Plenair Van Kesteren bij behandeling Wet versterking regie volkshuisvesting



Verslag van de vergadering van 23 juni 2026 (2025/2026 nr. 35)

Status: ongecorrigeerd

Aanvang: 14.50 uur

Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Van Kesteren i (PVV):

Dank u wel, voorzitter. Dit wetsvoorstel geeft het Rijk, de provincies en de gemeenten meer instrumenten om centraal te sturen op woningbouw. Met dit wetsvoorstel hoopt het Rijk weer meer regie te krijgen over met name de woningbouw: regie over hoeveel, over waar, over betaalbaarheid, over woningbouwafspraken tussen Rijk, provincies, gemeenten en corporaties, over het versnellen van procedures voor woningbouwprojecten van met name zwaarwegend maatschappelijk belang. De minister moet in overleg en in samenwerking met provincies en gemeenten komen tot een evenwichtige woningvoorraad. Op papier maakt deze ambitie indruk, maar in werkelijkheid zal er in de uitvoering maar weinig van waargemaakt kunnen worden, zo is onze inschatting. De ambitie die in dit wetsvoorstel is neergelegd, is namelijk alleen uitvoerbaar indien tegenovergestelde wet- en regelgeving vanuit andere ministeries, met name op het gebied van klimaat, stikstof en migratie, ook effectief wordt aangepast. Alleen dan zal daadwerkelijke versnelling van de woningbouw mogelijk worden. En alleen dan zal er sprake zijn van minder beperkende en vertragende regels en van gelijke behandeling van Nederlandse woningzoekenden. In geval van beëindiging van voorrang voor statushouders en van het rampzalige en contraproductieve klimaat- en stikstofbeleid zal de regie op volkshuisvesting pas kansrijk worden in de uitvoering. Marginale correcties en aanpassingen in wet- en regelgeving hebben tot dusver dan ook nauwelijks soelaas geboden. De grenzen blijven wagenwijd openstaan voor asielzoekers, Nederland zucht nog steeds onder de rampzalige gevolgen van de elektrificatie van onze samenleving en de stikstofbeperkingen en er is nog steeds sprake van een miljardentekort bij de woningcorporaties die huizen moeten bouwen voor de sociale huur. Een zojuist aangenomen motie daarover geeft wellicht verlichting.

Voorzitter. De ministeries van KGG, Klimaat en Groene Groei, LVVN, Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, Asiel en Migratie en Justitie en Veiligheid hebben hun eigen ambities en doelen, waaronder natuurbehoud, rechtsbescherming en klimaat. Het ontbreekt aan onderlinge afstemming met andere ministeries. De regelgeving met betrekking tot stikstof, natuur en milieu wint het in de regel van bedrijvigheid, waaronder het bouwen. Deze minister wil meer regie over volkshuisvesting. Maar zolang er sprake is van wet- en regelgeving vanuit andere ministeries met tegenovergestelde ambities en doelen, het hinken op meer dan twee gedachten, zal het krijgen van regie op volkshuisvesting een illusie zijn. De vraag die ik aan de minister heb, is: kan de minister rationeel uitleggen, met steekhoudende argumenten die ons zullen overtuigen, waarom bestaande wet- en regelgeving, inclusief alle marginale correcties, aanpassingen in bestaande wet- en regelgeving vanuit andere ministeries, uw gewenste regie, waaronder de versnelling naar de bouw van 100.000 woningen per jaar, niet zal frustreren? De klimaat- en verduurzamingseisen werken namelijk kostenverhogend voor de bouw en werken bureaucratische procedures rond woningbouw in de hand. Hoe kun je dan regie houden op de woningbouw en de woningvraag? Nederland heeft een groot woningtekort en zonder immigratie en het obsessieve klimaat- en stikstofbeleid zou de woningvraag aanzienlijk lager zijn. Er bestaat dan ook ontegenzeggelijk een migratie-, klimaat- en stikstofgerelateerde woningvraag.

Voorzitter. De argumenten juridische onhoudbaarheid en praktische onuitvoerbaarheid worden veelal gebruikt om effectieve wet- en regelgeving te downplayen of te cancelen. Het inkorten van juridische procedures, het omgaan met het volle stroomnet en het verlagen van de regeldruk voor bouwers zullen daarin niet het verschil gaan maken. Ook werd een aangenomen amendement vanwege onuitvoerbaarheid geschrapt, dat regelde dat vergunningverlening automatisch naar het Rijk zou gaan als gemeenten daar niet tijdig over beslissen. Dan kun je van rijksregie op woningbouw helaas niet meer spreken. Overigens vindt onze fractie dat je met meer rijksregie absoluut niet meer woonruimte realiseert, zolang de instroom van asielzoekers niet wordt gestopt. En rijksregie is ook een wassen neus als stikstofregels, netcongestie, bezwaarprocedures, een tekort aan bouwlocaties en een tekort aan bouwvakkers en installateurs grotendeels blijven bestaan. De vraag die ik aan de minister heb, is dan ook: kan de minister bevestigen dat dit wetsvoorstel weliswaar enige bestuurlijke sturing mogelijk maakt, maar dat die in de regel niet tot de bouw van meer woningen leidt als de tegenovergestelde wet- en regelgeving vanuit andere ministeries niet mee verandert? De tweede vraag die ik heb, of eigenlijk de derde, is: kan de minister aangeven hoeveel woningen momenteel niet kunnen worden gebouwd als gevolg van stikstofbeperkingen?

