T01509

Toezegging Internetverkoop leeftijdsgebonden producten (32.022)



De Minister van Veiligheid en Justitie zal de Kamer, naar aanleiding van een opmerking van het lid Scholten, voor 1 juni 2012 per brief informeren over de uitkomsten van de inventarisatie van de internetverkoop van leeftijdsgebonden producten; daarbij zal ook worden ingegaan op de kenbaarheid van de identiteit van de koper. 


Kerngegevens

Nummer T01509
Status voldaan
Datum toezegging 22 mei 2012
Deadline 1 juli 2012
Verantwoordelijke(n) Minister van Veiligheid en Justitie
Kamerleden mr. M.C. Scholten (D66)
Commissie commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS)
Soort activiteit Plenaire vergadering
Categorie brief/nota
Onderwerpen internet
jongeren
verkoop
Kamerstukken Terugdringen alcoholgebruik onder jongeren (32.022)


Opmerking

Zie ook T01772

Uit de stukken

Handelingen I 2011-2012, nr. 30-5- blz. 17

Mevrouw Scholten (D66): Ook de verkoop van alcohol via internet baart mijn fractie zorgen. Uit het antwoord van de minister over dit onderwerp op onze vraag hierover blijkt dat het kabinet een inventarisatie doet hoe de leeftijd op internet kan worden gecontroleerd. Mijn fractie is erg benieuwd naar deze inventarisatie, die de minister aan de Tweede Kamer heeft beloofd. Op welke termijn kunnen wij die verwachten? Een punt is ook, waarover ik de minister in zijn antwoord niet heb gehoord, dat de verkoop op internet, beheerst door Boek 7, artikel 46c – zeg ik uit mijn hoofd – van het BW, de koper beschermt en niet reguleert hoe de verkoper zich gedraagt ten opzichte van die koper. De verkoper zou in feite dus moeten kunnen registreren hoe oud de koper is die het bier op internet koopt. Het is maar een vraag. Ik weet niet hoe de minister dit in de praktijk gere-aliseerd zou willen zien. Deze vraag lijkt mij bij uitstek geschikt voor de minister van Veiligheid en Justitie.

Handelingen I 2011-2012, nr. 30-7- blz. 41/42

Minister Opstelten: Ik kom bij de vraag van mevrouw Scholten over internetverkoop. Ik kom natuurlijk op haar specifieke vraag over artikel 46c in boek 7 van het Burgerlijk Wetboek. Die vraag had ik kunnen verwachten. De verkoop van alcohol via internet is een punt van aandacht. Het gaat hierbij vooral om het bezorgen van drank aan huis. Ik wil daarop heel eerlijk reageren. De bezorgers zijn primair verant woordelijk voor het naleven van de wet. Het blijkt dat zij dit in bijna alle gevallen niet doen. Het is erg moeilijk om daar toezicht op te houden, omdat traditionele controle in dergelijke situaties niet mogelijk is. Het gaat immers om levering aan de voordeur. Ouders moeten hun kinderen dus goed in de gaten houden. Samen met mijn collega's Schippers en Spies ben ik bezig met een inventarisatie van de mogelijkheden om de internetverkoop van leeftijdsgebonden producten zoals alcohol, wapens, films en games zodanig in te richten dat de naleving wordt verbeterd. Dat weten de leden. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan, zeg ik er eerlijk bij. Hierbij wordt gedacht aan een brede oplossing waarmee het probleem over de hele linie wordt aangepakt. Voor 1 juni – ik besef dat dit heel snel is – zal een brief aan de Kamer worden gestuurd. In deze brief zal de Kamer nader worden geïnformeerd over de uitkomsten van deze inventarisatie. Dat is ook tijd, want de inventarisatie vindt inmiddels al een tijdje plaats. Wij zullen in de brief ook ingaan op de maatregelen die wij naar aanleiding van deze inventarisatie denken te moeten nemen. Mevrouw Scholten heeft gerefereerd aan het Burgerlijk Wetboek, dat gaat over de identiteit van de verkoper bij internetverkoop. Zij zou graag zien dat ook de identiteit van de koper kenbaar wordt. Op internet kan men zich eenvoudig verschuilen en op dit moment kan ik daar geen oplossing voor bieden. Daar ben ik eerlijk in. Ik zal dit punt meenemen in de inventarisatie die ik net heb genoemd. Ik zal de Kamer op de hoogte stellen van de manier waarop wij hiermee omgaan en zal er nadere verdieping aan geven.

Handelingen I 2011-2012, nr. 30-7- blz. 45

Mevrouw Scholten (D66): Ik ben blij met de toezegging dat volgende week, voor 1 juni of uiterlijk op 1 juni, een inventarisatie zal plaatsvinden. Ik heb echter het idee dat het een buitengewoon moeizaam traject is om de verkoop op internetgebied te kunnen controleren. Ik heb begrepen dat de minister dat idee deelt.


Brondocumenten


Historie