Plenair Lievense bij behandeling Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026



Verslag van de vergadering van 19 mei 2026 (2025/2026 nr. 29)

Status: ongecorrigeerd

Aanvang: 9.57 uur

Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Lievense i (BBB):

Goed, voorzitter, ik begin ook maar even bij de rellen van de afgelopen weken. Ook voor de BBB is er voor relschoppers natuurlijk geen enkele plaats in ons bestel. Wel wil ik met u voor het volgende waken. Naast die paar relschoppers, die de boel verstieren, zitten er natuurlijk ook gewoon normale mensen tussen, die daar demonstreren, die zich zorgen maken, die zich vervreemd voelen en daar uiting aan willen geven middels het belangrijke demonstratierecht dat wij met elkaar kennen.

De fractie van de BBB is blij, want gisterenavond is er nog overleg geweest tussen de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de regering. Daar is uitgekomen dat er meer hulp komt vanuit de regering richting gemeenten. Wij hopen dat dat enig effect heeft.

Voorzitter. Wie de afgelopen jaren de debatten over asiel …

De voorzitter:

Ik zie dat de heer Nicolaï van de Partij voor de Dieren een interruptie heeft.

De heer Nicolaï i (PvdD):

Ik ben blij dat de BBB ook afstand neemt van die relschoppers, maar ik zou toch het volgende willen vragen. Het gaat om noodopvang. Waarom is die noodopvang nodig? Omdat alle voorzieningen van het COA vol zitten. Dat is u niet onbekend. Ik neem aan dat de heer Lievense weet dat een derde van de mensen die in die opvang zitten, statushouders zijn, die inmiddels al een vergunning hebben, en wachten op gewone huisvesting.

De heer Lievense (BBB):

Ja.

De heer Nicolaï (PvdD):

Nou is het 3,5 jaar geleden dat de heer Remkes in een rapport over stikstof zei: door het zo snel mogelijk uitkopen van die piekbelasters gaat het slot van de woningbouw af. Hoe komt het dat dat niet gebeurd is? Is dat niet door onder andere uw partij tegengehouden? Is uw partij dan eigenlijk ook niet medeverantwoordelijk voor het slot op de woningbouw en voor die een derde in de opvang die geen opvang krijgt?

De heer Lievense (BBB):

Ik wil graag buiten de stikstofdiscussie blijven, maar in het vervolg van mijn betoog krijgt u zeker antwoord op uw vragen. Als u goed luistert, mag u mij daar nog op interrumperen. Ik was namelijk nog niet begonnen!

De voorzitter:

De heer Nicolaï, kort.

De heer Nicolaï (PvdD):

Ik geloof er niets van, dat ik daar antwoord op krijg.

De heer Lievense (BBB):

Nou, de heer Nicolaï mag het vooral beluisteren, en anders hoor ik hem graag in een nieuwe interruptie.

Wie de afgelopen jaren de debatten over asiel en migratie in beide Kamers heeft gevolgd, weet inmiddels één ding zeker: het ontbreekt in Nederland niet aan analyses, rapporten, prognoses en morele beschouwingen. Het ontbreekt vooral aan grip: grip op instroom, grip op procedures, grip op terugkeer en misschien nog wel het meest grip op uitvoerbaarheid. En daar gaat dit debat vandaag natuurlijk uiteindelijk over.

In eerdere debatten over de asielwetten heb ik namens de fractie van de BBB gezegd dat de samenleving van de overheid mag verwachten dat migratie beheersbaar blijft en dat is geen extreme opvatting. Dat is inmiddels de basale verwachting van inwoners van dorpen, steden en regio's die dagelijks zien dat opvanglocaties permanent lijken te worden, de woningdruk verder oploopt en voorzieningen onder spanning staan. Mensen zien scholen die voller worden, huisartsenpraktijken die overbelast raken en gemeenten die steeds opnieuw tijdelijke noodmaatregelen moeten treffen en ondertussen krijgen inwoners vaak de indruk dat de overheid vooral bezig is met procesmanagement in plaats van met oplossingen. Dan helpt het niet wanneer de politiek in Den Haag vooral blijft praten alsof de praktijk zich vanzelf wel oplost.

