Verslag van de vergadering van 13 april 2026 (2025/2026 nr. 25)
Status: gecorrigeerd
Aanvang: 22.59 uur
Mevrouw Van Bijsterveld i (JA21):
Dank u wel, voorzitter. Er is weinig wetgeving waar Nederland zo lang op heeft gewacht als deze asielwetten. Nu zat de ruime meerderheid van Nederland al jaren en jaren niet op specifiek deze wetten te wachten, maar vooral op het beperken van de instroom. Politiek was en is dit een gevoelig thema, want sommige mensen vinden dat we ons land per definitie moeten delen met de hele wereld. Mijn fractie vindt dat het asielbeleid failliet is, omdat het in de kern het daadwerkelijke probleem niet aanpakt. We hebben nu te maken met een pervers systeem, waarbij volgens Interpol en Europol 90% van de migranten in de armen van mensensmokkelaars wordt gedreven en onder levensgevaarlijke omstandigheden illegaal de oversteek maakt om zich vervolgens in Nederland te melden om legaal asiel aan te vragen. Dit systeem zal door deze wetten en ook door het EU-pact niet veranderen. Is de minister het met mijn fractie eens dat dit perverse systeem alleen tot een einde kan worden gebracht als opvang in de regio plaatsvindt en aldaar de gehele asielaanvraag doorlopen kan worden? Tot slot de grote vraag die boven dit debat hangt. Gaan deze nieuwe wetten de asielinstroom daadwerkelijk naar beneden brengen? Dat is ook mijn vraag aan de minister.
We spreken vandaag over een samenhangend pakket aan wetsvoorstellen, dat beoogt de asielinstroom te beperken en procedures te versnellen. Doel is om het systeem en de instroom weer beheersbaar te maken. Dat is extreem hard nodig, want op dit moment volgt uit de cijfers van de IND dat de totale asielinstroom gemiddeld 1.000 personen per week bedraagt. Een aanzienlijk deel van deze asielzoekers heeft uiteindelijk geen recht op verblijf en blijft toch. Dat brengt mij dan ook bij het volgende. Uit de brief van de IND van 27 januari 2026 blijkt dat de dienst bij een instroom van circa 25.000 aanvragen in staat is de wettelijke termijnen te halen en de instroom bij te houden. Bij een structureel hogere instroom zullen opnieuw achterstanden ontstaan. De IND gaat uit van een ingroeipad, waarbij volledige implementatie pas in 2027 wordt bereikt. Heb ik het juist dat met voornoemde totale asielinstroom deze doelstelling op voorhand al onhaalbaar lijkt en wat betekent dit voor de asielketen?
De heer Janssen i (SP):
Een korte verhelderende vraag. Mevrouw Van Bijsterveld sprak net over de cijfers van de IND, 1.000 instromers per week. Baseert zij zich daarmee op het persbericht van de IND?
Mevrouw Van Bijsterveld (JA21):
Die cijfers kunt u vinden op de website van de IND. Het gaat over de totale asielinstroom. Dat zijn dus niet alleen de eerste aanvragen, maar ook nareis. Het is een cumulatief getal. U kunt die cijfers opmaken uit de IND-website.
De heer Janssen (SP):
Er is ook nog steeds een wekelijks persbericht. Ik ga er morgen ook nog iets over zeggen. Het is een wekelijks persbericht. Alleen omvat die instroom van 1.000 niet alleen mensen die zich in Ter Apel melden en die aan de poort staan. Dat is maximaal de helft en de andere helft is nareis, interne verhuizingen et cetera. Ik dacht dat ik mevrouw Van Bijsterveld hoorde zeggen dat er iedere week 1.000 mensen nieuw binnenkomen in Nederland.
Mevrouw Van Bijsterveld (JA21):
Dat heb ik niet gezegd.
De voorzitter:
U bent het met elkaar eens.
