Plenair Kaljouw bij behandeling Wet invoering tweestatusstelsel, Asielnoodmaatregelenwet en novelle aanpassing strafbaarstelling illegaal verblijf



Verslag van de vergadering van 13 april 2026 (2025/2026 nr. 25)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 22.31 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Kaljouw i (VVD):

Voorzitter. We behandelen vandaag drie wetten: de Asielnoodmaatregelenwet, de novelle strafbaarstelling illegaal verblijf en de Wet uitvoering tweestatusstelsel. Dat doen we in het licht van de uitvoeringswet van het Europese Migratiepact, dat op 12 juni van dit jaar van start gaat in alle lidstaten. Mijn fractie is wat betreft deze wetgeving niet over één nacht ijs gegaan. We hebben Ter Apel bezocht. We hebben de IND en het COA uitgebreid en meerdere keren gesproken. We zijn in Biddinghuizen, Budel en Stadskanaal geweest. We zagen daar mensen die dag in, dag uit werken aan een goede en eerlijke asielprocedure. Maar hoe hard die mensen ook werken, het lukt niet om de instroom onder controle te krijgen en de processen te versnellen. Dat is niet eerlijk. Dat is niet alleen niet eerlijk tegenover de mensen die asiel aanvragen, maar ook niet eerlijk tegenover alle mensen die onder andere bij het COA en de IND werken. Dat geeft aan waarom goede en tijdige invoering van nationale wetgeving in combinatie met het Migratiepact nodig is. Wij zijn liberalen in hart en nieren, maar we hebben ook een sociaal hart. Wat je zelf kunt, doe je zelf en daar neem je ook verantwoordelijkheid voor. Mensen die het niet kunnen, helpen we.

Dan heb ik een ander punt. Het asieldebat is een debat dat al lang in ons land wordt gevoerd. Het is een debat dat vraagt om oplossingen. Vandaag en morgen hebben we de kans om deze oplossingen te bieden. We zien ook dat de toon van het debat steeds meer aan het verharden is, maar we hebben het nog steeds over mensen. Aan de ene kant hebben we mensen die asiel aanvragen. Daar passen woorden als "werkvoorraad" niet bij. Aan de andere kant hebben we mensen die zich zorgen maken over de asielinstroom in ons land. Dat zijn niet allemaal racisten of extremisten. Dat zijn mensen die zich zorgen maken. Dat zijn mensen die bang zijn. We moeten het asieldebat met respect voeren. We moeten respect hebben voor mensen die vluchten, maar ook respect hebben voor mensen die zich zorgen maken.

Ik wil beginnen met de Asielnoodmaatregelenwet. Zoals ik eerder zei, wordt op 12 juni van dit jaar de uitvoeringswet voor het Europese Migratiepact van kracht. De VVD-fractie is blij met die wetgeving. Er ontstaat een beter functionerend systeem, de buitengrenzen worden versterkt, de procedures worden effectiever en als iedere lidstaat zich aan de afspraak houdt, zoals bijvoorbeeld Griekenland nu, ontstaat er meer solidariteit. Maar met alleen Europese maatregelen komen we er niet. We hebben ook nationale maatregelen nodig. Die nationale maatregelen zijn gevat in de Asielnoodmaatregelenwet. Mijn fractie zal hiermee instemmen, al zal ik wel dieper ingaan op de strafbaarstelling van illegaal verblijf. Ik vervolg mijn betoog dus met de novelle aanpassing strafbaarstelling illegaal verblijf.

Die novelle is op 18 december 2025 aangenomen. De betekenis hiervan …

De heer Dittrich i (D66):

Voordat mevrouw Kaljouw daarover begint, heb ik toch de volgende vraag. De IND heeft aan ons gevraagd om alles gelijktijdig op 12 juni in te voeren als de wetten aangenomen worden, en niet de Asielnoodmaatregelenwet en de Wet invoering tweestatusstelsel een paar weken voor 12 juni in te voeren. Wat vindt u van de gedachte van de IND om dat te doen?