Voorzitter. De BBB-fractie kijkt daarom met een praktische blik naar dit Europees Asiel- en Migratiepact, niet met Europese romantiek, niet met de illusie dat Brussel alles gaat oplossen, maar ook niet met de politieke reflex om iedere Europese afspraak per definitie af te wijzen, want de werkelijkheid is simpel: migratie stopt niet bij de landsgrens. Als Europese landen totaal verschillend beleid voeren, totaal verschillende toelatingspraktijken hebben en totaal verschillende terugkeerpercentages accepteren, dan verschuift de migratiedruk vanzelf naar landen waar procedures langdurig zijn en de kans op verblijf groter wordt. En laten we eerlijk zijn: Nederland heeft zichzelf de afgelopen jaren bepaald niet onaantrekkelijk gemaakt. Dat zit niet alleen in voorzieningen, maar ook in de duur van procedures, in de stapeling van mogelijkheden tot bezwaar en beroep en in het feit dat terugkeer vaak moeilijk afdwingbaar blijkt. Dat is geen verwijt aan individuele uitvoeringsorganisaties, maar wel een politieke constatering.

Juist daarom begrijpt de BBB-fractie de noodzaak van Europese afspraken over registratie, grensprocedures en terugkeer, maar — dat is voor ons cruciaal — afspraken op papier zijn nog geen werkelijkheid in de uitvoering. Dat punt is in eerdere debatten eigenlijk voortdurend teruggekomen. Wij hebben hier wetten behandeld waarvan iedereen wist dat de uitvoering ervan piepte en kraakte. De IND zit overvol, het COA draait op noodscenario's en gemeenten worden geconfronteerd met crisisopvang en ondertussen bleef de instroom hoog. Dan kan Europa prachtige verordeningen maken, maar uiteindelijk moet het wel landen bij de marechaussees, bij de IND-medewerkers, bij de opvanglocaties en bij de gemeenten die het gewoon moeten uitvoeren. En juist gemeenten hebben de afgelopen jaren vaak het gevoel gehad dat zij de problemen mochten oplossen die elders waren ontstaan: burgemeesters die noodopvang moesten regelen onder enorme tijdsdruk, gemeenteraden — dat is kwalijk zat — die nauwelijks nog konden sturen en omwonenden die zich soms niet gehoord voelden. Dat is voor de BBB-fractie de kernvraag: niet "klinkt het juridisch mooi?", maar "gaat dit in de praktijk leiden tot meer grip?"

Voorzitter. De regering zegt dat het pact gaat zorgen voor snellere procedures, betere registratie en effectiever terugkeerbeleid. Dat klinkt goed, maar deze Kamer heeft inmiddels voldoende ervaring om te weten dat er vaak een fors verschil zit tussen beleidsverwachtingen en uitvoeringsrealiteit. Daarom wil de BBB-fractie concreet van de regering horen hoeveel extra capaciteit nu daadwerkelijk beschikbaar is bij de IND, het COA en de rechtspraak. Welke ICT-aanpassingen zijn nog nodig? Hoe realistisch zijn de implementatietermijnen? Welke onderdelen lopen nu al vertraging op? Wat gebeurt er nu we weten dat andere lidstaten hun zaken niet op orde hebben? Ik doel dan vooral op de lidstaten die de grens van de EU vormen. Dat laatste blijft toch een ongemakkelijke waarheid in dit debat. Nederland implementeert meestal keurig, soms zelfs iets te keurig. Dat kan de ene keer voor de ene partij gunstig uitvallen en de andere keer voor de andere partij minder gunstig. Het migratievraagstuk wordt echter niet opgelost wanneer een deel van Europa afspraken uitvoert en een ander deel vooral persconferenties organiseert.

Voorzitter. De BBB-fractie maakt zich ook zorgen over de vraag hoe afdwingbaar sommige afspraken uiteindelijk zullen blijken. Als de grensregistratie in Zuid-Europa tekortschiet, als terugkeerafspraken onvoldoende functioneren en als secundaire migratie binnen Europa doorgaat, dan komt namelijk de druk uiteindelijk alsnog terecht bij landen als Nederland. Nu buurlanden strenger en strenger worden dan Nederland, dreigen wij echt het laagste punt te worden. Kan de regering daarom concreet aangeven welke waarborgen er zijn wanneer lidstaten structureel tekortschieten?