Mevrouw Van Bijsterveld (JA21):
Ja, we zijn het eens. Ik heb "de totale asielinstroom" gezegd en zo staat het ook op de IND-website. Dat is inderdaad cumulatief: de eerste aanvragers, maar ook nareizigers. Het is een grotere groep. Dat zijn we helemaal met elkaar eens.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
Mevrouw Van Bijsterveld (JA21):
Daarom heb ik het ook niet "de eerste aanvraag" genoemd, maar "de totale asielinstroom".
Waar was ik gebleven? De IND geeft in voornoemde brief aan voor bestaande aanvragen ook extra capaciteit vrij te maken, maar alles lijkt erop gericht om vanaf 12 juni aanstaande geen achterstanden meer te laten ontstaan. Kan de minister toezeggen dat er voor de bestaande aanvragen geen zogeheten pardonregeling komt om de voorraad weg te poetsen?
Voorzitter. Ten aanzien van het tweestatusstelsel: het onderscheid tussen vluchtelingen en subsidiair beschermden is logisch en verdedigbaar. Wie individueel wordt vervolgd, verkeert in een andere situatie dan iemand die vlucht voor een algemene conflictsituatie. Het beperken van nareis tot het kerngezin en het stellen van aanvullende eisen aan subsidiair beschermden draagt bij aan het beheersen van de instroom.
Dan de Asielnoodmaatregelenwet. Deze wet zet in op verkorting van procedures, het terugdringen van stapeling van aanvragen en het versterken van het tijdelijke karakter van verblijf. Onze fractie steunt het verkorten van de verblijfsduur en het afschaffen van de permanente vergunning. Asiel moet tijdelijk zijn. Als bescherming niet langer nodig is, moet terugkeer daadwerkelijk plaatsvinden. Ook het aanscherpen van opvolgende aanvragen is noodzakelijk. Het huidige systeem biedt te veel ruimte voor herhaalde aanvragen met minimale variaties, wat leidt tot langdurige procedures en een hoge belasting van de IND.
Dan de strafbaarstelling van illegaal verblijf en de voorliggende novelle. Laat ik daar helder over zijn: onze fractie steunt het uitgangspunt dat illegaal verblijf niet vrijblijvend kan zijn. Wie hier niet mag blijven en weigert te vertrekken, overtreedt de wet. Daar moeten consequenties aan verbonden kunnen worden. De novelle die voorligt, neemt een belangrijk bezwaar van velen weg. Humanitaire hulp wordt expliciet en ondubbelzinnig uitgezonderd van strafbaarstelling. Daarmee wordt duidelijk gemaakt dat niemand die zorg verleent, onderwijs biedt of simpelweg hulp geeft vervolging hoeft te vrezen.
Door veel partijen wordt bovendien de suggestie gewekt dat Nederland met het strafbaar stellen van illegaliteit een uitzonderlijk harde en onmenselijke koers inslaat. In meerdere Europese landen bestaan echter strafrechtelijke sancties voor het niet naleven van een vertrekplicht of een inreisverbod. Nederland staat daarin dus niet op zichzelf. In dit vraagstuk moet helder zijn dat eerst de EU-Terugkeerrichtlijn helemaal doorlopen moet zijn voordat überhaupt tot strafbaarstelling en vrijheidsstraffen gekomen kan worden. Er moet dus heel wat water door de Rijn stromen, wil je uitkomen bij strafbaarstelling.
Voorzitter. We moeten dan ook niet doen alsof deze maatregel een wondermiddel is. Strafbaarstelling op zichzelf zorgt namelijk niet voor terugkeer, maar is wel een nuttig instrument binnen een breder pakket. Tijdens de technische briefing van onze Kamer op 20 januari jongstleden was nog niet bekend wat het vervolgingsbeleid van het OM wordt. Mijn vraag aan de minister: is dit inmiddels wel bekend? En zo ja, wat is het beleid? Ligt de prioriteit bij terugkeer en vertrek in plaats van bij het opleggen van een straf? Hoeveel mensen verwacht de regering überhaupt op deze gronden te vervolgen? Zijn de uitvoeringsorganisaties, met name de Dienst Terugkeer en Vertrek, voldoende toegerust om dit instrument toe te passen? Staat dit het terugkeertraject niet juist in de weg?
