niet een of ander vaag containerbegrip blijft?


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Minister Jetten i:

Dat ben ik eens met de heer Van Hattem. Daarom is het ook goed dat de Tweede Kamer die monitor de afgelopen jaren heeft doorontwikkeld, zodat je een aantal concrete indicatoren hebt waarop overheidsbeleid wordt gescoord en ook kan volgen of Nederland in de loop der jaren op bepaalde thema's beter scoort dan in de jaren ervoor. Juist door die Monitor Brede Welvaart te koppelen aan het jaarverslag, kunt u beter beoordelen of ingezet beleid ook echt effectief is.

De heer Van Hattem i (PVV):

Dat is op zich een duidelijk antwoord, maar dan hebben we het over de Monitor Brede Welvaart. Ik hoorde de minister-president ook spreken over dé brede welvaart. Als hij het over dat begrip heeft, wat bedoelt hij dan precies?

Minister Jetten:

Ah, op die manier. In de kabinetsformatie hebben we vooral met elkaar gewisseld dat bijvoorbeeld niet alleen het percentage economische groei tot uitdrukking brengt dat het goed gaat met een land, maar ook de vraag of de welvaart een beetje eerlijk verdeeld is. In het kader van Elke regio telt! zie je dan ook dat bepaalde regionale verschillen kleiner worden. Zo zijn er een aantal heel duidelijke kaarten waarop je bijvoorbeeld energiearmoede kunt linken aan energielabels van woningen, inkomensposities van huishoudens et cetera. Juist door dat soort kaarten op te elkaar te leggen, kun je ook gerichtere overheidsinterventies met elkaar afspreken.

De heer Van Hattem (PVV):

Tot slot. Als er al dan niet een toezegging zou worden gedaan aan mevrouw Visseren-Hamakers of iemand anders die het over bredewelvaartsdoelen heeft, moet dat dan ook worden gezien in de context van dergelijke duidelijk gemaakte doelen, en is het bijvoorbeeld niet het alleen maar afvinken van SDG-doelen of andere dingen die met brede welvaart in verband worden gebracht?

Minister Jetten:

Eens. Zo'n monitor moet vooral beide Kamers in staat stellen om door verschillende perspectieven het overheidsbeleid te kunnen controleren.

De heer Walenkamp i (Fractie-Walenkamp):

De premier gaf aan dat dit het einde was van zijn financiële blokje. Heb ik dat goed begrepen? Ja, hoor ik. Ik had een paar vragen gesteld en suggesties gedaan. Tenzij ik het niet goed begrepen heb of u er straks nog op terugkomt, waren dat er twee, als u mij toestaat. De eerste ging over het rapport-Wennink en de tweede over eurobonds. Ik heb heel concreet een voorstel gedaan naar aanleiding van het rapport-Wennink om een regeringscommissaris aan te stellen om de problematiek serieus te nemen. Dat is één. Twee. Over eurobonds hebben wij de afgelopen maanden verschillende dingen gehoord. We hebben de afgelopen ministers van Financiën, onder anderen de minister van Financiën hoc tempore, horen zeggen dat er nul kans is op eurobonds. Dat lijkt mij wel een goed idee, maar ik hoor ook elders geruchten. Er moet ruimte zijn voor gemeenschappelijke schuldenopbouw. Daar is nog wat lucht en ruimte tussen. Wat is nu het beleid van dit kabinet?

Minister Jetten:

Beide onderwerpen komen inderdaad terug in het rapport-Wennink en een paar andere rapporten. Wij hebben er niet voor gekozen om een regeringscommissaris toekomstige welvaart aan te stellen, maar we hebben nu een taskforce met de meest betrokken ministers en staatssecretarissen. De minister van Economische Zaken is wat ons betreft de regeringscommissaris. Zij is als eerste verantwoordelijk voor het oppakken van de aanbevelingen uit de rapporten van Draghi, Letta en Wennink, maar er zit ook een andere onderaannemer daarvan hier aan tafel, onder andere op het gebied van een nieuwe nationale investeringsinstelling, die moet bijdragen aan toekomstige welvaart. Op deze manier krijgt u binnenkort van de minister van Economische Zaken ook de uitvoeringsagenda die bij die taskforce hoort.

Ten aanzien van eurobonds en de bredere discussie over de Europese meerjarenbegroting: laat ik daar heel helder over zijn. Dit kabinet staat voor een gemoderniseerd Meerjarig Financieel Kader voor de EU met veel meer aandacht voor de grote opgaven van deze tijd, dus niet zozeer een begroting die alleen maar groter wordt, maar vooral een begroting waarmee het Europees geld slimmer wordt ingezet. We staan open voor het debat over financieringsinstrumenten om bijvoorbeeld de Europese defensie-industrie mee op te schalen, maar Nederland is geen voorstander van eurobonds in de traditionele zin van het woord, namelijk het direct ondersteunen van landen. We zullen ons daar ook met een paar gelijkgestemde landen tegen verzetten.

De heer Walenkamp (Fractie-Walenkamp):

Dank aan de premier voor het beantwoorden van deze twee vragen in extenso in principio. Mag ik voorstellen dat als over een jaar blijkt dat de gecombineerde samenwerking niet tot hele concrete suggesties leidt, u toch een evaluatie start? Misschien is het dan toch niet zo'n goed idee om één centrale persoon de regeringscommissaris te maken, vooral van buiten het kabinet. Dat heeft in dit geval een extra meerwaarde.

Minister Jetten:

Ik houd als voorzitter van de taskforce scherp in de gaten of er resultaten worden geboekt. Als dat niet zo is, dan moeten we bijsturen.

Mevrouw Visseren-Hamakers i (Fractie-Visseren-Hamakers):

De premier had twee van mijn vragen half beantwoord, waarvoor dank. Ten eerste wil ik nog even naar de brede welvaart in de rijksbegroting. Het is fijn dat die monitoring doorgaat. Ik weet dat de instituties die het kabinet ondersteunen bij de begrotingscyclus daar een enorme bijdrage aan leveren, maar dat was niet mijn vraag. Mijn vraag was of het kabinet van plan is om in de Miljoenennota 2027 brede welvaart weer de centrale rol te geven die het in afgelopen miljoenennota's heeft gekregen? Verschillende kabinetten en verschillende ministers van Financiën, zoals Wopke Hoekstra … Ik dacht niet dat ik hem ooit een compliment zou geven, maar het gaat toch echt gebeuren; ja, het is echt angstaanjagend, dus maak maar een foto van dit moment. Ik heb hier een historische analyse van gemaakt. Onder leiding van Wopke Hoekstra als minister van Financiën is het kabinet begonnen met aandacht besteden aan brede welvaart in de miljoenennota. Sigrid Kaag is daarmee doorgegaan. We worden daar steeds beter in. Ik merk dat we de afgelopen twee jaar niet meer hebben geleerd van het begroten op brede welvaart. Mijn vraag aan dit kabinet is dus of we de draad weer gaan oppakken.

Minister Jetten:

De Monitor Brede Welvaart helpt ons om goede keuzes te maken in waar we overheidsgeld aan uitgeven en of dat ook concrete en controleerbare doelen zijn. De Algemene Rekenkamer heeft onlangs een nieuw onlinedashboard gepubliceerd waarop je die keuzes continu kan volgen. Je kan bij de Algemene Rekenkamer dan dus continu inzage krijgen in de ontwikkelingen op al die vlakken, niet alleen op de begrotingsmomenten. Het lijkt me heel nuttig en fijn dat de Hoge Colleges ons daarin ondersteunen. Wat de rode draad in een volgende miljoenennota wordt, durf ik nu nog niet te voorspellen. Ik denk dat dat vooral samenhangt met hoe je Nederland in deze geopolitieke en turbulente wereld veilig en welvarend houdt. Brede welvaart is dan een van de lenzen waar je door kan kijken om tot concrete doelstellingen voor beleid te komen.

De voorzitter:

Mevrouw Visseren. Deze keer mag uw vraag iets korter.

Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):

Ja, voorzitter. Ik hoor een toezegging met een kleine letter "t".

Minister Jetten:

We gaan er in ieder geval voor zorgen dat u goed kan navolgen wat de doelstellingen van dit kabinet zijn en waar we ons geld aan besteden.

De voorzitter:

Tot slot.

Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):

Dat was toch geen toezegging met een kleine letter "t". Ik ga het nog één keer proberen. Dit was trouwens pas mijn eerste vraag, voorzitter. Ik had twee vragen gesteld over brede welvaart. Het mooie van het begroten op brede welvaart is dat je integrale belangenafwegingen kan maken tussen die verschillende aspecten van brede welvaart. We begroten dus niet alleen voor economische groei maar voor bredere belangenafwegingen, bredere belangen, andere belangen dan alleen economische groei. Dat is het mooie van begroten op welvaart en niet het monitoren op brede welvaart. Ik ga het zeggen met een hele leuke quote uit een van de monitoringsrapporten, want dat is wat we dan weer krijgen, en dat is: "Het gaat goed met brede welvaart, maar het gaat niet zo goed met het klimaat en de biodiversiteit." Daar schieten we dus niet mee op. Mijn vraag aan het kabinet is dus of het bereid is om aan de voorkant, als je beleid aan het maken bent, die belangenafwegingen expliciet en transparant te maken. Dan kunnen we ook met elkaar het debat voeren. Misschien maakt het kabinet keuzes waarvan de Partij voor de Dieren zegt: goede keuzes! En misschien maakt het kabinet keuzes die niet die van de Partij voor de Dieren zijn, maar dan kunnen we in ieder geval met elkaar een transparant debat voeren.

Minister Jetten:

Het voornemen is ook wel om niet alleen bij begrotingen maar ook bij belangrijke wetsvoorstellen steeds naar de verschillende toetsen te kijken. Dat is dus op het gebied van brede welvaart, maar ook of de verdeling ook eerlijk is over de regio's van het land. De Raad van State voegt daar de intergenerationele toets aan toe. Je kunt dan dus op veel meer momenten op verschillende manier kijken waar het overheidsbeleid aan gaat bijdragen. Ik denk dus dat we daarin helemaal niet zo met elkaar van mening verschillen.

Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):

Dank u. Mag ik nog een vraag stellen?

De voorzitter:

Sluit u voor een volgende vraag maar achteraan aan, ja. Meneer Van Rooijen is nu.

De heer Van Rooijen i (50PLUS):

De EK heeft in november 2025 de motie van 50PLUS aanvaard over het instellen van een onafhankelijke adviescommissie voor de belastinghervorming. Ik gaf daarbij als toelichting dat wij dachten aan een kleine commissie van drie personen die binnen een paar maanden met een helicopterview zou komen over de basisgrondslagen van het nieuwe belastingstelsel. Dat is dus geen commissie die twee jaar gaat studeren of een staatscommissie, maar een commissie van drie topdeskundigen die binnen een paar maanden alleen de grondslagen vastleggen, die de ambtenaren, het kabinet en de ministers vervolgens als basis kunnen gebruiken. Ik vroeg het al, maar wanneer bent u bereid de motie uit te voeren?

Minister Jetten:

Zoals ik net al aan mevrouw Van Bijsterveld heb toegezegd, komt na de zomer de strategische agenda voor de hervorming van het fiscale stelsel. Ik zal aan de staatssecretaris van Financiën vragen om in die brief ook meteen de motie-Van Rooijen mee te nemen.

De heer Van Rooijen (50PLUS):

Ja, maar mijn vraag is of … Nee, het is zelfs niet "of". Mijn vraag is: wanneer gaat het kabinet de motie-van Rooijen uitvoeren? Dat betekent dat er een commissie moet komen en niet dat het kabinet zelf met een hervormingsagenda komt. 50PLUS wil alvorens dat gaat gebeuren — het kan ook heel snel; ik heb in het najaar ook al overlegd met collega's over de namen, waardoor de motie gelukkig ook werd aangenomen — dat een paar topdeskundigen binnen drie maanden, dus nog voor de zomer, met een basisadvies komen over de grondslagen, meer niet. Dan kan het kabinet er verder mee aan de slag.

Minister Jetten:

Ik begrijp de gedachte van de heer Van Rooijen, maar ik ken de motie zelf niet. Maar als die hier is aangenomen, dan is het ook aan de staatssecretaris om daar binnenkort op te reageren. Ik zal hem er nogmaals op wijzen.

De heer Van Rooijen (50PLUS):

Ik kom daar ook graag in het debat over de begroting van Financiën op terug, want daarom heb ik dat debat aangevraagd. Komt u nog op de motie-Hoekstra terug? Dat mag ook later.

Minister Jetten:

Ja, straks bij het blok openbaar bestuur kom ik ook terug op de motie-Hoekstra.

De heer Van der Goot i (OPNL):

Via u, voorzitter, zeg ik richting de minister-president dat ik natuurlijk heel blij was met uw aankondiging dat in de Benelux als laboratorium voor de Europese Unie het nodige zal worden gedaan op het terrein van grensarbeid. U zult ons in de loop van het jaar informeren. Kunt u aangeven of dat voor het zomerreces wordt?

Minister Jetten:

Ja, laat ik toezeggen dat ik in ieder geval voor de zomer een brief stuur over de inzet die we samen met België en Luxemburg op dit punt willen oppakken en dat we u op een later moment nog een brief sturen met de tussenstand.

De heer Van der Goot (OPNL):

Dan nog even over Elke regio telt!, als het mag, voorzitter. Daarover zijn eigenlijk twee zaken aangegeven. Het gaat om het programma van brede investering, in feite het thema van mevrouw Visseren, de brede welvaart. Dat gebeurt nu in elf regio's in Nederland, zeg maar het Nationaal Programma Vitale Regio's. Het was ook breder bedoeld; althans, dat is onze perceptie. Kunnen we daar in de toekomst iets meer van terugzien, ook in het kader van de Voorjaarsnota?

Minister Jetten:

Daar kom ik straks ook nog wat uitgebreider op terug, maar de minister van Binnenlandse Zaken pakt dit ook op. We hebben ook het voornemen om met een aantal regio's weer hernieuwde afspraken te maken over de vraag hoe we gezamenlijk kunnen investeren in die krachtige regio's. Daar zal, denk ik, in de beleidsbrief van de minister van BZK binnenkort uitgebreider op worden ingegaan. Die beleidsbrieven komen allemaal in de loop van het voorjaar.

De heer Van der Goot (OPNL):

Wordt deze informatie dan ook geïntegreerd in de Voorjaarsnota?

Minister Jetten:

Als dat nuttig is wel, maar ik denk dat het nu vooral goed is om de voortgang daarvan te volgen via de regionale bestuursakkoorden en dat het goed is dat de minister van BZK u daarover regelmatig van een update voorziet.

Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):

Mijn tweede vraag over brede welvaart ging over internationale samenwerkingsverbanden. Ik weet van de premier uit een van zijn vorige functies dat hij het nut inziet van internationale samenwerking op het gebied van belangrijke onderwerpen, zoals fossiele subsidies. De brede welvaart is net zo'n onderwerp waarbij je als landen van elkaar kan leren en ervaringen met elkaar kan uitwisselen: hoe begroot jij op brede welvaart en hoe neem je dat mee in je beleid? Dit kabinet gaat namelijk wellicht begroten op brede welvaart. Het is dus fijn dat de minister-president interesse heeft in internationale samenwerking op dat gebied. Hoe kunnen we hierover het debat blijven voeren? Kan het kabinet ergens bij de Miljoenennota of ergens in een brief — het hoeft geen aparte brief te zijn — deze Kamer op de hoogte houden van het onderzoek naar de beste internationale samenwerkingsverbanden om hier samen in op te trekken?

Minister Jetten:

Het lijkt mij inderdaad logisch om dat bij een van de komende begrotingsmomenten te doen en om daar in een aparte passage even op in te gaan.

Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):

Dank u wel.

Mevrouw Lagas i (BBB):

Aan het eind van het financiële blokje nog even een aandachtspuntje naar aanleiding van de motie die in de Tweede Kamer is aangenomen op basis van het oordeel van de staatssecretaris. Dat gaat over de oldtimersregeling. Recent is die motie aangenomen met een alternatief voor de regeling. Kan u toezeggen dat de staatssecretaris en de minister van Financiën voor de zomer de contouren van een nieuwe regeling aan beide Kamers kunnen sturen? U kijkt naar de minister van Financiën. Ik zie een ja.

Minister Jetten:

Ja, u krijgt voor de zomer een brief met een update. Ik durf u nog niet toe te zeggen dat de oplossing dan ook al helemaal rond is, maar u krijgt daar in ieder geval voor de zomer een update over.

Mevrouw Lagas (BBB):

Ik vind "update" wel wat spannender dan "contouren".

Minister Jetten:

Nou, contouren van een oplossing in een brief.

Mevrouw Lagas (BBB):

Ja, want een update kan ook zijn "ik heb er nog niks aan gedaan".

Minister Jetten:

Nee, nee, nee.

Mevrouw Lagas (BBB):

Met "contouren" ben ik tevreden. Dank u wel.

Minister Jetten:

Oké.

De voorzitter:

Dat was een grote T.

De heer Schalk i (SGP):

In het kader van voorkomen dat de tweede termijn te lang uitloopt of dat de minister-president nog antwoorden moet zoeken: hij heeft al mooi aangegeven dat de twee kindregelingen in elkaar geschoven worden, maar mijn concrete vraag daarbij was wat dat concreet betekent voor het verkleinen van die kloof van zeven keer. Het is prachtig dat hier aandacht voor is, maar gaan we van zeven keer zoveel belasting naar twee keer zoveel, drie keer zoveel of één keer zoveel?

Minister Jetten:

Ik heb daar nu niet zo'n kwantitatief doel op, maar de intentie is wel om die kloof te verkleinen, ook omdat dat een duidelijk verzoek is vanuit de Tweede Kamer.

De heer Schalk (SGP):

Op welke termijn zouden we daar dan wat zicht op kunnen krijgen? Heeft de minister-president daar ook ideeën bij?

Minister Jetten:

Uiterlijk bij de Miljoenennota.

Voorzitter. Dan het blok fysieke leefomgeving; daarbij komen energie, woningmarkt, landbouw en de Lelylijn voorbij, speciaal voor mevrouw Huizinga. Meerdere leden van uw Kamer hebben aandacht gevraagd voor het weerbaarder maken van ons energiesysteem, juist ook in het licht van de huidige geopolitieke context. Daarbij is het van belang dat we kijken waar we, waar mogelijk, kunnen besparen en dat we vooral ook vol inzetten op elektrificatie van ons energiegebruik, omdat we met een goede energiemix in Europa met wind op zee, met kernenergie, met zon op dak echt het maximale kunnen doen om ons minder afhankelijk te maken van energie-import uit het buitenland. Dat vraagt de komende tijd forse investeringen in de energietransitie en in de uitbreiding van ons energienetwerk. We hebben als kabinet een aparte staatssecretaris aangesteld die ook fulltime bezig is met het versnellen van de energietransitie, het oplossen van netcongestie en de versnelde opschaling van nucleair en groene waterstof. Dat doen we zo veel mogelijk gezamenlijk in Europees verband en zeker ook met onze buurlanden als het gaat om het versterken van de grensoverschrijdende infrastructuur, die er uiteindelijk ook aan moet bijdragen dat de kosten van elektriciteit naar beneden worden gebracht.

De heer Van Hattem (PVV):

Misschien loop ik een klein beetje vooruit op de beantwoording van de minister-president, maar ik had hem gevraagd naar de tegenstrijdigheid tussen enerzijds zo fors inzetten op de elektrificatie, waar ik hem nu ook weer voor hoor pleiten, en tegelijkertijd de extra belasting die dit geeft in het kader van de netcongestie. Je blaast eigenlijk letterlijk je stroomnet op door er nog meer elektrificatie op te zetten. Zeker met zon en wind krijg je nog meer wiebelstroom, die voortdurend afgeschakeld moet worden als er juist te veel wordt opgebracht. Dus ik hoor toch graag van de minister-president hoe die beide inzetten zich tot elkaar verhouden. Hij zegt dat we het betaalbaar moeten maken, maar juist die extra investeringen in het energienet maken het onbetaalbaar.

Minister Jetten:

Het staat de komende paar jaar op spanning. Dat is ook de transitie waar we doorheen moeten op weg naar een veel meer geëlektrificeerde economie. Je ziet om ons heen dat de landen die al vooroplopen met veel meer elektrificatie en met meer eigen opwekbronnen voor elektriciteit, ook de landen zijn waar nu de impact van deze tweede energiecrisis in een paar jaar tijd veel minder groot is. Dus dat is uiteindelijk ook het eindperspectief dat we in Nederland hebben. Ons land biedt enorme kansen voor de opschaling van nucleaire energie, zowel conventioneel als met kleinere reactoren, en van wind op zee, maar dat vraagt dat we de komende paar jaar ongeveer vier keer de aarde rondgaan aan kabels om ons elektriciteitsnetwerk ook weer te moderniseren. Daar stelt de ACM onafhankelijk de nettarieven voor vast als onderdeel van de stijging van de kosten voor de komende jaren. Maar we zien ook in de toekomst op een gegeven moment weer een daling van die netkosten voor consumenten, omdat we naar een eerlijke verdeling van die kosten toegaan en we op een gegeven moment dus ook over de volle breedte een kostendaling zien als we die elektrificatie echt met elkaar voor elkaar krijgen. In de tussentijd zorgen we er via het Landelijk Actieprogramma Netcongestie voor dat we het netwerk dat we hebben ook veel beter gaan benutten, zodat we niet alleen maar hoeven uit te breiden en de kosten hoeven te laten oplopen.

De heer Van Hattem (PVV):

Ik ga ervan uit dat de minister-president ook nog apart antwoord geeft op mijn eerder gestelde vraag over de kosten die voorzien zijn door Netbeheer Nederland. Maar los daarvan hoorde ik hem ook zeggen dat ook gekeken wordt naar de aansluitingen op de netten van de ons omringende landen. Wordt daarbij ook specifiek gekeken naar de mogelijkheden in Frankrijk? Ik heb namelijk begrepen dat Frankrijk nu extra wil inzetten op kernenergie. Ik vind het goed om te horen dat hier nu ook die slag eindelijk eens wordt gemaakt. Maar Frankrijk wil hier nog extra op doorpakken. Ziet de minister-president mogelijkheden om ook die slag met Frankrijk te maken, zodat we in ieder geval op dat net ook kunnen "aantakken"? Ik bedoel dus dat als daar kernenergie wordt opgewekt, we daar in ieder geval ook gebruik van kunnen maken.

Minister Jetten:

Ik was drie weken geleden in Parijs. Daar was een van de agendapunten de versterking van het elektriciteitsnetwerk tussen de Benelux en Frankrijk en tussen de Benelux en het Verenigd Koninkrijk, zodat we ook makkelijker elektriciteit kunnen importeren en exporteren en we al die productie die er de komende jaren in deze landen bij komt tegen zo laag mogelijke prijzen voor bedrijven en burgers kunnen inzetten.

De voorzitter:

Tot slot.

De heer Van Hattem (PVV):

Tot slot. Ik ga ervan uit dat de minister-president nog terugkomt op mijn vraag over Netbeheer Nederland, die 269 miljard ...

Minister Jetten:

Die zit er ook in. Ja.

De heer Van Hattem (PVV):

Prima.

Minister Jetten:

Als het gaat om het verduurzamen van onze industrie gaat het vaak ook over Tata Steel. Daarover zijn ook een paar vragen gesteld. Het rapport Kiezen of verliezen bevestigt dat de industrietransitie een hele complexe opgave is, waarbij je niet alleen maar naar klimaatbeleid moet kijken, maar ook naar de strategische autonomie van Europa als het gaat om de productie vanuit bepaalde sectoren. We zullen ook op die manier een eindoordeel vellen over de verduurzaming van Tata Steel. Daarin wordt ook in de loop van het jaar een volgende keuze verwacht. We benutten daarbij ook de adviezen van de Wetenschappelijke Klimaatraad.

In de huidige geopolitieke spanning zien we dat er inderdaad ook druk ligt op de verschillende capaciteiten die er in Europa zijn. Nederland en een aantal andere landen willen rond 2030 — in Nederland wil men dat ín 2030 — elektriciteitsopwek met kolen verbieden vanwege de klimaatdoelen. Dat neemt niet weg dat die capaciteit ook kan worden gebruikt om met andere bronnen toch elektriciteit op te wekken. Wij bereiden een capaciteitsmechanisme voor waarbij bedrijven een bepaalde beschikbaarheidsvergoeding krijgen voor het in de lucht houden van centrales die kunnen worden ingezet op de momenten dat er te weinig andere elektriciteitsproductie voorhanden is.

Richting Volt zou ik willen aangeven dat alle investeringen die we in infrastructuur doen de komende jaren gericht zijn op de groene transitie. Als er nog sprake is van fossiele projecten of fossiele infrastructuur, dan heeft dat altijd een tijdelijk karakter en moeten die ook klaar zijn voor de omslag, zoals we dat ook met lng-terminals hebben gedaan, die ook klaar zijn om straks groene waterstof of andere groene dragers te importeren.

Mevrouw Perin-Gopie i (Volt):

Begrijp ik goed dat de minister-president aangeeft dat er niet extra geïnvesteerd zal worden in fossiele energie, wat er ook gebeurt in deze energiecrisis?

Minister Jetten:

Ja, in principe niet inderdaad. In principe is alles nu gericht op een CO2-vrije energiemix in Nederland.

