Plenair Van Kesteren bij behandeling Wet versterking regie volkshuisvesting



Verslag van de vergadering van 23 juni 2026 (2025/2026 nr. 35)

Status: ongecorrigeerd

Aanvang: 18.26 uur

Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Van Kesteren i (PVV):

Dank u wel, voorzitter. Naar aanleiding van mijn interruptie zie ik — het is goed om dat te constateren — dat in het kabinet geloof in ideologisch contraproductief beleid en geloof in realistische, pragmatische oplossingen van onder andere het woningtekort tegenover elkaar staan, zoals dat ook in zowel de Tweede Kamer als de Eerste Kamer het geval is. Daarbij wil ik aangeven dat de intentie van deze minister om daadwerkelijk de woningnood op te lossen zeker aanwezig is. Wellicht maakt deze minister dan ook deel uit van het realistische smaldeel van dit kabinet.

Voorzitter. Een overheid moet ervoor zorgen dat voorzieningen voor het volk op peil blijven. De afgelopen decennia is de Nederlandse overheid daar allesbehalve in geslaagd. Er is een schreeuwend woningtekort vanwege, onder andere, een onophoudelijke toestroom van migranten waar de overheid maar geen grip op krijgt. Het contraproductieve klimaat- en stikstofbeleid raakt de woningbouw en alle overige sectoren van economische bedrijvigheid.

Voorzitter. De woningcrisis, de energiecrisis, de asielcrisis, de klimaatcrisis en de stikstofcrisis zijn door de overheid gecreëerde crises die de Nederlandse economie schaden en de samenleving ernstig duperen. Basisvoorzieningen, zoals een betaalbaar dak boven het hoofd, kunnen niet meer worden gegarandeerd. Het zijn politieke keuzes waardoor mensen worden gedupeerd. Pragmatisch, realistisch beleid en aanverwante wet- en regelgeving kunnen het tij keren. Het zijn op zich leuke "tjakka"-filmpjes, met de minister in de hoofdrol, maar ik kan u zeggen dat ze niet echt tot een afname van de onvrede in de samenleving leiden.

We moeten niet te pas en te onpas argumenten gebruiken als "juridische houdbaarheid" en "praktische uitvoerbaarheid" en daardoor effectieve wetgeving wegstemmen. We moeten kijken of de uitvoering van wet- en regelgeving in de samenleving breed wordt gedragen. Zoals de minister het heel duidelijk omschreef: wetten die werken in de praktijk.

Voorzitter. Er zijn gemeenten die op basis van de huidige wetgeving alle vrijkomende en gebouwde sociale huurwoningen grotendeels aan statushouders en nieuwkomers gunnen. Mijn fractie vindt dat dat weinig te maken heeft met het gelijkheidsbeginsel. Daarom dient de PVV-fractie de volgende motie in, getiteld: Urgentie geldt voor iedereen. Het is zeker dat er voor deze motie een breed draagvlak bestaat en dat het dictum ook werkt in de praktijk. Urgentie geldt voor iedereen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het absolute verbod op urgentie voor alle vreemdelingen wordt geschrapt, omdat het in strijd zou zijn met artikel 1 van de Grondwet en artikel 14 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens;

constaterende dat het gelijkheidsbeginsel eenzijdig wordt toegepast op buitenlandse afkomst dan wel het behoren tot een nationale minderheid;

constaterende dat daarmee reguliere individuele Nederlandse woningzoekenden in een ongelijke positie worden geplaatst;

overwegende dat statushouders net als anderen, bij aangetoonde urgentie, voorrang moeten krijgen op een sociale huurwoning;

overwegende dat het louter bezitten van een verblijfsstatus geen objectieve en redelijke rechtvaardiging vormt voor het krijgen van voorrang op een sociale huurwoning;

overwegende dat voorrang alleen verleend zou moeten worden op basis van individuele, acute noodsituaties, bijvoorbeeld medische urgentie of acute dakloosheid, ongeacht iemands achtergrond of nationaliteit;

verzoekt de minister om statushouders niet per definitie voorrang te verlenen op het verkrijgen van een sociale huurwoning;

verzoekt de minister om alleen het zijn van een statushouder geen basis te laten zijn om statushouders met voorrang een sociale huurwoning toe te wijzen;

verzoekt de minister om statushouders, net als anderen, bij aangetoonde urgentie voorrang te laten krijgen op een sociale huurwoning,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Kesteren, Bezaan, Van Strien, Van Langen-Visbeek, Van Gasteren, Kemperman en Walenkamp.

Zij krijgt letter P (36512, 36881).

De heer Van Kesteren (PVV):

De motie is breed ondertekend. Dank u wel.

De voorzitter:

Wilt u de namen van de ondertekenaars ook nog even noemen?

De heer Van Kesteren (PVV):

Ja. Dat zijn ikzelf, mevrouw Bezaan, mevrouw Van Langen, de heer Van Gasteren, de heer Kemperman, de heer Van Strien en de heer Walenkamp.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan constateer ik dat de motie in voldoende mate wordt ondersteund. Zij krijgt de letter P (36512, 36881). Ik zie de heer Van Gurp voor een interruptie.