Mevrouw Kaljouw (VVD):

Stelt u daarmee de vraag wat mijn fractie ervan vindt om de nationale wetgeving eerder in te voeren dan het Migratiepact? Is dat wat u zegt? Of is het juist andersom?

De heer Dittrich (D66):

Ik herhaal wat de IND ons zegt: alles gelijktijdig. De IND zegt ons: voer niet eerst zes weken voordat de wetten van 12 juni van kracht worden de nationale wetgeving in, en dan opeens dat pact. Nee, de IND zegt: wij kunnen het allemaal niet aan qua uitvoering, dus voer alles in één keer in als die wetgeving wordt aangenomen.

Mevrouw Kaljouw (VVD):

Ik laat de beantwoording van die vraag graag aan de minister. Mijn fractie is ontzettend blij dat we die wetten nu eindelijk behandelen en dat we eindelijk tot besluitvorming kunnen overgaan, want het heeft allemaal al veel te lang geduurd in de ogen van mijn fractie.

De heer Dittrich (D66):

Dat begrijp ik wel, maar ik wil zo graag weten wat de VVD ervan vindt dat de uitvoeringsinstantie die de wet moet gaan uitvoeren zegt: "Doe het niet; niet eerst die nationale wetgeving en dan het pact. Nee, doe het alsjeblieft gelijktijdig." U zegt dat u wilt weten wat de minister daarvan vindt, maar dit is allemaal al in de schriftelijke voorbereiding gewisseld en we hebben een hoorzitting gehad; daar was u zelf bij. Ik zou dus graag willen weten wat de VVD vindt.

Mevrouw Kaljouw (VVD):

Ik kijk er nu als volgt tegen aan. Het is nu medio april. Op de 21ste gaan we stemmen en dan is het al bijna mei. Dan zijn we zes weken verwijderd van 12 juni. Ik kan op dit moment niet goed beoordelen of we die invoering dan per direct gaan vormgeven of dat het op elkaar afgestemd wordt. Nogmaals, ik volg daarin de antwoorden van de minister.

De voorzitter:

U vervolgt uw betoog.

Mevrouw Kaljouw (VVD):

Ik vervolg mijn betoog over de novelle aanpassing strafbaarstelling illegaal verblijf, die is aangenomen op 18 december 2025. De betekenis hiervan is dat illegaal verblijf strafbaar wordt gesteld, maar de hulp eraan niet. Tevens is de beoogde strafbaarstelling bedoeld voor uitgeprocedeerde asielzoekers, met of zonder strafblad, die terug moeten naar het land van herkomst.

Voorzitter. In de samenleving leeft de zorg dat deze nieuwe wetten slachtoffers van mensenhandel en gedwongen prostitutie en dakloze mensen in de problemen brengen. In een eerdere behandeling is hier door de voorganger van deze minister ook al iets over gezegd, maar wat mijn fractie betreft is het belangrijk om dat nog een keer te doen, om deze zorg weg te nemen en om mensen gerust te stellen door duidelijk te maken wat deze wetten nou wel betekenen en wat niet.

De reden waarom mijn fractie dit graag wil, is de volgende. Veel instanties en betrokkenen zijn erg bezorgd over deze strafbaarstelling, en mijn fractie deelt die zorgen met hen. Ik zou ze tekortdoen als ik hier als volksvertegenwoordiger niet dieper op in zou gaan. Deze zorgen worden breed gevoeld, bij uitvoeringsorganisaties, bij kerkelijke gemeenschappen, bij de politie, bij mensenrechtenorganisaties, bij gemeenten, bij het Rode Kruis, bij straatartsen en bij straatverpleegkundigen. Recentelijk kreeg ik een brief, net als u allen, denk ik, van de bisschop van Den Bosch namens de katholieke kerken in Nederland. En vanmiddag werd er een petitie aangeboden namens alle kerken in Nederland. Al die zorgen zijn met name gericht op de kwetsbaren in onze samenleving. Ik zei het al eerder: het gaat over slachtoffers van mensenhandel en gedwongen prostitutie of over ongedocumenteerde dakloze mensen wier papieren zijn kwijtgeraakt of zijn afgepakt. Speciaal voor hen wil ik de minister vragen om hier nog één keer op in te gaan en om de zorgen van instanties en betrokkenen weg te nemen.

