Plenair Van Bijsterveld bij behandeling Voorstel voor een Gedragscode ongewenste omgangsvormen Eerste Kamer der Staten-Generaal



Verslag van de vergadering van 21 april 2026 (2025/2026 nr. 27)

Status: ongecorrigeerd

Aanvang: 14.39 uur

Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Van Bijsterveld i (JA21):

Dank u wel, voorzitter. De kern van de zorg van onze fractie zit niet in het doel van deze gedragscode, maar in de manier waarop deze in de praktijk gaat uitwerken. In de huidige opzet wordt namelijk zwaar geleund op de rol van de vertrouwenspersoon. Daarmee verschuift de focus van de gedragscode vrijwel automatisch naar melding en klacht, en dus naar een formeel traject. Het is de vraag of dat wenselijk is. Wat hierdoor feitelijk gebeurt, is dat situaties al in een vroeg stadium groot kunnen worden gemaakt, terwijl het in veel gevallen juist gaat om kwesties die gebaat zijn bij een gesprek en niet bij een procedure.

U geeft in de beantwoording zelf ook aan dat een gedragscode bedoeld is om op een laagdrempelige manier ongewenste gedragingen bespreekbaar te maken en de onderlinge verhoudingen op de werkvloer van de Eerste Kamer werkbaar te houden. Daarom pleit mijn fractie voor een duidelijk filter aan de voorkant. We hebben het dan over een eerste lijn, waarin wordt gekeken wat er nu eigenlijk aan de hand is, of dit iets is wat bemiddeld kan worden, of er sprake is van een patroon en of een formele melding en klachtenprocedure echt noodzakelijk is. In de praktijk zien we namelijk dat veel zaken die bij een klachtencommissie terechtkomen uiteindelijk niet ontvankelijk blijken of worden ingetrokken. Dat betekent dat mensen een zwaar traject ingaan, met alle reputatieschade en schade aan onderlinge verhoudingen van dien. Hiermee wordt het probleem zelf niet opgelost.

Een vorm van triage aan de voorkant zou dat kunnen ondervangen. Denk hierbij aan een onafhankelijke bemiddelaar of een kleine triagecommissie die eerst beoordeelt welke route passend is. Dat kan ook helpen bij verwachtingsmanagement, want niet iedere ervaren onveiligheid of gedraging is automatisch klachtwaardig gedrag. Daarnaast zou bemiddeling veel nadrukkelijker het vertrekpunt moeten zijn: het goede gesprek eerst, niet pas als laatste redmiddel, maar juist als eerste stap. Daarmee kan in veel gevallen worden voorkomen dat situaties escaleren en/of in een formalistisch keurslijf worden gedwongen.

Een ander punt dat aandacht verdient is herstel. Ook wanneer een klacht wordt doorgezet, blijft de vraag: wat gebeurt er daarna, en hoe worden de verhoudingen hersteld? De ervaring leert dat een klachtenprocedure op zichzelf zelden het onderliggende probleem oplost. Men kan daarbij bijvoorbeeld denken aan herstelbemiddeling.

Verder moeten we realistisch zijn over de context waarin dit speelt. In de praktijk komen ook situaties voor waarin persoonlijke problematiek een rol speelt. Daarnaast past het om oog te houden voor mogelijk oneigenlijk gebruik van het klachtrecht. Niet elke klacht is primair gericht op het corrigeren van ongewenst gedrag; een klacht kan ook worden ingezet om druk uit te oefenen of iemands positie te schaden. Juist daarom is een zorgvuldige eerste beoordeling essentieel. Een systeem zonder filter nodigt uit tot lichtvaardig gebruik, en dat ondermijnt uiteindelijk het vertrouwen in het geheel.

Voorzitter. De hamvraag is: welke route willen wij centraal stellen? Gaan we uit van snelle formalisering of kiezen we voor de-escalatie en zorgvuldige weging aan de voorkant? Het College van Voorzitter en Ondervoorzitters geeft in de toelichting aan dat gezocht is naar een optimale balans tussen de rechten en plichten van de melder/klager enerzijds en het beklaagde Kamerlid anderzijds. In het kader van de balans zijn er nog twee punten die mij opvallen. Uit de gedragscode volgt dat vooral de melder gefaciliteerd en ondersteund wordt, maar wie ondersteunt de beklaagde? Dat is mij nog niet geheel duidelijk. Ook valt mij de tekst van artikel 7, lid c en artikel 11, lid 3 op. Hierin ligt de focus alleen op de melder, die bepaalt of er een bevredigende oplossing is bereikt of oordeelt of de bemiddeling succesvol is geweest. Daarmee is er geen balans. Een oplossing of bemiddeling zou namelijk moeten leiden tot een bevredigende oplossing voor zowel de melder/klager als de beklaagde. Graag zou ik een reflectie van u krijgen op deze twee punten.

Voorzitter. Onze inzet is helder: zorg voor een stevige eerste lijn van conflictbeslechting, richt een onafhankelijke triage in, zet bemiddeling voorop en gebruik de formele klachtenprocedure echt alleen daar waar dat noodzakelijk is.

Tot slot. Uw college maakt op grond van artikel 2, lid 2 beleid dat gericht is op het voorkomen van ongewenste omgangsvormen door Kamerleden. Uit de toelichting kan worden opgemaakt dat vooral gedacht wordt aan bewustwording van de gedragscode en het behandelen van casuïstiek. Het is voor het creëren van een open cultuur, waarin iedereen zich vrij voelt om de ander te kunnen aanspreken op ongewenst gedrag, van belang dat je ook jaarlijks met elkaar evalueert: hoe staan we er met elkaar voor, en wat gaat goed en wat gaat minder goed? Het is belangrijk om zo af en toe de thermometer in de Kamer te steken en ook te werken aan weerbaarheid, in plaats van slachtofferschap te creëren.

Voorzitter, dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Van Bijsterveld. Het woord is aan mevrouw Van Aelst-den Uijl; zij spreekt mede namens de Fractie-Visseren-Hamakers.