Verslag van de vergadering van 23 juni 2026 (2025/2026 nr. 35)
Status: ongecorrigeerd
Aanvang: 18.35 uur
Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.
De heer Rietkerk i (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Allereerst dank aan de minister voor haar antwoorden en voor de aanpak die zij namens het kabinet geeft, in samenwerking met gemeenten, provincies, woningbouwcorporaties, bouwers en ondernemers. Die spreekt ons aan. Hetzelfde geldt — dat is in lijn met de bijdrage van de heer Meijer — voor het regionaal oplossen. Daar hebben we een lang debat over gehad. Dat betekent — dat zeg ik ook tegen de fractie van GroenLinks-PvdA — dat er in sommige regio's een andere werkwijze moet komen. Dat moet doorbroken worden en dat kan naar het idee van het CDA met deze wetgeving.
De tweede suggestie. Er is een nationale Woontop. Je ziet dat er regionale woningmarkten zijn. De twaalf provincies hebben een belangrijke sleutelrol voordat de minister gaat acteren. De minister heeft duidelijk aangegeven welke informatie heen-en-weer gaat. Die krijgen wij ook in Q1. Voert de minister overleg met de twaalf provincies in een soort regionaal woonberaad, te vergelijken met het Veiligheidsberaad? Daar wordt immers ook geregisseerd. Of zijn daar andere gedachten over?
Een derde punt. De minister zou in de tweede termijn terugkomen op de adviescommissie. Het gaat om de investeringsruimte voor corporaties. Of het nou in relatie is tot de vennootschapsbelasting of andere zaken, er moet een meerjarig investeringsperspectief komen. Onze fractie wil graag weten: wat is de opdracht van die commissie, welke mijlpalen zijn er en wanneer verwacht de minister resultaat?
Het vierde punt is het artikel 2-onderzoek. Er liepen onderzoeken in het verleden. Er is nu een nieuwe wet. Heb ik de minister goed verstaan dat er naar aanleiding van deze wet een nieuw artikel 2-onderzoek in de maak is, naast de uitvoeringskrachtactiviteiten, die wij overigens steunen en ook volgen qua uitvoerbaarheid?
Mijn een-na-laatste opmerking heeft te maken met de evaluatie. De minister zei dat de Huisvestingswet binnen drie jaar wordt geëvalueerd. We hebben een groot debat gevoerd over de Omgevingswet. Deze Kamer heeft afgedwongen dat er jaarlijks een lichte evaluatie komt, omdat er goed naar nieuwe wetgeving gekeken moet worden, zodat je niet na vijf jaar iets doet, maar ziet dat er eerder wat nodig is. De woningbouwopgave is een urgent probleem. Daarover zijn we het eens. Ik vraag nu niet om een toezegging, maar kan de minister nadenken over de vraag of het niet slim zou zijn om zowel de Wet betaalbare huur als de Huisvestingswet en deze wet binnen drie jaar te evalueren om te voorkomen dat we te lang op elkaar wachten? Zo nodig komen we dan bij de begroting straks wel terug met suggesties.
Tot slot wenst de CDA-fractie de minister veel succes. Hopelijk is het rustig aan de regietafel, want dat betekent dat er veel gebeurt in de regio's. Maar wij denken dat u richting Q1 aan de bak kan om uitvoeringskracht te organiseren. Ik zal de CDA-fractie in ieder geval voorstellen om positief te zijn over de wet die voorligt.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik graag het woord aan mevrouw Van Aelst van de fractie van de SP, mede namens de fractie van de Partij voor de Dieren.