Voorzitter. Dan nu de Wet invoering tweestatusstelsel. Het gaat daarbij om het onderscheid tussen vluchtelingen en subsidiair beschermden. Dat onderscheid bestond al. Het vloeit voort uit het Vluchtelingenverdrag en de Kwalificatierichtlijn.

Mevrouw Perin-Gopie i (Volt):

Ik ga nog even terug naar het stukje over de strafbaarstelling. Mevrouw Kaljouw zegt dat zij heel veel zorgen deelt, maar een zorg die ik heb, en die ik ook hoor van de mensen die nu al ongedocumenteerd zijn, is dat zij straks uitgebuit worden. Alleen al het gegeven dat deze wet zo meteen is aangenomen, kan door huisbazen en mensenhandelaren gebruikt worden om ongedocumenteerde mensen uit te buiten en mensenhandel nog meer te versterken. We doen de mensenhandelaren dus eigenlijk een plezier door deze wet aan te nemen. Hoe kijkt de VVD daarnaar?

Mevrouw Kaljouw (VVD):

Ik moet er niet aan denken dat mevrouw Perin-Gopie hier gelijk in heeft. Ik denk dat ook niet, en ik hoop het ook niet. Ik ben er zelfs van overtuigd dat we de wetgeving gewoon kunnen aannemen als wij mensen duidelijk maken dat de angst die ze nu hebben, waarnaar ik geluisterd heb en die ik serieus neem, ongegrond is, en we ze informatie kunnen geven over wat wel en wat niet van toepassing is in deze wetgeving.

Mevrouw Perin-Gopie (Volt):

Het zit 'm juist bij de mensenhandelaren. Er zijn al heel veel mensen in Nederland die ongedocumenteerd zijn. Daar kunnen we van vinden wat we willen, maar die zijn er nu eenmaal. Die zijn onderdeel van onze samenleving. Ze hebben ook vaak kinderen gekregen, die ongedocumenteerd geboren zijn. Die kinderen leven hier en gaan hier op dit moment naar school. Maar het zijn juist die ankers die deze mensen hebben, om een woning te hebben, om werk te hebben ... Nou ja, er zit een grens tussen of dit nog helemaal legaal gaat of niet. En daar zit, als wij hier die wet aannemen, juist ook een kans voor mensenhandelaren om deze mensen, die ongedocumenteerd zijn, te onderdrukken en verder uit te buiten. Ziet de VVD dat ook?

Mevrouw Kaljouw (VVD):

Nee, ik zie dat echt anders. Laat ik duidelijk zijn: mensenhandel is absoluut strafbaar. Dat is het al en dat zal het ook blijven. De groep mensen waar u het nu over heeft, waarvan ik weet dat ze bang zijn en zich zorgen maken ... Het is nou precies de bedoeling dat dat niet nodig is en dat we ze gaan helpen. Daar staat de VVD voor, net zo goed als u.

De voorzitter:

Mevrouw Perin-Gopie, kort en tot slot.

Mevrouw Perin-Gopie (Volt):

Ja, tot slot. Ik zou willen dat de woorden van mevrouw Kaljouw me hadden gerustgesteld, maar ik denk dat mensenhandelaren er toch echt heel veel profijt van gaan hebben als deze wetgeving wordt aangenomen.

