De minister van Asiel en Migratie zegt de Kamer, naar aanleiding van vragen van de leden Karimi (GroenLinks-PvdA), Dittrich (D66). Huizinga-Heringa (ChristenUnie) en Janssen (SP), toe om voor het eind van kwartaal 2 van 2026 een oplossing te vinden voor het proportionaliteitsprobleem met CATCH-vreemdelingen door voor de opsporing en vervolging van strafbare feiten een zoekfunctie in de Basis Voorziening Vreemdelingen te ontwikkelen.
| Nummer | T04143 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 24 februari 2026 |
| Deadline | 1 juli 2026 |
| Verantwoordelijke(n) | Minister van Asiel en Migratie |
| Kamerleden | mr. B.O. Dittrich (D66) J.C. Huizinga-Heringa (ChristenUnie) mr. R.A. Janssen (SP) F. Karimi (GroenLinks-PvdA) |
| Commissie | commissie voor Immigratie & Asiel / JBZ-Raad (I&A/JBZ) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | brief/nota |
| Onderwerpen | biometrische gegevens CATCH-vreemdelingen oplossen proportionaliteitsdiscussie |
| Kamerstukken | Wet bestendiging bevoegdheden biometrische gegevens vreemdelingen (36.859) |
Handelingen I 2025/2026, nr. 18, item 9 , p. *
Mevrouw Karimi (GroenLinks-PvdA):
(…)
Verder zijn duidelijke waarborgen nodig om te voorkomen dat biometrische gegevens van vreemdelingen terechtkomen in databanken voor gezichtsherkenningstechnologieën of vergelijkbare systemen die verder reiken dan het oorspronkelijke doel waarvoor deze gegevens zijn verzameld. Specifiek ten aanzien van CATCH Vreemdelingen wijs ik u erop, zoals ik al zei, dat de Raad van State heeft gevraagd om een duidelijke wettelijke basis voor deze verwerking. Inmiddels is erkend dat die niet bestaat. Daarom vraag ik de regering of zij bereid is deze verwerking stop te zetten zolang een toereikende wettelijke basis ontbreekt.
Handelingen I 2025/2026, nr. 18, item 9 , p. *
Mevrouw Huizinga-Heringa (ChristenUnie):
(…)
Tot slot, voorzitter, vraagt mijn fractie aandacht voor de zogenaamde CATCH Vreemdelingendatabase. Naar aanleiding van kritiek van de Raad van State is er een verkenning gestart naar de rechtmatigheid van deze database. Uit de eerste resultaten van deze verkenning blijkt volgens de toenmalige minister dat de huidige praktijk niet voldoet aan de eisen van proportionaliteit en noodzakelijkheid. Ook ontbreekt volgens de regering de wettelijke grondslag voor het verwerken van biometrische gegevens van alle vreemdelingen in CATCH Vreemdelingen ten behoeve van de opsporing en vervolging van strafbare feiten. Mevrouw Karimi heeft hier uitgebreid naar verwezen in haar bijdrage. Na deze toch wel alarmerende conclusie merkte de toenmalige minister op dat de verkenning pas in het vierde kwartaal zal zijn afgerond. Onze laatste vraag aan de minister is de volgende. Is het mogelijk dat de regering, zoals ook de tijdelijke commissie Grondrechten en constitutionele toetsing van de Tweede Kamer adviseert, eerder een oplossing vindt voor de onrechtmatige verwerking van persoonsgegevens in de CATCH Vreemdelingendatabase? En kan de minister zich daarvoor inzetten?