Mevrouw Perin-Gopie (Volt):

Dat is dan heel helder. Ik heb dus heel goed begrepen dat er niet extra geïnvesteerd zal worden in fossiele energie.

Minister Jetten:

Klopt.

Voorzitter. Dan vroeg de BBB-fractie terecht aandacht voor een aantal sectoren die die elektrificatieslag wel willen, maar niet kunnen maken vanwege netcongestie. Daarvoor wordt nu een aansluitoffensief gestart met acht doorbraken om die wachtrijen voor deze bedrijven fors terug te dringen. Er zijn ook een aantal BBB-gedeputeerden erg goed en fanatiek bezig om daar heel gerichte regionale oplossingen voor te vinden. In mei wordt ook de Flex-e-subsidie weer opengesteld met een verruimde doelgroep zodat meer bedrijven en sectoren gebruik kunnen maken van overheidssteun om tot zo'n zwaardere elektriciteitsaansluiting te komen. In het coalitieakkoord is ook nog apart geld vrijgemaakt voor de clusteraanpak voor specifieke industriële clusters op plekken waar het nu op dit moment wat moeilijker is om die slag te maken.

Dan een vraag van de heer Van Hattem. Het klopt dat er de komende jaren fors zal moeten worden geïnvesteerd in uitbreiding van het energienetwerk. Dat leidt in de jaren tot 2040 tot miljardeninvesteringen die nodig zijn. Voor de komende twee jaar verwachten de netbeheerders dat de tarieven daardoor ook zullen gaan stijgen. Daarna stijgen die tarieven juist veel minder hard vanwege de uitbreidingsslag die nu wordt gemaakt. De ACM stelt de tarieven ook onafhankelijk vast. We weten in de tweede helft van het jaar wat de tarieven voor de komende jaren precies worden. We hebben in het coalitieakkoord ook geld uitgetrokken voor het opvangen van de stijging van de elektriciteitstarieven. Samen met het bedrijfsleven kijken we hoe we die envelop zo goed mogelijk kunnen inzetten.

De heer Van Hattem (PVV):

Even los van de tarieven. Volgens Netbeheer Nederland zou het gaan om 269 miljard euro tot 2040. Kan de minister-president aangeven of dat bedrag klopt en of dat inderdaad betekent dat Nederlandse huishoudens €2.300 per jaar extra moeten gaan betalen?

Minister Jetten:

269 miljard is inderdaad het investeringsprogramma voor de uitbreiding van het Nederlandse energienetwerk over de periode van nu tot 2040. Dat kan bij ongewijzigd beleid in 2040 inderdaad leiden tot de stijging die de heer Van Hattem noemt.

De heer Van Hattem (PVV):

Het gaat dus om een zo enorm bedrag, 269 miljard voor de komende veertien jaar. Is dat wel verantwoord? Is het dan niet zo dat de kosten voor het gebruik van energie voor onze burgers daarmee veel en veel hoger worden?

Minister Jetten:

Op dit moment importeert Europa voor honderden miljarden euro's energie uit landen buiten de EU. Vaak zijn dat regimes waar we liever geen zaken meer mee zouden willen doen. Uiteindelijk gaat het dus om de vraag: wat kost het aan investeringen om Nederland en Europa meer onafhankelijk te maken op het gebied van energievoorziening, zodat geopolitieke conflicten zoals we die vandaag de dag zien, niet zo'n enorme impact hebben, zoals we die nu aan de pomp of op onze energierekening zien? Dit is dus een investering in onafhankelijkheid en uiteindelijk ook voorspelbaarheid en acceptabele energieprijzen.

De voorzitter:

Tot slot, meneer Van Hattem.

De heer Van Hattem (PVV):

Dat zou goed klinken als het puur zou gaan om nucleaire energie. Dan heb je een redelijk centrale opwekking met een stabiel net. Dan vraag ik me af: is zo'n grote investering in het net wel noodzakelijk? Nu lijkt het er namelijk op dat deze investering vooral moet worden gedaan omdat er met wind en zon heel veel wiebelstroom komt, met grote pieken en dalen op het net, die opgevangen moeten kunnen worden. Kan de minister-president aangeven in hoeverre dat aan de orde is? Zou het zonder de inzet op wind en zon niet voor een veel en veel lager bedrag moeten kunnen?

Minister Jetten:

Het is verstandig om naar de totale systeemkosten te kijken. Dat doen we met het Nationaal Plan Energiesysteem, waarin we continu kijken wat de ideale energiemix voor Nederland is en wat dat vraagt aan investeringen in elektriciteitskabels, waterstofinfrastructuur en noem het allemaal maar op. Dat is ook de reden dat wij doorgaan met de ambities voor groene waterstof. Dan kunnen we veel van het bestaande gasnetwerk omvormen en hergebruiken. Dat is uiteindelijk ook een verstandige investering.

Over gas gesproken. Mevrouw Van Bijsterveld vroeg nog naar het recente TNO-advies ten aanzien van noodreserves. Het verbod op winning uit het Groningenveld is in 2024 vastgesteld en met 146 stemmen in de Tweede Kamer aangenomen. Toen was de geopolitieke situatie door de Russische agressie in Oekraïne al aanzienlijk veranderd. Dat betekent wel dat we ervoor moeten zorgen dat onze gasvoorziening op orde is. Daar zitten we als kabinet bovenop. Zo heeft staatsdeelneming EBN opnieuw toestemming gekregen om de gasopslagen te vullen voor zover de markt dat niet doet. Daar is ook geld voor vrijgemaakt. We hebben de afgelopen dagen gezien dat er winning plaatsvindt. We zijn aan het versnellen met de gaswinning op de Noordzee. Er was volgens mij vandaag nog een mooie aankondiging van de uitbreiding van de gaswinning bij ONE-Dyas. We kijken in Europees verband naar het openhouden van gasputten voor strategische reserves en gasopslagen verspreid over Europa. Daarmee kunnen we ons voor de komende jaren elke winter weer garanderen van voldoende gas.

Mevrouw Van Bijsterveld i (JA21):

Nood breekt wet, zou ik zeggen. In de situatie waarin Nederland zich nu bevindt, zijn we nog voor meer dan 80% afhankelijk van het halen van ons gas buiten de landsgrenzen. Het kan natuurlijk nog steeds zo zijn dat je zegt: laten we die paar putten die we mogelijk ooit in de toekomst als strategische noodreserve nodig hebben, niet volstorten met beton. Dat is de vraag. Het is prima dat u mij probeert te overtuigen van het feit dat er voldoende leveringszekerheid zou zijn, maar dat is niet het geval, want, nogmaals, als de pijplijn naar Noorwegen wordt opgeblazen, de Amerikanen niet meer leveren en Qatar niet kan leveren omdat de Straat van Hormuz gesloten is, dan hebben we echt een probleem. Nood breekt wet. Waarom kan de minister-president niet aangeven dat we een paar putten in die zin als strategische noodreserve openhouden? Dat wil niet zeggen dat we nu moeten pompen; het is puur als nood, als strategische nood.

Minister Jetten:

Ik waardeer de nuance die mevrouw Van Bijsterveld consequent aanbrengt in haar pleidooien hier, maar wij voeren de wet uit die is ingevoerd na de parlementaire enquêtecommissie aardgaswinning Groningen, waaronder naast het TNO-advies natuurlijk ook adviezen liggen van onder andere de Mijnraad. Die waarschuwen ons dat de veiligheid van de Groningers ook nu nog niet volledig gegarandeerd is, zoals we dat onlangs ook zagen bij de grote aardbeving die in Noord-Drenthe plaatsvond. Vanuit dat perspectief gaan we door op de ingeslagen weg.

Mevrouw Van Bijsterveld (JA21):

Ik wil toch even citeren uit een TNO-adviesrapport uit 2023. Dat gaat over het definitief sluiten van het gasveld in Groningen. Daarin staat: "Omdat het opereren op minimumflowniveau niet leidt tot een significante toename van het seismisch risico in vergelijking met sluiting van het veld, zou het seismisch risico geen doorslaggevende rol mogen spelen in deze afweging." Er wordt steeds maar geroepen dat het gewoon niet helemaal definitief afsluiten van een paar putten het risico op aardbevingen vergroot. Dat is niet zo.

Minister Jetten:

Hier staat naast dat juist met dit soort insteken de regio Groningen en de Groningers zeiden: zie je nou wel; er wordt uiteindelijk nog steeds niet naar ons geluisterd en onze veiligheid wordt niet op één gezet. We hebben als Nederland natuurlijk niet een heel lekker trackrecord richting de Groningers. Er speelt ook mee dat de particuliere partijen die bij deze gaswinning nodig zijn en betrokken waren, hier helemaal geen zin in hebben. Die zeggen: laten we nou een duidelijke keuze maken in wat we met het Groningenveld doen en daarna zorgen dat onder andere de gaswinning op de Noordzee versneld kan worden voor nationale productie.

De voorzitter:

Tot slot, mevrouw Van Bijsterveld.

Mevrouw Van Bijsterveld (JA21):

Dat private partijen er geen zin in hebben, lijkt me een heel slecht argument als het gaat om een strategische noodreserve. Ik wil de minister-president er toch op wijzen dat uit de peilingen blijkt dat ook de helft van de Groningers dit begrijpt en dat meer dan driekwart van de Nederlanders begrijpt dat het strategisch openhouden van deze putten eigenlijk gewoon een noodzaak is. Nood breekt wet.

Minister Jetten:

Als ik in Groningen op werkbezoek ben, is dat zeker niet mijn indruk van hoe het daar onder de lokale bevolking leeft. Daar hebben 146 zetels in de Tweede Kamer ook een belofte over gedaan. Die doe ik graag gestand. Dat neemt niet weg dat we wel alles op alles moeten zetten om voldoende reserves te hebben op het gebied van gas en olie, om ook op moeilijke momenten voldoende te hebben om de winter door te komen. Daar zijn we volop mee bezig.

Voorzitter. Dan de Nota Ruimte. Die stuurt op woondeals om tot 900.000 woningen te komen tot 2035. Eerder zijn door de vorige minister 21 nationale grootschalige woningbouwlocaties en 127 regionale woningbouwlocaties vastgesteld. In het coalitieakkoord is het voornemen opgenomen om daar nog negen grootschalige locaties aan toe te voegen. In de tussentijd zijn er ook een aantal gemeentes geweest die zich al bij ons hebben gemeld, omdat ze graag zo'n nieuwe nationale of regionale locatie willen worden. In de loop van dit jaar volgt de update over wat er aan locaties kan worden toegevoegd.

Ten aanzien van de Wet betaalbare huur is het voornemen niet om die in te trekken, maar wel om die op een aantal punten te optimaliseren. We komen nog dit jaar met concrete voorstellen. De minister van Volkshuisvesting zal u in april informeren over de invulling van deze optimalisatie.

Mevrouw Lagas (BBB):

Dat is snel, want april duurt niet zo lang meer. Het is mooi dat we dat binnenkort krijgen, maar ik sprong even in de benen door wat ik hoorde over al die grootschalige locaties. Komen daar ook die tien steden?

Minister Jetten:

Ja, wellicht wel.

Mevrouw Lagas (BBB):

Ik had de indruk dat dat een metafoor was. Dat is door een van uw kopstukken meteen de dag erna gezegd. Het is een beetje lastig om te constateren of die tien steden er nu komen, ja of nee. Of blijft het een metafoor, zoals aangekondigd door een van de D66-woordvoerders op dat thema?

Minister Jetten:

Nou, dat was geen zeker woordvoerder, maar …

Mevrouw Lagas (BBB):

Nee, geen woordvoerder. Neemt u me niet kwalijk.

Minister Jetten:

… een oud-politicus. We hebben allemaal wel oud-politici die soms als orakel op tv verschijnen. Dat kan soms heel interessant zijn, maar niet altijd. We kiezen dus voor 30 grootschalige locaties. Dat zullen in een aantal gevallen uitbreidingen zijn binnen steden. Zo is er in Rotterdam de mogelijkheid om binnen de stad zo'n 100.000 woningen toe te voegen de komende jaren. Op sommige plekken, zoals ten zuiden van Utrecht, zou dat een compleet nieuw grootschalig stadsdeel kunnen zijn. Maar er zijn ook regio's die zeggen: kom bij ons maar met grotere ambities. Dat is bijvoorbeeld het geval in het noorden van het land bij de Nedersaksenlijn die wordt aangelegd. Ik was in Drenthe op werkbezoek. Daar stonden eigenlijk de hele Provinciale Staten mij vragend aan te kijken waarom er aan de Nedersaksenlijn niet een aantal nieuwe grote locaties worden aangewezen. Dus laten we ook een beetje slim werk met werk maken op de plekken waar we infra gaan aanleggen.

Mevrouw Lagas (BBB):

Wat zullen ze blij zijn met onze Nedersaksenlijn, die mede door de BBB tot stand is gekomen.

Minister Jetten:

Zeker, dat heeft u goed gedaan.

Mevrouw Lagas (BBB):

Maar even terug naar Rotterdam. U had het over 100.000 woningen. Een voorganger, minister De Jonge, had het in die tijd over de ontwikkeling van 250.000 woningen in die regio. Toen hebben we ons al afgevraagd hoe het zit met de zeespiegelstijging. Is het nou zo verschrikkelijk handig om daar zo veel te bouwen? Is het niet veel handiger om veel meer naar het oosten te gaan, naar drogere gronden?

Minister Jetten:

Dat is een terechte vraag. Toen de Nota Ruimte werd gepubliceerd, heb ik in mijn vorige rol gezegd dat ik vond dat minister Keijzer goed werk heeft verricht op die portefeuille. Maar verschillende partijen hebben daarna gezegd: is bodem en water sturend voldoende verwerkt in die nota? Denk aan de impact van klimaatverandering en aan klimaatadaptatie. Leidt dat misschien dadelijk tot de keuze in de definitieve Nota Ruimte om meer te doen in het oosten van het land, op de hogere gronden? Als jarenlange inwoner van dat gebied begrijp ik eigenlijk wel dat veel meer mensen daar zouden willen wonen.

De voorzitter:

Tot slot, mevrouw Lagas.

Mevrouw Lagas (BBB):

Als u mij toestaat. Vergeet vooral ook Limburg niet. Dat is ook een gebied waar men heel graag meer woningen ziet dan er nu ontwikkeld worden. Als u kunt toezeggen dat dit allemaal meegenomen wordt, dan zijn wij tevreden.

Minister Jetten:

Dat doen we. Ik ga met de heer Bovens dan een paar locaties uitkiezen in Limburg.

Voorzitter. In dit blok werd ook een vraag gesteld over voedselzekerheid. De staatssecretaris van LVVN werkt momenteel aan de nieuwe strategische agenda voor voedselzekerheid, dus daarin nemen we ook de impact van de huidige wereldwijde crisis op onze voedselvoorziening mee. Deze strategische agenda komt voor de zomer.

Voor de zomer willen we ook op het gebied van stikstof een aantal richtinggevende keuzes maken. Dat is ook wat provincies, maar ook agrarische partijen en natuurorganisaties aan het kabinet vragen: maak nou een aantal duidelijke keuzes waar de overheid over gaat, zodat we ook weten waar we aan toe zijn, en werk dan nauw samen met de agrarische sector en medeoverheden om dit beleid ten uitvoering te brengen. De eerste brief van de minister van Landbouw is twee weken geleden verzonden. Binnenkort volgt ook de uitgebreidere beleidsbrief van de minister en staatssecretaris gezamenlijk.

Mevrouw Lagas (BBB):

Kijk, die partners bedoelde ik nou.

Minister Jetten:

Dat dacht ik al daarstraks.

Mevrouw Lagas (BBB):

Oké. Dus die brief wordt opnieuw geschreven, begrijp ik?

Minister Jetten:

Nee, want tijdens de kabinetsformatie hebben wij die partners ook aan tafel uitgenodigd. Zij waren daar ook heel helder. De afgelopen jaren — daar is ook mijn eigen partij onderdeel van geweest — is er heel veel politiek debat geweest, maar nul duidelijkheid en helderheid voor boeren en de natuur. Zij zeiden ook tegen ons dat de overheid over een aantal zaken zelf moet beslissen. De overheid zal moeten beslissen wat bepaalde normen zijn, wat de gebruiksruimte kan zijn voor de agrarische sector, en moet daar helder over zijn. Dus dat zullen we doen als kabinet. Daarbinnen kun je met die partijen afspraken maken over de besteding van het geld dat is uitgetrokken voor stikstof, voor de ondersteuning van jonge boeren en voor innovaties die nuttig kunnen worden toegepast. Dat gaan we doen via de maatschappelijke dialoogtafel.

Mevrouw Lagas (BBB):

Richting de minister-president: ik bedoelde gelijkwaardige partners. We hebben daarstraks in het AOW-debat gezien dat u al wat had opgeschreven. U had al een coalitieakkoord waarin het verhaal van de AOW stond. De partners hebben daarna gereageerd. Nu zegt u, vandaag, hier in het debat: we zetten het on hold. Dus degenen die op de brief van de minister van Landbouw hebben gereageerd, reageerden na publicatie. Dat bedoelde ik met mijn vraag of de partners allemaal gelijk zijn. Maar ik denk dat u dat heel goed begrijpt. Dan heb ik nog één aanvullende vraag, als u het goedvindt, voorzitter, over het met elkaar om tafel gaan zitten over stikstof. Daar zitten ook prijskaartjes aan. Hoe verhoudt dat zich tot de 2 miljard voor Tata Steel?

Minister Jetten:

Ik ben blij dat wij in dit coalitieakkoord geld voor de landbouwaanpak hebben kunnen vrijmaken, want ik denk dat het geld ook echt nodig is, juist om boeren een goed toekomstperspectief te kunnen geven, om een eerlijke prijs te kunnen betalen voor agrarisch natuurbeheer, om jonge boeren te helpen een bedrijf over te nemen en om die Grondbank ook van de grond te krijgen. Er is veel geld voor de vergroening van Tata Steel, als we daar een akkoord kunnen sluiten, maar er is ook veel geld voor de aanpak in de landbouwsector.

De voorzitter:

Tot slot, mevrouw Lagas.

Mevrouw Lagas (BBB):

Dat is mooi, maar waarom is er dan al 2 miljard van agrarisch natuurbeheer afgegaan? Dat had u toch veel beter kunnen laten zitten?

Minister Jetten:

Dat debat heb ik ook met mevrouw Van der Plas in de Tweede Kamer gehad. Het klopt dat we minder geld voor agrarisch natuurbeheer hebben dan het vorige kabinet in het coalitieakkoord had. We hebben in totaal natuurlijk ongeveer een tienvoud van het bedrag voor boeren. We denken dat we daarmee een goede inzet op het boerenerf voor elkaar kunnen krijgen.

De voorzitter:

Dit is overigens wel uw twaalfde interruptie, meneer Van Hattem.

De heer Van Hattem (PVV):

Dank, voorzitter. Ik hoor de minister-president spreken over gebruiksruimte voor stikstof. Nu krijgen we toch een punt dat de minister-president het tegelijkertijd heeft over perspectief voor onze boeren. Als we het hebben over gebruiksruimte voor stikstof, betekent dat dan dat er nog maar beperkte ruimte voor onze boeren is, en dat de rest dus allemaal eruit moet, uitgekocht moet worden en moet verdwijnen? Wat is dan nog het perspectief voor die boeren? Ik hoor het graag van de minister-president. Worden die gewoon keihard aan de kant gezet? Wat betekent dat vervolgens voor de voedselzekerheid? Die gaat natuurlijk ook keihard onderuit.

Minister Jetten:

Nee, zeker niet. Maar boeren vragen ons wel dat we duidelijk zijn over wat waar kan. Ik denk dat dat ook heel terecht is. Dichter bij natuurgebieden zal je een ander type landbouw krijgen dan verder van die natuurgebieden af. Er liggen ook heel veel rapporten op ons te wachten om keuzes te maken. De onzekerheid waarin we boeren de afgelopen jaren hebben laten zitten, heeft hen niet geholpen. Je zal straks dus per locatie andere vormen van bedrijfsmodellen kunnen krijgen. Dan mag de overheid ook echt wel even de portemonnee trekken om boeren te helpen die omslag te maken.

De heer Van Hattem (PVV):

"Helpen de omslag te maken" is nog iets anders dan boeren uitkopen en bedrijven beëindigen. Wat is dan de verhouding tot die gestelde gebruiksruimte? Dat vind ik namelijk een nogal beklemmend begrip voor onze agrarische sector. Als de gebruiksruimte op een gegeven moment op is, beperkt is of voor andere doelen gebruikt moet worden, of als de natuur het niet meer aankan … Wanneer houdt de gebruiksruimte voor onze boeren op? Wat is hun perspectief dan nog?

Minister Jetten:

Ik had deze term misschien niet moeten gebruiken, zeg ik voordat die een eigen leven gaat leiden. Maar die term is in de gesprekken die wij met landbouworganisaties hadden door een van die organisaties zelf ingebracht, in de zin dat wij duidelijk moeten zijn over welke ruimte er voor hen is. Zij zijn namelijk ondernemers. Zij willen hun familiebedrijf voortzetten. Zij willen dat doen op een manier dat de overheid niet elk jaar weer met andere regeltjes aankomt, maar dat ze weten waar ze aan toe zijn, zodat ze hun boerenondernemerschap erop kunnen loslaten. Dat is de vraag die er vanuit hen is. Ik was vorige week nog bij Aeres, de agrarische hogeschool en het mbo in Dronten. Al die jonge mensen daar zeiden precies hetzelfde: wees nou eens duidelijk als overheid wat u de komende tien, vijftien jaar van ons verwacht en laat ons daarna met rust, want dan kunnen we het heel goed zelf organiseren. Dat is wat ik daarmee bedoel.

De voorzitter:

Tot slot.

De heer Van Hattem (PVV):

Ik hoorde de minister-president daarstraks toch echt duidelijk zeggen: gebruiksruimte voor stikstof. Daar werd het dus echt nadrukkelijk aan gekoppeld. Dan vraag ik me wel af: wat is daadwerkelijk het perspectief voor die boeren? Ze kunnen "laat ons de komende jaren met rust" zeggen, maar alles is nu gericht op de staat van het natuurherstel. Als die staat van natuurherstel doorslaggevend is voor de mate waarin een agrarisch bedrijf zich kan ontwikkelen, krijg je toch elke keer weer onzekerheid over stikstofnormen die worden opgelegd en over gerechtelijke uitspraken. De minister-president zei net duidelijk "wij moeten als overheid gaan ingrijpen en duidelijk onze piketpaaltjes neerzetten", om mijn eigen woorden te gebruiken. Ik hoor dan toch graag van de minister-president in hoeverre boeren de kans krijgen om zelf ongestoord door te gaan.

Minister Jetten:

Kijk, het totale doel in het coalitieakkoord is natuurlijk een toekomstperspectief voor de landbouwsector in combinatie met meer oog voor natuur. De landbouwsector is een van de meest toonaangevende sectoren die we in Nederland hebben, die ook wereldwijd hoog staat aangeschreven. Je kunt met elkaar een heel mooie sector weer een flinke steun in de rug geven in de komende jaren, maar dat vraagt wel om een overheid die ook handelt, in plaats van een overheid die alleen maar met zichzelf bezig is. Het is eigenlijk niet heel veel ingewikkelder dan dat. Maar in de beleidsbrief van de minister en de staatssecretaris zal hier binnenkort uitgebreider op worden ingegaan.

Voorzitter. Er waren een aantal vragen over de doelen op het gebied van stikstof en klimaat. We hebben er in de formatie nadrukkelijk voor gekozen om vooral aan de slag te gaan, zonder weer een ellenlange discussie over de doelen en de jaartallen. We willen vooral zorgen voor maatregelen waarmee we geholpen zijn om tot een duurzame en schonere samenleving te komen.

Door de interrupties heb ik een aantal vragen al gehad. Het PBL zal ook onafhankelijk advies uitbrengen over de stikstofaanpak van het kabinet de komende tijd. Wij zullen daar zelf natuurlijk nieuwe inzichten bij benutten. De snelste manier om van het stikstofslot af te komen, is om een geborgd pakket aan maatregelen te treffen. Zowel in de agrarische sector als in de mobiliteit en in de industrie zullen we die maatregelen de komende tijd nemen. Zo willen we stapsgewijs, gebied voor gebied, het stikstofslot oplossen, zodat de vergunningverlening weer op gang kan komen.

De heer Janssen i (SP):

Ik heb een korte verhelderende vraag aan de minister-president. Dit gaat even terug naar de rol die wij speelden bij de stikstofwet die eerder is aangenomen, waarbij de stem van de SP doorslaggevend was. Wij hebben toen voorgestemd, omdat er resultaatverplichtingen waren opgenomen. Klopt het dat u de resultaatverplichtingen nu wilt inruilen voor inspanningsverplichtingen?

Minister Jetten:

Nee.

De heer Janssen (SP):

De resultaatverplichtingen die nu staan voor 2030 en 2035 blijven dus resultaatverplichtingen?

Minister Jetten:

Ja, zolang die wetten niet gewijzigd worden, is dat het geval. Ook bij het debat over de regeringsverklaring werd ik bevraagd over waarom het kabinet niet het voornemen heeft om de doelstelling voor 2030 nog verder aan te scherpen of op te hogen. Dan zouden we daar weer twee jaar over debatteren zonder dat we bezig zijn met het daadwerkelijk uitvoeren van maatregelen om bij die gewenste resultaten te komen.