De heer Dittrich (D66):

Een vraag aan mevrouw Kaljouw over de Terugkeerverordening, die we hier gaan bespreken als ze door de Tweede Kamer met de invoeringswet is aangenomen. In die debatten kunnen nadere voorwaarden worden gesteld aan terugkeer, voorwaarden die de minister misschien nu hier in de schriftelijke voorrondes al naar voren heeft gebracht. Dan kan het dus helemaal toegespitst worden op een kleine doelgroep, terwijl de wettekst nu heel generiek en breed is. Zou de VVD het met D66 eens kunnen zijn dat het handig is om dat artikel dan niet in werking te laten treden, de wet dus gefaseerd in werking te doen treden, ondertussen de Terugkeerverordening te behandelen en dan in één keer, op een goede manier, een regeling te treffen voor die hele beperkte groep ongedocumenteerden die hun eigen terugkeer frustreren? Zou dat een mogelijkheid zijn om uit deze impasse te komen? Wat vindt de VVD daarvan?

Mevrouw Kaljouw (VVD):

Ik voel dit niet direct als een impasse. De terugkeerregeling wordt vandaag en morgen niet behandeld; die komt later. Ik ben natuurlijk bereid om met mijn fractie van gedachten te wisselen over het voorstel dat de heer Dittrich doet, maar kan daarover op dit moment geen enkele toezegging doen.

De heer Schalk i (SGP):

Nog even terug naar die aanbieding van de petitie door de kerken. Mevrouw Kaljouw zei dat alle kerken van Nederland daaraan meededen. Die was van 15 à 17 kerken, en er zijn 111 of zo kerkgemeenschappen in Nederland, dus ze waren het in ieder geval niet allemaal.

Maar mijn vraag gaat eigenlijk over het volgende. Ik snap dat mevrouw Kaljouw ook aan de minister vraagt om dat nog even duidelijk te maken. Maar hoe staat de VVD daar nu in? Is het voor u al wel duidelijk dat die novelle klip-en-klaar duidelijk maakt dat het eigenlijk echt alleen gaat over de pleger en niet over de hulpverlener? Dus kan ook mevrouw Kaljouw die zorgen proberen weg te halen bij al die mensen die denken "misschien worden die hulpverleners toch nog wel in de problemen gebracht"?

Mevrouw Kaljouw (VVD):

Als het gaat om de pleger en de hulp aan illegaliteit, dan is die novelle wat mij betreft volstrekt helder. Maar in het brede begrip ... En daarom begin ik erover. Als ik hier al die zorgen weg zou kunnen nemen, dan hoefden we dit debat helemaal niet te voeren en hoefden we morgen niet terug te komen. Ik kan dat dus helemaal niet. Ik kan alleen maar aan de minister vragen: zou u nog een keer uw licht willen laten schijnen op die kwetsbare groep waar iedereen zich zo vreselijk veel zorgen over maakt, niet alleen in deze Kamer, maar ook buiten deze Kamer? Het is indrukwekkend om te zien hoeveel mensen er komen opdagen bij de aanbieding van een petitie of in de kerk zitten om daar een wake te houden. Dus ja, ik neem dat heel serieus en wil ook echt heel graag dat de minister daar nog een keer aandacht aan gaat geven. Ik vertrouw er ook helemaal op dat hij dat doet.

De voorzitter:

U vervolgt uw betoog.

Mevrouw Kaljouw (VVD):