Handelingen I 2025/2026, nr. 18, item 9 , p. *
De heer Janssen (SP):
(…)
Dat brengt mij op een aantal inhoudelijke opmerkingen en de vragen van mijn fractie. De Raad van State heeft veel vragen en opmerkingen, maar op een cruciale vraag van de Afdeling advisering van de Raad van State komt een wat mijn fractie betreft zeer verontrustend antwoord van de regering. "De Afdeling adviseert om toe te lichten op basis van welke juridische grondslag het verwerken van gegevens in CATCH-vreemdelingen plaatsvindt, de noodzakelijkheid van deze gegevensverwerking dragend te motiveren en de bewaartermijnen voor de opslag van gezichtsopnamen in CATCH-vreemdelingen wettelijk te regelen. Indien dit niet mogelijk is, adviseert de Afdeling om de verwerking van deze gegevens in deze vorm aan te passen of stop te zetten." Wat doet de regering hiermee? Komt zij met die juridische grondslag, die dragende motivering? Zo niet, wordt de verwerking dan aangepast of stopgezet? Nee, dat gebeurt beide niet; de regering doet het een noch het ander. De regering komt met de aankondiging van een verkenning en volgt het dringende advies van de Raad van State niet op.
Er wordt een verkenning aangekondigd waarbij het uitgangspunt is dat de verwerking van biometrische gegevens van vreemdelingen in ieder geval zou moeten voldoen aan de eisen die de AVG daaraan stelt. Maar wat zegt de minister hier nu eigenlijk? Betekent dit dat de regering een verkenning doet naar hoe haar handelen in de toekomst kan gaan voldoen aan nu al geldende wetgeving waar iedereen zich al aan moet houden? Is dat wat de minister zegt? Graag hoor ik een ja of een nee van de minister op deze vraag. Mijn vraag is of dit dan betekent dat wij vandaag een wetsvoorstel voor hebben liggen waarvan de regering weet dat de uitvoering ervan in strijd is met de AVG. Graag hoor ik een reactie daarop.
Handelingen I 2025/2026, nr. 18, item 9 , p. *
Minister Van den Brink:
(…)
Er zijn een hoop vragen gesteld over alles wat er met CATCH aan de hand is. Er is een wettelijke grondslag voor de politie om in het kader van opsporing en vervolging een bevraging te doen van de biometrische gegevens uit de vreemdelingenketen. Op dit moment is het technisch niet mogelijk om dit direct in de Basis Voorziening Vreemdelingen te doen. Dat is de reden waarom er op dit moment gebruik wordt gemaakt van een kopie. Daar heeft u ook aan gerefereerd. Door mijn ambtsvoorganger is in andere brieven al antwoord gegeven op de vraag hoe dat zit en is gezegd dat er een verkenning zou plaatsvinden. Het voortschrijdend inzicht is inmiddels dat het niet zozeer een verkenning is van de wijze waarop het moet worden opgelost, want dat antwoord is er al. De interpretatie van de grondslag is op dit moment te ruim. Daar komt de opmerking vandaan dat de wettelijke grondslag zou ontbreken, maar de wettelijke grondslag die in de huidige wet zit, wordt te ruim toegepast. Doordat we nu een oplossing voorhanden hebben, waar we nu aan werken, kan er in de huidige Basis Voorziening Vreemdelingen een zoekfunctie worden ingebracht waardoor er niet meer met een kopie gewerkt hoeft te worden. Daarmee wordt het in lijn gebracht met de grondslag die er is. Met deze oplossing komen we tegemoet aan de zorgen van de verschillende fracties en de kritiek van de Raad van State en wordt er conform de wettelijke grondslag gewerkt. Dat is de wijze waarop we willen gaan werken. Daarmee kunnen we deze oplossing al veel sneller aanbieden dan we tot nu toe voor ogen hadden, zoals mevrouw Huizinga vroeg. Als het heel erg meezit, zal dat zelfs al in Q2 van dit jaar kunnen.
Handelingen I 2025/2026, nr. 18, item 9 , p. *
Mevrouw Huizinga-Heringa (ChristenUnie):
Nog even voor mijn helderheid. Ik heb ook in mijn tekst aangehaald dat er een brief van de vorige minister is geweest, al uit december, die zei: voor wat wij nu doen, is geen wettelijke basis. Toen heeft de minister gezegd: we gaan een verkenning starten en eind volgend jaar zal daar een oplossing voor zijn. Dat is dit jaar. Ik vroeg aan de minister of dat niet sneller kan. Als je zoiets constateert, dan denk je toch: waar zijn we mee bezig? Maar er werd rustig gezegd: we gaan er nog eens een jaartje over doen om te kijken hoe we dit aan gaan passen. Heb ik nu goed begrepen dat de minister zegt: "Wij kunnen dat in Q2. Dat is toch al redelijk snel. In Q2 hebben wij dit onder controle en zorgen wij ervoor dat we niet meer tegen de wet, zonder wettelijke basis, handelen."?