Mevrouw Perin-Gopie i (Volt):

Ik zit naar het betoog te luisteren van de collega van de BBB.

De heer Lievense (BBB):

Daar ben ik blij om.

Mevrouw Perin-Gopie (Volt):

Ik hoor hem heel veel zorgen uiten over wat er nou gebeurt als aan de grenzen van Europa de collega-lidstaten de verordening onvoldoende uitvoeren. Nu vraag ik mij af hoe de BBB dan aankijkt tegen de grensprocedure die Nederland instelt, waarin we zelfs bereid zijn om kinderen in detentie te plaatsen, en hoe dat zich dan volgens de BBB verhoudt tot de afspraken die de zuidelijke lidstaten al dan niet na zouden komen.

De heer Lievense (BBB):

Wij geloven in een mix van maatregelen. Wij geloven in de mix van maatregelen zoals die in het Migratiepact staat, maar ook zoals de regering deze in dit wetsvoorstel, aangenomen door de Tweede Kamer, aan ons voorlegt. Door mijn voorgangster is ook gevraagd naar de kinderdetentie. Ook ik ben benieuwd naar de beantwoording. U zet het heel zwaar aan, maar ik heb gelezen dat dat allemaal zo'n vaart niet zal lopen. We zullen het antwoord van de minister daarop afwachten. Ik kom daar graag in de tweede termijn op terug.

Mevrouw Perin-Gopie (Volt):

Ik ben ook heel benieuwd naar die antwoorden, maar ik zal mijn vraag even verduidelijken. Wij hebben de grensprocedure. Die is er voor de mensen die als eerste in Nederland aankomen.

De heer Lievense (BBB):

Ja.

Mevrouw Perin-Gopie (Volt):

En we hebben de reguliere asielprocedure. De heer Lievense heeft hele grote zorgen over lidstaten aan de grenzen van Europa die hun werk niet goed doen. Dan komen mensen dus door naar Nederland en dan zit je in de asielprocedure, maar niet in onze grensprocedure. Is collega Lievense dat met mij eens?

De heer Lievense (BBB):

Ik begrijp de vraag denk ik nog steeds niet helemaal goed. Ik geef nog een keer hetzelfde antwoord, denk ik. Wij geloven in de mix aan maatregelen. Wij geloven in het Migratiepact. Wij geloven in het pact dat zou moeten regelen dat in de lidstaten aan de grenzen de procedures werken. Daar ligt mijn zorg. Dat is de zorg van mijn fractie. Dat is de vraagstelling die ik nu poneer richting de regering. Ik vraag hoe de regering daarnaar kijkt. Daar zullen we eerst het antwoord op moeten afwachten.

De voorzitter:

De laatste keer, mevrouw Perin-Gopie.

Mevrouw Perin-Gopie (Volt):

Ik probeer het nog één keer. Er is een verschil tussen de grensprocedure en de reguliere asielprocedure. Mijn vraag aan de BBB is: als zij er grote zorgen over hebben dat de Europese lidstaten hun werk niet goed doen bij de uitvoering van het Europese Migratiepact, waarom is het dan nodig dat Nederland een zeer strikte grensprocedure gaat voeren waarin dus zelfs gezinnen en kinderen in detentie komen of überhaupt detentiemogelijkheden verruimd worden?

De heer Lievense (BBB):

De vraagstelling is wat mij betreft niet veranderd en mijn antwoord blijft hetzelfde. Ik wacht de beantwoording van de minister af. Ik zal u beloven dat ik er in de tweede termijn, na de beantwoording van de regering, op terugkom. Dat kunt u makkelijk vinden, maar meer kan ik er niet van maken.

De voorzitter:

Goed. Dan stel ik voor dat u doorgaat met uw verhaal.

