Naar hoofdinhoud Naar hoofdnavigatiemenu
T01694

Toezegging In beleidsregels OM nader inkaderen misdrijven waarvoor herziening ten nadele kan worden verzocht tot misdrijven waarbij de opzet ook gericht is op het dodelijk gevolg (32.044)



De minister van Veiligheid & Justitie zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Swagerman, toe dat hij door middel van een aanwijzing aan het OM zeker zal stellen dat herziening ten nadele in de praktijk uitsluitend toepassing zal vinden bij misdrijven waarbij de dader opzettelijk de dood van een ander heeft veroorzaakt, of waarbij de dader de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat een ander wordt gedood, de zogenoemde voorwaardelijke opzet.


Kerngegevens

Nummer T01694
Status voldaan
Datum toezegging 9 april 2013
Deadline 1 juli 2013
Verantwoordelijke(n) Minister van Veiligheid en Justitie
Kamerleden Mr. B.J. Swagerman (VVD)
Commissie commissie voor Veiligheid en Justitie (V&J)
Soort activiteit Plenaire vergadering
Categorie lagere regelgeving
Onderwerpen opzet
reikwijdte
Wet herziening ten nadele
Kamerstukken Wet herziening ten nadele (32.044)


Uit de stukken

Handelingen I 2012-2013, nr. 23 - blz. 2

De heer Swagerman (VVD):

Mijn fractie zou graag nadere duiding willen van de minister op een tweetal punten: 1. de opzet bij het begaan van het misdrijf en 2. het ontwerpbesluit. Ten aanzien van het eerste punt hecht mijn fractie aan een garantie van de minister dat de opzet ook gericht is op het dodelijk gevolg.

Handelingen I 2012-2013, nr. 23 - blz. 5

Minister Opstelten:

Voorzitter. Bij de heropening van het debat over dit wetsvoorstel, waarover wij twee weken geleden intensief hebben gesproken, zijn door de heer Swagerman nog twee punten aan de orde gesteld. Ik zal ze graag naar eer en geweten beantwoorden. Op welke wijze wordt het toepassingsbereik van de Wet herziening ten nadele op grond van een novum beperkt? Gehoord de interventie van de heer Swagerman over de huidige reikwijdte van het voorstel, zal ik zekerstellen dat dit wetsvoorstel in de praktijk uitsluitend toepassing zal vinden in de gevallen waarin het er echt om gaat: misdrijven waarbij de dader opzettelijk de dood van een ander heeft veroorzaakt. Deze nadere inkadering wil ik hecht in de uitvoeringspraktijk verankeren – ik zeg dit met nadruk – door haar in de beleidsregels van het Openbaar Ministerie op te nemen. Herziening ten nadele op grond van een novum kan alleen worden aangevraagd ingeval van misdrijven waarbij opzettelijk de dood van een ander is veroorzaakt. Herziening is dan uitgesloten bij een misdrijf als eenvoudige mishandeling met een dodelijke afloop. Onder het opzettelijk veroorzaken van andermans dood blijft uiteraard ook voorwaardelijke opzet vallen. Degene die bewust de aanmerkelijke kans aanvaardt dat een ander wordt gedood, veroorzaakt die dood opzettelijk. Met deze nadere inkadering hebben wij het over een aanzienlijk aantal feiten, namelijk alle misdrijven die tegen het leven zijn gericht en die zijn omschreven in Titel 19, Boek 2 van het Wetboek van Strafrecht. Te noemen zijn dan uiteraard moord en doodslag in al hun varianten, maar bijvoorbeeld ook kindermoord. Daarnaast blijven aanslagmisdrijven, zoals aanslagen tegen de Koning, onder het criterium vallen. Langs de band van de beleidsregels van het Openbaar Ministerie vindt hiermee een zekere stroomlijning van de wettelijke regeling plaats.


Brondocumenten


Historie