Ik was gebleven bij de invoering van het tweestatusstelsel. Hier gaat het specifiek om de regels omtrent nareizen, met als doel dat nareizen te beperken. De regels worden voor beide groepen aangescherpt. Er wordt verschil tussen beide groepen gemaakt. Voor subsidiair beschermden wordt het wat moeilijker; die moeten twee jaar wachten. We hebben daar voldoende over gehoord en gezegd. Ze moeten over voldoende bestaansmiddelen beschikken en over zelfstandige huisvesting. Dat zijn lastige keuzes; ik besef dat heel goed. Het zijn ook pijnlijke keuzes. Dat beseft mijn fractie ook heel goed. Ik ga het dus ook niet mooipraten. Ik begrijp het helemaal, maar toch moeten we keuzes maken. Niets doen is in de ogen van mijn fractie geen optie. Ik heb wel een vraag aan de minister. Deskundigen wijzen ons erop dat dat onderscheid tot een grote toename van juridische procedures zou kunnen leiden, bijvoorbeeld van iemand die een A-status heeft en liever een B-status wil of andersom. De vraag aan de minister is of hij die zorg deelt. En wat zou hij kunnen doen om die zorg weg te nemen?

Tot slot. Zowel Europese wetgeving als nationale wetgeving beoogt snellere procedures en beperking van de instroom. Welke stappen overweegt de minister in het kader van die versnelde procedures in ons eigen land om deze versnelling op korte termijn te bewerkstelligen?

Voorzitter, ik ben hiermee aan het einde van mijn bijdrage gekomen. Ik begon mijn bijdrage met een oproep om het debat met respect te voeren. Ik wil eindigen met het volgende. Problemen met asiel bepalen al te lang het politieke en maatschappelijke debat. We hebben vandaag met elkaar de verantwoordelijkheid om een antwoord te formuleren op die problemen. Dat zijn we verplicht aan de mensen die hier lang moeten wachten in de asielprocedure, maar ook aan de mensen die iedere dag werken voor de mensen die zich zorgen maken over de instroom in ons land.

Mijn fractie wacht de beantwoording van de minister met belangstelling af, maar niet voordat ik nog een paar vragen ga beantwoorden, vrees ik.

De voorzitter:

Enkele interrupties, deze keer van de heer Van der Goot.

De heer Van der Goot i (OPNL):

Veel dank voor uw betrokken samenvatting van wat er allemaal speelt. Dank ook dat u kijkt naar het antwoord van de minister. Maar ik heb toch een vraag. Vorige week, tijdens het debat over de regeringsverklaring, legde de VVD-fractie, mijns inziens terecht, nog eens de nadruk op het belang van rolneming door de Eerste Kamer. Deelt mevrouw Kaljouw de opvatting dat de senaat de speciale taak heeft om wetgeving te toetsen op rechtmatigheid, handhaafbaarheid en uitvoerbaarheid, zelfs ook als het om deze wetten gaat?

Mevrouw Kaljouw (VVD):

Jazeker.

De heer Van der Goot (OPNL):

Kunt u dat nader toelichten? Ik heb daar namelijk nog niets van gemerkt.

Mevrouw Kaljouw (VVD):

U noemt net, zeg ik via de voorzitter, de taken en de rollen van de Eerste Kamer op. Die onderschrijf ik.

De heer Van der Goot (OPNL):

Dat is mooi, maar hoe ziet dat er dan in dit geval uit?

Mevrouw Kaljouw (VVD):

In de ogen van mijn fractie voeren we dit uit.

De heer Van der Goot (OPNL):

Ik zag alleen maar vragen aan de minister, maar geen oordeel van de fractie.

Mevrouw Kaljouw (VVD):

Nou, we zijn aan de eerste termijn bezig van dit debat, zeg ik via de voorzitter. De beantwoording van de minister wachten we af. Morgen volgt er waarschijnlijk nog een tweede termijn. Dan volgt er, althans zo gaat het bij ons, een overleg met de fractie. Daarna krijgt u te horen wat de fractie ervan vindt, denkt en wat we gaan doen.

De heer Van der Goot (OPNL):

Dan kijk ik met belangstelling uit naar de tweede termijn. Dank u wel.

Mevrouw Karimi i (GroenLinks-PvdA):

Het was inderdaad een heel beknopte bijdrage van de VVD-fractie, waarvoor dank.

Mevrouw Kaljouw (VVD):

Ik heb nog zeven minuten!

