T04156

Toezegging Definitie “family life" in werkinstructie IND (36.703/36.704/36.855)



De minister van Asiel en Migratie zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Dittrich (D66), toe dat de definitie van het begrip “family life” zoals bedoeld in artikel 8 EVRM eenduidig in de werkinstructie van de IND zal worden opgenomen, conform de feitelijke benadering van dit begrip door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.


Kerngegevens

Nummer T04156
Status openstaand
Datum toezegging 14 april 2026
Deadline 1 juli 2026
Verantwoordelijke(n) Minister van Asiel en Migratie
Kamerleden mr. B.O. Dittrich (D66)
Commissie commissie voor Immigratie & Asiel / JBZ-Raad (I&A/JBZ)
Soort activiteit Plenaire vergadering
Categorie overig
Onderwerpen family life
Immigratie en Naturalisatiedienst
Werkinstructies
Kamerstukken Novelle aanpassing strafbaarstelling illegaal verblijf (36.855)
Asielnoodmaatregelenwet (36.704)
Wet invoering tweestatusstelsel (36.703)


Uit de stukken

Handelingen I 2025/2026, nr. 25, item 3

De heer Dittrich (D66)

Een jaar of twee geleden hebben we hier in deze plenaire zaal een asieldebat gehad. Toen werd al bekend dat bij de nareis een beperkende voorwaarde zou worden gesteld. Alleen mensen die getrouwd waren in hun land van herkomst, zouden dan als kerngezinlid nareis kunnen krijgen, en anderen werd het veel moeilijker gemaakt. Toen heb ik aan u gevraagd — u stond daar toen ook — of u het met D66 eens was dat dat discriminerend zou kunnen uitpakken naar mensen die niet in hun land van herkomst kunnen trouwen, bijvoorbeeld voor christenen die een gemengd huwelijk willen aangaan of voor homo's en lesbiennes. Toen hebt u gezegd: ja, wij willen eraan werken om dat tegen te gaan. Nou heb ik in dit debat het voorstel gedaan dat de IND een werkinstructie moet krijgen dat in zo'n procedure min of meer automatisch artikel 8 gevolgd moet worden, dat die mensen die dus niet kunnen trouwen omdat dat in het land van herkomst niet mag, op een soepele manier de nareis kunnen krijgen die de anderen, de heteroseksuele paren, krijgen. Mijn vraag is: bent u het daarmee eens, en wilt u ons steunen als we met een motie zouden komen als de minister dit niet toezegt?

Handelingen I 2025/2026, nr. 26, item 3

Minister Van den Brink:

(…)

De heer Dittrich stelde aanvullend de vraag: kan de minister in een werkinstructie aan de IND neerleggen hoe dat zit? De jurisprudentie van 8 EVRM hierover is helder. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens hanteert een feitelijke benadering van de beoordeling van de term "family life". Duurzame relaties vormen family life als de band voldoende reëel en stabiel is. Huwelijk is dus geen vereiste. Het gaat om de feitelijke, hechte gezins- of partnerband. De IND beoordeelt of sprake is van een dergelijke gezinsband, waarbij alle relevante omstandigheden worden meegewogen. Die staande jurisprudentie, waarbij dus niet relevant is of er sprake is van een huwelijk voor de beoordeling van family life, is voor de IND leidend in de wijze waarop ze hiermee werken. De heer Dittrich vraagt mij om dat eenduidig in een werkinstructie van de IND op te nemen, omdat dat belangrijk is. Ik zeg u dan ook graag toe dat de IND de definitie die ik hier net aangaf, ook in z'n werkinstructie zal opnemen.


Brondocumenten


Historie