De heer Lievense (BBB):

Hoe realistisch zijn de implementatietermijnen? Welke onderdelen lopen nu al vertraging op? En wat gebeurt er nu we weten dat andere lidstaten hun zaken niet op orde hebben? Dan doel ik vooral op de lidstaten die de grens van de EU vormen. Dat laatste blijft namelijk toch een ongemakkelijke waarheid in dit debat.

Voorzitter. Kan de regering concreet aangeven welke waarborgen er zijn wanneer lidstaten structureel tekortschieten? Welke mogelijkheden bestaan er om landen daadwerkelijk aan te spreken? Wat betekent dit pact uiteindelijk voor de Nederlandse situatie als delen van Europa de uitvoering simpelweg niet op orde krijgen? En gaan we nu eindelijk niet-kansrijke migranten weer uitzetten of teruggeven aan onze veilige buurlanden België of Duitsland? Slechts 2% van de asielzoekers komt ons land binnen via Schiphol.

Voorzitter. Tijdens eerdere debatten hoorden wij van meerdere partijen zorgen over rechtsstatelijkheid, mensenrechten en juridische houdbaarheid. Die zorgen moeten uiteraard serieus genomen worden. Maar de BBB-fractie wil ook benoemen dat voortdurende bestuurlijke verlamming ook gevolgen heeft voor de rechtsstaat. Wanneer procedures jaren duren, wanneer de opvang overvol raakt, wanneer gemeenten permanent in crisisstand staan en wanneer mensen zonder verblijfsrecht feitelijk niet terugkeren, dan tast dat uiteindelijk ook het vertrouwen in de overheid en in het systeem aan. Precies dat draagvlak staat onder druk.

Voorzitter. Inwoners accepteren best veel wanneer zij zien dat beleid eerlijk, uitvoerbaar en consequent is. Maar wat mensen moeilijk accepteren, is een overheid die voortdurend achter de feiten aanloopt en tegelijkertijd doet alsof alles onder controle is. Om eerlijk te zijn: "grip op migratie" is een verhulling. Het gaat niet om controle, maar om het verminderen van de instroom, het verhogen van de uitstroom en wie mag blijven, moet zich houden aan onze wetten en aanpassen aan onze normen en waarden.

Mijn fractie kijkt nog steeds met verwondering terug op hoe de vorige behandeling van asielwetten met de novelle inzake strafbaarstelling in deze Kamer verliep, als 60% tot 80% van de wetgeving die daar door een minimale meerderheid is afgekeurd, nu gewoonweg in het Migratiepact staat en dus in deze wet. Die verwondering is er ook over partijen die de afgelopen tien jaar volle steun gaven aan de voorbereiding van het Migratiepact, maar zich een paar weken geleden tegen de nationale Asielnoodmaatregelenwet keerden. Wij zijn blij dat de minister snel nieuwe wetsvoorstellen indient ter vervanging van de punten die zijn afgekeurd en niet in het Migratiepact of in deze wet staan.

Wij begrijpen dat de vervanging van de novelle na de zomer door de minister zal worden ingediend. We willen de minister vragen of hij nu het commentaar van de Raad van State wel ter harte gaat nemen en, net als bij bijna alle andere strafbaarstellingen in de Nederlandse wet, duidelijk wil aangeven, wat ons betreft in de memorie van toelichting, welke activiteiten de wet wél — willens en wetens langdurig helpen bij het zich verschuilen voor vertrek — en welke de wet juist niet strafbaar wil stellen, zoals het beruchte kopje soep. Graag een reactie van de minister op dit punt.

Voorzitter. De BBB-fractie blijft daarom hameren op het onderscheid tussen bescherming en migratiesturing. Mensen die vluchten voor oorlog of vervolging moeten bescherming krijgen. Daar staat BBB ook voor. Maar een systeem waarin procedures eindeloos duren, terugkeer nauwelijks plaatsvindt en de overheid steeds achter de feiten aanloopt, is uiteindelijk voor niemand humaan — niet voor inwoners, niet voor gemeenten en heel eerlijk gezegd ook niet voor de asielzoekers zelf, want ook zij hebben recht op duidelijkheid. Snelheid in procedures is niet alleen een bestuurlijk belang, maar ook een menselijk belang. Jarenlange onzekerheid helpt niemand vooruit.