De heer Janssen (SP):

Dan hoop ik dat ik het goed begrepen heb. Een resultaatverplichting blijft dus een resultaatverplichting en gaat niet ingeruild worden voor een inspanningsverplichting?

Minister Jetten:

Nee, dat voornemen is er niet.

De heer Koffeman i (PvdD):

Even aansluitend hierop. Ik heb in mijn eerste termijn aan de minister-president gevraagd of zijn stelling van januari 2025 dat de veestapel gehalveerd moet worden in het kader van de stikstofverplichtingen nog staat of dat die vervangen is door "aan de slag". Ik vind "aan de slag" een stuk minder concreet dan "de veestapel moet gehalveerd worden", dus ik wil daar graag duidelijkheid over hebben. Ik zou in aansluiting op de vraag van collega Janssen over de inspannings- en resultaatverplichting ook graag willen vragen of het kabinet gaat voldoen aan het Greenpeacevonnis over de stikstofdoelen, waar een dwangsom van 10 miljoen op staat.

Minister Jetten:

Heel veel van de antwoorden zouden nog komen. Ik zal ook even checken wat er toen precies in het debat is gewisseld, want daar was ik niet bij. Daar kom ik dus in tweede termijn op terug. Ik sta hier nu als minister-president van een kabinet dat voornemens is om de stikstofuitstoot de komende jaren fors terug te dringen, zodat de vergunningverlening weer op gang komt en onze natuurgebieden beter worden beschermd. Dat doen we met een breed pakket aan maatregelen, zoals extra geld voor natuurbeheer, het verbinden van bestaande natuurgebieden, de verduurzaming van de landbouwsector en stikstofmaatregelen in andere sectoren. De omvang van de veestapel is daarbij geen doel op zich.

De heer Koffeman (PvdD):

Mijn vraag daarover was heel concreet. In januari 2025 was u heel stellig dat de veestapel gehalveerd zou moeten worden. Op het moment dat die doelstelling wat u betreft is bijgesteld, zou ik willen weten wat er veranderd of verbeterd is. Wat is de reden dat de veestapel niet meer gehalveerd hoeft te worden, iets waar u toen zo stellig over was?

Minister Jetten:

Dat was echt in een andere rol, op een ander moment, in reactie op een rechterlijke uitspraak die dag. Alle drie de partijen in het kabinet hebben de afgelopen jaren hele stevige stellingnames gehad over stikstof, natuur en landbouw. We hebben elkaar in de formatie gevonden in de overtuiging dat we dat nog vier jaar zouden kunnen herhalen of nu met elkaar kunnen kijken waar we elkaar kunnen vinden om de natuur beter te beschermen en boeren in Nederland de helderheid en het perspectief te bieden waar ze recht op hebben. Ik ben eigenlijk best trots op het resultaat dat in het coalitieakkoord is afgesproken.

De voorzitter:

Tot slot, meneer Koffeman.

De heer Koffeman (PvdD):

Ik begrijp best dat u trots bent op het resultaat. U spreekt over rolverwisseling, maar je kunt als politicus toch geen kameleon zijn? Als uw ideaal in januari vorig jaar was dat de veestapel gehalveerd moet worden en dat is door samenwerking met andere partijen gedegradeerd naar "aan de slag", dan is dat toch een stuk minder concreet geworden? Dat betekent toch dat u zich daar niet comfortabel bij zou moeten voelen?

Minister Jetten:

Ik voel me daar heel comfortabel bij. Ik denk dat het hoofdstuk over landbouw en natuur in het coalitieakkoord een van de meest uitgebreide en gedetailleerde is. Daarin staan een hele hoop maatregelen waar deze drie partijen het in het verleden niet over eens konden worden en waar we nu de komende maanden hele grote stappen op gaan zetten.

De heer Koffeman (PvdD):

Dus u bent het eens geworden over de formulering "aan de slag", maar u kunt niet concreet maken wat dat inhoudt?

De voorzitter:

Ik had u niet het woord gegeven. Ik vroeg me af of ik nu het woord ga geven aan de heer Janssen of aan mevrouw Visseren.

Minister Jetten:

Ik ben nog niet klaar met dit blok, zeg ik richting mevrouw Visseren.

De heer Janssen (SP):

Op het vorige punt nog, omdat de minister-president naar mij wees en zei dat hij nog even zal navragen wat er in dat debat is gewisseld. Het gaat niet om wat er in het debat gewisseld is. Dat was zes jaar geleden. Nog in de echte zaal, laat ik het zo zeggen. Het gaat erom wat de wet is. De wet kent nu een resultaatverplichting. Als u naar een inspanningsverplichting wilt, dan zult u de wet moeten wijzigen. Mijn vraag is: wilt u de wet wijzigen?

Minister Jetten:

Nee. Dan is er gelukkig geen misverstand. Fijn.

Dan over de dierwaardige veehouderij. De staatssecretaris werkt hard aan de AMvB Dierwaardige Veehouderij voor de vier grote veehouderijsectoren en de vleesveesector. Het is conform de opdracht uit de gewijzigde Wet dieren. Het doel van de AMvB is dat er per 2040 een dierwaardige veehouderij zal zijn in Nederland, die voldoet aan de zes leidende principes, zoals geformuleerd door de Raad voor Dierenaangelegenheden.

In de AMvB waar ik net naar verwees, zal ook invulling worden gegeven aan het verbod op het routinematig couperen van varkensstaarten.

Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):

Ik wacht altijd netjes tot het einde van het blokje met antwoorden van de premier. Ik begrijp dat het doel van het akkoord en van de AMvB, die eraan zit te komen, is dat de veehouderij uiterlijk in 2040 dierwaardig zal zijn. Alleen staat in het coalitieakkoord die zin die ik in eerste termijn heb genoemd, namelijk dat de doelstellingen kunnen worden aangepast als het in de praktijk niet haalbaar wordt of is. Dat is dus geen harde doelstelling. Ik vraag daarom aan de premier: is het een harde doelstelling voor 2040? Kan ik ervan uitgaan dat de veehouderij in Nederland uiterlijk in 2040 100% dierwaardig is?

Minister Jetten:

Ja, dat wordt wel het doel van de AMvB, die ook met een voorhangprocedure met de Kamer wordt gedeeld.

De voorzitter:

Helder.

Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):

Dat is mooi. En dan had ik nog een tweede vraag. Die gaat over de relatie tussen stikstof en dierwaardige veehouderij. Gaat de premier daar nog antwoord op geven, of moet ik hem herhalen?

Minister Jetten:

Niet op dat detailniveau, nee.

Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):

Ik had de volgende vraag gesteld. Er zullen wellicht bedrijven worden verplaatst in het kader van het stikstofbeleid. Dat heeft niet de voorkeur van de Partij voor de Dieren, laten we daar helder over zijn. Maar stel dat de overheid overheidsgeld uitgeeft aan de verplaatsing van zo'n veehouderijbedrijf. Moet dan het veehouderijbedrijf op de nieuwe locatie dierwaardig zijn? Dat lijkt mij voor de hand liggend. Het is een combinatie van twee beleidsterreinen en ik vraag me af of de premier dat ook voor de hand liggend vindt.

Minister Jetten:

Dat lijkt me wel, want het is zonde als je na een paar jaar weer bij dezelfde ondernemer moet aankloppen met weer nieuwe wet- en regelgeving. Liever in één keer goed.

De voorzitter:

Tot slot.

Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):

Wauw!

Minister Jetten:

Dan vroeg mevrouw Lagas naar de visserij. Dat is inderdaad een hoogwaardige sector met ook toekomst in Nederland. Daar wordt aan gewerkt, onder andere via de uitvoeringsagenda van de visie op voedsel uit zee en grote wateren — zo heet het zo mooi — die door het vorige kabinet nog in gang is gezet. Daar wordt dus aan gewerkt. Als het goed is, wordt de uitvoeringsagenda voor de zomer naar de Tweede Kamer gezonden.

Over agrarisch natuurbeheer hebben we net al een kort interruptiedebatje gehad. Oefenterreinen van legerkazernes zullen inderdaad af en toe dichtbij of in natuurgebieden liggen. De Raad van State heeft op 23 maart in zijn advies op de Wet op de defensiegereedheid aandacht hiervoor gevraagd. De Raad van State onderstreept het belang en de urgentie van de gekozen benadering van het wetsvoorstel en geeft met een dictum b, een positief dictum dus, nog wat aandachtspunten mee die kunnen worden benut. Daar zullen wij ons voordeel mee doen.

De Natuurherstelverordening nemen we ook zoveel mogelijk mee in de stikstofaanpak, waarover we het net al hadden. Het kabinet heeft forse middelen gereserveerd om ook de komende jaren te werken aan natuurherstel. Daarmee zetten we forse stappen richting het behalen van de doelen uit de natuurherstelverordening voor 2050. Na de zomer komt er een uitgewerkt natuurplan dat we bij de Europese Commissie moeten indienen.

Voorzitter. Tot slot nog op landbouw, de gentechnieken. Mevrouw Visseren-Hamakers is daar by far de beste expert in allebei de Kamers van de Staten-Generaal. Zij heeft een aantal echt technische vragen gesteld. Ik heb al even contact gehad met de minister van Landbouw. Hij zal zo snel mogelijk, zelfs deze week nog, in een brief ingaan op haar vragen, zodat we zijn reactie nog kunnen benutten bij de bespreking die in Europa plaatsvindt.

Tot slot in dit blok de vraag van mevrouw Huizinga over de Lelylijn. De heer Knot heeft onlangs advies uitgebracht over hoe de komende kabinetten de Lelylijn kunnen aanpakken op een manier die ook financieel-economisch uitkomt. Het kabinet zal nog voor de zomer een uitgebreide reactie op het advies van de heer Knot publiceren. Ik stel voor dat we dan ook deze Kamer een afschrift daarvan doen toekomen, zodat ook mevrouw Huizinga er direct bovenop kan zitten.

Dan ga ik naar de vragen over openbaar bestuur.

De voorzitter:

U hebt nog een opmerking over die brief? Stelt u even uw vraag.

Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):

Ik stel het echt enorm op prijs dat het kabinet deze week met een brief komt. Ik weet dat het kabinet met één mond spreekt, dus ik ga ervan uit dat als de minister van Landbouw een brief stuurt naar de Eerste Kamer, hij dat dan doet namens het hele kabinet. Ik heb twee vragen. Kan in die brief worden ingegaan op de zeven punten die ik in eerste termijn heb genoemd? En gaan meerdere leden van het kabinet naar die brief kijken? Het is echt een zeer ingrijpend voorstel, met grote consequenties voor de Europese natuur en de Europese landbouw. Ik ben dus op zoek naar een manier waarop het kabinet er op een gedegen manier zijn eigen oordeel over kan vellen en een bewuste keuze kan maken, omdat het gaat om een dossier met een vergaande impact.

Minister Jetten:

Ik denk niet dat het kabinet en mevrouw Visseren-Hamakers helemaal hetzelfde in dit dossier zitten. Dat is ook niet haar zoektocht. Maar ik begrijp wel een aantal van de zorgen die zij in haar eerste termijn heeft geuit. Wij zullen op alle zeven punten ingaan in de brief. En zij mag er inderdaad van uitgaan dat die brief namens het hele kabinet wordt verstuurd.

Mevrouw Huizinga-Heringa i (ChristenUnie):

Dank u wel voor het antwoord over de Lelylijn. Ik had de minister-president ook nog een vraag gesteld over zijn visie op de leefbaarheid in de regio's, dus in de gebieden buiten de Randstad. Komt u daar nog op terug?

Minister Jetten:

Dat zit in het blok waarmee ik nu ga beginnen.

Mevrouw Huizinga-Heringa (ChristenUnie):

Dan wacht ik dat af.

Minister Jetten:

Er zijn een aantal vragen gesteld over een slagvaardige overheid, de kwaliteit van wetgeving en de relatie tussen de verschillende regio's, zowel in Europa als in Caraïbisch Nederland. Ik proefde in een aantal inbrengen nog wat scepsis over de Taskforce Slagvaardige Overheid. Eerlijk gezegd begrijp ik die scepsis wel, want we zijn niet het eerste kabinet dat minder regels, inkrimping van het ambtenarenapparaat en dergelijke als doelstelling heeft. Rekent u ons dus vooral af op de resultaten op dit punt, en niet zozeer op onze ambities.

Wij hebben er heel bewust voor gekozen om de Taskforce Slagvaardige Overheid op te richten. We hebben in het coalitieakkoord een forse taakstelling ten aanzien van het ambtenarenapparaat afgesproken. De premier en de vicepremiers hebben het ambtenarenapparaat de belofte gedaan dat we niet met een botte kaasschaaf te werk zullen gaan, maar dat we gerichte keuzes willen maken over wat we minder gaan doen, gerichter gaan doen of anders gaan doen. Daar werken we aan met de taskforce en een dedicated staatssecretaris. Ik kan u zeggen dat de staatssecretaris er zeer fanatiek mee begonnen is.

Veel mensen en veel ondernemers ervaren de overheid als te groot en te ingewikkeld. Wij proberen daar iets aan te doen via het schrappen van 500 regels, een jaarlijkse versimpelingswet en een taskforce. Dat is allemaal leuk, maar uiteindelijk is de vraag die we moeten beantwoorden: ervaren burgers en bedrijven een simpelere en snellere vergunningverlening, en ervaren zij een menselijkere overheid als ze een brief ontvangen of aan een loket een vraag willen stellen? Dat is uiteindelijk waar het ons om te doen is. We hebben echter wel een paar van zulke wat plattere doelstellingen nodig om de urgentie erop te houden en ervoor te zorgen dat het hele kabinet zich hiervoor inzet.

De medeoverheden en de uitvoeringsorganisaties hebben aan ons gevraagd hen actief te betrekken bij het denken over een slagvaardige overheid. Daar leven heel veel ideeën over hoe het beter kan. Vorige week hadden we een startbijeenkomst met allerlei ambtenaren. Ik was daar onder de indruk van het enthousiasme van de mensen in de zaal. Ambtenaren gaan ook elke dag gepassioneerd aan het werk om dit land weer een stukje beter te maken en worden soms ook gek van wat wij als politiek weer bedacht hebben. Zij zijn graag onderdeel van deze hele inzet richting die slagvaardige overheid. Daarbij benutten we de regeldrukmonitor en de adviezen van het Adviescollege toetsing regeldruk, maar ook de Hoge Colleges van Staat willen de komende tijd helpen.

De uitvoerbaarheid van wetten, zeker van wetten die volop zijn geamendeerd, is ook door velen van u genoemd. Wij kijken bij de appreciatie van amendementen nadrukkelijker naar de uitvoerbaarheid van die amendementen, zodat we daar of in de debatten, of apart bij brief nog op kunnen ingaan. Dat helpt de Tweede Kamer bij de beoordeling van die amendementen en hopelijk ook de kwaliteit van de wetgevingsbehandeling hier.

Uitvoeringsorganisaties worden natuurlijk standaard betrokken bij het uitbrengen van de uitvoeringstoets. Ook de Raad van State heeft het voornemen om nog beter en gerichter te adviseren op de uitvoerbaarheid, en heeft er vorige week en marge van de ministerraad ook met alle leden van het kabinet van gedachten gewisseld over de vraag hoe ze daar invulling aan kunnen geven. De Raad van State heeft het kabinet ook uitgenodigd, de vaste adviseurs vaker al in een vroegtijdig stadium te betrekken bij het voornemen tot wetgeving, en niet pas als de wetgeving al helemaal klaar is.

Er zijn gelukkig wel regels voor de kwaliteit van wetgeving. Ik moest dat ook even opzoeken, zeg ik tegen mevrouw Lagas. Al sinds 1993 zijn daarvoor aanwijzingen in de wetgeving vastgelegd. Of die ook altijd zijn toegepast, is dan weer een andere vraag. Die aanwijzingen worden nu voor alle ministeries verwerkt in het beleidskompas voor de kwaliteit van wetgeving.

De heer Rosenmöller en de heer Van Meenen verwezen naar het prachtige pleidooi dat eerder door leden van dit huis is gehouden, namelijk dat wetsvoorstellen ook inzicht moeten geven in de langetermijneffecten. Het ministerie van BZK heeft daarvoor de Leidraad Toekomstgericht Beleid ontwikkeld. Op dit moment wordt de Schrijfwijzer voor de memorie van toelichting geactualiseerd, met extra handvatten voor het rapporteren hierover in elke memorie van toelichting, zodat dit eigenlijk een vast onderdeel wordt bij nieuwe wetsvoorstellen.

Mevrouw Perin-Gopie vroeg of we dan ook altijd ervoor zorgen dat nieuwe wetgeving voldoet aan het EVRM, Europese verdragen et cetera. Mij lijkt inderdaad dat dat de normaalste zaak van de wereld zou moeten zijn. De ministeries van BZK en JenV zijn binnen dit kabinet nadrukkelijk verantwoordelijk voor een algemene wetgevingstoets, ook bij wetgeving van andere departementen.

De heer Rosenmöller i (GroenLinks-PvdA):

Ik wil het toch even proberen vast te leggen, want het ging wat snel voor mij, op dit tijdstip van de dag. Zegt de minister-president nu dat BZK daarin het voortouw heeft, en dat in de memorie van toelichting van wetsvoorstellen wordt ingegaan op de langetermijneffecten van dat wetsvoorstel, standaard?

Minister Jetten:

Ja, dat wordt de standaard.

De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):

U wijst naar uw papier, maar ik luister naar wat u zegt. Oké, mooi. Dank u wel, prima.

Minister Jetten:

Mooi.

Voorzitter. Specifiek de kinderrechtentoets zal door het ministerie van VWS standaard worden toegepast op wetgevingstrajecten over de jeugdzorg. De uitkomst hiervan zal door het ministerie worden toegelicht in de memorie van toelichting. Die kinderrechtentoets roept nog wat vragen op, ook bij de Kinderombudsvrouw. Daarom gaan we actief oefenen met de toepassing van die kinderrechtentoets en bekijken we hoe we die toets verder kunnen doorontwikkelen, zodat die onderdeel kan worden van de generatietoets.

Dan hebben een aantal leden, waaronder mevrouw Van Bijsterveld, vragen gesteld over artikel 120 Grondwet. Met de invoering van de constitutionele toetsing wordt de controle achteraf versterkt. Dit vormt naar mening van het kabinet een beperkte verschuiving in het evenwicht tussen de staatsmachten. Het is op basis van de afgelopen jaren ook een goede aanvulling op de rechtsbescherming van burgers. Daarmee zorgen we er ook voor dat de Grondwet weer meer tot leven komt en een belangrijkere status krijgt. Maar dat komt zeker allemaal niet in de plaats van al het belangrijke werk dat hier in de Staten-Generaal wordt gedaan.

De heer Bovens vroeg — daar ben ik heel blij mee — naar een breed bestuursakkoord. Ik heb op 5 maart jongstleden al met de minister van BZK en de staatssecretaris van Financiën uitgebreid kennis gemaakt met de medeoverheden en we werken nu toe naar een breed akkoord op een aantal thema's waarvoor de medeoverheden cruciaal zijn in de uitvoering. Ik hoop dat we dat brede akkoord op korte termijn met elkaar kunnen sluiten. De Raad voor het Openbaar Bestuur heeft een uitgebreid advies uitgebracht over een verdere verbetering van het verdeelmodel van het gemeentefonds. De minister van BZK verwacht u eind april te kunnen informeren over het vervolgtraject wat betreft het benutten van dat advies.

De heer Van der Goot vroeg naar Elke regio telt!, waar we daarstraks ook al wat over hebben gewisseld. We willen hiermee doorgaan. De minister van BZK is daar nadrukkelijk voor verantwoordelijk. We willen het Nationaal Programma Vitale Regio's gebruiken om voor een aantal regio's een strategische agenda voor de lange termijn te ontwikkelen, die niet alleen ziet op economische ontwikkeling, maar ook op sociale cohesie in de regio, bijvoorbeeld net wat er in die regio relevant is. Daarbij is het ook belangrijk om te kijken naar de stapeling van factoren, die soms ook leidt tot verslechtering van de uitgangspositie van regio's. Tot de zomer nemen we de tijd om met de verschillende provincies hierover van gedachten te wisselen. De minister zal u na de zomer daar verder over informeren. De verwachting is dat we daarna eens per twee jaar met beide Kamers een update van de regioaanpak kunnen wisselen.

Dan ga ik naar de vragen over het Caribisch deel van het Koninkrijk. Ik denk dat het heel nuttig is om met de landen en de drie bijzondere gemeentes van gedachten te blijven wisselen over hoe we nu taken en verantwoordelijkheden binnen het Koninkrijk met elkaar hebben gedeeld. Daarbij hebben ook de premiers van de drie Caribische landen ons in de kabinetsformatie al uitgenodigd om daar dit jaar over door te praten. De staatssecretaris van BZK zal hier in zijn beleidsbrief, die eind april komt, uitgebreider op ingaan. Zowel de staatssecretaris als ikzelf zijn later dit voorjaar op alle zes de eilanden om dat met hen verder uit te diepen. Eén onderwerp dat zeker zal terugkomen op Bonaire is inderdaad de klimaataanpak voor de BES-eilanden. Het kabinet voelt zich verplicht om daar te ondersteunen bij de totstandkoming van de lokale klimaatplannen, zowel voor mitigatie als voor adaptatie, en mee te investeren in de uitrol van hernieuwbare energie, betere energie-infrastructuur en het verlagen van de energierekening, ook op de eilanden. Het ministerie van IenW en het ministerie van LVVN zijn volop bezig met het waterbeleid en het natuurbeleid aldaar. Dat doen we dus ook nadrukkelijk samen met de eilanden en allerlei organisaties die daar actief zijn.

De heer Schalk vroeg naar de wetgeving ten aanzien van het demonstratierecht. De minister van JenV en de minister van BZK zullen voorafgaand aan het commissiedebat in de Tweede Kamer van 27 mei een richting schetsen voor hoe het kabinet aan de slag wil met het demonstratierecht. Daarvoor benutten we de kabinetsreactie op het WODC-rapport, dat nog voor de zomer zal volgen. Ook zijn we in overleg met de nationale politie en de burgemeesters over de door hen ervaren issues en uitdagingen en over eventuele suggesties die zij kunnen doen voor verbetering. Het recht op demonstreren is natuurlijk een heel groot goed, dus dat recht willen we ook respecteren. Wel zien we zien in een aantal gemeenten steeds meer spanningen ontstaan met de hoeveelheid demonstraties en de uitingen die daarin worden gedaan. We moeten dus vooral op zoek gaan naar manieren om het lokale bevoegd gezag te helpen om hun taak goed te kunnen vervullen.

De heer Schalk (SGP):

Dank voor dit antwoord, zeg ik tegen de minister-president. Ik zoek nog wel even naar het antwoord op de vraag hoe het kabinet ervoor kan zorgen dat de mensen die deze demonstraties moeten begeleiden — dat is de politie — zich echt gewaardeerd voelen. We hebben onlangs een toelichting gehad over het WODC-onderzoek. Ik zat echt verbijsterd te luisteren. Op een gegeven moment werd er het volgende gezegd. Honderden mensen die echt iets doen wat illegaal is en gewoon niet mag, worden van de straat geplukt, maar daarna worden ze maar naar huis gestuurd, want anders is het een te zware belasting voor beboeten of iets dergelijks. Die politiemensen staan dan gewoon voor schut. Hoe kunnen we die nou voldoende ondersteuning geven?

Minister Jetten:

Ik heb de afgelopen weken ook zelf met verschillende burgemeesters hierover van gedachten gewisseld. Zij vroegen mij ook om op dit soort momenten te benadrukken dat er in Nederland bijna elke dag tientallen demonstraties plaatsvinden zonder dat er ooit een haan naar kraait. Die demonstraties worden namelijk netjes georganiseerd. Demonstranten houden zich daar aan de wet- en regelgeving en het lokale bevoegd gezag kan de demonstratie op een hele prettige manier begeleiden. Het gaat helaas ook af en toe mis. Dan is het inderdaad frustrerend als je als burgemeester niet de middelen hebt om zoiets te voorkomen of als politie niet de middelen hebt om goed in te kunnen grijpen, zeker als overtreders daar dan mee wegkomen, omdat de hele rechtsketen overvol zit. Dit is ook precies de reden dat we daar nog een keer goed naar willen kijken.

De heer Schalk (SGP):

Ik denk dat het heel belangrijk is dat daarover met de ministers wordt gesproken — de minister van Justitie zal dat ongetwijfeld doen — maar dat de minister-president misschien ook een keer gaat spreken met de mensen die daadwerkelijk op straat staan om het te regelen, zodat ze het gevoel hebben dat de regering hoort wat er met hen gebeurt op het moment dat ze zich volledig inzetten en dan in de kou staan. Dat is een beetje het probleem.

Minister Jetten:

Toen ik minister was en er rondom het ministerie regelmatig allerlei demonstraties waren, ook op niet-toegestane plekken, heb ik er een gewoonte van gemaakt om vaak even een praatje te maken met de agenten die daar werden ingezet, om de waardering voor hun werk uit te spreken. Daar zat vaak ook frustratie dat ze als wijkagent elders in de regio niet konden worden ingezet, omdat ze een grote demonstratie moesten begeleiden.