Voorzitter. Dan het bredere kader. Deze wetten worden gepresenteerd als onderdeel van de implementatie van het Europese Migratiepact. De effectiviteit van dit beleid staat of valt met de werking van het Europese systeem. Daar zit een fundamenteel probleem. Veel landen lijken niet klaar voor de uitvoering, waardoor het maar de vraag is of na 12 juni aanstaande daadwerkelijk sprake is van een gesloten grensprocedure aan de buitengrenzen van Europa. Als lidstaten de buitengrenzen niet goed dichthouden en mensen alsnog kunnen doorreizen, wat dan? Gaat de regering na 12 juni aanstaande monitoren wie Nederland nog binnenkomt, waar zij vandaan komen, waarvandaan zij zijn doorgereisd, welke nationaliteit ze hebben? Uit de werking van het Asielagentschap zou blijken dat als het pact werkt niemand meer naar Nederland komt, want wij gaan het afkopen. De theorie zou dus maken dat er direct minder instroom komt. Als dat niet zo is, wat gaat de minister dan doen?
Uit de eerdergenoemde brief van de IND van 20 januari 2026 blijkt bovendien dat de registratie van vreemdelingen tussen lidstaten onvoldoende plaatsvindt, omdat er momenteel geen structuur is voorzien voor het uitwisselen van screeningsformulieren tussen de lidstaten. Deelt de minister de zorg dat het ontbreken van gegevensuitwisseling tussen lidstaten kan leiden tot dubbele screeningsprocedures en mogelijke veiligheidsrisico's? Zo ja, is de minister voornemens om dit gebrek in Europees verband te agenderen in de JBZ-Raad en te pleiten voor een structurele gegevensuitwisseling tussen lidstaten?
Voorzitter. Onze fractie vindt dat Nederland binnen de bestaande kaders alles moet doen om de instroom te beperken. Dat betekent ook dat we verder moeten kijken dan deze wetten alleen. Dat begint bij het inwilligingspercentage en bij de terugkeer. In die zin verbaast het mijn fractie dat de werkinstructies van de IND openbaar worden gemaakt, zoals het recente voorbeeld dat voor Eritreeërs het asielbeleid werd verruimd door ook de civiele dienstplicht op te nemen voor het kunnen verkrijgen van een verblijfsvergunning. Is de minister het met mijn fractie eens dat als het inwilligingspercentage ten opzichte van andere landen hoger is, dat een aanzuigende werking blijft hebben en dat zolang herkomstlanden hun onderdanen weigeren terug te nemen, het systeem lek blijft? Het is daarom terecht dat er wordt ingezet op meer druk op deze landen. Kan de minister de laatste stand van zaken aangeven voor landen waarmee afspraken zijn gemaakt?
Voorzitter. Een ander punt van zorg is de uitvoerbaarheid. De IND, de rechtspraak en de keten als geheel staan al onder druk. Tegelijkertijd leiden deze wetten tot meer complexiteit en naar verwachting vooral in het begin tot meer procedures. De algemene vraag aan de minister is dan ook of de uitvoering hier nu echt klaar voor is. Of creëren we een systeem dat op papier strenger is, maar dat in de praktijk volledig vastloopt?
Voorzitter. Tot slot. Deze wetten zetten stappen in de richting van een strenger en meer beheersbaar asielbeleid. Onze fractie ziet dat en steunt die richting. Maar binnen het huidige Europese en internationale kader blijven de mogelijkheden beperkt. Zolang terugkeer niet wordt afgedwongen en Europese regels niet worden nageleefd, zullen nationale maatregelen slechts gedeeltelijk effect hebben. De fundamentele vraag blijft daarom of we met deze maatregelen het probleem daadwerkelijk oplossen of slechts beheersen binnen de grenzen van wat juridisch mogelijk is. Wij horen graag een reflectie van de regering daarop.
Voorzitter, dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik geef graag het woord aan mevrouw Visseren-Hamakers van de Fractie-Visseren-Hamakers.