Minister Van den Brink:
We brengen daarmee de praktijk op orde, zoals we hebben geconstateerd in die brief in 2025. Dat doen we, denk ik, een stuk sneller, omdat we op dat moment nog zoekende waren. Zoals u ook verzocht heeft, kunnen we dat ook sneller, door de praktijk daarmee op orde te brengen. Die zal daarmee ook op orde worden gebracht. Dat kunnen we dus een stuk sneller.
De heer Van Hattem (PVV):
Ik heb toch nog even een vraag naar aanleiding van het interruptiedebatje van zojuist. Er werd vrij stellig geconcludeerd dat door de minister is aangegeven dat de wet eigenlijk niet wordt nageleefd en dat de zaken niet op orde zouden zijn. Ik zou dat hier voor de Handelingen toch even duidelijk geschetst willen hebben, want volgens mij is er wel degelijk een wettelijke basis als dit wetsvoorstel dat vandaag voorligt, wordt aangenomen door deze Kamer en dus ook na 1 maart van kracht blijft. Voor zover er bepalingen uit de AVG van toepassing zouden zijn die overtreden worden: kan de minister aangeven in hoeverre die reparabel zijn, zonder dat daar meteen consequenties aan zitten, zoals het niet meer mogen bewaren van bepaalde gegevens?
Minister Van den Brink:
Het klopt wat de heer Van Hattem zegt. Er is een wettelijke grondslag voor de politie om in het kader van de opsporing en vervolging een bevraging te doen van de biometrische gegevens uit de vreemdelingenketen. Alleen, in de praktijk is de grondslag daarvoor te ruim toegepast. Zo is de formulering geweest in de vorige brief. De oplossing daarvoor was nog niet voorhanden. Daar zou in ieder geval een verkenning naar worden gedaan. Mij is nu gebleken dat die verkenning eigenlijk al bekend is, dus hoe we dat gaan oplossen. Dat zal op hele korte termijn zijn, namelijk in Q2.
Handelingen I 2025/2026, nr. 18, item 9 , p. *
Minister Van den Brink:
(…)
Dan kom ik een beetje in de hoek van CATCH-discussie. De wet is duidelijk op het punt van de verwerking van die gezichtsopnames voor opsporing en vervolging van strafbare feiten. De wet in zichzelf is dus in lijn met de AVG. De discussie die wij voeren, gaat over de uitvoering in de praktijk. Tot het beschikbaar stellen van gegevens is besloten in verband met de nationale veiligheid, nadat in Europa verschillende terroristische aanslagen zijn gepleegd. De enige manier om nu gezichtsopnames te vergelijken, is door het kopiëren van alle gegevens uit die voorziening naar het CATCH Vreemdelingen. Het zoeken in die database gebeurt in uitzonderlijke gevallen en is met waarborgen omkleed, zoals een rechterlijke machtiging. De zoekactie kan dus ook niet verder worden beperkt. Als daar mogelijkheden in zouden zijn … Ik heb er net in de voorbereiding nog op doorgevraagd, of er nog andere varianten voor zouden kunnen zijn in het huidige proces. Die zijn er niet, dus op dit moment is dit de enige voorziening die we hebben.
