Plenair Van Aelst-den Uijl bij behandeling Begroting Klimaatfonds 2026



Verslag van de vergadering van 6 juli 2026 (2025/2026 nr. 38)

Status: ongecorrigeerd

Aanvang: 20.59 uur

Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Van Aelst-den Uijl i (SP):

Dank, voorzitter. Met de hittegolf en code rood nog vers in het geheugen hoop ik dat niemand hier vandaag — of nou ja, bijna niemand — uitleg nodig heeft over waarom het van belang is dat wij met elkaar spreken over de begroting Klimaatfonds. Voor ons als SP zijn de belangrijkste vragen: doen we nu eindelijk genoeg en gaan we het tij keren? Gaan we de effecten mitigeren? Uiteindelijk zijn beide voor ons van belang. Mitigeren is onvermijdelijk en erger voorkomen is van levensbelang.

Nederland heeft zich gecommitteerd aan 55% CO2-reductie in 2030 ten opzichte van 1990. In de Klimaat- en Energieverkenning van 2025 van het Planbureau voor de Leefomgeving constateren de onderzoekers dat het zeer onwaarschijnlijk is dat Nederland het doel zal halen. Het PBL geeft Nederland inmiddels een kans van minder dan 5%. Met het huidige uitgewerkte beleid per 1 januari 2025 koersen we af op 45% tot 53% minder uitstoot. Met aanvullend beleid kan dit groeien van 47% tot net geen 55%. Om een slagingskans van 50% te halen moeten we een extra CO2-reductie van 13 megaton zien te behalen. Voor een slagingskans van 95% moeten we 22 megaton minder uitstoten. Volgens het Planbureau voor de Leefomgeving zijn er steeds minder opties die deze emissiereductie mogelijk gaan maken, die geen serieuze pijn doen of geen serieuze maatschappelijke weerstand zullen oproepen. Er zijn ook weinig concrete plannen om de emissiereductie van na 2030 te realiseren. En dat is wel nodig, want dat doel van 55% in 2030 moet een eerste stap zijn naar volledig klimaatneutraal in 2050. Als het doel in 2030 niet gehaald wordt, worden de uitdagingen daarna alleen maar groter.

Zoals ons allen, of bijna iedereen, opgevallen is, bereiken we steeds meer tippingpoints. Steeds meer van ons systeem, zoals we het kennen, stort in en dat is een duur grapje. In een rapport uit 2025 van het Britse Institute and Faculty of Actuaries berekent deze organisatie dat het wereldwijde bbp zal halveren tussen 2070 en 2090 vanwege de klimaatcrisis. Uit een rapport van klimaatonderzoekers van de universiteit van Exeter blijkt dat overheden de economische effecten van klimaatverandering onderschatten, omdat onderliggende economische modellen onvoldoende rekening houden met extreem weer en de escalerende effecten van klimaatverandering, de tippingpoints.

Uit een studie van de universiteit van Mannheim blijkt dat de hittegolven, droogtes en overstromingen die in de zomer van 2025 in Europa plaatsvonden, tot een economisch verlies van 43 miljard hebben geleid. Extreem weer heeft op de lange termijn ook effect op de arbeidsproductiviteit. Zo ligt vier jaar na een periode van droogte het regionale bbp gemiddeld 3% lager dan voorheen. In het geval van een overstroming is dat gemiddeld 2,8%. Ook de hittegolf van afgelopen week heeft flink geld gekost, bijvoorbeeld aan arbeidsproductiviteit, maar het heeft ook de landbouw heel veel geld gekost. Zo is bijvoorbeeld becijferd dat een derde van maïsoogst in Frankrijk zal mislukken door deze hitte, wat de boeren heel veel geld gaat kosten. De voedselproductie komt steeds verder onder druk te staan door dit extreme weer.

Ook gemeenten zullen mee moeten betalen aan klimaatadaptie en schadeherstel. In maart 2026 publiceerde ESB een onderzoek naar de verwachte klimaatschade in Nederland en de verwachte kosten voor gemeenten. Daaruit blijkt dat gemeenten in 2050 met 8,5 miljard aan klimaatschade en 4,2 miljard aan adaptatie te maken zullen hebben. Verder blijkt uit dit rapport dat gemeenten grote delen van hun budget kwijt gaan zijn aan schadeherstel. Gelukkig zaten die gemeenten al zo lekker in hun financiën! Dus dat kunnen ze uiteraard prima hebben, is het niet? Hoe worden al deze extra kosten, mede veroorzaakt door onvoldoende beleid van rijkswege, strakjes toegevoegd aan het Klimaatfonds? Of gaan we deze kosten met elkaar voorkomen?

Voorzitter. Dan de vraag wat dit onze inwoners gaat kosten. Door de toename van de ernst en de frequentie van extreme weerssituaties nemen op dit moment de prijzen van verzekeringen al fors toe. De toenemende hoeveelheid claims heeft een direct gevolg op wat huishoudens vandaag betalen voor hun verzekeringspremie. Wouter Botzen, hoogleraar economie van de klimaatverandering en natuurrampen van de VU, schreef een positionpaper aan de Tweede Kamer over de economische gevolgen van klimaatverandering. Daarin stelde hij dat huishoudens met lage inkomens nog harder worden geraakt in hun bestaanszekerheid, harder dan alle andere inkomens. Zij zijn namelijk extra kwetsbaar voor de negatieve economische schokken die gepaard gaan met natuurrampen, en uiteraard voor de prijsstijgingen van onder andere voedsel na periodes van droogte.

In het buitenland hebben dalende huizenprijzen in risicogebieden nu al effect. Die effecten zorgen ervoor dat mensen met een lager inkomen in die gebieden gaan wonen waar de huizen het goedkoopst zijn, doordat de risico's op klimaatverandering daar het grootste zijn. Ook dit kan in Nederland gebeuren zodra klimaatrisico's meer worden meegenomen in de huizenprijzen. Daarnaast zijn deze huishoudens minder in staat om klimaatadaptatiemaatregelen te nemen. Met de grote ongelijkheid die wij nu al hebben in Nederland en de stijgende kosten van het dagelijks leven voor onze inwoners vragen wij ons oprecht af hoe het kabinet dat ziet in relatie tot de cijfers over of wij de doelen gaan halen of niet, en of wij überhaupt hebben nagedacht over de doelen na 2030.

Wij vragen ons als SP af of het kabinet dieper heeft nagedacht over de kosten van niets of te weinig doen aan klimaatverandering voor onze inwoners, voor onze bedrijven, voor boeren, voor al die verschillende actoren die er niet zo heel veel aan kunnen doen. Tot nu toe blijkt dat niet uit het beleid, maar toegegeven, dat was niet het beleid van dit kabinet. Wij zijn dus heel benieuwd wat dit kabinet gaat doen om het tij te keren. Wij vragen ons daarbij af of er integraal wordt gekeken naar de kosten van bijvoorbeeld zorg die ontstaan door klimaatopwarming, of naar de kosten voor uren die mensen niet of minder kunnen werken.

Voorzitter. Wij zijn oprecht heel erg benieuwd.

De voorzitter:

Dank u wel. Wenst een van de leden nog het woord in de eerste termijn? Dat is niet het geval. We zijn toe aan het antwoord van de regering in de eerste termijn. Bent u in de gelegenheid om direct te reageren of heeft u even nodig? Hoeveel minuten heeft u nodig? Een kwartiertje. Dan schors ik tot 21.20 uur.