Mevrouw Karimi (GroenLinks-PvdA):

Heel goed.

Mevrouw Kaljouw deed een oproep om het debat ook met respect te voeren. U betoogde ook over uw betrokkenheid met mensen. Ik kom tot mijn vraag. We hadden een deskundigenbijeenkomst, waarbij wij toevallig ook naast elkaar zaten. U stelde toen een vraag. Ik heb die vraag meegenomen. Die wil ik aan u voorhouden: wat denkt u daar nu eigenlijk over, nadat u een paar maanden de tijd heeft gehad en al die inbrengen, al die informatie en al die brieven heeft gezien? In uw bijdrage zei u: "Wij hebben vandaag de hele ochtend deze deskundigenbijeenkomst. We noemen deze niet voor niets deskundig. U bent allemaal zorgvuldig gekozen op basis van uw deskundigheid en kennis. Als ik dan het net ophaal, dan heb ik, een beetje kort door de bocht, eigenlijk weinig draagvlak gehoord en gevoeld voor deze twee asielwetten, nauwelijks eigenlijk." Dat is nog steeds het geval. Er is geen draagvlak voor deze twee asielwetten. Wat doet dat met het oordeel van de VVD?

Mevrouw Kaljouw (VVD):

In mijn fractie is er inmiddels wel draagvlak voor deze twee of drie asielwetten. Dat komt omdat wij vinden dat er eindelijk iets gedaan moet worden. Niets doen is geen optie meer. Om het nog iets anders te formuleren: de geest is uit de fles en je krijgt 'm er niet meer in.

Dan het tweede punt. Wat u voorleest, is namelijk letterlijk de tekst die gezegd is. Daar sta ik ook voor. Dat vond ik toen ook. Dat heb ik toen ook gezegd, maar er is wel wat gebeurd in de tussentijd. In de tussentijd zijn er verkiezingen geweest. Nu zit er een heel nieuwe minister. We hebben een aantal vragen gesteld, en ik niet alleen, maar ook de collega's. Daarop volgt morgen de beantwoording. Ik heb er alle vertrouwen in dat het draagvlak voor deze asielwetten daarmee toeneemt. Ik ga er niet geheimzinnig over doen: mijn fractie is echt voornemens om voor deze wetten te gaan stemmen, maar niet eerder dan dat we morgen de beantwoording van de minister hebben gehoord en daarop zijn teruggekomen in de tweede termijn.

Mevrouw Karimi (GroenLinks-PvdA):

Mevrouw Kaljouw zegt een aantal dingen. Het eerste is dat er in de fractie draagvlak voor is. Prima. Alleen, de vraag is de volgende. Toen was bijna iedereen aanwezig: de uitvoerende organisaties, de IND, het COA, het College voor de Rechten van de Mens. Die waren allemaal aanwezig. U heeft iedereen gehoord en toen heeft u geconstateerd: eigenlijk is er hier geen draagvlak onder al die deskundigen, al die aanwezigen, voor deze twee asielwetten. Dat is tot op de dag van vandaag niet veranderd, gezien alle recente brieven die wij ontvangen hebben. Iedereen heeft ons nog een keer laten weten: doe dat niet, doe dit niet. Heeft dat geen enkele invloed op de VVD-fractie?

Mevrouw Kaljouw (VVD):