Er is dus ook geconstateerd, zoals in de brief die in december is gestuurd, dat op het punt van het kopiëren van die gegevens van alle vreemdelingen naar een aparte database alleen voor de opsporing de proportionaliteitsdiscussie plaatsvindt. Maar die proportionaliteitsdiscussie bestaat naast het feit dat er wel een grondslag is. Er is een wettelijke grondslag. Het gaat over de weging van de proportionaliteit, waar kanttekeningen bij zijn geplaatst. We zijn daarin nu op zoek naar de oplossing. Daar werken we aan en die verwachten we al snel. Daarmee wordt dat in lijn gebracht met de grondslag in de praktijk. Het is van grote toegevoegde waarde voor de opsporingsonderzoeken en omdat er dus geen alternatief is, kan ik tot niets anders komen dan tot het oordeel dat ik de motie die u daarover heeft ingediend, moet ontraden. Daarbij zie ik de lezing zoals u die zelf gaf ook zo in de motie terug, namelijk dat het enkel ziet op het vraagstuk van CATCH en niet op het vraagstuk van het voortzetten van de biometrische screening. Wij handhaven onze overtuiging dat in het kader van de nationale veiligheid dit noodzakelijk is en blijft. De discussie gaat over proportionaliteit en dat we die in orde gaan brengen in de voorziening die we treffen.
De heer Dittrich (D66):
Ik hoorde de minister in het laatste stukje van zijn antwoord de nationale veiligheid noemen. In het eerdere debat ging het over het nationaal belang. Daar heb ik een vraag over. Ziet de minister de situatie van de nationale veiligheid als een soort overmachtssituatie, waardoor de wijze van uitvoering van de gegevens door kan gaan totdat in het tweede kwartaal reparatie heeft plaatsgevonden?
Minister Van den Brink:
Er is geen alternatief. Omdat er geen alternatief is en we wel vinden dat de grondslag wettelijk aanwezig is, maar de proportionaliteit in de toepassing op orde moet worden gebracht, handhaven we de situatie zoals we die nu kennen voor de duur dat we de oplossing nog niet hebben gerealiseerd.
De heer Dittrich (D66):
Maar wat is dan de reden om het toch te handhaven totdat er reparatie heeft plaatsgevonden?
Minister Van den Brink:
Doordat er situaties zijn waarin er door de opsporingsdiensten of door de politie een opsporingsonderzoek plaatsvindt waarin mensen worden aangetroffen die mogelijk in die database zouden kunnen zitten. En dat is de enige plek waar ze die zoekactie kunnen verrichten, nadat er een rechterlijke machtiging voor is gegeven. Dat is dus de reden van nationale veiligheid.
De heer Janssen (SP):
Een korte verhelderende vraag: wat is die reparatie? Dat is mij niet helder. Er komt een reparatie die over een paar maanden wel kan, maar nu niet kan. Wat is dan die reparatie?
Minister Van den Brink:
Op dit moment is de situatie zo dat er een kopie van de hele vreemdelingenvoorziening wordt gemaakt. De discussie gaat nu over de vraag of dat proportioneel genoeg is op basis van de grondslag. Dat wordt als niet voldoende gezien, omdat de kopie bulk is. De oplossing is dat binnen de huidige voorziening waarin de gegevens zitten een eigenstandige zoekfunctie komt, waardoor er dus niet meer een bulkkopie hoeft te worden gemaakt, maar specifiek gericht op basis van een rechterlijke machtiging kan worden gezocht in die database.
De heer Janssen (SP):
Het is dus een ICT-technische aanpassing?
Minister Van den Brink:
Zeker, als u het zo bedoelt, zeker.
De heer Janssen (SP):
"Zoals ik het bedoel". Ik begrijp het zo van de minister. Het is dus een ICT-technische oplossing die nog één tot vier maanden gaat duren?
Minister Van den Brink:
In december werd daarvan verondersteld dat die aanwezig was. Op dit moment is het niet meer verondersteld; hij is aanwezig. Hij moet op dit moment aangeschaft, getoetst en toegepast worden. Deze vervolgstappen worden op dit moment gezet.
De heer Janssen (SP):
Dat klinkt eerder naar vier maanden dan naar één maand, als ik het zo hoor.
Minister Van den Brink:
Ik kan daarom ook niet meer dan een specificatie Q2 geven op vragen van andere senatoren. Ik kan daar nog niet verder uitsluitsel over geven dan Q2.
Brondocumenten
-
behandeling Verslag EK 2025/2026, nr. 18, item 9
-
24 februari 2026
toezegging gedaan