T04207

Toezegging Aandacht voor financieel kwetsbare groepen en Nibudtool bij evaluatie (36.154)



De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zegt de Kamer, naar aanleiding van vragen van de leden Van Gurp (GroenLinks-PvdA) en Moonen (D66), toe dat bij de evaluatie na twee jaar specifiek aandacht zal worden besteed aan de tool van het Nibud en de effecten van de Wet herziening bedrag ineens voor de mensen die financieel minder geletterd zijn en voor de mensen aan de onderkant van het financiële huis.


Kerngegevens

Nummer T04207
Status openstaand
Datum toezegging 9 juni 2026
Deadline 1 januari 2031
Verantwoordelijke(n) Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Kamerleden drs. R. van Gurp (GroenLinks-PvdA)
Ir. ing. C.P.M. Moonen (D66)
Commissie commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW)
Soort activiteit Plenaire vergadering
Categorie evaluatie
Onderwerpen bedrag ineens
evaluaties
kwetsbare groepen
Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting
Kamerstukken Wet herziening bedrag ineens (36.154)


Uit de stukken

Handelingen I 2025/2026, nr. 32, item 6, p. 4

De heer Van Gurp (GroenLinks-PvdA):

“U hoort het: wij zijn geneigd om mee te gaan met het voorstel, want op een aantal inhoudelijke punten en in de planning zijn er aanzienlijke stappen vooruit gemaakt. We maken ons nog zorgen over de keuzebegeleiding. Zou de minister willen toezeggen dat er vrij snel na invoering van dit systeem — ik denk aan een periode van een jaar of twee — een wetsevaluatie plaatsvindt, die met name ziet op de keuzebegeleiding en op de effecten voor de mensen die financieel minder geletterd zijn en de mensen aan de onderkant van het financiële huis? Dan zijn we namelijk in staat om de vinger aan de pols te houden en weten we of de uitvoerders de verantwoordelijkheid die zij bij wet opgedragen krijgen, ook daadwerkelijk waar kunnen maken. Het lijkt me dus ook voor hen van groot belang.”

Handelingen I 2025/2026, nr. 32, item 6, p. 12

Mevrouw Moonen (D66):

“De fractie van D66 vindt het belangrijk om de uitwerking van de Wet bedrag ineens vanaf de inwerkingtreding in de praktijk te volgen. Ook de heer Van Gurp vroeg daarnaar. De heer Van Gurp vroeg al: kan de minister toezeggen de uitwerking van de Wet bedrag ineens vanaf de inwerkingtreding te monitoren en die eerder te evalueren? Dan krijgen we eerder zicht op hoe het uitpakt in de praktijk. Dat verzoek van de heer Van Gurp is mij uit het hart gegrepen. Daar sluit ik mij dus graag bij aan. Kan de minister een en ander toezeggen over het naar voren halen van zijn evaluatie of monitoring? Dan hebben we veel eerder zicht op de kwetsbaarheid en op de vraag hoe dit zich in de praktijk voltrekt.”

Handelingen I 2025/2026, nr. 32, item 6, p. 19

Minister Vijlbrief:

(…)

“Dan kom ik bij het einde van mijn beantwoording. Ik heb nog een vraag van de heer Van Gurp en van mevrouw Moonen. "Is de minister bereid om de uitvoering van de wet al op vrij korte termijn aan een evaluatie te onderwerpen, bijvoorbeeld twee jaar na de invoering?" Er wordt al op twee momenten geëvalueerd, eerst twee jaar na inwerkingtreding en vervolgens na drie jaar. De heer Van Gurp en mevrouw Moonen zeiden: kijk dan vooral naar de groepen waar het om gaat. Ik kan toezeggen dat wij ons bij die evaluatie specifiek zullen richten op die groepen en daarmee ook op: werkt die nieuwe tool wel zoals we dachten? Misschien kan ik de heer Van Apeldoorn ook nog een klein beetje verleiden om toch dit idee te steunen. Maar ik ga niet de hele discussie weer herhalen.”

De heer Van Gurp (GroenLinks-PvdA):

“Ik ben heel blij met die toezegging, maar nog even over die termijn. U zei: er wordt twee keer geëvalueerd en dan na drie jaar of zo. Mijn voorstel was om het na twee jaar te doen, dus om het een jaar naar voren te halen, omdat we niet goed weten hoe dit allemaal gaat werken.”

Minister Vijlbrief:

“Dan ben ik heel onduidelijk geweest. Ik had moeten zeggen: er wordt op twee momenten geëvalueerd. Dat staat nu in de wet. Eerst na twee jaar en dan nog een keer na drie jaar. Dus aan dat moment na twee jaar voeg ik dit element expliciet toe.”


Brondocumenten


Historie

  • 9 juni 2026
    toezegging gedaan