U grijpt steeds terug in de tijd. U moet niet vergeten dat er in de afgelopen maanden nog wel meer gebeurd is en dat er veranderingen hebben plaatsgevonden. De rode draad bij die deskundigenbijeenkomst was de grote angst voor strafbaarstelling voor hulp bij illegaliteit. Dat is niet meer. Dat is met de novelle gewijzigd, dus de hulp bij illegaliteit is niet strafbaar. Dan doen we er nog een schepje bovenop en zeggen we: dan gaat het ook nog om die kwetsbare groep mensen, waar wij ons grote zorgen over maken. Dat is ook echt zo. Ik heb inmiddels het vertrouwen, en mijn fractie heeft dat ook, dat daar zorgvuldig mee zal worden omgegaan en dat die mensen niet van het schoolplein gesleept gaan worden om ergens opgesloten te worden, net als in Amerika. Dat gebeurt hier in dit land niet. Daar wil ik op vertrouwen. Dus ja, er is steun in mijn fractie voor deze wetgeving. Ik ben ervan overtuigd dat de stappen die straks gezet gaan worden, bij gaan dragen tot a het verminderen van de instroom — dat gaat misschien wat langer duren; niet alles is haarlemmerolie — en b het verbeteren van het proces in de hele asielketen.

De voorzitter:

Mevrouw Karimi, ik zou voorstellen om het kort te houden en niet de deskundigenbijeenkomst nog eens over te doen.

Mevrouw Karimi (GroenLinks-PvdA):

Nee, ik wil alleen duidelijk maken dat het niet alleen om strafbaarstelling ging. Het ging over al de problemen die uitvoeringsorganisaties zullen hebben, bijvoorbeeld met de twee statussen, alle regels die voor nareizen gaan gelden en de beperking van permanente verblijfsvergunningen of het niet verlenen van permanente verblijfsvergunningen. Dat was dus veel breder dan alleen de strafbaarstelling van illegaliteit. Inmiddels is er niks veranderd in de houding van die andere partners, niks.

De voorzitter:

En uw vraag is?

Mevrouw Kaljouw (VVD):

Maar er is wel wat veranderd in de houding van mijn fractie.

Mevrouw Karimi (GroenLinks-PvdA):

Ik was nog niet klaar. Inderdaad, er is iets veranderd in de houding van uw fractie. Die is 180 graden gedraaid. Mijn vraag is, ook gezien de eerdere vraag van collega Van der Goot: waarom eigenlijk, op basis waarvan? Aan rechtmatigheid, uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid heeft u geen enkel woord gewijd. Op basis waarvan is de houding van uw fractie gewijzigd? Dan kunnen wij hier ook gewoon zeggen: misschien wijzigt ook onze houding. Geeft u maar antwoord.

De voorzitter:

Uw vraag is duidelijk.

Mevrouw Kaljouw (VVD):

Ik heb deze vraag volgens mij allang beantwoord. Dat is niet alleen voortschrijdend inzicht. Ik heb niet alleen mensen tijdens die deskundigenbijeenkomst gehoord. We zijn overal geweest en we hebben met iedereen gesproken. Ik erken ook echt wel een paar complicerende factoren. Ik snap echt wel dat er misschien wat meer procedures komen als je een tweestatusstelsel invoert. Maar ik heb er ook vertrouwen in dat, als er meer procedures komen, de middelen en de mensen die daarvoor nodig zijn door deze minister worden gegarandeerd.

De heer Dittrich (D66):

Een jaar of twee geleden hebben we hier in deze plenaire zaal een asieldebat gehad. Toen werd al bekend dat bij de nareis een beperkende voorwaarde zou worden gesteld. Alleen mensen die getrouwd waren in hun land van herkomst, zouden dan als kerngezinlid nareis kunnen krijgen, en anderen werd het veel moeilijker gemaakt. Toen heb ik aan u gevraagd — u stond daar toen ook — of u het met D66 eens was dat dat discriminerend zou kunnen uitpakken naar mensen die niet in hun land van herkomst kunnen trouwen, bijvoorbeeld voor christenen die een gemengd huwelijk willen aangaan of voor homo's en lesbiennes. Toen hebt u gezegd: ja, wij willen eraan werken om dat tegen te gaan. Nou heb ik in dit debat het voorstel gedaan dat de IND een werkinstructie moet krijgen dat in zo'n procedure min of meer automatisch artikel 8 gevolgd moet worden, dat die mensen die dus niet kunnen trouwen omdat dat in het land van herkomst niet mag, op een soepele manier de nareis kunnen krijgen die de anderen, de heteroseksuele paren, krijgen. Mijn vraag is: bent u het daarmee eens, en wilt u ons steunen als we met een motie zouden komen als de minister dit niet toezegt?

