Verslag van de vergadering van 22 september 2026 (2026/2027 nr. 01)
Status: ongecorrigeerd
Aanvang: 11.45 uur
Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.
De heer Meijer i (VVD):
Dank u wel, voorzitter. De VVD-fractie vindt het een goede zaak dat dit wetsvoorstel vandaag voorligt. Mensenhandel is een mensonterend delict. Er wordt inbreuk gemaakt op de persoonlijke vrijheid van slachtoffers. Ze verkeren vaak in een afhankelijkheidssituatie en dat gaat gepaard met een aantasting van de menselijke waardigheid en de lichamelijke integriteit. Mooie volzinnen, maar achter die volzinnen gaat natuurlijk veel individueel menselijk leed schuil; de vorige sprekers hebben daar ook al op gewezen.
Uitbuiting van arbeidsmigranten en seksuele uitbuiting nemen toe. Daarom is het goed dat de aanpak daarvan geïntensiveerd wordt. De modernisering en uitbreiding van de strafbaarstelling, zoals opgenomen in dit wetsvoorstel, is daarin een noodzakelijk onderdeel. Zo wordt de strafbepaling vereenvoudigd, de samenhang tussen de verschillende delictsvormen verbeterd en sluiten de strafmaxima beter aan op het karakter van de gedragingen. Ook is de verhouding tussen mensenhandel en uitbuiting verduidelijkt en kan er beter opgetreden worden tegen misstanden in de arbeidssfeer. Allemaal verbeteringen waar onze fractie van harte mee instemt en die de rechtspraktijk voldoende houvast bieden.
Het wetsvoorstel kende een gedegen behandeling in de Tweede Kamer, waarbij acht amendementen aangenomen zijn voordat het uiteindelijk unaniem aanvaard is. Bij de amendementen zaten wat ons betreft duidelijke verbeteringen. Ik had daarbij de aangifteplicht willen noemen, maar ik zie dat daar, zoals de andere sprekers al hebben aangegeven, ook wel nadelen aan zitten. Ik ben dus benieuwd naar de antwoorden van de minister op de opmerkingen die dienaangaande door andere sprekers zijn gemaakt, maar wat ons betreft kan een grotere aangiftebereidheid de aanpak van mensenhandel wel goed ondersteunen.
Hier in de Eerste Kamer hebben we inmiddels drie schriftelijke rondes achter de rug en hoewel het aantrekkelijk is om de verschillende thema's nog eens te belichten, zal ik dat niet doen. Het wordt dan toch een beetje een herhaling van zetten. We willen vandaag vooral beoordelen of de geamendeerde tekst voldoende duidelijk is. Dan is er één amendement waar ik speciaal aandacht voor wil vragen. Per amendement zijn drie uitbuitingsvormen toegevoegd aan de niet-limitatieve opsomming van specifieke uitbuitingsvormen in de strafbepaling van mensenhandel. Het gaat om illegale adoptie, draagmoederschap en gedwongen huwelijk. Mijn fractie bedankt de minister voor de brief van 20 april jongstleden, waarin hij desgevraagd ingaat op de praktische toepassing van deze drie uitbuitingsvormen.
Op het punt van gedwongen huwelijken resteren bij ons, mede op aangeven van de al eerder genoemde organisatie Femmes for Freedom, nog wel vragen. De begrippen "gedwongen huwelijk" en "huwelijkse uitbuiting" overlappen elkaar niet geheel. Uitbuiting in het huwelijk kan immers ook plaatsvinden als het huwelijk formeel vrijwillig is gesloten, maar de relatie verwordt tot een situatie van dwang en exploitatie. De minister erkent dat ook in zijn brief. Aangegeven wordt dat als er voldaan wordt aan de in de wet genoemde voorwaarden voor strafbaarheid wegens mensenhandel, de werkingssfeer van de wet zich ook kan uitstrekken tot vormen van uitbuiting die niet nadrukkelijk zijn opgenomen in de wettelijk niet-limitatieve opsomming van specifieke vormen van uitbuiting.
Om misverstanden weg te nemen, stelt mijn fractie het — in het verlengde van de vraag van de heer Dittrich — op prijs als de minister dat nog eens wil benadrukken in zijn beantwoording. Daarmee wordt het immers nog nadrukkelijker onderdeel van de wetsgeschiedenis en daarmee ook van het toetsingskader in de rechtspraktijk. Femmes for Freedom pleit voor een novelle op dit punt. Mijn fractie is terughoudend met het bepleiten van de inzet van een instrument. Dat is de laatste tijd al bovengemiddeld vaak ingezet. De inzet ervan leidt tot een vertraging van zo'n negen maanden, blijkt in de praktijk, voordat deze wet dan kan worden vastgesteld. Daarmee is de aanpak van mensenhandel en uitbuiting niet gediend. Als men het al wettelijk expliciet wil vastleggen, dan kan er misschien nog aan reparatiewetgeving worden gedacht, bijvoorbeeld bij de implementatiewet richtlijn mensenhandel waarover volgende week een wetgevingsoverleg in de Tweede Kamer plaatsvindt. Maar wat ons betreft is het belangrijkste dat we nu deze wet vaststellen en dat we daarmee verdergaan. Ik vraag de minister om nog eens te bevestigen wat ik net geformuleerd heb.
Ten slotte wil ik aandacht vragen voor de uitvoering van de wet. Ik denk dat die in het Tweede Kamerdebat nadrukkelijk aan de orde gaat komen volgende week. Ik wil in ieder geval benadrukken dat wij signalen kregen van de VNG, die positief staat ten opzichte van deze wet, maar nog wel wat haken en ogen in de uitvoering ziet. Ik neem aan dat u daar in het bestuurlijk overleg aandacht aan zult besteden.
Voorzitter. We zien de beantwoording van de minister met belangstelling tegemoet.
De voorzitter:
Ik dank u wel. Wenst een van de leden in de eerste termijn nog het woord? Dat is niet het geval. Dan zijn wij toe aan de beantwoording van de regering in de eerste termijn. Is de minister in staat om direct te antwoorden of heeft hij behoefte aan een schorsing? Hij verzoekt om drie minuten schorsing.