Verslag van de vergadering van 6 juli 2026 (2025/2026 nr. 38)
Status: ongecorrigeerd
Aanvang: 19.33 uur
Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.
De heer Van Hattem i (PVV):
Dank, voorzitter. Ik zou mezelf geen grote boekhoudkundige kennis willen toedichten, maar als ik in de gewisselde stukken vaak "kostenbesteding" en "uitgaven" dwars door elkaar gebruikt zie worden, als synoniemen, dan denk ik toch dat er enige scherpte op boekhoudkundig vlak mist. Dan moet ik de heer Janssen groot gelijk geven wat betreft het punt van de definities. Dat is toch iets wat gewoon duidelijk moet zijn. Als we toch allemaal accountants moeten inhuren voor ieder wissewasje, dan moeten die accountants wel ergens op kunnen controleren. Dan moet toch duidelijk zijn wat rechtmatig is en wat niet. Dat ontbreekt toch wel echt in de regeling. Anders krijgen we hier straks opnieuw discussies over en dat zouden we juist voor moeten zijn.
Voorzitter. Ik zou hier nog een aantal punten willen aanhalen. De heer Van Meenen heeft nog niet alle vragen beantwoord die ik in de eerste termijn had gesteld. Zo had ik ook iets gevraagd op het punt van formuleringen en bepalingen over het instellen van een stichting. Door de voorstellers is opgeschreven dat "onverwijld na hun ontstaan een stichting moet worden opgericht". Mijn vraag was hoe zich dat verhoudt tot een bestaande fractie. Als je dat zo opschrijft, wringt dat met de gedachte van bestaande fracties. Daar heb ik nog graag een reactie op.
Een ander punt waarop de heer Van Meenen niet is ingegaan, is de verplichte keuring. Volgens de voorstellers is van verplichte keuring geen sprake, terwijl er wel letterlijk staat dat de statuten "gekeurd" moeten worden door het CVO. Hoe verhoudt zich dat met elkaar? Daar heb ik ook graag duidelijkheid over.
Over het CVO gesproken: ik blijf het toch een rare redenering vinden van de heer Van Meenen als hij zegt "het CVO is ook door Kamerleden gekozen". Ja, maar het is níét het orgaan dat de regeling heeft vastgesteld. Als de voorstellers nadrukkelijk opschrijven "het orgaan dat de regeling vaststelt, moet daar uiteindelijk ook de toetsing op doen", dan moet je daar ook zuiver in zijn en niet zeggen dat een ander orgaan daarvoor aan het werk wordt gezet. Uiteindelijk — we noemden het CVO hier in het verleden "de huishoudelijke commissie"— gaat het CVO eigenlijk over de Kamerorganisatie als geheel. Juist een orgaan als het CvF — het College van fractievoorzitters, in het verleden het College van Senioren — gaat over hoe wij ons als fracties verhouden en hoe wij hier omgaan met onze werkwijze en middelen. Ik zou die twee dingen dus toch wel uit elkaar willen houden, anders krijg je straks dat het CVO het manusje-van-alles wordt dat van alles kan gaan bepalen. We hebben het ook al gezien met de regeling voor omgangsvormen, waarbij het allerlei rollen krijgt toegedicht. Ik zou hier toch enige terughoudendheid willen vragen.
Dan zijn er nog enkele zaken die de heer Van Meenen aanhaalt, zoals goed werkgeverschap en je alleen richten op het opbouwen van de egalisatiereserve. Het is allemaal leuk en aardig, maar als we deze regeling bekijken, dan biedt die uiteindelijk wel weer meer ruimte. Misschien heb ik het in de eerste termijn al gezegd: extra geld. Maar met extra geld bedoelde ik, zeg ik er als toelichting nog even bij, vooral het feit dat er nog geld wordt overgeheveld uit 2024. Dit maakt de regeling wel weer ruimer om zaken in gang te kunnen zetten.
