T01303

Toezegging Bijdrage Nederland Ontwikkelingsbank van de Raad van Europa (32.502)



De minister van Buitenlandse Zaken zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Kox (SP), toe de Kamer nader te informeren over het onthouden van Nederlandse steun aan de kapitaalsuitbreiding van de Ontwikkelingsbank van de Raad van Europa en of dit ook in de toekomst het standpunt zal blijven.


Kerngegevens

Nummer T01303
Status voldaan
Datum toezegging 19 april 2011
Deadline 1 juli 2012
Verantwoordelijke(n) Minister van Buitenlandse Zaken
Kamerleden M.J.M. Kox (SP)
Commissie commissie voor Europese Samenwerkingsorganisaties (ESO)
Soort activiteit Plenaire vergadering
Categorie brief/nota
Onderwerpen Ontwikkelingsbank
Raad van Europa
Kamerstukken Staat van de Europese Unie 2010-2011 (32.502)


Uit de stukken

Handelingen I 2010/11, nr. 25, item 2, blz. 12

De heer Kox (SP):

Ik ben blij dat de minister in zijn notitie wel steun uitspreekt voor andere belangrijke organen zoals de Commissie voor de Preventie van Foltering en de Europese Commissie tegen Racisme en Intolerantie. Ik zou ook zijn steun willen vragen voor het werk van de Ontwikkelingsbank van de Raad van Europa. Voorstellen daartoe van onze collega Tuur Elzinga zijn overgenomen door de Parlementaire Assemblee en de bestuursraad van de Ontwikkelingsbank. Maar Nederland onthield zich, samen met Zwitserland en Liechtenstein – noem mij uw vrienden en ik zeg wie u bent – van steun aan kapitaalsuitbreiding van de Ontwikkelingsbank, terwijl het geen cent extra hoeft te kosten. Wil de minister zich daar nog eens in verdiepen?

Handelingen I 2010/11, nr. 25, item 8,  blz. 73

De heer Kox (SP):

Voorafgaande daaraan krijg ik graag op enigerlei wijze nog antwoord op enkele door mij gestelde, maar nog niet beantwoorde vragen. Hoe legt de regering haar bijzondere positie uit ten aanzien van de stellingname over de Ontwikkelingsbank van de Raad van Europa? Deze zaak hebben wij overgenomen gekregen.

Handelingen I 2010/11, nr. 25, item 8 - blz. 82

Minister Rosenthal:

Dan kom ik bij de vragen van de heer Kox. Dat waren er vijf. Zijn eerste vraag betreft de Ontwikkelingsbank van de Raad van Europa. Ik heb in mijn notities staan dat wij economische soberheid betrachten en dat we van doen hebben met een groot aantal banken die we al in the picture hebben, het is niet anders: de World Bank, de EBRD, de Europese Investeringsbank et cetera.

Als de vraag gericht is op het vullen van de kredieten van de Ontwikkelingsbank van de Raad van Europa, kan ik niet zeggen dat we dat zomaar kunnen doen. Wij moeten dit ongetwijfeld ook bekijken in het licht van al die andere gelden waarmee die goede zaken worden bediend.

De heer Kox (SP):

Ik hoef het nu allemaal niet precies te weten, maar het problematische was dat alle Europese landen hebben ingestemd, behalve Nederland, Zwitserland en Liechtenstein. Het kan toevallig zijn, maar op zo'n moment vraag ik mij af of wij hier te veel kruidenier zijn geweest. En nog een keer, deze verruiming van de garantie kost ons niet eens geld. Ik vraag om er nog een keer naar te kijken. Het zou kunnen dat Nederland iets te voorzichtig is geweest.

Minister Rosenthal:

Ernaar kijken of wij in het goede gezelschap van Zwitserland en Liechtenstein willen blijven of ons willen scharen bij anderen, dat wil ik graag doen.


Brondocumenten


Historie