T04233

Toezegging bij meerjarenprogramma Klimaat- en energiefonds inzichtelijk maken welke middelen bijdragen aan Europese samenwerking (36.800 M)



De minister van Klimaat en Groene Groei zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Perin-Gopie (Volt), toe dat zij in het meerjarenprogramma voor het Klimaat- en energiefonds inzichtelijk zal maken welke middelen uit het fonds bijdragen aan Europese samenwerking, zodat het transparant is.


Kerngegevens

Nummer T04233
Status openstaand
Datum toezegging 6 juli 2026
Deadline 1 juli 2027
Verantwoordelijke(n) Minister van Klimaat en Groene Groei
Kamerleden G.K. Perin-Gopie MSc (Volt)
Commissie commissie voor Economische Zaken / Klimaat en Groene Groei (EZ/KGG)
Soort activiteit Plenaire vergadering
Categorie brief/nota
Onderwerpen begrotingen
Europese samenwerking
klimaat
klimaatfonds
Kamerstukken Begrotingsstaat Klimaatfonds 2026 (36.800 M)


Uit de stukken

Handelingen I 2025/2026, nr. .., item .., p.

Mevrouw Perin-Gopie (Volt):

“Voorzitter. Dat begint bij samenwerking. De industrie binnen de EU concurreert namelijk op één interne markt. Daarom vraag ik de minister hoe de keuzes in deze begroting zijn afgestemd op de investeringen die onze buurlanden doen. Wordt er systematisch gekeken waar Europese samenwerking meer oplevert dan alleen nationale investeringen? Hoe wordt voorkomen dat lidstaten allemaal hetzelfde proberen te doen, terwijl samenwerking juist efficiënter en goedkoper kan zijn?”

Handelingen I 2025/2026, nr. .., item .., p.

Minister Van Veldhoven – Van der Meer:

“Dan de rol van nationale klimaatfondsen in een veranderend Europees speelveld. De nationale fondsen ondersteunen investeringen op nationaal niveau. Zowel het Europese als het nationale speelveld heeft daar natuurlijk uiteindelijk de effecten van. Bij de indiening van maatregelen binnen de KEV wordt in het ficheformat ook gevraagd naar mogelijkheden voor bijvoorbeeld cofinanciering. Dus daar vragen we actief naar. Dat wil niet zeggen dat die er altijd zijn, maar we kijken ernaar om op die manier zo goed mogelijk te borgen dat we aansluiten bij internationale ontwikkelingen binnen de energietransitie. Overigens is het ook zo dat we niet alleen via de KEV, maar bijvoorbeeld ook in het wetsvoorstel met betrekking tot contracting for difference, dat ik recent naar de Tweede Kamer en Eerste Kamer heb gestuurd, echt nadrukkelijk hebben bekeken hoe andere landen om ons heen met dit mechanisme bezig zijn. Als het gaat over de indirecte kostencompensatie kijken we ook naar wat de landen om ons heen doen. We kijken dus naar wat de landen doen en we werken ook samen. Ik kom net uit Zeeland, waar ik uitgebreide gesprekken heb gevoerd over de energieopwekking en de vraag daar, ook in relatie tot de buurlanden; uiteindelijk is het één havengebied tussen Nederland en Vlaanderen, waar ook heel veel kansen liggen in de internationale samenwerking. Ik denk ook aan de samenwerking met Duitsland in de corridor voor waterstof en CO2. We kijken dus op allerlei manieren heel nadrukkelijk ook naar de samenwerking met onze buurlanden en overigens ook met het VK.”

Handelingen I 2025/2026, nr. .., item .., p.

Mevrouw Perin-Gopie (Volt):

“Een van mijn vragen is volgens mij niet beantwoord en ik stel 'm daarom nog een keer. Ik hoop dat de minister die vraag dan in tweede termijn kan beantwoorden. Ik had de minister gevraagd in toekomstige begrotingen van het Klimaatfonds expliciet inzichtelijk te maken hoe investeringen uit het Klimaatfonds bijdragen aan Europese samenwerking, hoe er gebruik wordt gemaakt van Europese investeringen en hoe er wordt aangesloten bij investeringen in andere lidstaten. Voor mijn fractie zou dat een belangrijk verbetering zijn van de begroting als daar de komende jaren op in zou kunnen worden gegaan.”

Handelingen I 2025/2026, nr. .., item .., p.

Minister Van Veldhoven – Van der Meer:

“De Partij voor de Dieren vroeg nog hoe de investeringen bijdragen aan de Europese samenwerking. Ik heb in de eerste termijn daar al iets over gezegd, namelijk dat hiervoor aandacht is bij het uitvragen en beoordelen van voorstellen in het Klimaatfonds. Ik kan toezeggen in het meerjarenprogramma voor het fonds inzichtelijk te maken welke middelen uit het fonds hieraan bijdragen, zodat het transparant is.”


Brondocumenten


Historie

  • 6 juli 2026
    toezegging gedaan