Dan kom ik terug op het punt: hoe zit het met onze rolvastheid, onze neiging om als Eerste Kamer tweedekamertje te gaan spelen? Hoe kunnen we dat voorkomen? Want als we elke keer ruimere regelingen mogelijk maken, misschien niet alleen puur financieel maar ook qua ruimte van inzet, dan gaan we onze rolvastheid verliezen en dan gaan we ons hier steeds gewichtiger maken dan we zouden moeten zijn.
Dan hoorde ik de heer Van Meenen zeggen: de verantwoording van 2025 is nog niet afgehandeld en er zou eventueel maximaal vier ton uit de Najaarsnota moeten komen. Ik las in de stukken dat het eerst ging om €613.000. Hoe verhoudt zich dat met elkaar?
Het hele punt blijft dat je een sneeuwbaleffect krijgt. Als alle fracties meer personeel en ondersteuning gaan inzetten, dan worden er meer werkzaamheden gecreëerd, dan worden er meer vragen gesteld en meer debatten aangevraagd. Andere fracties, die daar misschien niet direct behoefte aan hebben, worden dan wel geconfronteerd met deze extra werkzaamheden en zullen daardoor dan ook extra personele inzet nodig hebben. Ik zou helaas niet kunnen uitsluiten dat wij op een gegeven moment ook een beroep moeten doen op deze middelen, maar het is niet van ganser harte, want we willen hier juist zo terughoudend mogelijk in zijn.
Dan kom ik nog even bij de amendementen. Het stelt me diep teleur dat de heer Van Meenen, namens de voorstellers, alle amendementen heeft ontraden. Nogmaals, ze zijn bedoeld als opbouwende kritiek voor de regeling. Ik heb over mijn amendement met letter H niet duidelijk wat in de kern het probleem is om dit niet te kunnen doen.
Bij het amendement met letter I wordt dan weer gesproken over die bestaande regeling. Dit is vanuit deze situatie eigenlijk gewoon weer een nieuwe regeling. Het terechte punt dat de heer Janssen heeft gemaakt over de accountantsverklaring wil ik hier nogmaals aanstippen.
Bij het amendement met letter J wordt ook weer gezegd "het is een bestaande regeling". Ik vind het een wel erg makkelijke manier om van de inhoud weg te blijven. Ik had toch nog graag een iets meer inhoudelijke reactie op dit punt van de voorstellers, in het bijzonder van de heer Van Meenen. Ik krijg op dit punt dus graag een wat meer inhoudelijke reactie van de voorstellers, en in het bijzonder van de heer Van Meenen.
We hebben het net al over het amendement met letter K gehad. Daar geldt wat ons betreft hetzelfde voor, want dat amendement zou vanwege de bestaande regeling zeker niet ontraden moeten worden.
Voor het amendement met letter L geldt eigenlijk ook weer hetzelfde. De heer Van Meenen zegt: het is eigenlijk een uitwerking, een toepassing van een bestaande regeling op de egalisatiereserve. Maar het blijft daarmee op zichzelf wel een nieuwe regeling. Die korte bocht, die afgesneden bocht zou ik in dit geval toch willen pareren. Ik vraag daarom er in tweede termijn iets inhoudelijker op in te gaan, wil de heer Van Meenen en de voorstellers ons ook meekrijgen in het voorstel dat ze hebben gedaan.
Ik sta er al met al niet afwijzend tegenover, maar dan moet er wel een duidelijk verhaal komen en moeten er duidelijke antwoorden op tafel liggen. Verder moet er een duidelijk begrippenkader komen om op te kunnen toetsen, want wij moeten als fracties voor onszelf zekerheid hebben over waar we straks mee te maken krijgen. Het kan namelijk niet zo zijn dat er straks een discussie plaatsvindt, die we uiteindelijk met de accountant moeten gaan voeren over de vraag of iets wel of niet binnen de regels past.
Tot zover, voorzitter, in tweede termijn.
De voorzitter:
Dank u wel. Meneer Van Meenen, bent u in staat om direct te antwoorden? Ik zie u vijf minuten gebaren en daarom schors ik de vergadering voor vijf minuten.