Verslag van de vergadering van 6 juli 2026 (2025/2026 nr. 38)
Status: ongecorrigeerd
Aanvang: 20.11 uur
Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.
De heer Crone i (GroenLinks-PvdA):
Dank u, voorzitter. Het is goed dat we over het klimaat spreken, want ik heb ooit het initiatief genomen voor een enquêtecommissie in de Tweede Kamer over klimaat en daarin waarschuwden hoogleraren al voor wat er nu gebeurt. Zij vertelden toen dat we in de klimaatzone van Parijs terecht zouden komen, maar inmiddels zitten we in de klimaatzone van Barcelona, zo snel gaat het. Daarom staan we aan de rand van het ravijn. Klimaatopwarming is niet te stuiten. Wie dat nog niet ziet, moet het zeggen. Vertraging in het beleid tegen klimaatverandering is voor ons daarom niet aanvaardbaar. In het regeerakkoord is afgesproken dat de doelstellingen gehaald moeten worden, maar er komt pas in het voorjaar een evaluatie. Is dat niet veel te laat, vraag ik de minister. Wij willen eigenlijk al bij de Miljoenennota horen hoe het ervoor staat. We krijgen natuurlijk weer de verkenningen. Wil de minister onze steun, die van PRO, om het beleid aan te scherpen? Die bieden we graag aan.
Voorzitter. Bij het klimaatbeleid zien we een vertraging in plaats van een versnelling en dat is eigenlijk ook van toepassing op het warmtedossier. Het warmtedossier is natuurlijk een kernpunt van klimaatbeleid, want we willen lokale warmtevoorziening fossielvrij maken. Veel gemeentes zijn met projecten bezig, net als netbeheerders, woningcorporaties en energiegemeenschappen, maar ik hoor heel vaak dat ze nu al in de pauzestand zijn of zelfs stoppen. Warm Heeg — klein, maar een love baby van veel warmteliefhebbers, omdat ze een van de eersten waren — is er vorige week mee gestopt. Enexis heeft dat ook gedaan en zegt: wij drukken op de pauzeknop, want de regelgeving is veel te complex en ook de financiering is onoverzichtelijk en onvoldoende. Ik vraag de minister of zij dit ook hoort. Ik verwacht dat de komende twee, drie maanden heel veel initiatiefnemers, publiek en privaat, en energiegemeenschappen zeggen: we stoppen ermee of we drukken in ieder geval op de pauzeknop. Dat begrijp ik, want ze hebben al zeven jaar gewacht op minder complexe regelgeving en een waarborgfonds is er ook nog niet. Ik hoop niet dat deze minister zegt: dat weet ik, maar ik ga die warmtestop in het najaar wel verdedigen.
Voorzitter. Ik kan het de gemeentes niet verwijten. Gemeentes moeten in het najaar al plannen per wijk neerleggen waarin staat wat er in die wijk gaat gebeuren: wordt het full electric of wordt het een warmtenet? Maar ze kunnen niet tegen de burgers zeggen hoe het zit. Ze hebben weliswaar de regie, maar ze moeten ook vertellen wat voor tarief er ongeveer gaat komen, in ieder geval wat voor formule voor het tarief en dat kunnen ze niet zeggen, want de formule komt pas later, net als de invulling: pas in 2037. Hoe is het mogelijk? Kunnen we parallel aan dat lange traject — voor de insiders: fase 1, 2 en 3 — niet veel sneller werken met kansrijke projecten, die meestal niet alleen gaan over monowarmte, maar ook over verbinding met stroom, al dan niet op wind of zon, integratie van opslagsystemen, zoals aquathermie en ondergrondse opslag, batterijen, congestie enzovoorts? Die willen tempo en flexibiliteit, ook in de tariefmogelijkheden.
De antwoorden die wij vrijdag hebben gekregen over de Warmtewet weerspiegelen heel goed het debat van de laatste tijd. Ik dank de minister voor die antwoorden. Gelukkig staat daar een interessante opening in. De minister zegt: "Een invulling met referentietarieven is mogelijk, maar er is ook een invulling mogelijk waarbij tariefregulering voor het grootste deel overeenkomt met wat de vragenstellers voorstellen." Die vragenstellers waren in dit geval BBB en wij, maar ook het CDA. "Deze leden wijzen terecht op het belang van boekhoudkundige regels", maar het kan dus best eerder en sneller. Met de directe cost-plusbenadering zouden we direct kunnen beginnen en niet vier tot negen jaar hoeven wachten. Sterker nog, ik hoorde vanmorgen dat de ACM drie jaar geleden al in de uitvoeringstoets ervoor heeft gepleit om fase 3 naar voren te halen. Wist ik dat maar, dan had ik dat veel eerder gezegd. Maar de vorige minister heeft dat advies van de ACM niet overgenomen. Kan de minister dat foutje herstellen? Daardoor ontstaan namelijk mogelijkheden om veel sneller monowarmteprojecten maar ook juist de bredere projecten te doen. Misschien moeten we daarvoor zelfs een experimentele fase inbouwen. Het mag van de ACM kennelijk ook al zonder experimentele fase. Maar daaraan moet een experimentele garantie- of waarborgconstructie worden gekoppeld; een definitieve constructie regelen duurt waarschijnlijk te lang.