Voorzitter. De novelle voorkwam dat een aangenomen PVV-amendement in de Tweede Kamer, dat voorrang voor statushouders uitsloot, definitief in het voorliggende wetsvoorstel zou worden opgenomen. Het argument was, zoals we regelmatig zien, dat dit juridisch niet houdbaar bleek. Een absoluut verbod op urgentie voor statushouders zou strijdig zijn met het gelijkheidsbeginsel vanwege mogelijke persoonlijke omstandigheden van de statushouder. Persoonlijke omstandigheden die overigens ook voor Nederlandse woningzoekenden aan de orde kunnen zijn. Het kabinet heeft echter aangegeven dat gemeenten voorlopig ruimte houden om statushouders voorrang te geven. De vraag die ik voor de minister heb, is: kan de minister aangeven waarom het kabinet er in dit geval niet voor gekozen heeft om het PVV-amendement aan te passen tot een verbod op voorrang op grond van het statushouderschap indien persoonlijke omstandigheden daar aanleiding toe geven, in plaats van het volledig terug te draaien?

Voorzitter. In artikel 1 van de Grondwet staat dat de overheid al haar burgers gelijk dient te behandelen. Dat is zeker zo in het geval van schaarste. Elke woningzoekende in ons land heeft geen schuld aan deze door de overheid zelf gecreëerde woningcrisis. Voor de PVV-fractie blijft evident dat Nederlandse starters jaarlijks sneller aan een woning zouden komen indien statushouders geen urgentieverklaring meer zouden krijgen. De vraag die ik voor de minister heb, is: waarom acht de minister het rechtvaardig dat gemeenten opnieuw ruimte krijgen om statushouders voorrang te blijven geven boven Nederlandse woningzoekenden die in vergelijkbare persoonlijke omstandigheden verkeren? Kan de minister uitleggen op welke wijze dit wetsvoorstel het woningtekort daadwerkelijk gaat oplossen wanneer de bevolking volgens onze eigen prognoses blijft groeien door met name migratie, terwijl dit wetsvoorstel nauwelijks invloed heeft op de omvang van de woningvraag? Dit is in tegenstelling tot de overduidelijke invloed van tegenovergestelde ambities en tegenwerkende regel- en wetgeving vanuit andere ministeries.

Voorzitter. Binnen de PVV-fractie is een onderling gesprek gaande over wel of geen steun verlenen aan dit wetsvoorstel. Voor onze fractie is de constatering dat door de novelle statushouders weer voorrang krijgen maar moeilijk te verteren, omdat Nederlandse woningzoekenden zullen worden overgeslagen bij de toewijzing van met name sociale huurwoningen, waar een schreeuwend tekort aan is, en vanwege het feit dat het Rijk de vergunningverlening door gemeenten niet meer over kan nemen. Aan de andere kant voorziet dit wetsvoorstel in de haalbaarheid van het woningaanbod door uit te gaan van 30% sociale huur. Dat is een goed uitgangspunt als we het hebben over "volkshuisvesting". Ook versnelt dit wetsvoorstel de procedures en kan het gemeenten dwingen om meer woningen te bouwen, tegen eventuele lokale blokkades in.

Voorzitter. Helaas is er geen volledig beeld van de totale verdeling van de beschikbare huur- en/of koopwoningen, inclusief de coöperatiesector, waardoor we nog meer inzicht krijgen in de invloed van migratie op de totale woningvoorraad. Dat migratie een zeer negatief effect heeft op de beschikbare woningvoorraad en de verdeling daarvan, is voor onze fractie evident. De vraag die ik voor de minister heb, is: kan de minister voor elk woningsegment — dat zijn de sociale huur, middenhuur, betaalbare koop en vrije sector — aangeven hoeveel woningen jaarlijks worden toegewezen aan migranten en statushouders? Dan kan er een volledig beeld worden geschetst van de verdeling van de schaarse woningvoorraad in ons land.

Voorzitter. Er is in ons land sprake van een aanzienlijke continue stroom van nieuwe inwoners die woonruimte nodig hebben. Demografische groei door migratie vergroot direct de vraag naar woonruimte, wat bij een gelijkblijvend aanbod leidt tot een grotere schaarste op de woningmarkt. Of het nu gaat om expats, buitenlandse studenten, arbeidsmigranten of asielzoekers: zij hebben allemaal een dak boven het hoofd nodig. Daarom stijgt het woningtekort in ons land. Asielzoekers, of statushouders, verhogen de druk op de sociale huursector. Kapitaalkrachtiger expats en hoogopgeleide arbeidsmigranten verhogen de druk op de particuliere huur- en koopmarkt, met name in de grotere steden. Ook zijn er aanzienlijk meer woningen nodig als gevolg van scheidingen en de toename van eenpersoonshuishoudens. Daar komen de strikte stikstofregels, de trage juridische procedures, het tekort aan bouwlocaties, de toenemende materiaal- en personeelskosten en het tekort aan bouwvakkers en installateurs nog bij. Met name migratie veroorzaakt dus extra druk aan de vraagzijde, terwijl de aanbodzijde, de bouw, al jarenlang structureel tekortschiet vanwege contraproductief migratie-, klimaat- en stikstofbeleid. We doen het onszelf aan.

Tot slot, voorzitter. Ik heb nog een vraag voor de minister. Kan de minister rationeel uitleggen waarom dit kabinet obsessief blijft vasthouden aan het aantoonbaar contraproductieve instroombeleid van met name asielzoekers en het klimaat- en stikstofbeleid, waardoor deze gecreëerde woningcrisis koste wat kost in stand wordt gehouden?

Tot zover. Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan de heer Rietkerk van de fractie van het CDA.