T04208

Toezegging 1 januari 2029 hanteren als uiterste invoeringsdatum van de Wet herziening bedrag ineens (36.154)



De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zegt de Kamer, naar aanleiding van vragen van de leden Baumgarten (JA21) en Bezaan (PVV), toe om 1 januari 2029 als de uiterste invoeringsdatum van de Wet herziening bedrag ineens te hanteren.


Kerngegevens

Nummer T04208
Status openstaand
Datum toezegging 9 juni 2026
Deadline 1 januari 2029
Verantwoordelijke(n) Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Kamerleden dr. R. Baumgarten (JA21)
mr. I.A. Bezaan (PVV)
Commissie commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW)
Soort activiteit Plenaire vergadering
Categorie overig
Onderwerpen bedrag ineens
invoeringsdatum
Kamerstukken Wet herziening bedrag ineens (36.154)


Uit de stukken

Handelingen I 2025/2026, nr. 32, item 6, p. 5.

De heer Baumgarten (JA21):

(…)

“Voorzitter. Ik ga ook, net als collega Van Gurp, even terug in de tijd, naar 2019 om precies te zijn. In dat jaar werd het pensioenakkoord gesloten. Een van de afspraken uit dat pensioenakkoord was om mensen op pensioengerechtigde leeftijd de mogelijkheid te geven om eenmalig een bedrag van 10% van het pensioenvermogen op te nemen. Die afspraak vormde vervolgens de kern van het wetsvoorstel dat we vandaag behandelen. Hoewel het hernieuwde wetsvoorstel in 2024 al werd aangenomen door de Tweede Kamer en er in 2025 nog werd uitgegaan van 1 juli '26 als invoeringsdatum, bleek deze invoeringsdatum op het laatste moment wederom niet haalbaar. Daarom heeft de regering de invoeringsdatum inmiddels opnieuw verplaatst, ditmaal naar 1 januari 2029.

Dat brengt mij tot de eerste vraag aan de minister. Kan de minister toezeggen 1 januari 2029 te hanteren als de harde uiterste deadline voor invoering?”

Handelingen I 2025/2026, nr. 32, item 6, p. 6.

Mevrouw Bezaan (PVV):

(…)

“Daarom vraag ik de minister tot slot om drie toezeggingen, gerelateerd aan mijn eerder genoemde zorgen. Ten eerste. Kan de minister bevestigen dat 1 januari 2029 inderdaad de uiterste invoeringsdatum is?”

Handelingen I 2025/2026, nr. 32, item 6, p. 14

Minister Vijlbrief:

(…)

“Dan wil ik iets zeggen over die datum. Ik zal er straks iets preciezer op ingaan, maar dit is door allerlei gedoe enorm in de vertraging gekomen. Daar baal ik eigenlijk enorm van. Ik zal daar straks nog wat meer over zeggen, maar het is nu verstandig om toch naar die 1 januari '29 te springen. Dan ga je over de transitie heen. Ik ben het wel met de Kamer eens dat het op een gegeven moment ook wel ophoudt met het uitstel, dus ik verbind mijn nek eraan dat we dat ook per 1 januari '29 gaan doen. Met andere woorden, deze toezegging wil ik hier nu doen. Dan is er helderheid over dat we dat dan gaan doen. Als we het dan niet halen, kunnen jullie deze minister altijd naar deze Kamer of naar de andere kant sleuren en dan loopt het niet goed met mij af. Ik ga proberen om dat echt te doen.”

Handelingen I 2025/2026, nr. 32, item 6, p. 16

Minister Vijlbrief:

(…)

“Daarom spring ik naar 1 januari '29. Ik zeg er wel bij dat dit dan ook wel een harde datum is. Verder dan dat kan ik niet gaan.”


Brondocumenten


Historie

  • 9 juni 2026
    toezegging gedaan