Verslag van de vergadering van 14 april 2026 (2025/2026 nr. 26)
Status: gecorrigeerd
Aanvang: 19.49 uur
De heer Van der Goot i (OPNL):
Dank u wel, voorzitter. Het mooiste scrabblewoord van vandaag is al genoemd: terugkeerfrustreerders. Dat is maar goed ook, want "terugkeerrichtlijn" zou ook hoog scoren op het lijstje.
Allereerst heb ik een woord van dank aan de minister. Ik zou daar nog veel woorden van waardering aan willen toevoegen, maar omwille van de tijd sluit ik me graag aan bij de woorden van collega Dittrich.
Is de OPNL-fractie tevreden met de antwoorden van de minister? Of meer nog: is mijn fractie overtuigd door de antwoorden van de minister? Daarop zal ik in deze tweede termijn graag ingaan.
Voorzitter. Ook mijn fractie, met als haar achterban de regio, is zich er terdege van bewust dat het asielvraagstuk de Nederlandse bevolking zeer verdeelt en het politieke bedrijf al decennia in gijzeling houdt. Het is de hoogste tijd dat er een breedgedragen oplossing komt. Dat is geen sinecure, zo bleek vandaag al. Voor sommige mensen is het Asiel- en Migratiepact van de Europese Unie de grote toekomst. Ik denk dat dat inderdaad een belangrijke Europese maatregel is.
Zoals ik in mijn eerste termijn naar voren bracht, maakt de context van verdeeldheid en het zoeken naar een oplossing dat er enerzijds een antwoord moet komen op de oproep vanuit de samenleving om de instroom van migranten en asielzoekers naar beneden te brengen. Dat is het doel van de drie wetsvoorstellen die voorliggen, voor zover het de asielmigranten betreft en bijvoorbeeld niet de arbeidsmigranten. Anderzijds moet het resultaat solide, juridisch houdbaar en aantoonbaar effectief zijn. Op dat abstractieniveau zijn we het waarschijnlijk wel eens, maar zoals de Engelsen dat zo bondig uitdrukken: the devil is in the details.
Het debat van vanmiddag liet zien dat het praten over al die kleine duiveltjes bijzonder complex is. Moet je bij het veranderen van de spelregels onder de Wet invoering tweestatusstelsel wel of geen oog hebben voor de gevolgen die de rechtszekerheid raken? Maakt het dan uit of asielzoekers als gevolg van capaciteitsgebrek bij de IND in de knel komen? Als er bij de IND geen capaciteitstekort was geweest, dan was er in hun situatie allang een besluit genomen. Zij zijn niet de schuldigen van de wachtlijst, maar nu worden ze rechtstreeks geraakt door ons eigen falen als Nederlandse Staat. Dat raakt direct aan hun rechtszekerheid. Dat is een rechtsstaat onwaardig, zo is het oordeel van mijn fractie.
Verder is het allerminst zeker dat delen van deze wetgeving voldoende in overeenstemming zijn met het Unierecht. Gisteren heb ik daar ook al op gewezen. Er is door het constitutionele hof in België een prejudiciële vraag gesteld aan de Europese rechter in Luxemburg. Die vraag raakt rechtstreeks aan het tweestatusstelsel. Juist dan past terughoudendheid, zeker als de Belgische casus op onderdelen lijkt op bepalingen in de Wet invoering tweestatusstelsel hier.
Ik merk een sterke terughoudendheid bij de minister. Het is een Belgische casus en die is niet hetzelfde als het Nederlandse wetsvoorstel. Verder is het kabinet ervan overtuigd dat onze bepalingen houdbaar zijn bij de Europese rechter. Dat is geen overtuigende argumentatie, zo wens ik op te merken. Ik voel meer voor de benadering die collega Dittrich in zijn tweede bijdrage heeft verwoord.
Volgens de OPNL-fractie is het de taak van de regering en van de Eerste Kamer om te komen tot deugdelijke wetgeving, die juridisch overeind blijft. Neem even de tijd om dat uit te zoeken, zodat het duidelijk is of onze regels EU-proof zijn. Het wezen van de trias politica in een democratische rechtsstaat is dat regering en parlement met deugdelijke wetgeving komen, waarvan in alle redelijkheid kan worden aangenomen dat die kwalitatief in orde, handhaafbaar en uitvoerbaar is. Het kan toch niet zo zijn dat wij die beoordeling doorschuiven naar de rechter, zoals de minister nu lijkt te doen, vraag ik, via de voorzitter, aan de minister. Ook vanuit Nederland zullen geheid prejudiciële vragen komen als deze wet in deze vorm wordt doorgezet.
Gezien de maatschappelijke lading van dit dossier mogen we naar het oordeel van mijn fractie de verantwoordelijkheid niet afschuiven op de rechter. Ook dat is rolneming. De rol van de Eerste Kamer is om de kwaliteit van wetgeving te bewaken. Dat doet ze langs de maatstaven van rechtmatigheid, handhaafbaarheid en uitvoerbaarheid. Natuurlijk worden deze maatstaven politiek gewogen. Het is fijn dat bijna alle fracties vanmiddag aan dit debat hebben deelgenomen.
Voorzitter. Vandaag heeft hier een debat plaatsgevonden dat juist die aspecten probeert te onderzoeken en te doorgronden. Het was een goed debat. Het was een waardig debat. Mijn fractie zal deze aspecten zorgvuldig betrekken bij haar uiteindelijke oordeelsvorming. Daarom kijk ik uit naar de antwoorden van de minister.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Wenst een van de leden nog het woord in de tweede termijn? Dat is het geval. Ik geef eerst de heer Nicolaï het woord voor één minuut, zoals we hadden afgesproken. Daarna geef ik het woord aan de heer Van Gasteren.