De minister van Justitie en Veiligheid zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Talsma (ChristenUnie), toe dat hij de technische omissie in de voorgestelde wijziging van artikel 286 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) met betrekking tot de verwijzing naar artikel 285 Sr, zal herstellen.
| Nummer | T04201 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 2 juni 2026 |
| Deadline | 1 juli 2027 |
| Verantwoordelijke(n) | Minister van Justitie en Veiligheid |
| Kamerleden | mr. H.J.J. Talsma (ChristenUnie) |
| Commissie | commissie voor Justitie en Veiligheid (J&V) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | overig |
| Onderwerpen | conversiehandelingen strafbaarstelling technische omissie |
| Kamerstukken | Initiatiefvoorstel-Paulusma, Becker, Westerveld, Dobbe en Kostic Wet strafbaarstelling conversiehandelingen (36.178) |
Handelingen I 2025/2026, nr. 31, item 9, p.
De heer Talsma (ChristenUnie):
Artikel I, onderdeel c, van het wetsvoorstel bevat een wijziging van artikel 286 van het Wetboek van Strafrecht. Het gaat daarbij om de mogelijkheid iemand bij veroordeling wegens specifiek omschreven misdrijven van bepaalde rechten te ontzetten. Onze fracties hebben hierbij enkele vragen. Om te beginnen lijkt het erop dat er een hiaat zit tussen de tekst die volgens het wetsvoorstel vervangen moet worden en de nieuw in te voegen tekst. In de huidige tekst van artikel 286 van het Wetboek van Strafrecht gaat het om veroordeling wegens een in de artikelen 274 tot en met 282 en in het eerste en tweede lid van artikel 285 omschreven misdrijf. De geciteerde tekst die volgens het voorliggende wetsvoorstel vervangen zou moeten worden, namelijk "en in het tweede lid van artikel 285", komt in de huidige wettekst niet voor. Dat kan natuurlijk een taalkundige omissie in het wetsvoorstel zijn, maar die heeft in dit geval wel tot gevolg dat de verwijzing naar artikel 285, eerste lid, met een vermoedelijk onbedoelde pennenstreek uit artikel 286 verdwijnt. Klopt onze aanname, zo is de vraag, dat dit niet de bedoeling van de verdedigers is geweest, en evenmin van de regering? En als dat het geval is, welke consequentie heeft dat dan?
Handelingen I 2025/2026, nr. 31, item 9, p.
Mevrouw Becker:
De heel Talsma vroeg ook iets over de samenloop tussen artikel 285 en artikel 286. De indieners willen de heer Talsma eigenlijk gewoon complimenteren met zijn scherpte. Het gaat hier inderdaad om een technische omissie, die is ontstaan door de indiening, en inmiddels sinds de inwerkingtreding, van een ander wetsvoorstel. Wij zijn dit nagegaan en dit kan worden hersteld. Ik heb begrepen dat de minister straks iets meer zal zeggen over hoe dit zal gaan.
Handelingen I 2025/2026, nr. 31, item 9, p.
Minister Van Weel:
De ontzetting van het recht een ambt te bekleden. Ik kijk even naar de heer Talsma. Ik geloof dat die vraag net ook al adequaat beantwoord is. Dan de technische omissie. Zeer scherp van u. Het komt niet vaak voor dat twee wetten dezelfde bepaling raken en dat dit nu gebeurd is. Ik ga dat zo snel mogelijk herstellen. Ik kijk even hoe ik dat op de meest technische manier kan doen zonder de inwerkingtreding hiervan te hoeven vertragen. Ik kan nog niet concreet zeggen hoe ik dat ga doen, maar we gaan het doen.
Brondocumenten
-
behandeling Verslag EK 2025/2026, nr. 31, item 9
-
2 juni 2026
toezegging gedaan