De heer Koffeman (PvdD):

In aansluiting op de opmerking van collega Schalk. Als de minister-president toch contact opneemt met de burgemeesters over hoe ze moeten omgaan met demonstraties in verschillende situaties en er frustratie bij de politie leeft omdat ze niet kunnen ingrijpen ... Kijk, op de A12 die door Extinction Rebellion bezet is, komt de politie met een waterkanon heel ver om die mensen weg te krijgen. Maar stel je voor dat je politieagent bent en moet ingrijpen als er honderden tractoren zijn. Meneer Schalk heeft het daar niet over, maar dat lijkt me een heel beroerde situatie. Ik zou u willen vragen om die situatie mee te nemen.

Minister Jetten:

Zeker. We kijken naar het brede perspectief.

Voorzitter. De heer Walenkamp vroeg naar de aanpak van femicide. Het is een belangrijke prioriteit van het kabinet, dus daar hebben we extra geld voor uitgetrokken en ook een aantal heel concrete afspraken gemaakt. Er zijn een aantal Kamerleden in de Tweede Kamer die de afgelopen jaren al veel voorstellen hebben gedaan voor de aanpak van femicide. Die omarmen we en daar gaan we mee aan de slag.

Vragen over functionerende camera's in steden zijn niet aan mij om te beantwoorden, maar aan de gemeenteraad en de burgmeester. Waar we wel over gaan, is dat we de komende jaren extra geld hebben uitgetrokken voor de intensivering van de veiligheidsketen. De minister van Justitie en Veiligheid zal de Kamer per brief informeren over de verdeling van deze middelen over de politie en andere diensten.

Het regenboogstembusakkoord willen we inderdaad zorgvuldig uitvoeren. Dat zullen we deels doen met initiatieven vanuit het kabinet en het zal deels ook gebeuren door initiatieven vanuit de Kamer, omdat er al een aantal initiatiefwetten zijn aangekondigd. We zullen als kabinet elke keer de praktische consequenties van die wetgeving meewegen.

De vragen over de Joods-Nederlandse gemeenschap heb ik daarstraks in de interrupties al beantwoord.

Voorzitter. Dan heb ik nog een aantal vragen over asiel en migratie. Het kabinet zet in op een breed scala aan maatregelen om grip te krijgen op migratie. Afgelopen weken hebben laten zien dat dat ook nu weer urgent is. Zowel op Europees als op nationaal niveau zetten we de komende tijd belangrijke stappen om die grip op migratie voor elkaar te krijgen, onder andere met de invoering van het EU-Migratiepact. We kijken natuurlijk met interesse uit naar de behandeling van de twee nationale wetsvoorstellen die hier in de Eerste Kamer liggen en waar u binnenkort over zult spreken. We gaan er daarbij van uit dat wet- en regelgeving die we in dit land met elkaar afspreken, gewoon wordt uitgevoerd, ook door onze medeoverheden, zodat we gezamenlijk de verantwoordelijkheid voor een goede asielopvang kunnen dragen. De gemeente Berg en Dal kwam vandaag uitgebreid aan bod. Als jarenlange inwoner van die prachtige gemeente vind ik het altijd fijn als er aan die mooie dorpen wordt gerefereerd. Ik vind het ook goed dat de gemeente Berg en Dal haar verantwoordelijkheid neemt in het bijdragen aan de oplossing van de opgave die er nu ligt. Tegelijkertijd zijn dit soort noodgrepen natuurlijk onwenselijk, want we willen toe naar een situatie waarin we voldoende vaste en flexibele opvangplekken hebben, zodat dit soort hoteloplossingen en andere oplossingen overbodig zijn. Er wordt hard gewerkt aan een asielketen die op orde is aan de ene kant en aan de andere kant aan grip op de instroom en ervoor zorgen dat mensen die hier niet mogen blijven, ook effectiever kunnen worden uitgezet.

Mevrouw Lagas (BBB):

Ik heb een praktische vraag, die ik in mijn inbreng al had gesteld. Stel dat de wetten het volgende week — de stemming is nog een weekje later — in deze Kamer niet gaan halen, hoe gaat het kabinet dan met die uitkomst om? Laat u alles vallen wat het niet gehaald heeft of komt u met nieuwe voorstellen? Ik heb namelijk begrepen dat het binnen de coalitie wel breed gedragen wordt.

Minister Jetten:

Ik ga ervan uit dat de minister van Asiel en Migratie, die hier naast mij zit, er alles aan gaat doen om voldoende steun voor deze wetsvoorstellen te krijgen.

Mevrouw Lagas (BBB):

Daar gaan wij ook van uit, maar dat is niet mijn vraag. Ik weet dat u niet wilt antwoorden op wat-alsvragen, maar ik neem aan dat u, of in ieder geval de minister, wel een ander scenario in uw achterzak heeft. Zo heb ik de minister tenminste wel leren kennen in het korte gesprek dat ik met hem heb gehad.

Minister Jetten:

De doelstellingen in het coalitieakkoord staan als een huis: grip op de instroom, een asielketen die op orde is en sneller meedoen voor mensen die mogen blijven. Alle inzet is er nu eerst op gericht om deze wetsbehandeling hier zorgvuldig te doorlopen.

De heer Van Hattem (PVV):

De minister-president noemt nu heel hoog-over-begrippen zoals "grip op migratie krijgen" et cetera, maar dat hoor ik al een paar kabinetten lang. Door dit kabinet werd in dit regeerakkoord duidelijk gezegd dat we eindelijk maatregelen gaan nemen. Dus ik hoor toch graag van de minister-president wat hij nu concreet gaat doen om die instroombeperkende maatregelen daadwerkelijk voor elkaar te krijgen en wat dat betekent voor al die hotelarrangementen die nu worden uitgezet. Er werd in het regeerakkoord namelijk ook duidelijk gezegd dat we stoppen met die hotelarrangementen, maar nu wordt er nota bene in de gemeente Berg en Dal zomaar een hotel geopend voor asielzoekers, zonder dat de inwoners daar inspraak in kunnen hebben; dat vind ik misschien nog wel het kwalijkst. Ik vroeg het in mijn eerste termijn al: gaat dit op meer plaatsen gebeuren? Wat betekent dit allemaal voor de aanpak? Is het niet veel beter om te zeggen dat we nu echt gaan stoppen met die instroom en dat we zorgen voor een asielstop in plaats van dat we nu overal hotels gaan afhuren?

Minister Jetten:

Ik zou graag de breuk met het beleid van de vorige minister van Migratie nu heel hard maken en helemaal geen euro belastinggeld meer besteden aan het afhuren van hotels, cruiseschepen of wat dan ook, maar door het complete gebrek aan daadkracht om tot voldoende vaste en flexibele opvangplekken te komen, kunnen we nu niet anders dan deze noodmaatregelen inzetten. Het is zeer onwenselijk en wat mij betreft van zo'n kort mogelijke duur. Deze minister is daarom ook met volle vaart bezig met het uitvoeren van het coalitieakkoord, waar wat mij betreft the total package in zit.

De heer Van Hattem (PVV):

Dat is nog steeds geen antwoord op de vraag wanneer we concreet die instroombeperkende maatregelen gaan krijgen. Daarbij was dit geen beleid van het vorige kabinet, maar nog van het kabinet daarvoor. Het vorige kabinet werd daarmee opgezadeld. Ik vraag al een paar kabinetten lang, aan het kabinet daarvoor en aan het kabinet daarvoor ook al, om de contracten met al die hotelketens eens openbaar te maken. Die hotelketens krijgen elke keer voor ik weet niet hoeveel geld uit de staatsruif contracten om asielzoekers op te kunnen vangen. Is de minister-president nou eens een keer bereid om richting het parlement duidelijk te maken wat hier op tafel ligt, zodat we daar kritisch naar kunnen kijken? Er wordt al jarenlang geen duidelijkheid gegeven over wat er in die contracten met de hotelketens staat. We zien dat er in, onder andere, de gemeente Berg en Dal gewoon een paar hotels worden afgehuurd om asielzoekers op te vangen. De mensen daar kregen te horen dat het niet voor een zo kort mogelijke duur is, maar meteen voor minstens een jaar. Wat is de boodschap van de minister-president aan de mensen in die gemeente?

Minister Jetten:

We willen toe naar een situatie waarin we via die vaste en flexibele opvangplekken de lasten eerlijk over het land verspreiden en we daarover ook langjarige afspraken met gemeenten maken. Zo zijn een college van B en W en een gemeenteraad ook in staat om samen met de inwoners te bekijken wat de beste plek is om die opvang te realiseren, onder welke voorwaarden, hoe je ervoor zorgt dat het kleinschalig is en hoe je ervoor zorgt dat er vanaf dag één aandacht is voor taal en voor het aan het werk helpen van mensen. Dat vraagt om stabiele financiering, zoals we die nu met elkaar in het coalitieakkoord hebben afgesproken. Ervan dromen dat er helemaal geen instroom meer is en het totale bedrag geschrapt kan worden, zoals in het vorige coalitieakkoord is gebeurd, leidt er nu toe dat we heel veel belastinggeld kwijt zijn aan hotelcontracten. Ik begrijp de vraag van de heer Van Hattem om die contracten openbaar te maken, maar dat is bedrijfsgevoelige informatie die dan ook de onderhandelingspositie van het COA compleet ondermijnt. Dat is dus gewoon een onwenselijke, tijdelijke situatie waar we in zitten.

De voorzitter:

Tot slot, meneer Van Hattem.

De heer Van Hattem (PVV):

Ja, voorzitter. Die tijdelijke situatie duurt al jarenlang. We krijgen hier als parlement gewoon geen inzicht in die contracten die het COA voortdurend op tafel gooit, ook weer in dit coalitieakkoord. Ik hoor dus toch graag van de minister-president hoe wij hier nog enige democratische controle op kunnen uitoefenen, want het is nu volledig buiten het zicht van de volksvertegenwoordiging. Tot slot wil ik toch eindelijk een antwoord krijgen op de vraag wat dit kabinet gaat doen aan instroombeperkende maatregelen. Als je dat opschrijft in je coalitieakkoord, moet je namelijk ook boter bij de vis doen. Wat kunnen we hier concreet van verwachten?

Minister Jetten:

Ik hoop dat de heer Van Hattem de boosheid die hij, net als ik, voelt bij die exorbitante contracten voor noodopvanglocaties ook wil omzetten in steun voor deze minister om tot een asielketen te komen die ook langjarig op orde is. Daar horen ook instroombeperkende maatregelen bij, die er vooral ook door de implementatie van het Europese Migratiepact al heel snel bij gaan komen in onze gereedschapskist. Dat geldt ook voor de afronding van de onderhandelingen op Europees niveau rondom de Terugkeerverordening. Daarmee kan ook het sluitstuk van het Europese migratiebeleid eraan toegevoegd worden.

De heer Walenkamp (Fractie-Walenkamp):

In mijn eerste termijn had ik een paar vragen gesteld over dit onderwerp en had ik, met name, een concrete suggestie gedaan. Het was echt een handreiking: ga goede akkoorden sluiten. Slechts een op de vijf uitgeprocedeerde asielzoekers in de EU keert nu terug. Een op de vijf! Daar wilt u iets aan doen. Wat helpt? Heel heldere contracten afsluiten, akkoorden met Marokko, Algerije, Tunesië. Ik kan nu vijftien landen opnoemen, maar dat ga ik nu niet doen. Mijn concrete vraag in de eerste termijn was: bent u bereid serieus werk te maken van die akkoorden en ook om een stevig pressiemiddel in te brengen? Dat kan desnoods zijn: geen financiële hulp of geen leuke dingen. We moeten iets doen om de echte, echte vluchtelingen hier te kunnen blijven helpen. Ik ontvang dus graag concrete toezeggingen.

Minister Jetten:

Dit is de inzet van het kabinet, want je wilt hierbij voldoende draagvlak houden voor opvang, voor mensen die vluchten voor oorlog en geweld, voor persoonlijke vervolging; noem het allemaal maar op. Daar hoort ook een strengere aanpak voor mensen die hier niks te zoeken hebben bij. Zowel de minister van Asiel en Migratie als ikzelf zitten in Europa in de kopgroep met regeringsleiders en ministers van Asiel en Migratie om met partnerlanden buiten de Europese Unie tot meer terugkeer te komen voor mensen die hier niet mogen blijven en te kijken hoe je op een menswaardige manier ook buiten de EU die terugkeerhubs kan organiseren. Ik hoef dit dus niet toe te zeggen. Dit is gewoon de staande inzet van het kabinet.

De heer Walenkamp (Fractie-Walenkamp):

Ik heb twee hele concrete vragen. Nu is het percentage 20%. Kunt u toezeggen dat u uw uiterste best gaat doen om binnen een jaar, binnen twee jaar een bepaald ander percentage te halen? Twee: met welke landen gaat u als eerste serieus proberen een akkoord te sluiten? We zoeken resultaat.

Minister Jetten:

Aan dat percentage ga ik me nu niet vastbinden, want we zijn ook afhankelijk van heel veel andere factoren, maar dat het omhoog moet, ben ik met de heer Walenkamp eens. De minister zal binnenkort aan de Kamer laten weten wat we vanuit Europees perspectief zien als kansrijke landen om die samenwerking de komende tijd mee te intensiveren. U kunt er ook van uitgaan dat als er collega's van ons voor handelsmissies, werkbezoeken of wat dan ook op reis gaan naar landen waarvan we weten dat daaruit veel mensen als veiligelanders in Nederland verblijven die eigenlijk terug zouden kunnen naar het betreffende land, die collega's dit onderwerp bespreekbaar maken.

Mevrouw Van Bijsterveld (JA21):

Ik hoor de minister-president aangeven dat het kabinet zich er volledig voor inzet om de instroom te beperken en alle maatregelen te nemen die zowel de nationale wetgeving, die weliswaar nog moet worden aangenomen door de Eerste Kamer, als de Terugkeerverordening vanuit de EU ondersteunen, maar is het dan niet extra pijnlijk voor u als minister-president dat de D66-fractie daartegen wil gaan stemmen?

Minister Jetten:

Nee. Dit is precies zo'n voorbeeld waarbij VVD, CDA en D66 er in de formatie voor hebben gekozen dat we niet weer een paar jaar stilstand willen, maar ook doorbraken op moeilijke politieke dossiers willen. Bij dit specifieke voorbeeld was al vanaf het begin duidelijk dat zowel de Tweede Kamer- als de Eerste Kamerfractie van D66 tegen die wetsvoorstellen zijn. Daar hadden we nog een maand lang over kunnen formeren en elkaar in de kabinetsformatie de hersenen over kunnen inslaan of — dat hebben we nu gedaan — we konden uitgaan van agree to disagree, met respect voor het standpunt van in dit geval de fractie van mijn partij, zonder dat we een blokkade opwerpen voor het kabinet om uitvoering te geven aan die wetgeving als die hier door de Eerste Kamer wordt aangenomen. Ik vind dat ook een voorbeeld van over je eigen gelijk heen stappen om beweging in zo'n belangrijk dossier te krijgen.

Ten aanzien van statushouders het volgende. Het kabinet gaat op dit vlak langs twee lijnen aan de slag. De minister van Volkshuisvesting komt met een nieuw wetsvoorstel waarmee statushouders geen voorrang meer krijgen ten opzichte van reguliere woningzoekenden. Daarnaast wordt onder andere met gemeenten gewerkt aan een convenant om hierbij afspraken te maken om allereerst veel meer locaties te ontwikkelen om statushouders aan een woning te kunnen helpen. In de tussentijd laten we het beleid zoals dat is; daarmee is het dus aan gemeenten zelf. Het streven is ook om voor de zomer dat conceptconvenant gereed te hebben. Daar zijn nu dus eigenlijk alle inspanningen op gericht, want zolang we die huisvesting niet op orde hebben, heeft het ook geen zin om wat aan die bestaande wetgeving te doen.

Voorzitter. Daarmee kom ik aan het eind van het blok asiel en migratie en ga ik naar de overige vragen die zijn gesteld.

De voorzitter:

Ik zie nog één interruptie. Dat is inmiddels de veertiende interruptie van de heer Van Hattem. Voordat hij interrumpeert, wil ik even waarschuwen. Er staat nu dat ik drie kwartier ga schorsen, maar dat ga ik niet doen. Ik ga straks na de termijn van de minister-president vijf minuten schorsen en dan gaan we door met de tweede termijn van de kant van de Kamer.

De heer Van Hattem (PVV):

Ik zal de interruptie kort houden. De minister-president zegt nu dat er wetgeving aan komt om die voorrang voor statushouders te stoppen, maar hij zegt: eerst moeten we nog dit en dat gaan doen. Hij schuift het eigenlijk dus gewoon op de lange baan. Kan de minister-president gewoon een duidelijke indicatie geven wanneer we die wetgeving kunnen verwachten?

Minister Jetten:

Zodra we de huisvesting voldoende op orde hebben met elkaar.

De heer Van Hattem (PVV):

En wat is dan een concrete indicator voor "zodra het op orde is"?

Minister Jetten:

Zoals ik net al aangaf, willen we graag voor de zomer het conceptconvenant met de gemeenten sluiten om de doorstroom voor statushouders te verbeteren.

De heer Van Hattem (PVV):

Kan de minister-president dan ook aangeven of hij bereid is om een conceptwetsvoorstel ook al voor de zomer in te dienen, zodat daar in ieder geval door beide Kamers aan gewerkt kan worden en zodat dat ook meteen van kracht kan worden zodra het "zodra" van de minister-president er al dan niet is?

Minister Jetten:

We gaan nu even stap voor stap te werk.

De heer Janssen (SP):

Ik mis nog een antwoord op mijn chefsachevraag: gaat het kabinet-Jetten kinderen opsluiten in vreemdelingenbewaring?

Minister Jetten:

O ja. Dat is een vrij specifieke vraag waar u vast ook volgende week in het debat met de minister nog uitgebreid op zal ingaan, maar hij is daar ook in het debat in de Tweede Kamer over de invoeringswet van het Migratiepact uitgebreid op ingegaan. De asielgrensprocedure en de daaraan gekoppelde vrijheidsontneming zullen niet worden toegepast ten aanzien van gezinnen met minderjarige kinderen, tenzij er sprake is van zeer uitzonderlijke omstandigheden, zoals twijfel aan de gezinsband, mensenhandel of de nationale veiligheid. Hiermee wordt het huidige beleid voortgezet. Er is dus geen sprake van een beleidswijziging. Alleenstaande minderjarigen worden sowieso niet op deze manier vastgezet. Met betrekking tot gezinnen waarvan het asielverzoek is afgewezen en waarvoor dus een terugkeerplicht geldt, kan onder voorwaarden zeer kortstondig een vrijheidsontnemende maatregel worden opgelegd. Vanzelfsprekend zet het kabinet zich ervoor in om tot kindvriendelijke omstandigheden te komen in dit soort situaties, die zich dus ook maar heel sporadisch zullen voordoen.

De heer Janssen (SP):

We komen daar volgende week niet over te spreken, want het gaat over de Europese wetgeving en over de Terugkeerverordening.

Minister Jetten:

Ja, excuus. Ja.

De heer Janssen (SP):

Dus we spreken daar volgende week niet over. Maar gaat het dan ook over de Terugkeerverordening? Daar hoorde ik de minister namelijk niet over. Kan ik ervan uitgaan dat wat hij zojuist zei geldt voor alle Europese procedures die er ook maar aan zitten te komen en die wij hier nog gaan behandelen?

Minister Jetten:

Ja.

De heer Janssen (SP):

En dat geldt ook voor de terugkeerhubs et cetera? Dus de minister zegt dat we daar ook niet in een eventuele gesloten setting kinderen met gezinnen op gaan sluiten?

Minister Jetten:

De triloogonderhandelingen over de Terugkeerverordening lopen nog, dus we moeten de uitkomsten daarvan afwachten. Maar we zetten natuurlijk wel in op menswaardige opvang ook op die plekken.

De voorzitter:

De heer Janssen tot slot.

De heer Janssen (SP):

Dus het is een nee, tenzij. En op het eind is het dan: daar zijn we nog niet helemaal uit, dat moet nog blijken. Maar daar komen we dan nog over te spreken.

Minister Jetten:

Ja. Dan heeft u ook weer de gelegenheid om op dat onderhandelingsresultaat te reageren.

Mevrouw Huizinga-Heringa (ChristenUnie):

Ik mis nog een antwoord op mijn vraag over de Spreidingswet. Wat bedoelt u met "nu voorlopig" in het kader van de Spreidingswet? En ik had nog gevraagd per wanneer het COA in staat wordt gesteld om een zogenaamde vaste voorraad van 41.000 opvangplekken te financieren en voor hoelang die plekken dan gegarandeerd zouden worden.

Minister Jetten:

Excuus. Ik heb daar geen heel specifiek antwoord op gegeven. Met het coalitieakkoord en de Voorjaarsnota zijn nu structureel de middelen vrijgemaakt voor het realiseren van die opvangplekken. Dat betekent dat het COA nu ook financieel in staat is om die gesprekken met gemeentes te voeren. Afhankelijk van het tempo waarin die afspraken met gemeentes worden gemaakt, kunnen we dan tot die voldoende vaste en flexibele opvangplekken komen. Daar hangt ook mee samen wanneer dan de Spreidingswet overbodig wordt. Dus het is ook in die volgorde.

Mevrouw Huizinga-Heringa (ChristenUnie):

U zegt het met een heel snel zinnetje. U zegt: daar hangt ook mee samen wanneer die Spreidingwet overbodig wordt. Zou u dat nog iets uitgebreider kunnen uitleggen?

Minister Jetten:

Die Spreidingswet is geen doel op zich, maar dat is een middel om ervoor te zorgen dat we voldoende opvangplekken hebben in Nederland en dat we die ook op een eerlijke manier over het land verdelen in plaats van dat een paar gemeentes vaak in de grensregio in dit kader de grootse lasten moeten dragen. Door nu die langjarige financiering vrij te maken, kan het COA ook namens de minister die afspraken met gemeentes maken. Als we dan voldoende zekerheid hebben dat die plekken worden gerealiseerd, dan wordt de inzet van die Spreidingwet overbodig en kun je de wet ook intrekken.

Mevrouw Huizinga-Heringa (ChristenUnie):

Ik meende dat de Spreidingswet er ook toe zou moeten leiden dat wanneer de instroom opeens weer groter wordt, de opgave die daaruit voortvloeit evenredig over het land zou worden verdeeld. Dat is toch niet opgelost met alleen de 41.000 plekken die het COA dan als vaste buffer zou hebben?

Minister Jetten:

Maar het gaat naast die 41.000 plekken ook om een target voor flexibele opvangplekken, juist voor de momenten van die hogere instroom. Dus het zijn er meer. Ja. Het zijn er veel meer.

Mevrouw Huizinga-Heringa (ChristenUnie):

Het zijn er meer. Dan hopen we dat de Spreidingswet snel overbodig wordt.

Minister Jetten:

Dan een vraag …

De voorzitter:

Minister-president, u gaat nu aan uw laatste blok beginnen?

Minister Jetten:

Ja.

De voorzitter:

Ik kijk even rond. We zijn nu een beetje over de tijd aan het gaan. Ik heb veel ruimte gegeven voor interrupties. Bent u ermee akkoord dat de interrupties er bij dit blokje alleen aan het eind komen? Ja? Gaat uw gang. Dan verzamel ik de interrupties.

Minister Jetten:

Dan ga ik met het oog op de klok ook een aantal vragen wat korter beantwoorden dan is voorbereid.

Mevrouw Klip-Martin heeft een paar hele terechte vragen gesteld over passende zorg en hoe we ook de zorg toekomstbestendig houden. Daarvoor benutten we de adviezen van de NZa en het Zorginstituut om tot een samenhangend pakket te komen. We betrekken daar ook medewerkers uit de zorgsector uitgebreid bij. Beide ministers van VWS zullen u via een beleidsbrief uitgebreider schetsen hoe daar te komen.

Op korte termijn trekken we in de Voorjaarsnota extra geld uit voor pandemische paraatheid. Dat zeg ik tegen de heer Koffeman. Dat is oplopend tot 153 miljoen structureel in 2031. Dat was een omissie in het coalitieakkoord die we hiermee proberen te corrigeren.

In het licht van wat mevrouw Klip-Martin ook vroeg, zeg ik tegen de heer Rosenmöller dat daarbij ook meer en meer de aandacht komt te liggen op preventiemaatregelen, om dat doel van de gezondste generatie ooit ook echt dichterbij te brengen. Dat vraagt inderdaad om een echt samenhangende preventiestrategie van sociaaleconomische maatregelen op kleinschalig straat- en wijkniveau tot maatregelen op school, de aanpak van online desinformatie, reclames, noem het allemaal maar op. We moeten vooral ook zorgen dat de jongere generatie vanaf een hele jonge leeftijd al wordt geholpen. Dat kan onder andere via het actieprogramma Kansrijke Start, via het meer toegankelijk maken van sport en bewegen, maar ook door strenger te zijn op zaken die gewoon aantoonbaar slecht voor onze gezondheid zijn. Denk daarbij bijvoorbeeld aan het actieplan tegen vapen. Beide ministers van VWS zullen hier uitgebreider op terugkomen.

