De minister van Financiën zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Van Rooijen (50PLUS), toe te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om de totstandkoming en aanlevering van begrotingsstukken, de Voorjaarsnota en het Belastingplan eerder in het jaar te laten plaatsvinden, en de Kamer hierover te informeren.
| Nummer | T04185 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 12 mei 2026 |
| Deadline | 1 januari 2027 |
| Verantwoordelijke(n) | Minister van Financiën |
| Kamerleden | drs. ing. B. Kroon (BBB) drs. M.J. van Rooijen (50PLUS) |
| Commissie | commissie voor Financiën (FIN) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | brief/nota |
| Onderwerpen | begrotingsbehandeling belastingplannen planning |
| Kamerstukken | Begrotingsstaten Financiën en Nationale Schuld 2026 (36.800 IX) |
Handelingen I 2025/2026, nr. 28, item 8, p. 1
De heer Van Rooijen (50PLUS):
Voorzitter. We spreken vandaag over de begroting van dit jaar, het lopende jaar dus. Dat is bijzonder, niet alleen omdat de begroting al ruim vier maanden actief is, maar ook omdat de Eerste Kamer vanwege tijdsgebrek vrijwel nooit toekomt aan een fatsoenlijk debat over de rijksbegroting. De stukken worden er hier bij wijze van spreken onder de kerstboom doorgehamerd. Dat is niet verstandig. Ervan uitgaande dat de Tweede Kamer het accent legt op de politieke kant van het beleid, kan de Eerste Kamer waarde toevoegen door het accent te leggen op de kwaliteit van de rijksbegroting. Dat is geen overbodige luxe in een land met zo'n zware overheid als ons land. Rule of law is een prachtig beginsel voor een democratie, maar dan moet die wetgeving in elk opzicht zorgvuldig zijn. In Nederland zit daar sleet op. Ik zal niet ingaan op de vele voorbeelden, maar kijk alleen al naar de mate van ontevredenheid in het land, het lage vertrouwen in de overheid en het komen en gaan van steeds meer partijen die surfen op boosheid en gemopper. Met al het rekentuig dat u tegenwoordig ten dienste staat, moet het mogelijk zijn om de rijksbegroting in te dienen in mei en Prinsjesdag daar ook naartoe te verplaatsen. Dan heeft de Staten-Generaal namelijk in zijn geheel ruim de tijd om het budgetrecht in elk opzicht waardevol toe te passen en kan ook de Eerste Kamer haar waarde aan ons wetgevend proces bewijzen en toevoegen. Ik vraag de minister van Financiën om te reageren op mijn voorstel om Prinsjesdag naar mei te verplaatsen. Is dat naar zijn oordeel mogelijk en ziet hij de meerwaarde ervan in? Ik overweeg, gehoord zijn antwoord, daarover een motie in te dienen.
Handelingen I 2025/2026, nr. 28, item 8, p. 9
De heer Kroon (BBB):
De schreeuw om aandacht voor de planning van de behandeling van begrotingen, de Voorjaarsnota en het Belastingplan is niet alleen een zorg van meneer Van Rooijen. Het is een zorg die breed leeft in deze Kamer. Ik zou dus eigenlijk via de voorzitter aan de minister willen vragen of hij ons zou kunnen toezeggen om de komende maanden eens een nieuw planningsvoorstel van dat geheel voor ons te overwegen. Want als we dit niet een keer structureel oplossen, blijven we hier elk jaar deze dans houden. Kunt u ons dus toezeggen dat u zich daarin verdiept en bij de Kamer terugkomt met een aantal alternatieven die ons in staat stellen om zowel voorjaarsnotabegrotingen als belastingplannen op een meer ordentelijke manier te behandelen?
Minister Heinen:
Ik ben natuurlijk uiteraard bereid om daarover mee te denken. Nogmaals, als men in dit huis het gevoel leeft dat er meer kan gebeuren, ben ik natuurlijk bereid om daar goed over na te denken. Wat ik vanuit mijn rol daarin kan doen, wil ik aan uw Kamer doen toekomen. Maar ik wijs er wel op dat het kabinet niet gaat over behandelschema's. Hoe behandeling plaatsvindt is aan de Tweede Kamer en de Eerste Kamer, aan de Staten-Generaal. De Voorjaarsnota sturen wij in het voorjaar. Voor de behandeling daarvan heeft u natuurlijk ruim de tijd, en het beleid daarin heeft ook een meerjarige doorkijk. In augustus komen de koopkrachtgegevens. Uw Kamer heeft de gepresenteerde stukken uiteraard al in september beschikbaar. Ik erken wel dat als de Tweede Kamer langer doet over de behandeling, dat afgaat van uw tijd. Maar het is niet gepast om vanuit het kabinet over dat vraagstuk te oordelen; het is natuurlijk aan de Staten-Generaal om dat behandelschema op te stellen. Ik hoor echter wel heel goed wat u vraagt, zeg ik via u, voorzitter. Ik zal uiteraard goed overwegen wat ik hierin zelf kan doen. Dat zal ik ook aan uw Kamer geven.
Brondocumenten
-
behandeling Verslag EK 2025/2026, nr. 28, item 8
-
12 mei 2026
toezegging gedaan