Het financieringsknelpunt is echt de grootste hobbel, want natuurlijk vragen burgers of het haalbaar en betaalbaar is: wat betaal ik per maand, niet alleen voor warmte maar voor mijn integrale energierekening? Er zijn veel voorbeelden, bijvoorbeeld in Arnhem; ik zal de minister niet iedere vergadering uitnodigen naar Arnhem, want dat heb ik nu al een paar keer gedaan. Daar zijn ze met een wijk bezig met 60% sociale huur. Dat zijn dus mensen met weinig bestedingsruimte. Die willen doorontwikkelen naar één energierekening waarin de besparing van het één de kosten dekt van het ander, maar de mensen krijgen de garantie van een goede integrale rekening. Daardoor zakken de transportkosten voor elektriciteit, die we anders als burgers met z'n allen zouden betalen, want de transportkosten voor elektriciteit zijn gesocialiseerd maar de kosten van warmte niet.
Voorzitter. Ik ga niet op de details in, maar zo'n waarborgfonds, waar wat mij betreft onmiddellijk mee begonnen zou moeten worden, zou heel goed zijn, omdat dat de potentie weer opent voor initiatieven die nu zeggen dat ze er binnenkort misschien mee stoppen. Als we die het perspectief geven dat er binnen een, twee of drie maanden perspectief is, houden ze het misschien nog even vol en gaan ze niet stoppen. Iedereen snapt dat als je eenmaal met een project gestopt bent en als de initiatiefnemers weglopen, je dat niet zomaar weer opbouwt. Straks zitten we met allemaal wijken die alleen nog maar full electric kunnen worden omdat mensen het niet meer geloven.
Zo'n experimenteel waarborgfonds, waarover ik veel heb gesproken met de collega's van BBB en het CDA, zou de volgende kenmerken kunnen hebben. Het moet natuurlijk volstrekt transparant zijn, maar dat is bijna gegarandeerd in de publieke omgeving van publieke bedrijven. Het moet leereffecten hebben; mensen moeten dus ook open met anderen in het land praten over de voor- en nadelen. Er moet een snelle start zijn in Q3 of Q4 van dit jaar. Een belangrijke aanvulling is dat het garanties moet geven. De regering zit nu maar te puzzelen met garanties en dan weer subsidies. Dat is allemaal te ingewikkeld. Het gaat om aanvullende garanties naast wat de gemeenten al gebruikelijk doen. Als de gemeenten net als de woningcorporaties allemaal een kleine premie in de pot hebben en als er een waarborgfonds is, dan betaalt het Rijk 80% van de garantie en de betrokkene 20%. We weten uit ervaring dat die garanties bijna nooit worden ingeroepen. Met bijvoorbeeld een pot van 40 miljoen kun je dus 200 miljoen aan garanties geven, want je weet nooit wie daar over tien of twintig jaar een beroep op moet doen. Dat is ook bij de waarborgfondsen van de woningcorporaties en de ziekenhuizen een zeer goed model. Ik weet dat deskundigen van BNG, Rabo en de Waterschapsbank eraan gewend zijn om daarmee om te gaan. Iedereen die het wil, mag het van mij uiteraard doen. Dan haal je met 40 miljoen een leverage van 200 miljoen garanties binnen. Dan kunnen heel veel projecten zeggen: nou, dan ga ik echt door.
De voorzitter:
Meneer Crone, u had voor vijf minuten ingeschreven. Daar bent u nu ruim overheen.
De heer Crone (GroenLinks-PvdA):
Ja, maar ik had u verteld dat ik een beetje …
De voorzitter:
Nou nee, die vijf minuten kwamen dit weekend extra. Ik wil u dus toch verzoeken om af te ronden.
De heer Crone (GroenLinks-PvdA):
Ja, ik rond heel graag af, voorzitter. Een expertteam oprichten om dit te begeleiden zou goed zijn.
Ik zou willen eindigen — dat was ik ook van plan, voorzitter — met de opmerking dat dit eigenlijk, zoals ik zojuist al zei, al jarenlang mede door drie fracties is voorbereid, namelijk onze fractie, de fractie van BBB en de fractie van het CDA. Ik wil hier graag citeren wat mevrouw Greet Prins, die ons zo jammerlijk is ontvallen, op 2 december in het debat zo mooi heeft gezegd: "De CDA-fractie is benieuwd of hier niet een simpelere en pragmatischere werkwijze mogelijk is, waarbij bijvoorbeeld elk warmtebedrijf zijn tariefvoorstel van tevoren voorlegt aan de ACM en aan de gemeenten op basis van een principe van open boekhouding, transparantie en een heldere toelichting. Zo kan in de komende jaren ook een uitgebreid bestand van gegevens worden opgebouwd." Dat is precies de bottom-upbenadering die alle partijen, de drie genoemde en de andere partijen, hebben bepleit. Ik hoop dat de minister nu die stap wil zetten met een serieuze toezegging om dat te realiseren en dat we dan geen complexe top-downregelgeving meer hebben.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik graag het woord aan de heer Panman van de fractie van de BBB.