Plenair Fiers bij voortzetting behandeling Voorstel voor een Gedragscode ongewenste omgangsvormen Eerste Kamer der Staten-Generaal



Verslag van de vergadering van 26 mei 2026 (2025/2026 nr. 30)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 11.39 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Fiers i (GroenLinks-PvdA):

Dank, voorzitter. Om te beginnen denk ik dat het goed is om namens de fracties nogmaals steun uit te spreken voor de code die voorligt. Ik denk dat het goed is om te constateren dat ook in dit debat duidelijk is gebleken dat het niet de bedoeling is om tot een soort juridificering van het vraagstuk te komen. Het gaat uiteindelijk om het goede gesprek. Wij denken dat deze code daarbij een goede eerste stap is, maar het begint natuurlijk pas na vaststelling, want dan wordt de letter hopelijk ook praktijk.

In deze termijn wil ik graag nog even aandacht vragen voor twee punten. Het eerste voert toch een beetje terug op de eerste termijn, namelijk zicht op de omvang van het vraagstuk. In artikel 6 is te lezen dat er verslag wordt gedaan aan het CVO, maar uiteraard met alle zorgvuldigheid, zoals net ook werd gezegd, zodat niet te herleiden is wat er speelt. Het is echter wel belangrijk om hier collectief van te kunnen leren. Ik ben dus toch op zoek. Ik kijk even naar de Voorzitter van de Kamer en de voorzitter van het CVO. Er wordt vertrouwelijk verslag gedaan aan het CVO van wat zich allemaal heeft afgespeeld. De vraag is even hoe de vertaling vervolgens plaatsvindt, zodat wij allemaal kunnen leren van de vraagstukken die spelen. Soms zullen we het misschien zelf meemaken of er getuige van zijn, maar we zoeken ook naar collectiviteit om te leren. Ik ben dus benieuwd hoe daarnaar gekeken wordt.

In uw eerste reactie gaf u aan dat in het jaarlijkse onderzoek gesproken wordt over een percentage van 10%. Het is niet te achterhalen of dat over Kamerleden gaat of niet. Het zou ook zo kunnen zijn dat de drempel om te melden toch nog best hoog is of dat uit het verslag blijkt dat er één melding is gedaan, maar dat uit het jaarlijkse onderzoek blijkt dat er veel vaker sprake is van een ervaring van ongewenst gedrag, maar dat er niet gemeld is. Ik zou dus ook willen weten of het misschien een optie is om er in het jaarlijkse onderzoek wel naar te vragen, zodat we iets beter weten hoe vaak het voorkomt, en of dat misschien vergeleken kan worden met hoe vaak er een melding wordt gedaan. Ik hoorde u zeggen dat u de drempel omlaag wilde halen, maar dan hebben we iets beter zicht op de vraag of dat ook gelukt is. Daar had ik graag een reflectie op.

Het tweede is: als we collectief leren, hoe doen we dat dan? Ik denk dat het goed is dat er informatie komt met flyers voor het een en ander, zodat we kunnen kijken hoe het hier allemaal werkt. Ik ben echter nog wel op zoek, zoals mevrouw Van Aelst in haar eerste termijn aangaf, naar wat wij dan met elkaar gaan doen. Hoe voeren we dat gesprek? Wordt daar iets voor georganiseerd? Doen we dat zelf? Ik ben er namelijk niet van overtuigd dat het vanzelf goed gaat als we een paar flyers hebben, dus ik hoor graag welke ideeën daarover zijn.

Dat was het.

De voorzitter:

Dank u wel. Ik geef het woord aan de heer Van Hattem.