Voorzitter. Een belangrijk onderdeel van dit pact is de grensprocedure. De regering zegt dat daarmee sneller onderscheid kan worden gemaakt tussen kansrijke en kansarme aanvragen. De BBB-fractie steunt dat uitgangspunt, maar dan moet het wel echt gebeuren. Mijn vraag aan de regering is simpel. Hoe voorkomt de regering dat ook deze procedures alsnog langdurig worden door bezwaar, beroep, capaciteitsproblemen en stapeling van regelgeving?

Nederland heeft inmiddels namelijk een indrukwekkende traditie opgebouwd in het ingewikkelder maken van uitvoeringsprocessen. Soms lijkt het wel alsof ieder probleem in Nederland wordt opgelost met een extra procedure, een extra toetsingsmoment of een extra uitzonderingsroute, terwijl uitvoeringsorganisaties juist vragen om eenvoud, duidelijkheid en werkbaarheid. Ook daarom kijkt de BBB-fractie nadrukkelijk naar de praktische gevolgen van dit pact, en niet alleen naar de bedoelingen ervan.

Voorzitter. Ook over terugkeer wil de BBB-fractie meer duidelijkheid, want uiteindelijk staat of valt de geloofwaardigheid van het migratiebeleid met de vraag of mensen zonder verblijfsrecht daadwerkelijk vertrekken, niet op papier, niet in beleidsbrieven, maar in de praktijk. Kan de regering ... Dat is de volgende zin.

De voorzitter:

Dat is de volgende zin. Mevrouw Thijssen van GroenLinks-Partij van de Arbeid.

Mevrouw Thijssen i (GroenLinks-PvdA):

Ik was eigenlijk wel positief verrast door uw betoog, waarin u zei dat het ook voor vluchtelingen niet goed is als ze lang in onzekerheid verblijven en dat er bij de beoordeling van dit omvangrijke pakket heel erg wordt gelet op uitvoerbaarheid. Als ik door de stukken heen ga en de uitvoeringstoetsen bekijk, valt mij juist op dat het nog veel langer kan duren om zekerheid te krijgen, juist ook omdat er zo'n complex systeem wordt opgetuigd, waarin ook veel naar de beroepsfase gaat verdwijnen, die nog langer kan gaan duren, want ook daar zijn grote tekorten in capaciteit en personeel. Het kan dus juist nog langer gaan duren. In de uitvoeringstoetsen zien we dat de uitvoering het hiermee nog moeilijker krijgt. De IND is daar ook helemaal niet klaar voor. Als dit twee van de belangrijke punten zijn, wat betekent dat dan voor uw eindoordeel over dit Migratiepact?

De heer Lievense (BBB):

In heb in het begin van dit betoog, maar ook bij de behandeling van de Asielnoodmaatregelenwet aangegeven namens mijn fractie dat op dit moment stilstaan geen optie meer is. Wachten is ook geen optie meer. Wij hebben uw kritische vragen natuurlijk gehoord en wij zijn heel benieuwd naar de antwoorden op die vragen. Misschien zijn het in sommige gevallen zelfs wat retorische vragen, die ook ik stel, net zo goed, om een antwoord te krijgen van de regering, maar niks doen — dat heb ik toen ook al aangegeven — is geen optie. We moeten ergens starten. Daarbij zal het Migratiepact, of we het nou leuk vinden of niet, gewoon in werking treden. We moeten dus met elkaar ergens starten, maar ik ben net zo benieuwd, namens mijn fractie, naar de reactie op de kritische kanttekeningen die mevrouw Thijssen namens de fractie van GroenLinks-Partij van de Arbeid plaatste.

Mevrouw Thijssen (GroenLinks-PvdA):

Een vervolgvraag. Als het dan zo belangrijk is dat er snel duidelijkheid komt en als het zo belangrijk is dat de uitvoerbaarheid toeneemt, zijn er dan bepaalde accenten waarvan u aan de regering, aan de minister zou willen vragen om die dan ook te verbeteren, op deze twee punten? Wil u daar zelf ook initiatief op nemen?

