Plenair Perin-Gopie bij behandeling Begroting Klimaatfonds 2026



Verslag van de vergadering van 6 juli 2026 (2025/2026 nr. 38)

Status: ongecorrigeerd

Aanvang: 20.31 uur

Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Perin-Gopie i (Volt):

Voorzitter. Klimaatverandering trekt zich niks aan van landsgrenzen. Daarom is een aanpak tegen klimaatverandering in de kern geen nationale aangelegenheid, maar een globale en zeker ook een Europese. Voor Volt is het Klimaatfonds dan ook geen doel op zich. Het is een instrument waarmee Nederland uitvoering geeft aan de Europese Klimaatwet en dat bij zou moeten dragen aan de gezamenlijke opgave om in 2040 en uiteindelijk in 2050 klimaatneutraal te zijn. Dat betekent ook dat wij dit fonds niet alleen moeten beoordelen op de vraag hoeveel geld wordt uitgegeven, maar vooral op de vraag of iedere euro Nederland en Europa dichter bij de gezamenlijke doelen brengt om uiteindelijk deze planeet ook leefbaar te houden voor de generaties na ons.

Voorzitter. Dat begint bij samenwerking. De industrie binnen de EU concurreert namelijk op één interne markt. Daarom vraag ik de minister hoe de keuzes in deze begroting zijn afgestemd op de investeringen die onze buurlanden doen. Wordt er systematisch gekeken waar Europese samenwerking meer oplevert dan alleen nationale investeringen? Hoe wordt voorkomen dat lidstaten allemaal hetzelfde proberen te doen, terwijl samenwerking juist efficiënter en goedkoper kan zijn?

Voorzitter. Wanneer we kijken naar de grootste belemmeringen voor de energietransitie, gaat het steeds minder over het opwekken van duurzame energie en steeds vaker over de vraag of we die energie kunnen transporteren. Netcongestie is inmiddels een van de grootste remmen op de verduurzaming van onze economie. Elektriciteitsverbindingen, waterstofnetwerken, opslag en grensoverschrijdende infrastructuur vormen de ruggengraat van de Europese energietransitie. Toch lijkt de infrastructuur binnen het Klimaatfonds een relatief bescheiden plaats in te nemen. Kan de minister toelichten waarom? Deelt zij de opvatting dat investeringen in energie-infrastructuur vaak een veelvoud aan andere verduurzamingsprojecten mogelijk maken en daarmee een groot multipliereffect hebben?

Voorzitter. In het Klimaatfonds is 2 miljard gereserveerd voor maatwerkafspraken met Tata Steel. Dat is dus meer dan de 1,5 miljard die er nog voor de hele energie-infrastructuur in het fonds zit. Voor Volt is het heel belangrijk dat we de industrie gaan verduurzamen, maar de besteding van publieke middelen moet doelmatig zijn. Daarom vraag ik de minister hoe zij beoordeelt of de investeringen in Tata Steel een grote bijdrage leveren aan de Europese klimaatopgave. Zweden is bijvoorbeeld dé koploper in de fossielvrije staalproductie. Daar wordt niet alleen bestaande productie verduurzaamd, maar ook een nieuwe generatie staalindustrie op groene waterstof ontwikkeld. Ook in Spanje zien we dat ze al veel verder zijn met het produceren van groen staal. Hoe weegt de minister deze Europese ontwikkelingen mee bij de inzet van Nederlandse publieke middelen? Verduurzamen wij vooral bestaande productie, of investeren wij ook voldoende in de industrie van de toekomst? Hoe kijkt de minister naar het herverdelen van de industrie in Europa? Waarom zou Nederland nog investeren in het verduurzamen van industrie die elders in Europa al duurzaam is? Is het niet doelmatiger om te constateren dat Tata te laat op de vergroeningsboot is gestapt en dat het geld nu moet worden gestopt in een waterstofnetwerk dat we bijvoorbeeld met Zweden kunnen aansluiten? Hoe voorkomt de minister dat nationale maatwerkafspraken leiden tot een subsidiecompetitie tussen lidstaten, terwijl een gelijk Europees speelveld juist noodzakelijk is voor een succesvolle industriële transitie?

Voorzitter. Dat raakt aan een bredere vraag. Steeds meer industriële opgaven worden Europees georganiseerd. De Europese Commissie werkt aan een gezamenlijke industriepolitiek en nieuwe vormen van grensoverstijgende samenwerking. Volt gelooft dat klimaatverandering sneller en beter kan worden tegengegaan als alle Europese landen zich daar tegelijk en met dezelfde agenda voor inzetten en samenwerken om de capaciteit en kansen slim te verdelen. Hoe ziet de minister de rol van nationale klimaatfondsen in het veranderende Europees speelveld? Is zij bereid om in toekomstige begrotingen expliciet inzichtelijk te maken hoe investeringen uit het Klimaatfonds bijdragen aan Europese samenwerking, gebruikmaken van Europese financiering en aansluiten bij de investeringen van andere lidstaten? Voor mijn fractie zou dat een belangrijke verbetering van de begroting zijn.

Voorzitter. Het gaat uiteindelijk niet alleen om de vraag of het geld volgens de regels is uitgegeven. Het gaat ook om de vraag of Nederland dankzij deze investeringen daadwerkelijk dichter bij de Europese klimaatdoelen komt om te zorgen dat we een leefbare planeet achterlaten voor de volgende generaties. Ik kijk uit naar de beantwoording.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan de heer Kemperman. Hij spreekt namens Forum voor Democratie en de Fractie Beukering.