De heer Schalk stelde bijna dezelfde vraag als de heer Stoffer en mevrouw Bikker hebben gedaan in het debat over de regeringsverklaring in de Tweede Kamer over het aantal abortussen in Nederland. Voor het kabinet staan de zorgvuldigheid, kwaliteit en toegankelijkheid van de abortuszorg centraal evenals de zelfbeschikking voor vrouwen. Nou moeten we wel goed oog houden voor de achterliggende redenen, met name bij herhaalabortussen. Dat is vaak een signaal dat er meer aan de hand is en dat je er met betere ondersteuning voor kunt zorgen dat je de positie van de vrouw in kwestie versterkt. Dat gaat onder andere over betere publiekscommunicatie, goede voorlichting, het beschikbaar maken van anticonceptie, inzetten op het programma Gezonde School, maar ook het via abortusklinieken aanbieden van alternatieve keuzes voor vrouwen.

Het langer thuis wonen in het kader van de ouderenzorg is een van de inzetten die we hebben. Dat is niet zozeer om te bezuinigen op de Wet langdurige zorg, maar om de explosieve stijging van de uitgaven af te remmen en om ervoor te zorgen dat de zorg die we inzetten ook echt gericht is op de mensen die die zorg het hardst nodig hebben. Er zijn ook heel veel mooie initiatieven om wonen en zorg veel beter met elkaar te combineren. De goede voorbeelden daarvan die er in het land zijn, willen we ondersteunen en helpen opschalen.

Het onderhoud van schoolgebouwen is primair de taak van organisaties die daar via de lumpsum voor worden gefinancierd. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de bouw en vervanging van schoolgebouwen. We kijken wel samen met verschillende partijen hoe we de verduurzaming van schoolgebouwen extra kunnen ondersteunen.

Er wordt veel ingezet op lees-, spreek- en schrijfvaardigheid de komende jaren. Daar trekken we ook extra geld voor uit, onder andere via het Masterplan basisvaardigheden.

Ik ben blij dat de BBB-fractie aandacht vroeg voor het belang van cultureel erfgoed in Nederland. We moeten die bruisende volkscultuur die generaties verbindt en mensen samenbrengt waartussen ook heel grote regionale verschillen zijn, echt koesteren. Via de motie-Oostenbrink werken we aan het wegnemen van knelpunten voor vergunningstrajecten voor streekevenementen. Samen met de VNG en vrijwilligersorganisaties kijken we hoe we dit soort mooie evenementen verder kunnen ondersteunen de komende jaren.

Ik denk dat ik daarmee de belangrijkste vragen heb gehad.

De voorzitter:

Dan was er nog ruimte voor een aantal … O, niet allemaal tegelijk! Ik geef eerst het woord aan degene die nog niet is geweest, de heer Van de Sanden.

De heer Van de Sanden i (Fractie-Van de Sanden):

Het kan zijn dat de premier inmiddels 298 vragen heeft beantwoord; dat weet ik niet zeker. Ik weet wel zeker dat hij twee vragen niet heeft beantwoord. De eerste vraag was en is of de minister-president kan toezeggen dat het kabinet uiterlijk voor de Defensiebegroting 2027 de belangrijkste regelgevingsknelpunten voor de krijgsmacht in kaart wil brengen en of hij daarbij wil aangeven welke structurele wetgevingsstappen het kabinet noodzakelijk acht in lijn met de aanbevelingen van de Raad van State en de EU Defence Readiness Omnibus. Dat is de eerste vraag.

Minister Jetten:

In de Defensienota, die voor de zomer komt, krijgt u ook zo goed als dat kan de wetgevingsagenda voor de komende jaren. Dan ziet u ook wat wanneer gaat komen.

De heer Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden):

Als tweede had ik nog de vraag aan de minister-president openstaan of het kabinet de bewijslastverdeling in Brussel, namelijk dat de dereguleerder in casu, de Europese Commissie, moet bewijzen dat afschaffing van bepaalde regelgeving verantwoord is, onderschrijft en of dat de Nederlandse inzet zal zijn op alle digitaliseringsdossiers waarin deregulering aan de orde is.

Minister Jetten:

Deregulering wordt soms een beetje platgeslagen tot alleen maar minder regels, maar je wil vooral ook betere regels, dus het helpt als dat bij die omnibussen ook wordt onderbouwd en we dat ook meewegen in de nationale weging.

De voorzitter:

Tot slot.

De heer Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden):

Begrijp ik goed dat u zegt: ja, dat zal inderdaad de Nederlandse inzet zijn als het gaat om deregulering?

Minister Jetten:

Ja, maar ik kan niet garanderen dat de Europese Commissie die onderbouwing ook altijd daadwerkelijk gaat leveren.

De heer Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden):

Dat begrijp ik. Er zijn niet zo heel veel dingen waar garanties voor afgegeven kunnen worden. Dat geldt hier ook voor.

De heer Van Rooijen (50PLUS):

De minister-president had eerder toegezegd dat hij op de in 2016 unaniem aangenomen motie-Hoekstra zou terugkomen. Mijn vraag is even of hij dat nu alsnog wil doen. De motie is hier unaniem aangenomen. Zij is eigenlijk nog nooit uitgevoerd. Ieder jaar krijgen we onderwerpen die niet samenhangen … We beginnen allemaal te lachen. Onderwerpen die niet samenhangen …

De voorzitter:

Helder.

De heer Van Rooijen (50PLUS):

… met de hoofdzaak worden toch meegenomen. Ik gebruikte het woord "chantage". Dat doe ik liever niet. Dat moet u echt tussen aanhalingstekens zetten. Wij hebben geen recht van amendement. Dat betekent dat wij geen kant op kunnen als zaken die wij apart zouden willen beoordelen in het Belastingplan worden gezet. Dan staat de Eerste Kamer buitenspel. Ik neem aan dat u dat, als u dit debat volgt, niet graag wil.

Minister Jetten:

Ik weet dat ook minister Hoekstra zich niet altijd heeft gehouden aan de motie van de senator Hoekstra. Wij zullen dat wel zo veel mogelijk proberen te doen.

De heer Walenkamp (Fractie-Walenkamp):

Misschien heb ik de premier niet goed gehoord, maar ik had vragen gesteld en suggesties gedaan in verband met femicide en eerwraak.

Minister Jetten:

Ja, die heb ik wel beantwoord.

De heer Walenkamp (Fractie-Walenkamp):

Nou, ik heb concreet gevraagd: wat gaat u eraan doen? Er is nu nog geen specifiek strafrechtartikel. Het concrete verzoek is of u dat gaat maken. Bent u bereid het patroon van geweld, bedreiging en stalking eerder in beeld te laten brengen en prioriteit te geven aan de bestrijding en het zorgen voor betere preventie? Er is namelijk echt wel iets aan de hand, en ook specifiek bij bepaalde groepen. Gaat u die bepaalde groepen beter voorlichten over wat wel en niet gebruikelijk is in Nederland? Ik probeer het zo opbouwend mogelijk te formuleren, zonder groepen te noemen. U heeft het heel algemeen genoemd.

Minister Jetten:

Laat ik allereerst zeggen dat ik blij ben dat de heer Walenkamp deze vragen aan mij gesteld heeft, want in de Tweede Kamer viel het me al lange tijd op dat een aantal vrouwelijke Kamerleden heel druk waren met een betere inzet tegen femicide. Het is de hoogste tijd dat ook mannen zich daar wat harder voor inzetten. Je moet een paar dingen onderkennen. Veel van de zaken waarin femicide plaatsvindt, vinden in de relationele sfeer plaats. Het gaat om partners, ex-partners en familieleden. Dat vraagt een hele specifieke aanpak. Als het zo is dat er groepen oververtegenwoordigd zijn in femicidezaken, dan moet je kijken of je daar nog aanvullende, gerichte maatregelen op kan loslaten. Of een aanpassing van het Wetboek van Strafrecht nodig is, kan ik nu niet overzien. Ik zal dat meegeven aan de twee bewindspersonen op JenV. Maar u leest in het coalitieakkoord al een vrij uitgebreide agenda tegen femicide. Ik kan u zeggen dat dat de forse samenvatting is van de ongeveer tien pagina's die daarachter zaten en die door de betreffende woordvoerders in de Tweede Kamer bij de formatietafel waren ingediend. Met die uitgebreide agenda gaan we aan de slag.

De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):

De minister-president is niet ingegaan op het vraagstuk van het eigen risico. Dat kan ik me op zich best voorstellen. Dat is natuurlijk ook een discussie die op tal van terreinen gevoerd is. Maar toch even: de kern van de kritiek op de verhoging van het eigen risico met €60 in het coalitieakkoord is toch dat dit disproportioneel mensen raakt met een hogere zorgvraag en dus een gezondheidsprobleem, en daarmee leidt tot het vergroten van ongelijkheid in de samenleving. Wat is de reactie van de minister-president daarop?

Minister Jetten:

Dat risico is er. Dat is ook precies de reden waarom we in het coalitieakkoord geld vrijmaken voor gerichte ondersteuning van chronisch zieken en gehandicapten. Wij zijn van mening dat een beperkte verhoging van het eigen risico helpt om de stijging van de zorgpremie te voorkomen. Het wordt ook onafhankelijk onderschreven dat dat het effect ervan kan zijn. Maar je wilt wel voorkomen dat een hoger eigen risico mensen hard raakt die er eigenlijk niks aan kunnen doen, vanwege hun chronische ziekte of hun handicap. Uit mijn hoofd zeg ik dat daar 350 miljoen euro voor gereserveerd is. Dus bij het wetsvoorstel over het eigen risico, dat we voor de zomer willen afronden, zullen we meteen de flankerende maatregelen presenteren.

De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):

Ik ben niet overtuigd van die argumentatie. Dat zal de minister-president overigens niet heel erg verbazen. Het is misschien een beetje een te laat tijdstip om dat voornemen van het kabinet helemaal uit te discussiëren. Dat moeten we misschien een andere keer doen. Ik overweeg toch wel om de Kamer om een uitspraak te vragen. Het leek me reëel om dat in deze termijn aan de minister-president te laten weten.

De heer Dessing i (FVD):

Ik heb één concrete vraag gemist: hoe voorkomt de regering dat ondernemers en hoogopgeleide burgers Nederland verlaten omdat het klimaat om hier te ondernemen, te werken en te investeren steeds ongunstiger wordt?

Minister Jetten:

Die signalen kennen wij ook. Een van de doelstellingen van de taskforce toekomstige welvaart en verdienvermogen is te kijken hoe we een aantal belemmeringen weer kunnen wegnemen, juist om in Nederland te investeren. Dat doe je door een beter klimaat voor start-ups en scale-ups te organiseren met elkaar, door extra oog te hebben voor het belang van familiebedrijven, maar bijvoorbeeld ook door de inzet van het kabinet voor het vervolmaken van de kapitaalmarktunie, zodat het makkelijker wordt om geld te investeren in Nederland. Dus in de volle breedte komt daar een aanpak op.

De heer Dessing (FVD):

Maar zijn het belastingklimaat van Nederland en met name de belastingdruk voor bedrijven niet een enorme beperkende factor? Dan heb ik het nog niet eens over box 3 gehad. Hoe kijkt het kabinet daarnaar? Want het is toch een reëel feit dat inmiddels ook grote bedrijven zoals Shell Nederland hebben verlaten en dat met het huidige beleid nog meer bedrijven dat zullen doen? En dat is slecht voor de Nederlandse economie.

Minister Jetten:

Jazeker. Het fiscale klimaat is ook onderdeel van de opdracht van de taskforce. Tegelijkertijd hebben wij in de gesprekken die wij hebben gevoerd met bedrijven en brancheorganisaties gehoord dat zij andere hoofdzorgen en prioriteiten hebben, zoals netcongestie, stikstofvergunningverlening en het kunnen aantrekken van toptalenten. De fiscale regelingen komen vaak pas daarna, maar zijn niet minder belangrijk.

De voorzitter:

De heer Van Hattem. Dit is uw vijftiende interruptie. Dit wordt een heel korte interruptie.

De heer Van Hattem (PVV):

Ik heb nog wel een aantal openstaande vragen, vragen die nog niet beantwoord zijn. Allereerst was dat …

De voorzitter:

In uw tweede termijn heeft u toevallig nog wel wat minuten. Misschien kunt u dat in de tweede termijn doen.

De heer Van Hattem (PVV):

Ik zal het proberen, maar volgens mij heb ik nog maar weinig tijd. Ik zal nu in ieder geval snel de vraag stellen over demonstraties. Ik heb de minister-president gehoord over demonstratierecht en over het joodse leven in Nederland, maar ik heb hem niet specifiek gehoord over de demonstraties waar ik het over had, die anti-Israëldemonstraties en die demonstraties voor het Iraanse regime, waar de meest verschrikkelijke dingen worden geroepen tegen Joden. Er wordt letterlijk opgeroepen om Joden te doden, en dat soort zaken. Ik heb de minister-president daar totaal niet, niet specifiek, over gehoord. Dus de vraag is: vindt hij dit normaal? Wat gaat hij eraan doen? Kunnen we hem hier wel over horen?

Minister Jetten:

Nou ja, er mogen geen haatdragende dingen worden geroepen bij demonstraties die niet binnen de wet passen. Het is wel vaak heel moeilijk voor het lokale bevoegde gezag om op dat moment precies te begrijpen wat er wordt geroepen en of dat allemaal kan of niet. Daardoor is ingrijpen op het moment zelf niet altijd makkelijk. Maar dit nemen wij ook mee in de bredere gesprekken met burgemeesters en politie over de aanpassingen van het demonstratierecht.

De heer Van Hattem (PVV):

Dan kan de minister-president nog wel normeren en hierop reageren. Daarom ook de volgende vraag. De aanpak van meer wijkagenten en meer politieposten ligt natuurlijk ook in het verlengde van deze discussie. Ik heb ook geen reactie gehad op de vraag hoe dat tot stand moet komen en hoe dat betaald moet worden. Tot slot heb ik ook nog een vraag gesteld over de NPO, met name over de demonisering van Pim Fortuyn die we daar weer hebben gezien. En dan mijn laatste punt, over de staatscommissie-Remkes. Er wordt niks gedaan met het raadgevend referendum en de gekozen burgemeester. Waarom zien we daar niks van terug nu nota bene D66 de grootste partij is?

Minister Jetten:

Op die eerste vraag heb ik wel degelijk antwoord gegeven, namelijk dat de minister van JenV binnenkort met de verdeling van de extra middelen in de veiligheidsketen komt. Ten aanzien van de staatscommissie-Remkes zitten daar … Er zijn heel veel staatscommissies geweest die zijn naam hebben gedragen. Specifiek op het gebied van het parlementair stelsel en het versterken van onze democratie nemen we een aantal zaken wel ter hand, maar ook een aantal onderwerpen niet, omdat we nu bij voorbaat al weten dat die of in de Tweede Kamer of in de Eerste Kamer absoluut niet op voldoende steun kunnen rekenen. We focussen ons nu dus op de meer kansrijke initiatieven. Ten aanzien van uw hele specifieke vraag over de NPO, weet u ook dat er onafhankelijk toezicht wordt gehouden op uitingen in de media. De subsidierelatie met de media werkt ook zo dat we niet als politiek op de stoel van programmamakers gaan zitten. Dat neemt niet weg dat ik bepaalde dingen soms ook onsmakelijk en totaal niet grappig vind.

De heer Janssen (SP):

Even een korte reactie op de opmerking van de minister-president over ouderenzorg. Hij zegt dat het geen bezuiniging is, maar dat is het wel. Het tweede is dat mensen niet zomaar in een verpleeghuis terechtkomen. Je hebt een Wlz-indicatie, een Wet langdurige zorg-indicatie, van minimaal 4, en het wordt 5 of 6; het wordt steeds zwaarder. Die mensen zijn dement. Ze hebben 24 uur per dag zorg nodig. Dan zegt de minister-president: dat doen we zodat de zorg op de goede plek terechtkomt. Dat is met deze zorg niet zo. Die zorg kan namelijk alleen maar op de goede plek terechtkomen omdat je daar een indicatie voor nodig hebt. Ik wil de minister-president dus echt vragen om daar in de tweede termijn nog even met een beter antwoord op terug te komen. Het zou nog beter zijn als u zelf eens komt kijken; dan weten we waar we het over hebben.

Minister Jetten:

We gaan ook niet het aantal plekken terugdringen. Wat we wel willen doen, is met het beperkte aantal arbeidskrachten dat we de komende jaren in de zorg hebben ervoor zorgen dat die zorg ook in de benen kan blijven. Er zijn heel veel vitale ouderen die graag in hun wijk willen blijven wonen en ook een rol willen spelen in het ondersteunen van buurtgenoten. Daar kunnen nieuwe woonzorgconcepten ook bij helpen.

De heer Schalk (SGP):

Niet alle ethische kwesties die ik heb aangedragen, zijn beantwoord. Laat ik er dan een of twee uitkiezen en die koppelen aan de Kinderrechtentoets. Daar heeft de minister-president van gezegd dat die inderdaad overal toegepast gaat worden. Gaat die dan bijvoorbeeld ook toegepast worden op draagmoederschap of abortus?

Minister Jetten:

De Kinderrechtentoets wordt nu door VWS doorontwikkeld en in de komende tijd uitgetest op voorstellen die te maken hebben met de jeugdzorg, zodat we daar meer ervaring mee kunnen opdoen en kunnen bekijken of de Kinderrechtentoets onderdeel kan worden van de generatietoets.

De heer Schalk (SGP):

Dat is specifiek op dat onderdeel, maar we kennen collega Perin heel goed. Die wil eigenlijk dat zo'n beetje op alle wetten die met kinderen te maken hebben die Kinderrechtentoets wordt toegepast. Het zou natuurlijk eigenlijk wel een heel goed idee zijn om die ook bij dit soort onderdelen toe te passen.

Minister Jetten:

Specifiek bij het wetsvoorstel voor een regeling voor het draagmoederschap zal worden ingegaan op verschillende rechten en belangen, van wensouders, van draagmoeders en van de betrokken kinderen. De staande praktijk in Nederland, met onvoldoende wet- en regelgeving, is in ieder geval geen garantie voor goede rechten voor de betrokken wensouders, draagmoeders en kinderen. Ik denk dus dat er echt een hiaat is, dat we met elkaar zouden moeten willen vullen met betere wetgeving.

De voorzitter:

Tot slot, de heer Schalk.

De heer Schalk (SGP):

Kan de minister-president dan misschien nog aangeven waar het primaat ligt, bij de kinderen of bij de wensende ouders?

Minister Jetten:

Er is volgens mij geen primaat, maar je zoekt naar de juiste balans tussen de rechten van alle betrokkenen.

De voorzitter:

Ik dank u wel. We zijn aan het einde gekomen van de beantwoording van de regering in de eerste termijn. Ik ga schorsen tot exact 22.00 uur. Dan staan we hier weer en gaan we verder met de tweede termijn van de kant van de Kamer.

De vergadering wordt van 21.53 uur tot 22.03 uur geschorst.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering. We zijn toegekomen aan de tweede termijn van de kant van de Kamer. Daarbij kunnen de leden gebruikmaken van hun resterende spreektijd. Die hebben wij bijgehouden. Een aantal leden heeft geen spreektijd meer. Zij zullen op hun schermpje één minuut zien, maar laat u niet verwarren: dat betekent een halve minuut. Zij krijgen dus een halve minuut. Ook bij de anderen zal ik, omwille van de eerlijkheid, de spreektijd een beetje naar boven afronden. Dan geef ik nu graag het woord aan de heer Rosenmöller van de fractie van GroenLinks-PvdA.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Rosenmöller i (GroenLinks-PvdA):

Voorzitter, dank u wel. Een welgemeend woord van dank en ook een woord van waardering aan de minister-president. Ik zag een premier die met de nodige souplesse allerlei vragen beantwoordde die te maken hadden met het coalitieakkoord of daarmee samenhingen. Maar ik zag ook een minister-president die wat omzichtig zocht naar woorden naarmate de sensitiviteit van de materie toenam, de gevoeligheidsgraad groter werd en de reis naar Amerika dichterbij kwam, zal ik maar zeggen. Daar heb ik toch nog één vraag over, en dat meen ik serieus. Kan de minister-president toezeggen dat als hij naar Amerika gaat en een gesprek heeft met de Amerikaanse president, wij hier in het thuisfront zien dat er verschil van opvatting is tussen de Nederlandse regering en de Amerikaanse administratie? Dat is mijn eerste vraag.

Twee. Ik heb geen tijd om het allemaal toe te lichten, maar ik heb een motie over de AOW. De minister-president zal dat niet verbazingwekkend vinden. De motie luidt als volgt.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het kabinet de AOW-leeftijd versneld wil verhogen door de een-op-eenkoppeling aan de stijging van de levensverwachting;

overwegende dat dit in strijd is met het door de sociale partners gesloten pensioenakkoord;

overwegende dat de verwachtingen met betrekking tot de houdbaarheid van de AOW sinds het sluiten van het pensioenakkoord in 2019 zijn verbeterd;

constaterende dat dit kabinetsvoornemen de relatie met de sociale partners negatief beïnvloedt;

verzoekt de regering af te zien van haar voornemen de AOW-leeftijd versneld te verhogen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Rosenmöller, Lagas, Huizinga-Heringa, Van Hattem, Van Gasteren, Visseren-Hamakers, Van der Goot, Koffeman, Janssen, Beukering, Dessing, Van de Sanden en Van Rooijen.

Zij krijgt letter B (36848).

De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):

Het spijt me dat we het te kort gehad hebben over het eigen risico in de zorg. Dat laat onverlet dat ik de volgende motie zou willen indienen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet voornemens is het eigen risico in de zorg met €60 te verhogen;

overwegende dat dit vooral nadelig is voor mensen met een minder goede gezondheid;

van oordeel dat deze verhoging van het eigen risico ongewenst is;

verzoekt het kabinet hier in de uitwerking van zijn plannen rekening mee te houden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Rosenmöller, Lagas, Janssen, Koffeman, Van Rooijen, Van Hattem, Visseren-Hamakers, Walenkamp, Van der Goot, Van de Sanden, Beukering en Van Gasteren.

Zij krijgt letter C (36848).

De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):

Voorzitter. Tot slot nog drie zinnen, als het mag. Dank aan de minister-president voor zijn toezegging met betrekking tot de langetermijneffecten van wetgeving die we zullen zien. Daar komen we bij de APB, na de Miljoenennota, graag op terug.

Twee. Zou de minister-president iets kunnen zeggen over wat de landen in het Caribisch deel van het Koninkrijk hebben gezegd over een Koninkrijksconferentie? Wil de minister-president die faciliteren?

Mijn laatste zin gaat over een belangrijk deel van datgene wat de collega's ook gezegd hebben. Dat is de vraag naar meer duidelijkheid van het kabinet over hoe het met een minderheidskabinet tot meerderheidsbesluitvorming wil komen. Ik heb daar zelf het een en ander over gezegd. Ook de bereidwilligheid van onze eigen fractie staat, ook na dit debat. Maar graag nog enige nadere toelichting van de kant van het kabinet, want het blijft nog een beetje een raadsel.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan mevrouw Klip-Martin van de VVD.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Klip-Martin i (VVD):

Allereerst dank ik de minister-president en zijn ambtenaren achter de schermen voor de beantwoording van al onze vragen. Mijn bijdrage in eerste termijn ben ik begonnen en geëindigd met de tumultueuze situatie in de wereld. De situatie is verontrustend, temeer omdat de wereldorde van "op regels gebaseerd" naar "op macht gebaseerd" lijkt te schuiven; andere partijen hadden het daar ook al over. De recente uitspraken van de Amerikaanse president over de situatie in het Midden-Oosten van vanmiddag maken onze zorgen alleen nog maar acuter. De VVD is zeker in dit licht blij dat het kabinet, naast de al eerder gevoelde urgentie om te investeren in de defensie-industrie, zich ook inspant om op korte termijn te komen met het wetsvoorstel waarin de NAVO-norm van 3,5% wordt vastgelegd.

En dan kort over de economische groei. Met alles wat er in de wereld speelt, realiseert de VVD-fractie zich terdege dat het streven van 1,5% economische groei geen gemakkelijke opgave is; de minister-president erkent dat ook. Tegelijkertijd blijkt uit de beantwoording dat de inzet van het kabinet onverminderd groot blijft om het bedrijfsleven, zeker ook start- en scale-ups, een financiële steun in de rug te geven, onder meer door een nationale investeringsinstelling. Hiermee streeft het kabinet ernaar om in ieder geval niet onder de 1%-grens te zakken.

Tot slot. In mijn eerste termijn heb ik aandacht besteed aan het belang van het bouwen van coalities en het formuleren van gemeenschappelijke doelen. Dat sluit een beetje aan bij het laatste punt van de heer Rosenmöller. Onze hoofdvraag luidde vandaag: welke manieren van samenwerking binnen het parlement staan u voor ogen? De VVD-fractie kan concluderen dat de minister-president en de rest van het kabinet zich ten volle gaan inzetten om beide Kamers in een vroeg stadium te betrekken. Wij verwachten dat het kabinet dit zal doen met een open houding en de bereidheid tot het sluiten van compromissen. Deze gewenste houding geldt niet alleen voor het kabinet, maar ook voor de coalitie- en de niet-coalitiepartijen. Wij zijn immers, zoals eerder gezegd door mij, gezamenlijk verantwoordelijk voor hoe we alle opgaven te lijf gaan. Ik heb er vertrouwen in. Mijn fractie heeft er vertrouwen in dat we dit de komende jaren in goede harmonie zullen doen. Ik sluit af met de woorden, waarmee ik ook mijn eerste termijn heb afgesloten. Durf te kiezen, ook al is die keuze ongemakkelijk. Tijd is niet gratis.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan mevrouw Lagas. Zij krijgt een halve minuut.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Lagas i (BBB):

Dank u wel, voorzitter. Ik heb een aantal puntjes. Ten eerste zouden we van de plattelandstoets nog graag de stand van zaken willen weten. Daar hebben we het niet over gehad, maar die willen we graag nog even weten. Dan vinden we het heel erg fijn wanneer u spreekt over "binnen de EU gelijke regels", dus ook voor de landbouw, voor dierwaardigheid en voor de rekenkundige ondergrens, het verhaal over de mol.

