T01091

Toezegging samenloop bestuursrecht en strafrecht (31.122)



De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Swenker, toe na te gaan in hoeverre er sprake kan zijn van samenloop van bestuursrecht en strafrecht en of het samenwerkingsprotocol tussen OM en IGZ voldoende mogelijkheden biedt om dit te voorkomen.


Kerngegevens

Nummer T01091
Status voldaan
Datum toezegging 26 mei 2009
Deadline 1 januari 2010
Verantwoordelijke(n) Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Kamerleden G. van den Berg (SGP)
prof. dr. K.M.L. Leunissen (CDA)
prof.dr. K. Putters (PvdA)
drs. T.M. Slagter-Roukema (SP)
mr. P. Swenker (VVD)
Commissie commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport / Jeugd en Gezin (VWS/JG)
Soort activiteit Plenaire vergadering
Categorie brief/nota
Onderwerpen handhaving
IGZ
openbaar ministerie
Kamerstukken Uitbreiding bestuurlijke handhaving volksgezondheidswetgeving (31.122)


Uit de stukken

Handelingen I 2008-2009, nr. 33 – blz. 1531

Mevrouw Swenker (VVD): Mijn grote probleem was dat daarover niets staat in het samenwerkingsprotocol dat wij van de minister hebben gekregen. Er staat alleen iets in over de coördinatie. Als de inspectie ergens mee bezig is en denkt: het is toch wel erg, wij moeten het OM inschakelen, geeft het protocol aan hoe zij samen eruit moeten komen, uiteindelijk resulterend in een OM-actie. Dat is daarin beleidsmatig geregeld. Het omgekeerde is niet in het samenwerkingsprotocol geregeld, in die zin dat als de inspectie haar gang gaat en een bestuurlijke boete oplegt, niet is geregeld dat het OM dan niet meer mag optreden. […] De ene kant is wel geregeld, samenwerking van het OM met de inspectie, maar niet is geregeld dat het OM zich schikt omdat de inspecteur al actie heeft ondernomen. De onafhankelijkheid van het OM wegnemen is niet geregeld in het protocol. Mijn vraag was, om dat beleidsmatig te doen.

Minister Klink: Mocht dat een omissie zijn in het samenwerkingsprotocol, dan zal ik ervoor zorgen dat dat alsnog wordt opgenomen. Dus mocht het niet van rechtswege of op basis van de huidige afspraken zo zijn dat het Openbaar Ministerie als het ware niet nog een keer over de inspectie heen kan, dan gaan wij dat alsnog regelen.

Blz. 1534

Mevrouw Swenker (VVD): Daarom permitteer ik mij de vrijheid de vraag iets explicieter te stellen. Mag bij het opleggen van een boete door de inspectie bij het begaan van een strafbaar feit het OM verder geen actie ondernemen? Een van de problemen bij de beantwoording van deze vraag zou kunnen zijn, dat bij een ne bis in idemsysteem het feitelijk vaak zaken betreft binnen een en hetzelfde strafrecht. Hierbij echter liggen bestuurlijke boetes vast in een groot aantal andere wetten buiten het strafrecht en zijn verschillende autoriteiten handhavers, en niet alleen het OM. Misschien kan ook de NMa of de NZa bestuurlijke boetes opleggen. Kortom, als een partij ageert of handhaaft, wat is dan de positie van de andere partijen, met name het OM of, voor mijn part, een zorgautoriteit? Welke rol speelt het ne bis in idembeginsel, met name voor wetgeving die hetzelfde punitatieve karakter heeft? Voor de VVD-fractie is het buitengewoon belangrijk dat er een beleidsmatige uitspraak van in dit geval het OM is dat men het ne bis in idembeginsel volgt. Als de minister dat deelt, en ik had de indruk dat hij doet, moeten wij de behandeling van het wetsvoorstel misschien wel aanhouden totdat die uitspraak er is.

Minister Klink: Laat ik beginnen bij de samenloop van de bestuurlijke boete en het strafrecht. […] Het is geregeld in de vierde tranche van de Awb. Ik heb het op schrift staan, maar ik wil er ook schriftelijk op terugkomen zoals is verzocht. Het is namelijk mogelijk dat ik mijzelf moet aanvullen op het moment dat de schriftelijke reactie er is. De gedragingen worden aan het OM voorgelegd. Dat betekent dat de normafwijkingen aan het Openbaar Ministerie worden voorgelegd, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald. Ik zei zojuist al dat er voor bepaalde overtredingen geldt of anders met het Openbaar Ministerie is afgesproken. In feite beslist dus het Openbaar Ministerie of het strafrecht wordt ingezet. Daarover beslist het actueel of via de afspraken die gemaakt worden. Op het moment dat een bestuursrechtelijk traject wordt ingegaan, is dat altijd met instemming van het Openbaar Ministerie. Het zal er dus nooit overheen gaan om vervolgens een strafrechtelijk traject in te gaan. Ik kom er graag nog schriftelijk op terug. Het vergt misschien nog additionele informatie van mijn kant. Dit is echter de structuur die aan de Awb en de vierde tranche ten grondslag ligt. Het speelt niet alleen bij de gezondheidswetgeving, maar veel breder en wel daar waar bestuurlijke handhaving aan de orde is. In die zin maak ik graag gebruik van de handreiking van mevrouw Slagter om er in afwachting van de stemmingen nog schriftelijk op terug te komen.

blz. 1537

Minister Klink: Ik heb drie dingen genoteerd die ik u schriftelijk zal doen toekomen. Dat is ten eerste de verhouding tussen strafrecht en bestuursrecht waar mevrouw Swenker naar vroeg.


Brondocumenten


Historie