De heer Lievense (BBB):

Ik denk dat ik weet waar u heen gaat, want u heeft een motie aangekondigd. Ik voel 'm dus een beetje aankomen. Ik ga daarover nadenken. Ik ga eerst de beantwoording afwachten, ook van uw vragen, en kom daarop terug in de tweede termijn.

Mevrouw Thijssen (GroenLinks-PvdA):

Oké.

De voorzitter:

U gaat door met uw verhaal.

De heer Lievense (BBB):

Ik heb de pen vast, maar ik heb nog niet getekend. Dat heb ik al eens eerder in een ander debat tegen een collega van u gezegd.

De voorzitter:

Meneer Lievense, u gaat door met uw verhaal.

De heer Lievense (BBB):

Ja. Ja hoor, voorzitter. Dank u.

Even kijken. Kan de regering concreet aangeven welke instrumenten verbeteren, welke afspraken met landen van herkomst zijn gemaakt, welke afspraken met onze buurlanden België en Duitsland zijn gemaakt, hoe effectief die afspraken daadwerkelijk zijn en hoe dit wetsvoorstel de instroom gaat beperken, vooral van nareizigers? Op welke punten van wet- en regelgeving zal Nederland na het aannemen van dit wetsvoorstel nog minder streng zijn dan België en Denemarken, waar de instroom inmiddels toch sterk teruggelopen schijnt te zijn? Waar mag deze Kamer de regering over één of twee jaar op afrekenen? Zonder geloofwaardig terugkeerbeleid en beperking van nareizigers blijft ieder migratiestelsel uiteindelijk scheefgroeien. Dat zien we niet alleen in Nederland, maar dat zien we in heel Europa.

Voorzitter. De BBB-fractie hoort soms het verwijt dat partijen streng zouden zijn, maar inwoners verwachten simpelweg dat de overheid grip houdt op fundamentele zaken als wonen, veiligheid, voorzieningen en migratie. Dat is geen hardvochtigheid. Dat is goed bestuur. Juist daarom kijken we in dit debat minder naar politieke symboliek en meer naar de vraag of deze wet uitvoerbaar, handhaafbaar en effectief is, want eerlijk gezegd heeft Nederland weinig behoefte aan nog een stelsel dat op papier ambitieus oogt, maar in de uitvoering opnieuw vastloopt.

De BBB-fractie heeft deze wet uiteindelijk beoordeeld op één centrale vraag: leidt dit pakket daadwerkelijk tot meer grip op migratie en meer uitvoerbaarheid in de praktijk, niet theoretisch, niet Europees op papier, maar concreet merkbaar voor uitvoeringsorganisaties, gemeenten en inwoners? Wij zien voor de stemmingen dan ook eerst de beantwoording en de reflectie daarop van de regering, ook op de vele vragen die door mijn voorgangster zijn gesteld en die door degenen na mij nog gesteld zullen worden, tegemoet.

Voorzitter, dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Lievense. Dan krijgen we nu de Fractie-Van Gasteren. Ik geef het woord aan de heer Van Gasteren. Voordat de heer Van Gasteren naar de microfoon loopt: ik zie dat er toch nog een interruptie is. Ik hoor de heer Lievense zeggen dat hij al had afgerond en al was weggelopen van het spreekgestoelte. Dat is op zichzelf waar. Dan stel ik voor dat de heer Nicolaï de interruptie die hij wilde doen op de heer Lievense in zijn eigen termijn verwerkt en dat we verdergaan met dit debat. Het is waar dat de heer Lievense zijn verhaal had afgerond.

De heer Nicolaï (PvdD):

Voorzitter. Het is gebruikelijk dat er ook als het verhaal is afgerond nog een interruptie kan worden geplaatst. Nu bepaalt de heer Lievense eigenlijk hier de regels.

De voorzitter:

Nee, dat is niet zo. Die bepaal ik als voorzitter. De heer Lievense was klaar en is gaan zitten. U kwam toen naar de interruptiemicrofoon. De heer Van Gasteren staat al klaar voor zijn inbreng. Ik stel voor dat u wat u wilde zeggen in uw eigen termijn gaat zeggen. De heer Van Gasteren, aan u het woord.