Dan hebben we het punt van de partners. Ik hoop dat u niet bij het George Orwell-verhaal blijft hangen: all partners are equal but some are more equal. Ik ben heel blij met uw opmerking dat de partners voor u allemaal gelijk zijn. Aan het einde wil ik alleen nog maar zeggen: wij steken een hand uit, maar wij zijn geen "shoppositie".

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan de heer Van Meenen van de fractie van D66.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Van Meenen i (D66):

Ik heb nog vier minuten. Die ga ik niet vol maken, tenzij ik een heel uitgebreid dankwoord aan de minister-president en zijn collega's richt. Die collega's wil ik hier toch ook even in het zonnetje zetten, want het valt niet mee om daar te zitten. Ik heb vaak gezien dat de minister-president even naar links of naar rechts keek of het allemaal nog wel in lijn was met de coalitieafspraken. Ik zag altijd geknik en vriendelijk gelach, dus het zal wel goed zijn.

We hebben een fijn debat gehad met elkaar. Zeer inhoudelijk, zoals het hoort. We hebben gevraagd naar de houding van dit kabinet om aan meerderheden te komen. Ik heb zelf gesproken over de doelen versus de middelen. Je wordt het makkelijker eens over een doel en moeilijker eens over een middel; dat is nu eenmaal zo in de politiek.

Het AOW-verhaal is uitgebreid behandeld. Ik vond het een beetje jammer, zeg ik tegen de heer Rosenmöller, dat er nu een motie komt over de eigen bijdrage in de zorg, omdat we het debat daarover hier helemaal niet gevoerd hebben. Desondanks komt er toch een motie, dus dat vind ik jammer. De heer Rosenmöller vindt dat ook jammer, zie ik, maar hij had daar iets aan kunnen doen en ik niet. Maar goed, zo is het. Laat dat de feestvreugde niet in de weg staan. Het was in ieder geval een uitstekend debat.

Ik dank nogmaals de minister-president, de viceminister-presidenten, de minister van Financiën en hun ambtenaren. Ook mijn fractie zal het kabinet met een luisterend oor, een uitgestoken hand en een open hart, zoals u van ons gewend bent, tegemoet treden. Ik hoop dat wij een heel mooie tijd met dit kabinet zullen hebben.

Ik dank u zeer.

De voorzitter:

Ik dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan de heer Van Hattem.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Van Hattem i (PVV):

Dank, voorzitter. Een kabinet dat niet daadwerkelijk iets wil doen aan de asielinstroom, de sociale zekerheid voor de Nederlanders uitkleedt, evenals de zorg, en op dit moment ook niets doet aan de brandstofprijzen en de btw, verdient een motie van wantrouwen, zoals aangekondigd.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

zegt het vertrouwen in het kabinet op,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Hattem, Van Kesteren, Bezaan en Van Strien.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. Daarmee maakt zij deel uit van de beraadslaging.

Zij krijgt letter D (36848).

De heer Van Hattem (PVV):

Dank. Dan hebben we nog een motie om de btw op levensmiddelen te schrappen en daartoe het budget voor ontwikkelingshulp te gebruiken. Moet ik de motie voorlezen?

De voorzitter:

Dat is wel gebruikelijk. Anders weten we niet waarover we moeten stemmen.

De heer Van Hattem (PVV):

Zeker.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat veel Nederlanders de boodschappen nog maar moeilijk kunnen betalen;

constaterende dat de btw op levensmiddelen in Duitsland mogelijk naar 0% gaat;

verzoekt de regering om de budgetten voor ontwikkelingshulp te gebruiken om de btw op levensmiddelen te schrappen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Hattem, Van Kesteren, Bezaan en Van Strien.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. Daarmee maakt zij deel uit van de beraadslaging.

Zij krijgt letter E (36848).

De heer Van Hattem (PVV):

Dan de volgende motie.

De voorzitter:

U bent over uw tijd heen. Uw tijd staat al op geel. U had één minuut.

De heer Van Hattem (PVV):

Ik ben niet over mijn tijd heen. U hebt mijn tijd net niet stilgezet.

De voorzitter:

Als u een motie opleest, loopt de tijd gewoon door. Dat doen we hier al heel lang zo.

De heer Van Hattem (PVV):

Ik heb hier nog twee moties.

De voorzitter:

Vroeger las de voorzitter de moties voor, maar dat gebeurt niet meer sinds de coronatijd. Sinds wij de moties zelf oplezen, loopt de tijd gewoon door. Uw tijd is dus om.

De heer Van Hattem (PVV):

Ik had nog minstens een minuut staan.

De voorzitter:

Nee, u had een minuut in totaal. We kunnen hier nu heel erg lang over gaan spreken, maar heeft u nog een motie?

De heer Van Hattem (PVV):

Ik heb nog twee moties.

De voorzitter:

Dan zou ik u willen voorstellen om er één te kiezen.

De heer Van Hattem (PVV):

Goed, dan kies ik er eentje.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat energieprijzen door het dak knallen;

constaterende dat de benodigde energiecapaciteit niet kan worden afgedekt door de huidige in gebruik zijnde energiebronnen;

verzoekt de regering om de capaciteit van de kolencentrales niet vóór 2030 te beëindigen, maar juist zo snel mogelijk ten volle te benutten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Hattem, Van Kesteren, Bezaan en Van Strien.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. Daarmee maakt zij deel uit van de beraadslaging.

Zij krijgt letter F (36848).

Dank u wel. U heeft een interruptie van de heer Rosenmöller. Dat scheelt, want dat is weer spreektijd.

De heer Rosenmöller i (GroenLinks-PvdA):

Ik heb een korte vraag aan collega Van Hattem. Hij begint met het indienen van een motie waarin gezegd wordt dat het kabinet weg moet. Daarna komt hij met moties die het kabinet verzoeken om dit of dat te doen. Hoe verhoudt zich dat tot elkaar?

De heer Van Hattem (PVV):

Dat kan ik uitleggen. Ik heb een aantal moties mede ingediend, onder andere een motie om de AOW-leeftijd niet te verhogen, een motie om het eigen risico niet te verhogen en een motie over het omlaag brengen van de brandstof- en energieprijzen. Die moties heb ik mede ingediend. Dat heeft ermee te maken dat het gewoon maatregelen zijn die nodig zijn, ongeacht of het kabinet missionair of demissionair is. Mocht de motie van wantrouwen niet worden aangenomen — ik hoop natuurlijk van wel — dan is het van belang dat vanuit deze Kamer toch het geluid wordt neergelegd dat dit anders moet. Op deze manier proberen wij het beleid bij te sturen. Of het nu een missionair of een demissionair kabinet is, deze maatregelen moeten in ieder geval omgebogen worden.

Mevrouw Visseren-Hamakers i (Fractie-Visseren-Hamakers):

Ik heb een misschien wat vreemd ordevoorstel. Ik wil de voorzitter complimenteren moet hoe zij deze vergadering leidt. Ik zou haar willen vragen of, als collega's in de tweede termijn moties hebben voorbereid, zij die dan ook mogen indienen. Dat kost 30 seconden. Ik zie daar geen problemen in.

De voorzitter:

Dank u wel, maar ik ga daar nu geen uitspraak over doen. Ik heb volgens mij heel duidelijk gezegd hoeveel minuten spreektijd men overheeft. Ik heb ook uitgelegd dat, sinds wij moties zelf voorlezen, er een beperking aan zit. Maar ik dank u hartelijk voor uw inbreng en geef het woord graag aan de heer Bovens van het CDA.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Bovens i (CDA):

Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Hartelijk dank ook aan het kabinet voor de uitgebreide behandeling en beantwoording van de vragen. Daar is onze fractie zeer tevreden over. Iets minder tevreden is de CDA-fractie over de rolvastheid die deze Kamer vandaag toont. Als je de ogen een beetje dichtdoet en door de oogharen kijkt — en ik heb mijn ogen een aantal keren dichtgedaan vandaag — dan zou je je zomaar kunnen wanen in de Tweede Kamer in plaats van in de Eerste Kamer. Mijn vraag is echt: wat heeft de Eerste Kamer nu anders gedaan dan de collega's in de Tweede Kamer? Als deze Kamer niet iets anders doet dan de Tweede Kamer, dan is dat de bijl aan de wortel van deze Kamer. Ik wil de collega's toch oproepen om in het vervolg nog eens te kijken naar de rolvastheid van dit instituut.

Desondanks hebben wij met heel veel plezier mee gediscuteerd, want er zijn zeker zinvolle opmerkingen gemaakt. Dat mag ook als zodanig, evenals het indienen van moties. De vraag is dan bij mij of het niet voor een deel Tweede Kamerwerk wordt. Toch zal mijn fractie zo dadelijk twee moties medeondertekenen. Dat zijn moties die gaan over de rol van deze Kamer en over de informatievoorziening aan deze Kamer. Het zijn moties van collega's Schalk en Van der Goot. Dat vind ik een ander verhaal dan moties over bijvoorbeeld onderwerpen die we vandaag helemaal niet hebben besproken, zoals het eigen risico in de zorg, want dat zijn zaken die in eerste instantie in de Tweede Kamer thuishoren.

Ik wens dit kabinet heel veel akkoorden toe. Dan wordt het echt een harmoniemodel, zoals dat zo mooi heet, met veel akkoorden. Ik zou op z'n Mestreechs willen eindigen: aon de geng. Dat is "aan de slag" bij ons. Dat wordt veelvuldig gezongen in Limburg en Brabant tijdens carnaval. Ik hoop dat u dat het hele jaar door met elkaar kunt zeggen. Dus heel veel sterkte met het kabinet.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik graag het woord aan de heer Janssen van de SP.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Janssen i (SP):

Voorzitter, dank u wel. Zonder motie, maar met één vraag. De antwoorden over kinderarmoede kon ik totaal niet plaatsen. Ik heb op mijn vragen ook geen concrete antwoorden gekregen. Een teruggang van 2,4% naar 2,2% over vier jaar is gewoon het accepteren van de status quo. Dat kan niet. Ik ga daar geen motie over indienen. Ik raad de minister-president aan om de moties die de afgelopen jaren ingediend zijn en waar nog een opdracht aan de kabinetten in zit, nog eens erbij te pakken, want dat zou voldoende moeten zijn om ook dit kabinet te bewegen tot gerichte maatregelen om de kinderarmoede nu echt Nederland uit te helpen. Dat geldt zeker met de energiecrisis nu, want die armoede wordt alleen maar dieper en breder. Mijn oproep aan de minister-president is dus: doe dat. Ik hoor dat graag nog in tweede termijn.

Over de ouderenzorg worden we het niet eens, maar er is niemand die gezonde ouderen die nog in hun eigen buurt willen wonen, in een verpleeghuis wil opsluiten. Het gaat om de verpleeghuiszorg en daar zit een probleem.

Verder bedank ik de minister-president voor de gegeven antwoorden.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan mevrouw Huizinga van de ChristenUnie.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Huizinga-Heringa i (ChristenUnie):

Voorzitter. Ook ik wil het kabinet en de minister-president van harte bedanken voor de antwoorden. Die waren over het algemeen helder. Natuurlijk waren die niet altijd tevredenstellend, maar ja, dat hoort erbij. Mijn fractie maakte zich er zorgen over dat er in het coalitieakkoord zo weinig aandacht is voor de regio en de leefbaarheid in de regio. Dat die zorgen terecht zijn, bleek uit het volgende. Ondanks het feit dat ik de minister-president nog een keer gevraagd heb wanneer hij antwoord op die vraag ging geven, is dat antwoord toch niet gekomen. Zou de minister-president in de tweede termijn nog eens kunnen ingaan op de visie op de leefbaarheid in de gebieden buiten de Randstad waarin de leefbaarheid onder druk staat door de vergrijzing in de dorpen en het wegvallen van voorzieningen en vervoerslijnen?

Voorzitter, dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan de heer Dessing van Forum voor Democratie.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Dessing i (FVD):

Voorzitter, dank u wel. Mijn afdronk van dit debat tot nu toe is dat het een behoorlijk technocratisch debat is geweest, over heel veel onderwerpen. Die zijn op zich natuurlijk van belang, maar ons pleidooi, mijn verhaal, ging over de noden van de Nederlanders die het op dit moment heel moeilijk hebben door met name de stapeling van maatregelen, wir schaffen das, internationale verdragen en nationale wetgeving. Juist die stapeling maakt het zo enorm moeilijk. Ik heb daar, met alle respect voor de antwoorden van de minister-president, toch wat weinig empathie voor gehoord. Ik zou daar toch graag een reflectie op willen hebben, want er is heel veel onvrede in de maatschappij. Er zijn heel veel aanstaande demonstraties van mensen die het echt zat zijn. Die zeggen: waar is deze regering nu in hemelsnaam mee bezig? Het contact van de kiezer met deze regering is net zo belangrijk als het contact van deze regering met beide parlementen. Daar zou ik toch met nadruk nog even wat aandacht voor willen vragen.

Er is geen uitsluitsel gekomen over de benodigde keuzes. Door die stapeling van alles wat dit kabinet maar wil, komen we op een punt dat niet alles mogelijk is. Ik zou toch nog een keer willen meegeven dat niet alles mogelijk is. Laten we dan toch kijken waar de prioriteiten liggen die goed zijn voor Nederland en de Nederlanders die het op dit moment al zo moeilijk hebben.

Dan heb ik nog eventjes een ander punt. Dat gaat over de samenwerking en de uitgestoken hand van dit minderheidskabinet, dat ook in deze Kamer de fracties van de oppositie, waaronder mijn fractie, nodig heeft. Het is fijn dat er sinds vanavond in ieder geval contact is met de minister van Asiel over het debat van volgende week, maar tot vanavond is het uiterst stil geweest. Ik zou deze regering er toch toe willen oproepen om met al deze fracties, ook onze fractie, het contact te zoeken, want we hebben elkaar nodig. Laten we dat dan wel gaan doen. Dat zou ik deze regering graag nog even willen meegeven. Graag een reflectie op wat ik tot nu toe in deze tweede termijn heb gezegd.

Ik dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan de heer Koffeman van de fractie van de Partij voor de Dieren.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Koffeman i (PvdD):

Voorzitter, dank u wel. Ik dank de minister-president hartelijk voor de beantwoording van de vragen. Ik heb niet een antwoord op al mijn vragen gehoord. Ik heb bijvoorbeeld geen antwoord gehoord op mijn vraag of de vrijheidsbijdrage, die wij beleven als een oorlogsbelasting, houtsnijdt in een tijdperk waarin oorlogsvoering aan ernstige verandering onderhevig is. David Petraeus, oud-commandant van de coalitietroepen in Irak en Afghanistan, zegt dat we de pantserbataljons zouden moeten afschaffen en zouden moeten vervangen door dronebataljons. Hij zegt niet dat we dronebataljons moeten toevoegen aan de pantserbataljons, maar dat we pantserbataljons moeten afschaffen. Dat zal toch zeker consequenties moeten hebben voor de Defensiebegroting. Ik kan me zeker voorstellen dat de minister-president daar niet meteen de consequenties van kan schetsen, maar misschien kunnen we een brief krijgen over de consequenties voor de NAVO-norm en de vrijheidsbijdrage als oorlogsvoering zo anders wordt.

De tweede opmerking die ik zou willen maken, en die ik ook in de eerste termijn gemaakt heb, is dat ik het dapper vind dat de minister-president op bezoek gaat bij iemand die heeft gezegd dat hij morgen een beschaving totaal weg gaat bombarderen. Dat is zijn voorspelling. Hij zegt: ik hoop niet dat het gebeurt, maar ik denk wel dat het gaat gebeuren. Je moet stevig in je schoenen staan om daarheen te gaan, maar mijn vraag aan de minister-president is: is het dan verstandig om een koninklijk paar, dat een symboolfunctie heeft, mee te nemen naar iemand die zulke uitspraken doet? Over het dreigen met het bombarderen van burgerdoelen zegt professor Marten Zwanenburg: het dreigen met een aanval op burgerdoelen om een bevolking angst aan te jagen, is op zichzelf al een oorlogsmisdrijf. Ik vraag me af of het verstandig is om iemand die zich dus nu al schuldig maakt aan oorlogsmisdrijven, te gaan bezoeken en in het kielzog ook de koninklijke familie daaraan bloot te stellen.

Omdat het zo kort dag is — tussen deze laatste vergadering en het bezoek zitten geen andere vergaderingen meer wat de Eerste Kamer betreft — zou ik willen weten of er ook een plan B is. Het is toch wel belangrijk om niet alleen over de pomphouders in de grensstreek te debatteren. De consequenties van het kapotbombarderen naar het stenen tijdperk van de leveranciers van al die pomphouders lijken me minstens zo essentieel. Dus: is er een plan B en kan de minister-president dat plan B aan ons schetsen? Op het moment dat hij zegt "een plan B is helemaal niet nodig, want ik neem het niet serieus", kan je zeggen: oké, zeg dat dan met zoveel woorden, "ik neem de president van de Verenigde Staten niet serieus". Maar als hij hem wel serieus neemt, moet het ook serieuze consequenties hebben, zou ik zeggen.

De voorzitter:

Dank u wel. Een korte interruptie van de heer Van Hattem.

De heer Van Hattem i (PVV):

Ik wil toch iets niet onbesproken laten, want de heer Koffeman heeft het erover dat president Trump van de Verenigde Staten, een bevriend staatshoofd, oorlogsmisdaden pleegt. "Dat hij zich schuldig maakt aan oorlogsmisdaden", zei hij letterlijk.

De heer Koffeman (PvdD):

Ik heb "oorlogsmisdrijven" gezegd.

De heer Van Hattem (PVV):

Oorlogsmisdrijven, goed, maar "dat hij zich schuldig maakt". Of iemand zich schuldig maakt, bepaalt niet de heer Koffeman of deze Kamer, maar dat bepaalt een rechter. Kan de heer Koffeman aangeven waarom hij het zich toe-eigent om een bevriend staatshoofd van oorlogsmisdrijven te beschuldigen?

De heer Koffeman (PvdD):

Hartelijk dank voor de vraag, want daar wil ik graag een toelichting op geven. Het Internationaal Strafhof is niet erkend door deze president. Je kan je ook afvragen hoelang iemand een bevriend staatshoofd kan blijven en welke uitlatingen hij moet doen om dat niet meer te zijn. Maar ik heb net gezegd dat er een hoogleraar is die gezegd heeft dat het bedreigen van de burgerbevolking met bombardementen op burgerdoelen op zichzelf een oorlogsmisdrijf is. Op het moment dat u zegt dat u daar ernstig aan twijfelt, moet u misschien in gesprek gaan met die hoogleraar, maar ik neem het vooralsnog maar serieus.

De voorzitter:

Tot slot, de heer Van Hattem.

De heer Van Hattem (PVV):

Er wordt hier gesproken over burgers en burgerdoelen, maar we hebben het hier over een regime dat wordt aangevallen, een barbaars regime dat van zichzelf al barbaarser is dan het stenen tijdperk ooit heeft kunnen zijn. Er is nog geen aanval geweest, dus dan vraag ik me af hoe de heer Koffeman nu al kan zeggen dat hij zich schuldig maakt, want "schuldig" is een oordeel …

De heer Koffeman (PvdD):

Nee.

De heer Van Hattem (PVV):

U heeft gezegd: schuldig aan oorlogsmisdrijven. Dan wordt er een uitspraak van een hoogleraar bij gehaald. Dat is geen uitspraak van een rechter.

De voorzitter:

Tot slot, de heer Koffeman.

De heer Koffeman (PvdD):

De rechterlijke macht wordt in dit geval niet erkend door deze president. Bovendien is het zo dat het schuldig zijn aan een oorlogsmisdrijf in dit geval het bedreigen van de burgerbevolking is, dus niet het bombarderen van de burgerbevolking maar het bedreigen van de burgerbevolking. Ik denk dat daar geen misverstand over kan bestaan.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan mevrouw Van Bijsterveld van JA21.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Van Bijsterveld i (JA21):

Dank u wel, voorzitter. Allereerst dank aan de minister-president, de vicepremiers en de minister van Financiën. Ook al heeft de fractiemedewerker van het CDA ons gezegd dat het debat eigenlijk niet in deze Kamer thuishoort, het is toch een mooie traditie. Ik wil nogmaals dankzeggen voor de goede inhoudelijke debatten die we vandaag hebben gevoerd.

U begrijpt, minister-president, dat wij het fundamenteel oneens zijn over het onomkeerbaar maken van het sluiten van de gasputten in Groningen. Dat vinden wij echt een heel dom besluit en een domme wet, zeker gezien de huidige noodsituatie waarin we verkeren. Daar ga ik u op dit moment niet verder van overtuigen.

Verder help ik u herinneren dat u een aantal fracties in deze Kamer beloofd hebt om minister Sjoerdsma toch nog even aan te spreken. Daar wil ik u dus graag aan houden.

Tot slot wil ik u ook nog even wijzen op artikel 120 van de Grondwet. U ging daarbij heel snel in de beantwoording. U gaf eigenlijk kort aan dat het toch een betere bescherming is voor burgers. Daarmee is mijn fractie het fundamenteel oneens, omdat rechters al kunnen toetsen aan internationale verdragen, waar deze grondrechten eigenlijk ook al in verdisconteerd zijn. Verder is het vooral de Eerste Kamer die erop toeziet dat er kwaliteit van wetgeving is en dat die ook constitutioneel goed in elkaar zit. Ik wil ook benadrukken dat er een tijdelijke commissie is ingesteld voor de constitutionele toetsing en de grondrechten en dat er zelfs op 11 mei een symposium is. Dit is dus echt wel heel goed geborgd. Natuurlijk begrijpt mijn fractie ook dat er heel veel water door de Rijn moet voordat u zover bent, maar mijn fractie zult u daarin niet aan uw zijde vinden.

Tot slot. Ik zou het ook fijn vinden als de minister-president in de tweede termijn misschien toch nog iets explicieter wordt over hoe hij zich als minderheidskabinet nu precies gaat verhouden tot niet alleen de coalitiepartijen maar ook de oppositiepartijen. Ik wil u in ieder geval laten weten dat mijn fractie zich constructief zal opstellen en graag uitziet naar de uitgestoken hand.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan de heer Schalk van de SGP.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Schalk i (SGP):

Dank u wel, voorzitter. Natuurlijk veel dank aan de minister-president voor de uitgebreide beantwoording. Hij heeft onder andere gesproken over verschillende toetsen, zoals de Kinderrechtentoets, de uitvoeringstoets en dergelijke. Ik zou heel graag even de aandacht vestigen op een specifiek element dat in de Eerste Kamer af en toe tot best lastige situaties leidt. De amendementen die worden aangenomen in de Tweede Kamer zijn hier namelijk soms — laat ik het voorzichtig formuleren — moeizaam. Ik geef twee voorbeelden. De Asielnoodmaatregelenwet had een amendement dat wel enige tijd heeft gekost. Een ander, wat praktischer voorbeeld is de youngtimerregeling. Zo zijn er wel veel meer.

Over dit onderwerp had ik eerder, bij de behandeling van het belastingplan, een motie ingediend, maar die ga ik intrekken, zeg ik tegen de voorzitter. Dat was de motie 36812, letter K.

Ik wil graag een andere motie indienen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat tijdens de wetsbehandeling in de Tweede Kamer het recht van amendement voluit gebruikt wordt;

overwegende dat de Raad van State in zijn briefadvies op 24 april 2025 aandacht heeft gevraagd bij de Tweede en Eerste Kamer, als medewetgevers, voor de relatie tussen amendering en wetgevingskwaliteit;

overwegende dat er een amendementenservice is ingericht door het ministerie van Financiën, die een sneltoets inhoudt van in de Tweede Kamer ingediende amendementen op het beleidsterrein van Financiën, maar dat de focus van dit type sneltoets nog niet alle aspecten van de wetgevingskwaliteit betreft;

constaterende dat in de Eerste Kamer regelmatig gediscussieerd wordt over de wetgevingskwaliteit van (sterk) geamendeerde wetsvoorstellen;

verzoekt de regering zorg te dragen voor de inrichting van een standaard integrale amendemententoets, zodat ingediende amendementen een sneltoets ondergaan op integrale wetgevingskwaliteit, met als doel de Kamers behulpzaam te zijn bij het bewaken van de kwaliteit van het wetgevingsproces en de wetgeving zelf,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Schalk, Lagas, Walenkamp, Dessing, Bovens, Beukering, Van de Sanden, Van Bijsterveld, Van der Goot en Van Rooijen.

Zij krijgt letter G (36848).

