De staatssecretaris van Onderwijs en Emancipatie zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Kemperman (FVD), toe de Kamer vóór de zomer van 2026 per brief te informeren over de wijze waarop de regering omgaat met de gevolgen van het arrest van de Hoge Raad van 21 april 2026 over artikel 5, onder b, van de Leerplichtwet 1969 voor thuisonderwijs.
| Nummer | T04190 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 26 mei 2026 |
| Deadline | 1 juli 2026 |
| Verantwoordelijke(n) | staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap |
| Kamerleden | drs. E. Kemperman MBA (FVD) |
| Commissie | commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | brief/nota |
| Onderwerpen | artikel 5 onder b Hoge Raad der Nederlanden Leerplichtwet 1969 thuisonderwijs |
| Kamerstukken | Wet herziening wettelijke grondslagen kerndoelen (36.699) |
Handelingen I 2025/2026, nr. , item , p. .
De heer Kemperman (FVD):
Wij hebben natuurlijk uitvoerende instanties nodig die toezicht houden op de uitvoering van de wetten die wij hier in dit land met elkaar afspreken. Ik kan een kort voorbeeld geven. We zien vrij recent dat het aantal aanmeldingen voor het aanvragen van een ontheffing voor thuisonderwijs is verviervoudigd. We zien dat sommige steden als reflex daarop direct de leerplichtambtenaren op pad sturen. Ik zal niet zeggen dat ze dat doen met het mes tussen de tanden, maar toch wel met een straffe boodschap. Laat dat dus aan de politiek. Laat die ruimte en koester die als het grootste goed in ons onderwijsstelsel. Dat is eigenlijk de kern van mijn betoog.
(…)
Handelingen I 2025/2026, nr. , item , p. .
Staatssecretaris Tielen:
(…) De vraag over thuisonderwijs is natuurlijk superactueel. (…) De Hoge Raad heeft volgens mij een arrest uitgesproken waarin is gezegd dat een openbare school in de omgeving, binnen een bepaalde straal, gewoon goed onderwijs biedt en dat een kind daar naartoe moet kunnen gaan. Gemeenten en het Openbaar Ministerie kijken nu hoe zij met dat arrest van de Hoge Raad omgaan. Ook ik zal bekijken wat we moeten doen met de vrijstelling, met name de vrijstelling in artikel 5 onder b, van de Leerplichtwet, waarin vanwege richtingsbezwaren vrijstelling kan worden verleend. Daar zijn inderdaad veel aanvragen voor en het aantal vrijstellingen is gigantisch gestegen. Daarom zal ik daarop moeten reageren. Voor de zomer kom ik met een brief naar de Tweede Kamer, waarbij het uitgangspunt dat u mij net hoorde zeggen de basis zal zijn, wetende dat we uiteindelijk ook een politieke meerderheid moeten hebben.
Handelingen I 2025/2026, nr. , item , p. .
De heer Kemperman (FVD):
(…) Ik hoorde de staatssecretaris met betrekking tot de actuele ontwikkelingen rondom het arrest over het thuisonderwijs zeggen dat zij met alle partijen in gesprek gaat en overleg voert et cetera. Toch heeft de gemeente Den Haag al besloten om de ontheffingen in te trekken en actief te gaan handhaven, waardoor de mensen die nu die vrijstelling genieten in die gemeente in september gewoon gedwongen worden in de schoolbanken plaats te nemen. Er zal zeker nog een debat in de Tweede Kamer over komen. Los van wat wij ervan vinden: hoe ziet de staatssecretaris dit? Het arrest is nog niet droog, de staatssecretaris gaat nog in overleg en we gaan kijken hoe dat geïnterpreteerd moet worden, maar een gemeente zegt al tegen de onderwijsinspectie: we trekken de ontheffingen in en mensen zijn verplicht om regulier onderwijs te volgen.
Dat waren mijn vragen. Ik zie uit naar de antwoorden. Dank u wel.
Handelingen I 2025/2026, nr. , item , p. .
Staatssecretaris Tielen:
Meneer Kemperman had ook nog een vraag die eigenlijk vooral met de actualiteit te maken heeft, namelijk over het thuisonderwijs en het besluit van de gemeente Den Haag. De Hoge Raad heeft in april een uitspraak gedaan over een vrijstelling op basis van levensbeschouwing. We noemen die in goed vakjargon "vrijstelling 5 onder b". De uitspraak van de Hoge Raad zegt eigenlijk dat daar alleen in zeer uitzonderlijke gevallen ruimte voor moet zijn. De reden daarvoor is, geparafraseerd in mijn woorden, dat er in Nederland zo'n divers scholenaanbod is en er eigenlijk altijd binnen 6 kilometer voor het basisonderwijs en binnen 20 kilometer voor het voortgezet onderwijs een openbare school is waar je terecht kan. Dat is een juridisch feit, eigenlijk ook een nieuw juridisch feit. Het is dus van toepassing op iedereen, zeker op de partijen die dat handhaven. Gemeenten en het Openbaar Ministerie hebben natuurlijk een rol in het handhaven van de Leerplichtwet. Het is aan hen om zich daartoe te verhouden, om het maar zo te zeggen.
Tegelijkertijd hebben wij natuurlijk in Den Haag, niet de gemeente Den Haag, maar hier bij de uitvoerende macht, ook wel een verantwoordelijkheid, omdat wij ook naar die wet moeten kijken. Zoals ik eerder al zei, vind ik het belangrijk dat alle kinderen goed onderwijs krijgen, het liefst door een bevoegde docent en samen met leeftijdgenoten. Dat betekent dat ze het liefst naar school gaan. Ik zal dus voor de zomer de Kamer informeren over hoe we daar vanuit ons mee om moeten gaan. Dat we het niet kunnen laten sudderen, blijkt wel uit de enorme groei van het aantal kinderen die daardoor niet naar school gaan.
-
26 mei 2026
toezegging gedaan