De heer Van Gurp i (GroenLinks-PvdA):

Ja, voorzitter. Die gaat niet over de motie, want die zullen we straks lezen en ik heb al zo'n gevoel wat wij daarvan vinden. Daaraan voorafgaand zei de heer Van Kesteren iets wat mij intrigeert. Hij zei: "Er zijn gemeenten die vrijwel alle vrijkomende sociale huurwoningen of woningen toewijzen aan statushouders en andere nieuwkomers." Kan de heer Kemperman mij vijf voorbeelden van die gemeenten noemen?

De voorzitter:

Dit is de heer Van Kesteren.

De heer Van Gurp (GroenLinks-PvdA):

De heer Van Kesteren, ja! Neem me niet kwalijk. Dan trek ik hem toch in het debat en hij heeft zich er zo netjes buiten gehouden. Meneer Van Kesteren bedoel ik natuurlijk.

De heer Van Kesteren (PVV):

Ja, ik wou al zeggen … Maar goed, ik vergeet het niet.

De heer Van Gurp (GroenLinks-PvdA):

Dank u.

De heer Van Kesteren (PVV):

Ik heb de gemeente Utrecht in de vorige raadsperiode als voorbeeld gegeven. Daar was er anderhalf jaar lang sprake van — dat is ook veel in de publiciteit geweest — dat alleen maar statushouders en nieuwkomers een sociale huurwoning kregen toebedeeld. Dat voorbeeld wil ik graag noemen.

De heer Van Gurp (GroenLinks-PvdA):

Dat zijn er geen vijf, maar dat is er één, en dat lag echt compleet anders. Dat wil ik voor de wetsgeschiedenis toch zeggen. Ik weet precies wat er is gebeurd in Utrecht. Die liepen achter op hun taakstelling en hebben gezegd: "Weet je wat? Als we nou eens een maand lang, één maand, alleen statushouders toewijzen, lopen we weer in de pas en kunnen we de rest van het jaar weer met een schone lei beginnen, want dan hebben we alle achterstand ingehaald." Eén maand. Dat geeft overigens ook aan dat alle verhalen dat er grandioos grote verdringing zou zijn, onzin zijn, want het is maar één maand verdringing. Het is dus helemaal niet zo dat die al hun sociale huurwoningen alleen maar toewijzen aan buitenlanders of anderszins. Het wordt voor het gemak allemaal op een hoop gegooid. Dat hebben ze één maand met een veegoperatie gedaan, waarmee aangetoond is dat het getalsmatig — ik heb het niet over de emoties — een heel klein probleem is op het geheel bij de verdeling van onze woningen. U moet uw motie indienen als u dat wilt, maar ik zou toch wel graag willen dat u die suggestie dat er gemeenten zijn die dat doen, terugneemt als u die niet anders kunt onderbouwen dan met dit voorbeeld dat niet klopt.

De heer Van Kesteren (PVV):

Daar wil ik op antwoorden dat de gemeente Utrecht een maand lang mensen ongelijk behandeld heeft.

De heer Van Gurp (GroenLinks-PvdA):

Maar dat is geen antwoord op mijn vraag.

De heer Van Kesteren (PVV):

Nee, maar dat is wel mijn antwoord.

De heer Van Gurp (GroenLinks-PvdA):

Mijn vraag was de volgende. U wekt de suggestie dat er gemeenten zijn die hun vrijkomende woningen — het is heel algemeen — vrijwel uitsluitend aan statushouders en andere vreemdelingen toewijzen. U komt met het voorbeeld dat de gemeente Utrecht twee jaar geleden één maand lang een inhaaloperatie heeft gedaan. Dat was netjes beargumenteerd et cetera, et cetera. Daar kunt u het wel of niet mee eens zijn, maar dat is in ieder geval heel iets anders dan uw basisstelling. Ik vind dit zó belangrijk. Ik probeer er altijd mijn mond over te houden, maar ik wind me op over het valse, onjuiste — ik bedoel niet dat het gemeen is — beeld dat constant de wereld in wordt geholpen alsof die woningen voor statushouders kwantitatief een enorme hap uit de vrijkomende woningen zouden zijn. Dat is gewoon niet waar. Daar mag je verder van alles van vinden, maar wat u zegt, is niet waar. We moeten hier over feiten spreken.

De heer Van Kesteren (PVV):

U houdt nu een heel betoog. Ik blijf bij mijn antwoord dat er in Utrecht sprake is geweest van ongelijke behandeling van woningzoekenden. Daar wil ik het bij laten.

De heer Van Gurp (GroenLinks-PvdA):

Dan blijf ik bij mijn stelling dat u met die algemene uitspraak doelbewust een onjuist beeld creëert.

De heer Van Kesteren (PVV):

Dat is uw interpretatie.

De voorzitter:

Dank u wel. Ik geef het woord graag aan de heer Rietkerk van het CDA.