De heer Schalk (SGP):

Ik haast me om te constateren dat we inderdaad te maken hebben met een minderheidskabinet. Nogmaals, sinds 2015 ben ik niet anders gewend, maar nu gaat het wel over zestien zetels. Dat is best vrij fors. Ik geef nogmaals aan dat er een aantal ethische kwesties zijn die voor de SGP in ieder geval van zwaar belang zijn. Laat ik het zo zeggen: ik hoop dat de minister-president samen met het kabinet op zoek gaat naar de lange weg die zeker is. Ik wens ze daarbij van harte Gods zegen toe.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik graag het woord aan mevrouw Perin van de fractie van Volt.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Perin-Gopie i (Volt):

Dank u wel, voorzitter. Veel dank aan de minister-president en zijn collega's voor hun aanwezigheid hier en voor het aangename debat dat we hadden met de minister-president, al was er wel een punt waarvan ik het toch echt de moeite waard vind om te zeggen dat ik dat niet aangenaam vond, namelijk de houding die het kabinet aanneemt ten opzichte van Israël en de Verenigde Staten. Ik hoop dat de minister-president richting Israël toch meer het woord zal voeren zoals hij dat destijds, nog niet zo lang geleden, in de Tweede Kamer deed en dat hij ook stevigere taal aanslaat richting de Verenigde Staten; daarmee sluit ik me een beetje aan bij wat collega Koffeman al zei. Ik ben wel heel blij met de toezegging van de minister-president om niet extra te gaan investeren in fossiele energie.

Dan het volgende; ik moet het een beetje snel doen. De Kinderrechtentoets. De minister-president gaf aan dat het kabinet daarmee bezig is op VWS in het kader van de jeugdzorg. Dat klopt. Daarover is ook een motie van ons aangenomen hier, waarin de regering werd verzocht dat te gaan doen. Ik wil voor de collega's die het misschien niet meer zo scherp hebben, toch even benoemen dat het VN-Kinderrechtencomité er in 2022 op aangedrongen heeft bij Nederland dat wij een Kinderrechtentoets moesten gaan toepassen op al ons beleid en onze wetgeving. Dat is namelijk nodig omdat wij de belangen van kinderen in Nederland onvoldoende meewegen in de beleidsvorming en de wetgeving die wij maken. Het was in 2022 dat ze daar al op aandrongen, maar tot nu toe is daar door de regering niet zo veel mee gedaan. De Kinderombudsman is daarom zelf met zo'n toets gekomen. Die is bedoeld voor overheden om wetgeving en beleid te toetsen. Ook de Kinderombudsman geeft aan dat dit echt nodig is omdat er nog altijd veel negatieve impact is op kinderen die voortkomt uit wetgeving. Het toeslagenschandaal is daar een voorbeeld van. In eerste instantie denk je misschien dat dat niet direct veel met kinderen te maken heeft, maar indirect was dat wel degelijk zo. Het is denk ik wel duidelijk dat het heel negatieve gevolgen heeft gehad voor kinderen van toeslagenouders. Ik zie de heer Van der Goot voor een interruptie …

De voorzitter:

Gaat u vooral even door.

Mevrouw Perin-Gopie (Volt):

Ik ga door? Oké. Ik heb een motie voorbereid omdat ik graag zou zien dat de Kinderrechtentoets op alle wetgeving wordt toegepast. Die motie luidt als volgt.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat Nederland zich heeft verbonden aan het VN-Kinderrechtenverdrag en dat het belang van het kind een eerste overweging moet zijn bij alle maatregelen die kinderen raken;

overwegende dat de Kamer eerder heeft uitgesproken dat een kinderrechtentoets moet worden toegepast bij wetgeving over de jeugdzorg;

overwegende dat wet- en regelgeving ook buiten de jeugdzorg direct of indirect gevolgen kan hebben voor kinderen;

verzoekt de regering de Kinderrechtentoets toe te passen bij alle toekomstige relevante wetgeving die kinderen raakt, en hierover telkens te rapporteren in de memorie van toelichting bij dergelijke wetsvoorstellen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Perin-Gopie, Hartog, Van der Goot, Visseren-Hamakers, Janssen, Walenkamp, Rosenmöller, Van Meenen en Koffeman.

Zij krijgt letter H (36848).

De heer Van der Goot i (OPNL):

Ik ben natuurlijk mede-indiener van deze motie, maar ik heb toch nog wel een vraag. Ik probeer me voor te stellen aan welke elementen u denkt voor die Kinderrechtentoets, zodat het ons allemaal een beetje duidelijk is waarom dit moet worden verbreed tot datgene wat het vroeger was.

Mevrouw Perin-Gopie (Volt):

Dank u wel, meneer Van der Goot. Dank voor deze vraag, want dan kan ik nog even toelichten hoe die toets er precies uitziet. Daar ontstaat misschien nog wel wat verwarring over. Het beeld is dat dit een hele grote administratieve toets is, maar dat is het dus niet. De toets bestaat uit vier stappen. De eerste stap is: onderzoek of het voorstel het belang van het kind raakt. Dat moet je dus onderzoeken door bronnen te raadplegen en kinderen zelf ook te bevragen. In stap twee wordt verzocht om te onderzoeken wat andere belangen zijn, want een wetsvoorstel kan ook andere belangen hebben, die overeenkomstig zijn, ook in het belang van het kind zijn of juist tegenstrijdig zijn. Stap drie is om een belangenafweging te maken. Je moet dus duidelijk maken welk belang er zwaarder weegt. Stap vier is daarover verantwoorden. Dat zou in dit geval dus inhouden dat je in de memorie van toelichting aangeeft hoe de verschillende belangen gewogen worden en wat dat voor effect heeft op de kinderen.

De voorzitter:

Dank u wel. De heer Schalk heeft nog een, hopelijk korte, interruptie.

De heer Schalk i (SGP):

Even een korte vraag, omdat de minister-president wat ontwijkend reageerde op mijn vraag. Als het op alles toegepast moet worden, zegt mevrouw Perin dan dat het ook toegepast moet worden op wetten over draagmoederschap en abortuswetgeving?

Mevrouw Perin-Gopie (Volt):

Voor de definitie van een "kind" hou ik eigenlijk de definitie aan die ik ken uit de wetenschap. Dat heeft te maken met hoe kinderen gemaakt worden. Pas wanneer het geboren is, is het een kind. Daarvoor is het een embryo of een foetus. Het wordt een kind als het daadwerkelijk uit de vrouw verdreven is.

De voorzitter:

Dit kan een hele lange discussie worden. Dat willen we niet. Ik hoop dat u een heel verstandige opmerking maakt, meneer Schalk.

De heer Schalk (SGP):

Een hele verstandige opmerking, voorzitter. In deze Kamer hebben we een wet aangenomen waarin staat dat kinderen die zijn overleden in de moederschoot mogen worden ingeschreven in de burgerregistratie. Het kan niet anders dan dat het een burger, een mens, is. Wij hebben toen ook gevraagd of dat bijvoorbeeld ook een geaborteerd kind mocht zijn. Het antwoord van de regering was ja. Het gaat dus om mensen, om kinderen.

Mevrouw Perin-Gopie (Volt):

Dit bevestigt eigenlijk wat ik zei, namelijk dat we pas als het uit het lichaam van de vrouw is, spreken van een "kind". Maar al zou ik de lijn van collega Schalk handhaven dat het belang van het kind moet worden meegewogen, dan kan het ook zijn dat in de belangenafweging tussen het belang van het kind en het belang van de vrouw die dat kind draagt, het ene belang misschien zwaarder of anders wordt gewogen dan het andere belang. Als ik meega in uw retoriek, zou je daar dus inderdaad ook een Kinderrechtentoets op kunnen toepassen, die verschillende belangen kunnen afwegen en daar vervolgens verantwoording over kunnen afleggen.

De voorzitter:

Ik ga deze discussie toch afronden.

De heer Schalk (SGP):

Ik denk dat we het niet eens worden. Ik begrijp dat mevrouw Perin-Gopie hier een restrictie aanbrengt in haar eigen opvattingen.

De voorzitter:

Dank u wel voor deze discussie. Ik geef graag het woord aan de heer Walenkamp. Nee, de heer Van Rooijen is aan de beurt. Ik lees verkeerd. Ik moet mijn leesbril ook opzetten. De heer Van Rooijen.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Van Rooijen i (50PLUS):

Ja, voorzitter, ik was nog niet naar bed, hoewel dat menselijkerwijs wel nodig was. Ik heb één motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat arbeidsmigranten die hier tijdelijk werkzaam zijn en buitenlandse studenten alhier AOW-rechten opbouwen;

constaterende dat daardoor een enorm aantal personen ontstaat dat inmiddels is teruggekeerd naar het land van oorsprong, maar wel de in Nederland opgebouwde AOW-rechten behoudt;

overwegende dat enkel al de naspeuring en het opzoeken van deze AOW-gerechtigden leiden tot zeer hoge kosten voor de uitvoering door de Sociale Verzekeringsbank;

overwegende dat de AOW hier niet voor is opgezet;

verzoekt de regering om te onderzoeken of en op welke wijze in het buitenland wonende AOW-gerechtigden zonder de Nederlandse nationaliteit kunnen worden uitgezonderd van het AOW-pensioen;

verzoekt de regering te onderzoeken of bij vertrek uit Nederland de opgebouwde AOW-rechten voor de hiervoor genoemde groepen zouden kunnen worden verrekend in de vorm van een eenmalige afkoop,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Rooijen en Lagas.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. Daarmee maakt zij deel uit van de beraadslaging.

Zij krijgt letter I (36848).

De heer Van Rooijen (50PLUS):

Ik dank de minister-president voor de antwoorden en vooral voor de sfeer waarin hij met ons het debat gevoerd heeft.

De voorzitter:

Dan geef ik nu graag het woord aan de heer Van der Goot. U heeft één minuut.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Van der Goot i (OPNL):

Dank u wel, voorzitter. Om tijdswille zal ik heel kort zijn met mijn tekst. Het gaat over de regioparagraaf, de Voorjaarsnota en Elke regio telt! Om te voorkomen dat het in de regio's bij een beleidsmatig traject blijft, en om ervoor te zorgen dat de inzet ook zichtbaar wordt in keuzes over middelen en investeringen, rijksbreed en gekoppeld aan de begrotingscyclus, dien ik mede namens het CDA de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in de kabinetsreactie op het rapport Elke regio telt! is vastgesteld dat het economisch beleid van de afgelopen decennia heeft geleid tot "het sterker maken wat sterk was" en een terugtrekkende beweging van het Rijk uit regio's buiten de economische kernen;

constaterende dat in de kabinetsreactie is uitgesproken te willen komen tot een herijkte beleids- en investeringslogica, gericht op het versterken van brede welvaart in alle regio's;

overwegende dat met het Nationaal Programma Vitale Regio's (NPVR) een belangrijke stap wordt gezet, maar dat daarmee de bredere opgave uit het rapport Elke regio telt! niet volledig wordt afgedekt;

overwegende dat beide Kamers zicht moeten kunnen houden op de voortgang van de uitvoering van de kabinetsreactie langs de lijnen van de daarin genoemde drie hoofdaanbevelingen;

verzoekt de regering om, naast de voortgangsrapportages over de uitvoering van de kabinetsreactie op het rapport Elke regio telt!, beide Kamers jaarlijks via de Voorjaarsnota te informeren over de wijze waarop deze uitvoering rijksbreed, en in het bijzonder vanuit de begrotings- en investeringssystematiek, wordt vertaald in inzet en middelen voor een samenhangende regionale ontwikkelagenda voor regio's buiten de economische kerngebieden, en over de effecten daarvan op de brede welvaart,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Goot en Bovens.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. Daarmee maakt zij deel uit van de beraadslaging.

Zij krijgt letter J (36848).

Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan de heer Walenkamp.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Walenkamp i (Fractie-Walenkamp):

Dank u wel, voorzitter, voor het woord. Veel dank aan de minister-president en de drie aanwezige collega's voor de antwoorden en de toezeggingen. Er zijn nog wel een paar punten blijven hangen. We zullen u kritisch blijven volgen, maar wel constructief. Sta mij toe om dat heel kort te beantwoorden met de laatste strofe van Potgieter:

Blijf, wat gij waart, toen ge blonk als een bloem:

zorg, dat Europa de zetel der orde,

dat de verdrukte zijn wijkplaats u noem',

land mijner vaad'ren, mijn lust en mijn roem!

En wat de donkere toekomst bewaart,

wat uit haar zwangere wolken ook worde,

lauw'ren behoren aan 't vlekloze zwaard,

vaderland, eenmaal het vrijste der aard.

U kunt het. Het kan wel. Het kan af en toe wat concreter en beter. Veel zegen en wijsheid daarbij.

De voorzitter:

Dank u wel voor uw korte bijdrage. Dan geef ik nu graag het woord aan de heer Van de Sanden. Hij spreekt mede namens de Fractie-Van Gasteren.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Van de Sanden i (Fractie-Van de Sanden):

Dank, voorzitter. Dank aan de premier voor de beantwoording. Ook dank voor de toezegging dat dit kabinet zich in Brussel zal gaan inzetten voor het door de Europese Commissie deugdelijk laten onderbouwen van dereguleringsvoorstellen.

Minder positief zijn onze fracties helaas over het antwoord op het verzoek om onderzoek te doen naar de regelgevingsknelpunten bij Defensie. Het kabinet trekt de komende jaren 19 miljard uit voor Defensie. Het vraagt burgers om een vrijheidsbijdrage. Het vraagt jongeren zich te melden. Dat zijn ingrijpende verplichtingen, oproepen op basis van de wet, met parlementaire goedkeuring. Dat is de rechtsstaat die werkt. Maar diezelfde rechtsstaat vereist ook dat de krijgsmacht waarvoor de burger betaalt en waarvoor de jongere zich meldt zijn werk kan doen. Een overheid die 19 miljard vraagt maar weigert te onderzoeken welke regelgeving haar eigen krijgsmacht belemmert, luistert niet bepaald naar de belangrijke signalen die Defensie afgeeft. De vrijheidsbijdrage verplicht tot meer dan geven. Ze verplicht ook tot effectieve besteding.

De minister-president heeft mijn toezeggingsvraag helaas ontkennend beantwoord. Het vooruitschuiven van het geven van helderheid over regelgevingsknelpunten geeft niet bepaald blijk van het urgentiebesef dat bij een investering van 19 miljard hoort, en ook niet bij de ernst van de huidige geopolitieke situatie. Wij houden desondanks de motie aan, niet omdat de urgentie ontbreekt, maar omdat een aangenomen motie werkt en een verworpen motie niet. Houdt u er desondanks — dat is de disclaimer — vooral rekening mee dat we er op een later moment alsnog op gaan terugkomen. Ik zou u willen uitnodigen om hierop een korte reflectie te geven.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan mevrouw Visseren-Hamakers van de Fractie-Visseren-Hamakers. Zij krijgt één minuut.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Visseren-Hamakers i (Fractie-Visseren-Hamakers):

Dank, voorzitter. Dank aan de minister-president voor de toezeggingen. Ik heb er vier geteld. Dan rest mij één motie in te dienen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het uitgangspunt van brede welvaart al jaren in toenemende mate centraal staat in de Miljoenennota;

overwegende dat de Miljoenennota 2025 en Miljoenennota 2026 met deze trend breken;

overwegende dat in de Tweede Kamer brede steun is om te streven naar welvaart in brede zin, in plaats van alleen economische groei, in de begrotings- en verantwoordingssystematiek;

overwegende dat het uitgangspunt van brede welvaart de consistentie, doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid ondersteunt;

verzoekt de regering het uitgangspunt van brede welvaart in de Miljoenennota 2027 een centrale rol te geven,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Visseren-Hamakers, Crone, Perin-Gopie en Janssen.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. Daarmee maakt zij deel uit van de beraadslaging.

Zij krijgt letter K (36848).

Dank u wel.

Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):

Dank. En complimenten aan de premier en zijn team voor de heldere beantwoording en het prettige debat.

De voorzitter:

Dan geef ik nu graag tot slot het woord aan de heer Beukering.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Beukering i (Fractie-Beukering):

Voorzitter, dank u wel. Ik heb geen antwoord gekregen op mijn vraag over het opbouwen van het vertrouwen. Ik wil toch een tip geven aan het kabinet. Als er bij mijn soldaten, onderofficieren of officieren sprake was van een gebrek aan wederzijds respect en vertrouwen, zei ik altijd: "Jongens, houd het even simpel. Zeg wat je doet, doe wat je zegt en laat zien dat je doet wat je zegt." Dat is misschien een mooie tip voor dit kabinet. Ik geef 'm mee.

Voorzitter. Ik heb twee korte moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat energieprijzen sterk kunnen fluctueren en huishoudens en bedrijven hierdoor financieel onder druk komen te staan;

overwegende de Nederland in toenemende mate afhankelijk is van buitenlandse energiebronnen;

overwegende dat het Groningenveld nog gasreserves bevat die kunnen bijdragen aan leveringszekerheid en het dempen van prijsstijgingen;

overwegende dat het definitief sluiten van gasputten deze mogelijkheid in de toekomst gaat beperken;

verzoekt de regering de Groningse gasputten niet definitief te dichten;

verzoekt de regering in tijden van hoge energieprijzen zoals nu gebruik te maken van Nederlands gas, waaronder het Groningenveld, als buffer om prijsstijgingen voor huishoudens en bedrijven te dempen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Beukering, Van de Sanden, Dessing, Walenkamp en Van Gasteren.

Zij krijgt letter L (36848).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat energie- en brandstofprijzen sterk kunnen fluctueren en huishoudens en bedrijven hierdoor financieel onder druk komen te staan;

overwegende dat een aanzienlijk deel van de kosten voor energie en brandstof bestaat uit belastingen, waaronder energiebelasting, btw en accijnzen;

verzoekt de regering per direct de energiebelasting tijdelijk te verlagen om de betaalbaarheid voor huishoudens en bedrijven te verbeteren;

verzoekt de regering per direct de accijnzen op brandstoffen tijdelijk te verlagen om de kosten voor mobiliteit te beperken;

verzoekt de regering daarmee te zorgen dat er niet meer belastingopbrengst wordt opgehaald dan begroot voor 2026,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Beukering, Dessing, Lagas, Walenkamp, Van Gasteren en Van Hattem.

Zij krijgt letter M (36848).

Ik dank u wel, meneer Beukering. Wenst een van de leden in de tweede termijn nog het woord? Dat is niet het geval. Ik heb begrepen dat de regering tien minuten wil schorsen. Ik schors tot 23.05 uur, met enige flexibiliteit.

De vergadering wordt van 22.56 uur tot 23.07 uur geschorst.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering en ik geef het woord aan de minister-president.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Minister Jetten i:

Voorzitter, dank u wel. Dit debat over de regeringsverklaring was voor uw Kamer de staatkundige kennismaking met alweer het derde kabinet sinds uw verkiezing in 2023. Wij gunnen het u dat het ook uw laatste kennismaking met een kabinet is sinds uw verkiezing in 2023. Wij zullen daar in ieder geval ons best voor doen.

Er zijn vandaag in een heel inhoudelijk en prettig debat de nodige onderwerpen de revue gepasseerd. Van de internationale geopolitieke ontwikkelingen tot de AOW en vele andere thema's, waarvoor sprekers aandacht hebben gevraagd. De bijdragen getuigden van de verschillende en uiteenlopende opvattingen in onze samenleving die hier vertegenwoordigd zijn. Ze getuigden ook van inzicht in de rechtsstaat, de uitvoerbaarheid en de goede samenwerking als belangrijke waarde voor regering en parlement. Die goede samenwerking met uw Kamer beschouwt het kabinet als een wezenlijk element bij beleid en wetgeving, waarvoor we de komende tijd op elkaar zijn aangewezen. De leden van het kabinet zijn daar zeer van doordrongen. Wij zullen de komende weken en maanden regelmatig bij u langskomen, niet alleen voor debatten, maar zeker ook voor nadere kennismakingen, kopjes koffie en wat al niet meer.

Wij hebben de bijdragen van uw Kamer in dit debat zeer gewaardeerd. Daar wil ik u voor danken. Ik zal nu eerst ingaan op een aantal specifieke vragen. Dan eindig ik met een reactie op de opmerking van verschillende fractievoorzitters over het belang van samenwerking en hoe die samenwerking de komende maanden verder vorm zal krijgen. Tot slot zal ik ingaan op de moties.

Eerst dus een paar specifieke vragen. Op de Koninkrijksconferentie zal ik binnenkort ingaan. Het Nederlandse kabinet wil met de Caribische landen een gezamenlijk gedragen reactie geven op het ongevraagde advies van de Raad van State over de toekomst van het Koninkrijk. Dan zullen we ook kijken hoe we met verschillende structuren die samenwerking kunnen versterken, waaronder een Koninkrijksconferentie. Ik zal mijn werkreis volgende maand benutten om dit gesprek alvast met de drie premiers te voeren. Dan zal ik de Tweede en Eerste Kamer per brief daarover informeren. Dat zeg ik richting de heer Rosenmöller.

Over het bezoek aan de Verenigde Staten waren nog een aantal vragen van de heren Rosemöller, Koffeman en Janssen. Het bezoek van eind deze week en begin volgende week is een breed werkbezoek van het koningspaar, inclusief een handelsmissie. Die is al langere tijd ingepland in het kader van de viering van 250 jaar betrekkingen tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten. De Verenigde Staten blijven natuurlijk een relevante partner op het gebied van handel, veiligheid en een aantal andere zaken. De Verenigde Staten zijn ook extreem divers. Het werkbezoek van het koninklijk paar wordt afgelegd aan een rode en blauwe staat, zoals we dat noemen. Dat is juist om de verschillende kanten van de Amerikaanse samenleving te benadrukken.

Aan dat werkbezoek is een afspraak met president Trump toegevoegd. Dat is een tegenbezoek naar aanleiding van zijn bezoek in Den Haag tijdens de NAVO-top. Het is daarmee ook een uitgelezen moment om juist de verschillen van inzicht op een groot aantal onderwerpen met elkaar te bespreken. Ik zal zeker tijdens en na die reis duidelijk maken wat mijn inzet daar namens het Nederlandse kabinet is geweest. Maar u zult ook begrijpen dat we achter de schermen in het diplomatieke verkeer elkaar soms steviger aanspreken dan dat we in de openbaarheid doen. Dat is juist om het zo effectief mogelijk te laten zijn.

De heer Rosenmöller i (GroenLinks-PvdA):

Dat u gaat, begrijp ik. Dat het effectief moet zijn, begrijp ik ook. Dat er soms achter de schermen iets duidelijker en explicieter besproken kan worden, begrijp ik ook op dit niveau. Maar bent u het met mij en met onze fractie eens dat het verschil tussen de Nederlandse regering en de Amerikaanse president ook zichtbaar moet zijn, zodat duidelijk is dat Nederland en Amerika op een aantal punten van mening verschillen, ook betreffende de oorlog die nu dreigt te escaleren, of al escaleert?

Minister Jetten:

Ja. Het antwoord daarop is ja.

De heer Koffeman vroeg specifiek welke typen aanschaf je doet in het licht van de veranderende oorlogsvoering. De oorlogsvoering verandert inderdaad in een heel hoog tempo. De minister van Defensie zal elementen uit uw vragen meenemen in de Defensienota die voor de zomer met u wordt gedeeld.

Mevrouw Lagas vroeg naar de plattelandstoets. Het kabinet werkt natuurlijk al met de Uitvoerbaarheidstoets Decentrale Overheden en de grenseffectentoets, waarin voor een deel de belangen van het platteland terugkomen. We geven nu invulling aan de aangenomen motie-Van der Plas over een rule policy review; ik probeer daar een beter Nederlands woord voor te vinden, maar ik denk dat "plattelandstoets" daarvoor misschien het beste woord is. We betrekken nu stakeholders uit het landelijk gebied bij de vormgeving daarvan, zodat we zeker weten dat we iets ontwikkelen wat ook daar wordt gewaardeerd. De resultaten daarvan worden begin 2027 verwacht. Dan kunnen we dat meteen gaan toepassen.

Dat brengt me bij de vraag van mevrouw Huizinga. Mijn excuses voor het feit dat ik daar inderdaad niet meer op ben teruggekomen in de eerste termijn. Ik dacht dat mooi te kunnen koppelen aan het blokje openbaar bestuur, maar door de vele interrupties was ik die koppeling weer vergeten. Het gaat hier om een extreem belangrijk onderwerp, een onderwerp ook dat zich niet onder één bewindspersoon laat vangen, omdat het eigenlijk op alle beleidsterreinen terugkomt. U gaf zelf het voorbeeld van het openbaar vervoer en de belangrijke voorzieningen in kleine dorpen, zoals scholen. We kunnen ook kijken naar hoe je zo'n economische agenda vanuit een regio opbouwt. In Zeeuws-Vlaanderen zal dat een heel andere agenda zijn dan in het oosten van Drenthe. Daarom willen we op volle kracht doorgaan met het Nationaal Programma Vitale Regio's.

Ook kijken we hoe we de uitwerking van Elke regio telt! een vaste plek kunnen geven. Daarnaast wordt het Gemeenschapsfonds in het leven geroepen. Enkele voorgangers in eerdere kabinetten hebben met een soortgelijke aanpak al laten zien hoe nuttig het soms kan zijn om met rijksgeld — niet eens enorme bedragen — heel mooie initiatieven, die vaak al van onderop bestaan, een extra steun in de rug te kunnen geven om de leefbaarheid in die regio's te ondersteunen, juist met projecten die daar op een breed maatschappelijk draagvlak kunnen rekenen.

In het licht van de stikstofaanpak hebben we als premier en vicepremiers de minister van LVVN een opdrachtbrief gestuurd over wat we van hem verwachten aan concrete resultaten op korte termijn. Hij voegt daar zelf de sociale cohesie op het platteland aan toe. Voor zover de voornemens in het coalitieakkoord nog niet altijd even veel aandacht aan het regionale belang besteden, gaan we dat in de komende tijd verder uitbreiden.