Mevrouw Kaljouw (VVD):

Ik heb het in ieder geval al eerder aan u toegezegd en ik doe dat nog een keer: ik zal dat zeker serieus met mijn fractie gaan bespreken.

De heer Dittrich (D66):

Nou stelt me dat niet zo gerust omdat uw fractie …

Mevrouw Kaljouw (VVD):

U zult het hiermee moeten doen.

De heer Dittrich (D66):

Uw fractie had eerst allerlei zorgen over de uitvoering van de asielwetgeving. In dit debat horen we dat dat allemaal veranderd is, dat de zorgen zijn weggenomen. Laat ik het zo formuleren: ik zou het echt doodzonde vinden als de VVD niet met ons en anderen … Ook het CDA, de ChristenUnie en GroenLinks-Partij van de Arbeid hebben er namelijk allemaal opmerkingen over gemaakt dat dat een ongelijke behandeling zou zijn terwijl we artikel 1 in de Grondwet hebben staan: mensen in Nederland, alle mensen die zich hier bevinden, moeten gelijk behandeld worden. Dat doet deze nareisbeperking niet. Het zou dus heel erg zonde zijn als de VVD dan afscheid neemt van al die andere fracties. Ik doe dus een oproep aan u om dat goed in uw fractie te bespreken en daar dan in de tweede termijn op terug te komen.

De voorzitter:

Ik heb de indruk dat mevrouw Kaljouw die toezegging al gedaan heeft.

Mevrouw Kaljouw (VVD):

Ik heb die toezegging net gedaan. U kunt ervan op aan.

De heer Van Hattem i (PVV):

Toch eventjes voor de goede orde. Ik zat net even naar de discussie te luisteren. Er werd verwezen naar een deskundigenbijeenkomst. Daar ben ik zelf ook bij geweest. Ik heb er ook even de notulen bij gepakt. Ik wil toch even duidelijkheid hebben van mevrouw Kaljouw van de VVD. Ze citeerde volgens mij de uitspraak van de deskundigen, dat die er weinig vertrouwen in hadden. Vervolgens had mevrouw Kaljouw, als ik zo de notulen teruglees, de vraag gesteld wat er zou gebeuren als de asielwetten niet door zouden gaan en of er dan niet heel veel maatschappelijke onrust zou ontstaan. Klopt het dat de vraag op die manier correct geciteerd wordt?

Mevrouw Kaljouw (VVD):

Ik moet u eerlijk zeggen dat ik niet meer precies weet wat er toen gezegd en geantwoord is. Ik weet wel dat wat mevrouw Karimi heeft opgelezen, gewoon waar is. Dat heb ik toen ook gezegd, maar in welke orde van grootte … Er was op dat moment van alle kanten op een aantal onderwerpen veel weerstand en er waren heel veel zorgen. Het is wel een aantal maanden geleden. Ik weet niet of ik heel veel woorden heb gewijd aan "het niet doen", maar ik kan u verzekeren dat mijn fractie er zo over denkt: nu niks doen is geen optie. Ik heb dat al een paar keer gezegd. We zullen een aantal stappen moeten zetten en we denken dat het een goed begin is om met deze asielwetten aan de slag te gaan.

De heer Van Hattem (PVV):

Ik vond het wel even goed om dat op te merken, want dat maakt de context van sommige uitspraken toch net even iets anders. Dat is ook wel goed voor de zuiverheid van het debat hier.

Mevrouw Kaljouw (VVD):

Ik dank u daarvoor, via de voorzitter.

De voorzitter:

Oké, dan dank ik mevrouw Kaljouw. Dan gaan we verder met mevrouw Van Bijsterveld van JA21.