Naar hoofdinhoud Naar hoofdnavigatiemenu
T00434

Toezegging Opbrengst verpakkingsbelasting (31.205/31.206)



De staatssecretaris zegt toe de ontwikkeling van de opbrengst van de verpakkingenbelasting te monitoren. Daarbij zal hij bijzondere aandacht besteden aan, met name, het gewichtsaspect van de belastingheffing op houten pallets. Indien zou blijken dat de werkelijke opbrengst sterk afwijkt van de gemaakte ramingen, dan zal de staatssecretaris dit in overleg met het bedrijfsleven nader bekijken. Eveneens zegt de staatssecretaris toe de ontwikkeling van de administratieve lasten terzake te monitoren, bijvoorbeeld met de belevingsmeter voor ondernemers.


Kerngegevens

Nummer T00434
Oorspronkelijke nummer tz_FIN_2008_5
Status voldaan
Datum toezegging 18 december 2007
Deadline 1 januari 2011
Verantwoordelijke(n) Staatssecretaris van Financiën
Kamerleden mr. G.J.J. Biermans (VVD)
Prof.dr. P.H.J. Essers (CDA)
prof. dr. F. Leijnse (PvdA)
Commissie commissie voor Financiën (FIN)
Soort activiteit Plenaire vergadering
Categorie brief/nota
Kamerstukken Overige fiscale maatregelen 2008 (31.206)
Belastingplan 2008 (31.205)


Uit de stukken

Handelingen I 2007-2008, nr. 15 – 596/7

Staatssecretaris De Jager:  Ik kom bij de verpakkingenbelasting. De heer Essers wees op een mogelijke miscommunicatie met betrekking tot de definities van primaire verpakkingen en consumentenverpakkingen. Hij vraagt of de opbrengst van de verpakkingenbelasting daardoor hoger zou kunnen uitvallen dan geraamd. Het gaat in deze discussie over de cijfers die zijn gebruikt als basis voor de raming van de tarieven van de verpakkingen­belasting. Hierbij speelt natuurlijk het probleem van een gebrek aan goed onderbouwde en betrouwbare cijfers; er was geen empirisch materiaal. Er bestaan cijfers van de Commissie Verpakkingen, maar die zijn niet up to date. Bovendien was er behoefte aan cijfers die tot op heden niet werden bijgehouden, zoals over primaire verpakkingen. Een en ander maakt de raming van de juiste tarieven erg lastig. De uiteindelijk gebruikte cijfers zijn in overleg met het bedrijfsleven vastgesteld. VNO-NCW en MKB Nederland komen terug op een deel van de cijfers en hebben recentelijk hiervoor nieuwe cijfers aangeleverd. Er is dus geen sprake van miscommunicatie tussen ons en het bedrijfsleven; wel zijn er nieuwe cijfers, maar die zijn tot op heden niet goed onderbouwd. Gezien alle onzekerheden, zie ik geen reden om de gebruikte raming op dit moment aan te passen.

De heer Essers (CDA): Voorzitter. De staatssecretaris ziet op dit moment geen reden om de ramingen aan te passen, maar is hij wel bereid om met het bedrijfsleven in gesprek te gaan over een aanpassing van de cijfers?

Staatssecretaris De Jager: Ik kom u halverwege tegemoet. Ik zou graag met het bedrijfsleven nogmaals in gesprek gaan, maar ik zie geen reden om de cijfers aan te passen. Voor het komende jaar is dit overigens niet meer mogelijk. Wat wij wel kunnen doen, is de gang van zaken, de ontwikkeling van de opbrengst monitoren. Als wij er echt flink naast zitten, lijkt het mij goed om dit gezamenlijk nog eens te bekijken. De door een ondernemer betaalde verpakkingenbelasting en de kosten die hij maakt om te kunnen voldoen aan de vereisten van deze belasting, mogen van de winst worden afgetrokken. Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling om het toezicht te richten op bedrijven die zo omstreeks 15.000 kg aan verpakkingen op de markt brengen, de nadruk zal bij de controle aanvankelijk worden gelegd op bedrijven die echt grote volumes produceren. Daarbij zal de Belastingdienst terughoudend zijn bij het opleggen van sancties. Bedrijven hebben immers tijd nodig om te wennen aan een nieuwe belasting en daarbij behoort een opstelling van de overheid die gericht is op overleg en dienstverlening. Met dit uitgangspunt gaat de Belastingdienst de verpakkingenbelastingregeling uitvoeren. Alleen in gevallen van overduidelijke, bewuste non-compliance komen sancties in beeld.

De heer Leijnse (PvdA): Voorzitter, ik incasseer graag de toezegging van de staatssecretaris aan de heer Essers om de belastingheffing op houten pallets nog eens te bekijken. Zou hij daarbij vooral op het aspect van het gewicht willen letten? De heffing begint pas boven een totaalgewicht van 15.000 kg; sommige verpakkingsmaterialen komen eerder boven de drempel uit dan andere, en dan is met name een probleem bij houten pallets.

Staatssecretaris De Jager: Dat aspect zal ik erbij betrekken. Het is altijd goed om bij een nieuwe belasting even goed in de gaten te houden hoe het in de praktijk gaat, opdat je als wetgever redelijk en billijk handelt.

[..]

Staatssecretaris De Jager: En ten slotte hebben wij door de vrijstelling van 15.000 kg ervoor gezorgd dat 98% van de bedrijven wordt vrijgesteld van deze belasting. Ik denk dan ook dat wij de administratieve lasten zeer beperkt hebben weten te ouden. Maar ik ben graag bereid om ook de ontwikkeling hiervan in de gaten te houden, bijvoorbeeld met de belevingsmeter voor ondernemers. Overigens is er conform de Actalsystematiek voor het Belastingplan een berekening hiervan gemaakt en geaccordeerd.

De heer Biermans (VVD): Dank voor deze toezegging [..].


Brondocumenten


Historie