Plenair Van Hattem bij voortzetting behandeling Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring



Verslag van de vergadering van 13 oktober 2026 (2026/2027 nr. 04)

Status: ongecorrigeerd

Aanvang: 19.11 uur

Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Van Hattem i (PVV):

Dank, voorzitter. Dank aan de minister voor de beantwoording in de eerste termijn. Allereerst de al dan niet uitgeprocedeerde Syrische jongeren die onze steden onveilig maken. De minister geeft aan dat deze wet een ongewenstverklaring mogelijk maakt. Dat is op zich prima, maar wat gebeurt er nu op korte termijn? Zo'n ongewenstverklaring is er namelijk pas in een latere fase van het proces. Dan kan het zijn dat ze zelfs al uit het land vertrokken zijn. Wat gaat er dus op korte termijn gebeuren? Wat gaat hij doen om dit tuig ons land uit te krijgen? Daar had ik toch graag een iets concretere reactie op, na wat hij afgelopen zondag deed voorkomen bij WNL Op Zondag.

Gelet op dit soort agressieve Syrische jongeren wil ik de minister ook vragen of hij zich kan voorstellen dat veel mensen, zoals in het dorp Engelen, er niet op zitten te wachten dat er een amv-locatie in hun dorp komt, en al helemaal niet voor een periode van vijftien jaar. Kan de minister zich dat voorstellen?

Ik had ook nog gevraagd hoeveel illegalen er nu daadwerkelijk aangepakt en uitgezet zullen worden. Worden dat er meer dan de 100 tot 300 per jaar waar de minister het eerder over had? Met volgens het WODC 20.000 tot mogelijk 200.000 illegalen schiet dat niet op. Graag dus een concretere reactie daarop.

Dan een opmerking over de verwevenheid van de rechterlijke macht en de asiellobby. Ik vind het goed dat de minister onderkent dat er een bepaalde asiellobby is die ervoor zorgt dat asielzoekers tot al die dwangsomaanvragen komen. Maar in het artikel dat ik aanhaalde, zit eigenlijk een veel ergere verwevenheid, die ook effect heeft op de rechterlijke uitspraken en die de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht aantast. In het artikel wordt beschreven dat een lid van de Raad van State samen met VluchtelingenWerk een vakblad uitbrengt. Hij is betrokken bij de Stichting Migratierecht Nederland. In de redactie van dat vakblad zitten ook medewerkers van de IND en Vluchtelingenwerk. Die zitten dus samen in één redactie. Zaken uit dat vakblad worden gebruikt als duiding bij gerechtelijke uitspraken. Dat heeft dus direct effect op onze rechtsmacht.

VluchtelingenWerk heeft ook nog een Commissie Strategisch Procederen, die bewust een zaak uitkiest om bij de hoogste rechter een principiële uitspraak af te dwingen. Daaruit vloeit dus jurisprudentie voort voor het gehele asiel- en migratiesysteem. Die Commissie Strategisch Procederen vierde drie jaar geleden haar tienjarig jubileum. De voorzitter van de Vreemdelingenkamer van de Raad van State, het hoogste orgaan binnen het vreemdelingenrecht in Nederland, kwam daar spreken en deze club feliciteren. Deze club, die tegen de Staat procedeert, werd dus gefeliciteerd met haar successen door de hoogste vreemdelingenrechter in Nederland.

Als ik zie wat er in het genoemde artikel staat aan verwevenheid, vraag ik de minister of hij dit een acceptabele ontwikkeling acht. Zou er niet meer distantie moeten zijn tussen rechterlijke macht en deze asiellobby van clubs als VluchtelingenWerk en andere organisaties die daarmee bezig zijn? Ik snap dat wordt gezegd dat er op het gebied van migratierecht contacten zijn, maar contact is nog wat anders dan institutionele verwevenheid, waarbij mensen gezamenlijk in redacties van vakbladen zitten en organisaties ook effectief met elkaar samenwerken. Op die manier wordt het asielbeleid in Nederland structureel ondermijnd. Ik had daar graag een reflectie op van de minister.

Voorzitter, tot slot. De voorliggende wetten, zoals ik in eerste termijn heb aangegeven, zullen de wereld niet heel erg gaan veranderen. Het zal een druppel zijn op een steeds gloeiender wordende plaat. Die plaat zien we ook in Ter Apel steeds verder overlopen. Een asielstop is dus wat er echt nodig is, evenals een flinke remigratie van degenen die hier niets meer te zoeken hebben. Maar we zullen de wetten wel steunen, want we vinden het belangrijk dat er nu bepaalde stappen gezet worden, ook al was het alleen maar vanwege de dwangsommen. Het is schandalig dat er nu ruim 300 miljoen gereserveerd is om die dwangsommen uit te betalen en dat de asielzoekers hiervan profiteren. Ik durf ze bewust en hard asielprofiteurs te noemen, want ze komen hier niet voor hun veiligheid, maar om onze belastingcenten op te eisen. Dat is gewoon te gek voor woorden.

Voorzitter, tot zover mijn bijdrage in tweede termijn.

Mevrouw Van Bijsterveld i (JA21):

Ik kom nog even terug op de eerste termijn. Daarin interrumpeerde de heer Van Hattem mij. Hij vroeg om zijn interruptie vast te leggen voor de Handelingen, maar ik heb het zeker wel correct gezegd in mijn bijdrage. De PVV heeft tegen de novelle bij de Asielnoodmaatregelenwet gestemd. Dat betekende dat de PVV al aan de voorkant wist dat de Asielnoodmaatregelenwet, waar ze uiteindelijk wel voor heeft gestemd, het niet zou halen. De dwangsommendiscussie die we vandaag hebben, had allang opgelost kunnen zijn als de PVV op dat moment niet zo ingewikkeld had gedaan.

De heer Van Hattem (PVV):

Het ingewikkelde was dat die novelle een afzwakking was van de strafbaarstelling van illegaliteit. Daar zaten we niet op te wachten, zeker niet nadat de minister had gezegd dat er maar 100 tot 3.000 illegalen per jaar aangepakt zouden worden met die wet. Dat is peanuts; dat is helemaal niks.

In mijn interruptie heb ik aangegeven dat wij wel gewoon voor de door minister Faber ingebrachte asielwetten hebben gestemd. Vervolgens gingen de coalitiepartijen, die worden geacht hun verantwoordelijkheid te nemen om het kabinet te dragen, D66 en CDA, tegenstemmen, omdat het niet in hun deugprofiel paste. Dat is natuurlijk de echte kwalijke factor. Zij vinden het belangrijker om te deugen dan om echt te zeggen: we gaan de zaak aanpakken en …

De voorzitter:

Ik stel voor dat we het debat van april niet over gaan doen. Dank u wel voor het maken van dit punt.

De heer Van Hattem (PVV):

Dank dat ik nog een keer mocht toelichten hoe het nu werkelijk zit.

De voorzitter:

Ik heb gemerkt dat u dat wilde. Ik geef de volgende spreker het woord. Dat is mevrouw Huizinga-Heringa van de ChristenUnie.