Het is u misschien al opgevallen, maar misschien ook niet, dat in ieder geval mijn agenda qua binnenlandse werkbezoeken heel erg gericht is op allerlei werkbezoeken buiten de Randstad. Mijn eerste bezoek was aan Rozendaal. Vorige week was ik in Dronten. Ook de komende maanden zullen vooral werkbezoeken op de rol staan aan gebieden waar we niet allemaal de deur platlopen. Ik denk dat het belangrijk is om daar ook de ideeën en de inspiratie op te halen. Dank aan mevrouw Huizinga dat zij mij daar zojuist nog een keer streng op gewezen heeft.

De heer Janssen refereerde nogmaals aan een aantal reeds aangenomen moties over kinderarmoede. Daar ga ik zeker nog even mijn voordeel mee doen, zodat we bij de Miljoenennota naar aanleiding van de augustusbesluitvorming uitgebreider kunnen terugkomen op de aanpak van kinderarmoede. Ik ben het eigenlijk wel met hem eens als hij zegt: kom nu niet met verwijzingen naar percentages en jaartallen, want dat is echt, met alle respect, beleidsporno. Dat is overigens mijn woordkeuze, niet die van de heer Janssen. Maar even heel serieus: dit gaat om kinderen die, vaak zonder dat ze daar zelf verantwoordelijk voor zijn, in een heel kwetsbare positie zitten. Wij dragen als rijk land de verantwoordelijkheid om zo veel mogelijk mensen uit de armoede te halen, of te voorkomen dat mensen daarin belanden. Dus ik ga daar met de aansporing van de heer Janssen nogmaals goed naar kijken richting de augustusbesluitvorming.

De heer Janssen i (SP):

Ik wil de minister-president alleen even heel hartelijk danken voor wat hij nu zegt. Fijn dat we aan het eind hierop zijn uitgekomen. Ik wil hier ook geen nieuwe motie op indienen. Dat kunnen we volgens mij beter laten en nog eens verwijzen naar de moties die er al liggen en op uitvoering wachten. Dank voor deze toezegging.

Minister Jetten:

Voorzitter. Dan had de heer Van de Sanden een vraag gesteld die ik blijkbaar niet helemaal had beantwoord in eerste termijn. Het voorstel van een Wet op de defensiegereedheid neemt een aantal juridische knelpunten weg, die op dit moment de gereedheid van de krijgsmacht belemmeren. De prioriteit van het kabinet ligt dan nu ook bij het zo snel mogelijk tot stand brengen van die Wodg. Wij voelen ons daarin gesteund door het advies van de Raad van State, die de noodzaak van zo'n Wodg op korte termijn onderschrijft. Over dat wetsvoorstel en het advies van de Raad van State komt u nog te spreken bij de parlementaire behandeling. Ik kan mij zomaar voorstellen dat uw inbreng in tweede termijn ook daarbij nog wordt benut.

Voorzitter. Voordat ik bij de moties kom, tot slot nog een korte reflectie op samenwerking. Ik heb uitgebreid zitten meeschrijven met de inbreng van uw Kamer. Daaruit komt heel duidelijk naar voren wat de houding van de Eerste Kamer is ten opzichte van dit kabinet. Ik hoor een Eerste Kamer die bereid is om op basis van de inhoud voorstellen van dit kabinet goed en zorgvuldig te beoordelen. Wij waarderen het zeer dat u in volle breedte bereid bent om dat te doen.

Een aantal van de gemaakte opmerkingen vond ik interessant. De heer Bovens pleit er eigenlijk voor om gewoon het hele jaar door carnaval te vieren, zodat we dat harmonienummer kunnen blijven zingen met elkaar, om tot veel akkoorden te komen. Maar mevrouw Lagas en de heer Rosenmöller waarschuwen ook dat het geen shoppositie moet worden en dat wij als kabinet op een serieuze manier de samenwerking met de Eerste Kamer zullen moeten zoeken. Dat zullen we de komende tijd ook gaan doen. Wij hebben urgentie bij een aantal grote opgaven zoals de stikstofaanpak, het bijbouwen van meer betaalbare woningen, het oplossen van knelpunten in de jeugdzorg, het bestuursakkoord met medeoverheden.

Bij dat soort heel specifieke en urgente onderwerpen zullen wij steeds op zoek gaan naar breed draagvlak in beide Kamers van het parlement, maar ook in de samenleving, door het gesprek ook aan te gaan met sociale partners, met medeoverheden en met anderen in de samenleving die er ook een groot belang bij hebben om hier vaart mee te maken. Dat brede draagvlak is dus een opdracht voor het kabinet in samenleving én parlement. De ultieme toets van die samenwerking vindt natuurlijk plaats rondom Prinsjesdag: hebben we dan als kabinet een Miljoenennota die kan rekenen op steun in beide Kamers der Staten-Generaal?

Dan is het belangrijk dat we zoet en zuur bij elkaar brengen en dat we ons realiseren dat we met slechts 66 zetels zo nu en dan het coalitieakkoord zullen moeten bijstellen om op de nodige steun te kunnen reken. Dat is ook de reden waarom de minister van Financiën en ikzelf tussen nu en de zomer een uitgebreide ronde maken langs de partijleiders van alle partijen vertegenwoordigd in de Tweede Kamer. We zullen ook de Eerste Kamer benaderen om ook hier met alle fractievoorzitters het gesprek daarover te voeren. We hopen daarmee nog voordat het zomerreces aanbreekt een beter beeld te krijgen van hoe wij in de zomer tot dat brede draagvlak voor een begroting kunnen komen.

Er zijn een aantal moties ingediend die ons daarin nog een extra opdracht meegeven. Daar zullen we dan ook zeker kennis van nemen. Maar ik ben blij met de constructieve houding die hier vandaag is aangenomen. Meer empathie, zeg ik richting de heer Dessing, hoort daar zeker bij. Het was een heel inhoudelijk en soms erg gedetailleerd debat vandaag, maar de onderliggende urgentie die we voelen om met zo'n ambitieus en uitgesproken coalitieakkoord aan de slag te gaan, komt vooral doordat we de afgelopen jaren met enorme jojo-uitslagen bij verkiezingen allemaal wel hebben gezien dat heel veel Nederlanders het vertrouwen in overheid en politiek kwijt zijn.

Oorzaak daarvan is vooral dat we op een aantal grote, urgente onderwerpen wel heel veel politiek gepraat hebben gezien — ik heb daar zelf in allerlei rollen aan meegedaan — maar veel te weinig resultaat hebben weten te boeken voor inwoners en bedrijven in dit land. Die opdracht is groot en urgent, want als wij willen dat dit mooie parlementaire democratische stelsel ook een toekomst heeft, dan zal het beter moeten functioneren en betere resultaten voor mensen moeten boeken. Vanuit die overtuiging gaan we aan de slag en zullen we de samenwerking met uw Kamer ook opzoeken.

De heer Van Hattem i (PVV):

Ik heb toch nog een vraag over de samenwerking tussen het kabinet en de Kamers, met de nadruk op "Kamers". We hebben het in de eerste termijn gehad over voorstellen die niet in het coalitieakkoord zijn opgenomen, bijvoorbeeld over het raadgevend referendum, de gekozen burgemeester en dat soort zaken. Is er nu een afspraak binnen deze coalitie om ruimte te bieden aan een van de coalitiepartijen voor het doen van dat soort voorstellen, bijvoorbeeld met een initiatiefvoorstel vanuit de Tweede Kamer, of wordt er heel strikt gezegd dat er daar dan ook geen ruimte voor is? Hoeveel ruimte wordt er geboden binnen de coalitie om met zulk soort voorstellen vanuit de Kamer om te kunnen gaan?

Minister Jetten:

Ik denk dat deze situatie, waaraan we allemaal nog een beetje aan het wennen zijn, ook enorme kansen biedt voor de niet-coalitiepartijen in zowel de Tweede als de Eerste Kamer. Zeker in de Tweede Kamer is het recht op initiatief een unieke kans voor 150 Kamerleden om de ruimte te pakken die daar nu ligt. De drie coalitiefracties hebben zich verbonden aan de afspraken in het coalitieakkoord. Daardoor zal er af en toe weinig ruimte zijn om initiatieven of voorstellen te steunen, maar over het algemeen geldt dat ook wij met deze drie partijen daarin zoeken naar veel ruimte en diversiteit. De afgelopen zes weken heeft u gezien dat ook de coalitiefracties regelmatig elkaar scherp durven te bevragen of niet altijd 100% hetzelfde stemmen op de dinsdag. Ik vind het ook heel gezond dat er veel meer ruimte is voor diversiteit. Dat betekent dus ook dat we met open vizier zullen kijken naar initiatiefwetten die straks door niet-coalitiefracties worden ingediend.

De voorzitter:

Tot slot, meneer Van Hattem.

De heer Van Hattem (PVV):

Als er dus bijvoorbeeld een voorstel — het kan ook een motie zijn — vanuit de Kamer komt, vervolgens door een van de coalitiepartijen wordt gezegd dat zij daar wel in mee willen gaan en het is niet hard afgesproken in het coalitieakkoord, dan is de ruimte daarvoor dus aanwezig binnen deze verhoudingen tussen kabinet en Kamer?

Minister Jetten:

Als het niet haaks staat op coalitieakkoord, is die ruimte er. Wij hebben ons ook voorgenomen om ons daar vanuit het kabinet niet al te veel mee te bemoeien. We hebben er alle vertrouwen in dat de drie coalitiefracties daar onderling met elkaar uit kunnen komen.

De heer Dessing i (FVD):

Dank voor het antwoord van de minister-president over de empathie richting de relatie tussen het parlement en de regering. Dat waardeer ik. Die uitgestoken hand zullen we ook zeker aannemen. Ik vroeg eigenlijk ook naar de empathie voor de noden van het Nederlandse volk, naar de stapeling van maatregelen die het op dit moment zo moeilijk maakt en naar de prioritering die daar eigenlijk in plaats zou moeten vinden. Ik vroeg om een reflectie van de premier en die heb ik nog even gemist.

Minister Jetten:

Volgens mij is het niet alleen een stapeling van maatregelen, maar vooral een totaal gebrek aan succesvolle overheidsingrepen in de afgelopen jaren. Of je nou kijkt naar de onzekerheid waar boeren in zitten, de woningzoekenden die geen huis kunnen vinden of de achterstallige inhaalslag die we nu moeten maken op het gebied van onze nationale veiligheid; we hebben het daar collectief als politiek laten liggen. Dat leidt heel begrijpelijk tot een hoop frustratie, boosheid en soms apathie onder Nederlanders, die zich afvragen of de overheid nog indrukwekkende dingen kan doen om het leven van alle Nederlanders te verbeteren. Dat vertrouwen — de heer Van Meenen verwees daar terecht naar in zijn bijdrage — ga je alleen terugwinnen door heel hard te werken en concrete resultaten voor mensen te boeken. Ik geloof niet dat je dat vertrouwen herwint door hier nog meer mooie beloftes te doen.

De voorzitter:

Tot slot, meneer Dessing.

De heer Dessing (FVD):

Tot slot. Ik denk dat je dat vertrouwen wel wint door de noden die er op dit moment zijn, te vertalen in de juiste prioritering. Het Klimaatakkoord coûte que coûte tegen enorm veel kosten doordrukken terwijl de rekeningen onbetaalbaar zijn, is volgens onze fractie niet de juiste keuze. Ik denk dus dat "nood breekt wet" de boodschap is die dit kabinet naar de Nederlandse bevolking zou moeten overbrengen. Misschien moeten we dan toch op een andere manier kijken naar de omgang met alle internationale wensen die dit kabinet wil vervullen.

Minister Jetten:

Hier is altijd de vraag "wat wil je bereiken?" en gaat het niet zozeer om een middel heilig verklaren; daar is het in dit debat ook veel over gegaan. Ik denk alleen wel dat het kabinet en de fractie van de heer Dessing soms van mening verschillen: de internationale inzet kan juist ook de nationale belangen dienen. Daar zitten we net wat anders in de wedstrijd.

De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):

Dank aan de minister-president voor zijn iets nadere beschouwing met betrekking tot de strategie om van minderheid naar meerderheid te komen. Ik kijk of we het nog één slag concreter kunnen maken. Ik kan me heel goed voorstellen dat het op separate punten, specifieke onderwerpen, al dan niet nadat er met veldpartijen akkoorden zijn gesloten, hier terugkomt in de politiek. Dat snap ik. Maar dan dat conglomeraat van Miljoenennota, begroting en Belastingplan. Wij krijgen die begroting en dat Belastingplan hier ook. Gaat u nou hier en daar dingen ophalen en met mensen bespreken, hier en met name aan de overkant? Of heeft het uw voorkeur om op weg naar de derde dinsdag van september een afspraak te maken met een of meerdere partijen, opdat u zich verzekerd weet van een meerderheid in de Tweede en Eerste Kamer?

Minister Jetten:

Dat laatste. De voorkeur is om door alle gesprekken die we voeren met de verschillende partijen in Tweede en Eerste Kamer te kijken: kan je bouwen aan een breed draagvlak met een of meerdere partijen om een totaalpakket rondom de Miljoenennota te sluiten? Dat geeft namelijk helderheid en richting aan de samenleving. Het zorgt er ook voor dat zoet en zuur op een gebalanceerde manier bij elkaar worden gebracht en dat u in staat bent om een goede politieke weging te maken of u daar uw handtekening onder wilt zetten of niet. We zijn daarbij natuurlijk ook afhankelijk van de bereidheid bij andere partijen om dat soort afspraken met het kabinet te maken, maar ik heb hier vandaag in ieder geval heel veel constructieve bereidheid bij meerdere fracties gezien. Dat motiveert ons dus om hier de komende weken veel langs te komen voor koffie.

De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):

Ik denk dat het juist is dat die bereidheid er inderdaad er is; laat ik voor onze eigen fractie spreken. Dank voor deze nadere concretisering. Ik denk dat het een goede lijn is.

Minister Jetten:

Dank u wel, voorzitter, via u richting de heer Rosenmöller.

Dan de moties, voorzitter. Wij grapten achter de schermen al dat we blij zijn dat we in de Tweede Kamer niet met letters werken, want dan zouden we het nooit redden binnen het alfabet. Dat werd hier ook nog even spannend, maar het is gelukt.

De motie met letter B, van het lid Rosenmöller, over de AOW-leeftijd. Het zal hem niet verbazen, denk ik, dat ik deze motie nu ontraad met verwijzing naar het debat en de aangenomen motie-Stoffer, waarmee het kabinet aan de gang is. Ik wacht ook even de uitslag van deze stemming af, maar we zullen, als die motie wordt aangenomen, dat zeker meenemen in de verdere stappen die we als kabinet op dit vlak gaan zetten.

Dan de motie met letter C, van de heer Rosenmöller, over het eigen risico. Ik kan me eigenlijk wel vinden in het verzoek, maar daarvóór bent u van oordeel dat deze verhoging ongewenst is. Daarover verschillen we fundamenteel van mening, denk ik. Als u de motie ongewijzigd laat, moet ik 'm ontraden. Als u de motie zou aanpassen, dan ben ik van harte bereid om daar bij de uitwerking rekening mee te houden. Ik zie meerdere leden in uw fractie nee schudden, dus dan ontraad ik deze motie, maar we verstaan elkaar goed. De ministers van VWS, die allebei meeluisteren met dit debat, hebben ook aangegeven hier zeker rekening mee te houden.

Dan de motie met letter D, van de heer Van Hattem. Daar hoef ik volgens mij geen oordeel over te vellen.

De motie met letter E, van de heer Van Hattem, moet ik ontraden. Het kabinet kiest bewust voor intensivering van onze internationale inzet. We werken toe naar een reactie op de gestegen prijzen in het licht van de oorlog in het Midden-Oosten. We komen later deze maand met de kabinetsreactie. De motie met letter E is dus ontraden.

De motie met letter F, van de heer Van Hattem, ontraad ik ook met verwijzing naar het debat. We kijken breed naar een capaciteitsmechanisme voor onze energiemix.

Dan de motie met letter G, van het lid Schalk en vele anderen, over de integrale amendemententoets. Die wil ik oordeel Kamer geven. We gaan kijken hoe we deze toets op een goede manier kunnen vormgeven. De minister van SZW bekijkt thans of het mogelijk is om voor bepaalde amendementen een sneltoets op de uitvoerbaarheid te ontwikkelen. Ik denk dat dit, ook met de hele inbreng van de heer Schalk, de kwaliteit van wetsbehandelingen ten goede kan komen. Dan de motie met letter H, van mevrouw Perin-Gopie. Die Kinderrechtentoets is een sympathiek idee. Ik heb daarstraks ook toegelicht dat we nu met het ministerie van VWS aan het kijken zijn of we hier alvast ervaring mee kunnen opdoen. Met de Kinderombudsvrouw kunnen we kijken hoe dit op een goede manier is vorm te geven. En we kijken of dit ook eventueel voor andere wetgevingstrajecten kan worden ingezet. Mijn vraag zou eigenlijk zijn of zij bereid is om deze motie aan te houden, zodat de ministers van VWS hier eerst nog nadere ervaring mee kunnen opdoen. Dan kunnen zij later per brief aangeven wat de eerste ervaringen van deze kinderrechtentoets zijn.

Mevrouw Perin-Gopie i (Volt):

Normaal gesproken zou ik wat de minister-president zegt heel sympathiek vinden en de motie even aanhouden, maar in dit geval gaat het om het belang van het kind. We hebben ons gecommitteerd aan het VN-Kinderrechtenverdrag, waarmee we ons ook hebben gecommitteerd dat het belang van het kind de eerste overweging moet zijn bij het maken van nieuw beleid en wetgeving. Dan denk ik: het belang van het kind niet wachten. Ik zou het kabinet juist willen aanmoedigen om zo veel mogelijk te gaan testen met deze Kinderrechtentoets. Ik kan me voorstellen dat dan misschien niet in een keer heel soepel gaat en dat het kabinet daarvan moet leren, maar ik zou toch wel graag de motie willen houden zoals die is. Ik zou graag willen dat bij elke wetgeving en bij elk beleid de belangen van kinderen worden meegewogen.

De voorzitter:

U houdt 'm dus niet aan?

Mevrouw Perin-Gopie (Volt):

Nee, ik ga 'm niet aanhouden.

De voorzitter:

Nee, u houdt 'm niet aan. Helder.

Minister Jetten:

Dan ontraad ik de motie, voorzitter. Dat doe ik niet omdat ik niet het belang van het kind met u onderschrijf. Ik waarschuw wel, als oud-Kamerlid en als oud-minister, dat we inmiddels wel heel veel toetsen aan het ontwikkelen zijn. De vraag is ook of dat altijd de beste manier is om dat belang goed te waarborgen of kan dat ook op andere manieren? Ik zal ongeacht mijn oordeel over de motie ervoor zorgen dat de minister van VWS u deelgenoot maakt van de eerste ervaringen die we daarmee opdoen.

De motie met letter I, van het lid Van Rooijen van 50PLUS, kan ik oordeel kamer geven. De vragen zoals verwoord in de motie zijn ook onderdeel van de scope van het ibo AOW. Dit najaar komt daarvan de uitkomst. Dan kunnen we de uitvoering van deze motie daarin meteen meenemen.

De motie met letter J, van Van der Goot van OPNL, vind ik ook zeer sympathiek. Ik heb in mijn beantwoording daarstraks aangegeven dat wij denken dat tweejaarlijks een beter ritme is dan jaarlijks, maar daar zullen we naar kijken in overleg met de minister van BZK. Ik geef de motie oordeel Kamer.

Voorzitter. Dan kom ik bij de motie met letter K. Het perspectief van brede welvaart komt al terug in de begrotingsstukken, zoals ik daarstraks heb aangegeven. Bij verantwoordingsdag is er ook uitgebreid aandacht voor brede welvaart, omdat dan ook de Monitor Brede Welvaart & de Sustainable Development Goals van het Centraal Bureau voor de Statistiek verschijnt. Bij het ontwikkelen van ons beleid komen ook heel veel van die aspecten daarin continu terug. Tegelijkertijd gebeurt er, zoals ik net ook al aangaf, nu heel veel in de wereld en kan ik nu nog niet uitgaven wat het centrale uitgangspunt gaat zijn bij het samenstellen van deze miljoenennota. Daarom ontraad ik de motie met letter K.

De motie met letter M, van Beukering cum suis, ontraad ik met verwijzing naar het debat. We zijn nu bezig met het samenstellen van een pakket aan maatregelen die we ook langere tijd kunnen volhouden in het tegengaan van de effecten van deze oorlog.

Voorzitter, daarmee ben ik … Sorry, er is nog een motie met letter L?

Er zijn twee moties-Beukering, met letter L en M.

Ja, de motie met letter M wordt dus ontraden. De motie met letter L, excuus, ontraad ik met verwijzing naar het debat dat ik met mevrouw Van Bijsterveld had.

Dank u wel, voorzitter.

U bent de voorzitter.

De voorzitter:

Er zijn twee moties-Beukering, met letter L en M.

Minister Jetten:

Ja, de motie met letter M wordt dus ontraden. De motie met letter L, excuus, ontraad ik met verwijzing naar het debat dat ik met mevrouw Van Bijsterveld had.

De voorzitter:

Dank u wel, voorzitter.

Minister Jetten:

U bent de voorzitter.

De voorzitter:

Een heel korte vraag dan, meneer Nicolaï, want u nam eigenlijk niet deel aan het debat. De heer Nicolaï voor een heel korte, toelichtende vraag.

De heer Nicolaï i (PvdD):

Mijn vraag is de volgende. Ik hoorde dat de minister-president voor motie G, die gaat over die amendemententoets, oordeel Kamer geeft. Ik wilde even weten hoe de regering aankijkt tegen die integrale amendemententoets. Is dat een toets voor de Kamerleden of is dat ook een toets die de minister of de regering gebruikt om zelf te kijken hoe ze zich opstellen tegenover het amendement?

Minister Jetten:

Dat is een goede vraag. Nee, het kabinet zal bij de behandeling in de Tweede Kamer natuurlijk elk ingediend amendement van een oordeel voorzien, maar zodra de Tweede Kamer heeft gestemd over alle amendementen, legt dat eventueel ook een hypotheek op het debat dat hier in de Eerste Kamer plaatsvindt. Ik begrijp het zo dat de Eerste Kamer er waarde aan zou hechten om dan opnieuw een oordeel te krijgen over wat de totale amendering van een wetsvoorstel betekent voor de kwaliteit en de uitvoerbaarheid, zodat u dat kunt betrekken bij de wetsbehandeling.

De voorzitter:

De heer Van Hattem nog voor een korte toelichtende vraag.

De heer Van Hattem (PVV):

De allerlaatste interruptie vandaag, voorzitter.

De voorzitter:

Nou, dit is al nummer 19, hè?

De heer Van Hattem (PVV):

Ik beloof dat dit de laatste is. Ik hoor de minister-president een keur aan moties ontraden. Tegelijkertijd heeft hij zojuist gezegd dat hij de hand uitsteekt voor samenwerking, niet alleen met de Kamers maar ook met de samenleving. We hebben vanmiddag hier een petitie aangeboden gekregen namens de vakbonden, die hun zorgen uitspreken over het snijden in de sociale zekerheid en in de zorg. Nu wij hier vanuit de Kamer een aantal handreikingen doen om dat soort zaken bij te stellen, is mijn vraag aan de minister-president waarom alles dan toch zo krachtig wordt ontraden. Wat is dan het signaal naar de samenleving toe na wat onder anderen door de vakbonden vanmiddag hier is neergelegd met de petitie?

Minister Jetten:

Wij hebben sinds 9.30 uur vanochtend een vrij uitgebreid debat gehad, waarbij ik ook heel nadrukkelijk bewust uitgebreid ben ingegaan op alle vragen van de Kamer om ook recht te doen aan zorgen, gedachten en ideeën die hier leven. Maar u zult het mij ook niet kwalijk nemen dat ik in het eerste debat namens het kabinet in dit huis ook de uitgangspunten van het coalitieakkoord nog met verve verdedig in de hoop u daarvan te kunnen overtuigen. Bij de uitwerking van het coalitieakkoord in wetgeving en beleid zullen we natuurlijk ook de signalen die vanavond door u zijn geuit, zo veel mogelijk meenemen, ook als moties vanavond eventueel worden aangenomen.

De voorzitter:

Ik geef de heer Schalk nog als laatste het woord.

De heer Schalk i (SGP):

Er werd nog een vraag gesteld over de motie met letter G. Ik zou heel graag willen dat de motie gewoon uitgevoerd wordt zoals die er staat en niet met een nieuwe appreciatie naar aanleiding van een tussentijdse vraag.

Minister Jetten:

Zeker.

De voorzitter:

Dat lijkt me helder.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Ik kom tot een afronding van het debat naar aanleiding van de regeringsverklaring. Ik stel voor dat we straks na een korte schorsing van tien minuten tot ongeveer 21.45 uur gaan stemmen. Sorry, tot 23.45 uur; het is laat geworden. Ik stel ook voor dat we dan eerst stemmen over de motie van de motie van wantrouwen van de heer Van Hattem en dan over de andere moties. De Griffie gaat een lijst opstellen.

De vergadering wordt van 23.38 uur tot 23.49 uur geschorst.